Nog vóór het uitbreken van de oorlog
wordt vermoed dat 1 of meerdere vestzakslagschepen Duitsland hebben
verlaten. De Home Fleet gaat op zoek maar vindt niets. Thans is
geweten dat de Deutschland (op 24
augustus) en de Admiral Graf Spee
(op 21 augustus) zijn uitgevaren en vrij rondvaren op de zeeën,
nog voordat de Navy effectief blokkades en patrouilles kan organiseren.
Op 3 september ligt de Deutschland, die via de Deense Straat is
gevaren, op de loer nabij Groenland. De Graf Spee is ongemerkt de
noordelijke Atlantic binnengedrongen en bevindt zich nu ten zuiden
van de Azoren. Waarschijnlijk wordt één der raiders
begeleid door een hulpschip met brandstof en voedsel. Tot op heden
hebben de beide Duitse schepen nog niet toegeslagen. Het Oberkommando
der Marine (OKM) heeft hen nochtans klare opdrachten meegegeven:
verstoring en vernietiging van de Geallieerde handelsscheepvaart;
tenzij absoluut noodzakelijk wordt elk contact met Geallieerde zeestrijdkrachten
vermeden; er wordt veelvuldig van positie veranderd binnen de operatiegebieden
en men houdt zich steeds op in gebieden van konvooien.
Het bevoorradingsschip van de Graf Spee blijkt de tanker Altmark
te zijn; het is een schip van 8.000 BRT, 178 m lang en 22 m breed.
Het beschikt over 4 dieselmotoren die samen 21.400 PK kunnen ontwikkelen
tot een snelheid van 21 knopen. Net als de Deutschland en de Graf
Spee is dit schip reeds in augustus uit Duitsland afgevaren.
* * *
De volgende koopvaardijschepen vallen ten prooi van
de oppervlakteraider:
30/9: ter hoogte van Pernambuco wordt de kleine Clement (5.050 BRT,
kap. F. Harris) gepraaid en daarna tot zinken gebracht;
5/10: aan de overkant van de Atlantic, ter hoogte van de Afrikaanse
Westkust, de Newton Beech (4.651 BRT); deze doet eerst dienst als
verblijfruimte voor de gevangen genomen bemanningsleden. Ze wordt
op 8 oktober tot zinken gebracht.
7/10: de kleine Ashlea (4.222 BRT, kap. C. Pottinger);
10/10: tussen Ascuncion en Fernando Po de Huntsman (8.196 BRT);
22/10: ter hoogte van Sint Helana, de Trevanion (5.229 BRT, kap.
Edwards);
15/11: in de straat van Mozambique wordt de Africa Shell (706 BRT,
kap. P. Dove) gekelderd;
Daarop keert de Graf Spee terug naar de Atlantic, waar hij wordt
bevoorraad door de Altmark. Vandaar gaat het opnieuw richting Sint-Helena.
2/12: de Doric Star, een cargo van 10.086 BRT (kap. W. Stubbs) eigendom
van de Blue Star Line;
3/12: de Tairoa van 7.983 BRT (kap. Starr);
7/12: om aan zijn achtervolgers te ontkomen steekt hij opnieuw de
oceaan over en op 900 mijl van Rio de Janeiro keldert hij de kleine
cargo Streonshalh (3.895 BRT, kap. J. Robinson).
Teneinde de raider samen met zijn bevoorradingsschip
op te sporen zijn tegen 31 oktober 1939 de volgende opsporingsgroepen
samengesteld :
Groep
Slagkruiser
Kruiser
Vliegdekschip
Gebied
F
HMS Berwick
HMS York
Noord-Amerika en West-Indië
G
HMS Cumberland
HMS Exeter
Oostkust van Zuid-Amerika
H
HMS Sussex
HMS Shropshire
Kaap de Goede Hoop
I
HMS Cornwall
HMS Dorsetshire
HMS Eagle
Ceylon
J
HMS Malaya
HMS Glorious
Golf van Aden
K
HMS Renown
Neptune ?
HMS Ark Royal
Pernambuco-Freetown
L
Dunkerque
3 Franse - 6inch kruisers
Béarn
Brest
M
Algérie ?
Dupleix ?
N
Strasbourg
HMS Hermes
Aanvullende escortes van Noord-Atlantische
konvooien :
HMS Revenge
HMS Resolution
HMS Warspite
HMS Repulse
HMS Emerald
HMS Enterprise
HMS Furious
De verschillende groepen op 23 november 1939:
F: de Berwick: in droogdok te Portsmouth;
de York: Bermuda;
G: de Cumberland en de Exeter: op patrouille
langs Zuid-Amerika;
H: de Ajax: Montevideo; de Achilles: Rio
de Janeiro;
I: de Cornwall en de Eagle: Colombo; de
Dorsetshire: Ceylon;
J: de Malaya, de Ramillies en de Glorious:
Aden;
K: de Ark Royal en de Renown: op weg naar
Madagascar;
L: de Furious en de Repulse: Atlantische
konvooien;
M: de Kent en de Franse Suffren: op patrouille
langs Sumatra;
X: de Hermes en 2 Franse kruisers. Deze
groep wordt uitgebreid om van 10 tot 13 december tussen Pernambuco
en Freetown te patrouilleren. De Franse Vice-admiraal Duplat heeft
het bevel over de kruisers Dupleix en Foch, de carrier Hermes
en de Franse destroyers Milan en Cassard, aangevuld met de Neptune
en haar destroyers.
Y: de Strasbourg en de Algérie:
op patrouille tussen Pernambuco en Freetown.
Het is de Groep G (op dat ogenblik aangevuld met de
Ajax en de Achilles) die op 13 december contact heeft met de raider.
De Cumberland bevindt zich voor herstelling in de haven van Port
Stanley op de Falklands.
* * *
De opponenten :
Aan Duitse zijde :
De Admiral Graf Spee is een vestzakslagschip uit de
scheepswerven van Wilhelmshaven ; te water gelaten op 30 juni 1934
; als zeewaardig aanvaard in 1936.
Bemanning : Kapitän zur See Hans Langsdorff
; 54 officieren en 1050 onderofficieren en matrozen, 24 burgers
en 6 Chinezen..
Tonnenmaat : 12.500 ton
Lengte : 185 m
Breedte : 21,60 m
Diepgang : 6,5 m (met gelaste romp)
Snelheid : 26 knopen – 8 dieselmotoren
die een totaal van 58.000 pk kunnen ontwikkelen ; het schip kan
mazout indoen voor een afstand van 35.000 km.
Bewapening (voornaamste):
6 stukken van 280, gegroepeerd per 3 in
2 geschutstorens, de eerste vooraan en de tweede achteraan ; de
280’s hebben een reikwijdte van 27 km met 2 salvo’s
per minuut
8 stukken van 130
luchtafweerbatterijen van 130 en 102
zware mitrailleurs
2 Arado-watervliegtuigen
Rudimentaire radar met een aktieradius
van amper 15 km
Aan Britse zijde :
HMS Cumberland (Kent
Class zware kruiser)
• gebouwd door Vickers Armstrong, Barrow. Te
waterlating op 16 maart 1926.
• Bemanning: 700
• Tonnenmaat: 9.750 standaard en 13.450 geladen
• Afmetingen: 179,83 m x 20,80 m x 4,95 m.
• Snelheid: 31,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8 Admiralty
dieselmotoren.
• Bewapening: 4 x dubbele 8inch; 4 x enkele 4inch en 1 watervliegtuig.
HMS Ajax(
Leander Class lichte kruiser)
• Gebouwd door Vickers Armstrong, Barrow. Te
waterlating 1 maart 1934.
• Bemanning : kapitein C.H.L. Woodhouse (het schip draagt
het teken van commodore Harwood) ; 39 officieren en 554 meesters
en matrozen
• Tonnenmaat : 6.985 ton standaard, 8.950 tot 9.200 ton geladen;
• Afmetingen: 159,10 m x 16,99 m x 4,87 m
• Bewapening :
• 4 x dubbele 6inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 6
Admiralty dieselmotoren.
• 2 Fairey Sea Fox-watervliegtuigen
HMS Exeter(York
Class zware kruiser)
• Gebouwd door Davenport Dockyard. Te waterlating
op 18 juli 1929.
• Bemanning : kapitein F.S. Bell ; 42 officieren en 574 meesters
en matrozen
• Tonnenmaat : 8.390 ton standaard en 10.500 ton geladen;
• Afmetingen: 164,59 m x 17,67 m x 5,18 m
• Bewapening :
• 3 x dubbele 8inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8
Admiralty dieselmotoren.
• 2 Vickers Supermarine Walrus-watervliegtuigen
HMS Achilles(Leander
Class lichte kruiser)
• Gebouwd door Cammell Laird, Birkenhead. Te
waterlating 1 september 1932.
• Bemanning : kapitein W. Parry ; 36 officieren en 541 meesters
en matrozen
• Tonnenmaat : 6.800 ton standaard en 10.500 ton geladen;
• Afmetingen: 164,59 m x 17,67 m x 5,18 m
• Bewapening :
• 3 x dubbele 8inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8
Admiralty dieselmotoren
• 1 Fairey Sea Fox-watervliegtuig
* * *
Op 24 november 1939 laat de bevelvoerder van de Graf
Spee alle officieren vanaf de graad van 1e Lt. samenkomen. Hij meldt
hen dat hij besloten heeft om terug te keren naar Duitsland. Op
de terugweg zal, in tegenstelling tot de vorige bevelen, mogelijk
contact gezocht worden met Geallieerde zeestrijdkrachten.
Waarom terugkeren ?? Sinds zijn vertrek heeft de Graf Spee zowat
30.000 zeemijlen gevaren en het schip begint sporen van slijtage
te vertonen. Het moet absoluut op droogdok.
Op 26 november houdt de Graf Spee halt in volle zee, ter hoogte
van de Steenbokskeerkring. De bemanning brengt extra camouflage
aan, op het voorsteven een valse geschutstoren, een tweede valse
schouw en de kiel wordt herschilderd in “Navy-grijs”.
Rond de middag van de 6e december is er een laatste rendez-vous
met de Altmark. De meeste Britse
gevangen zeelieden stappen over op de tanker. Het slagschip neemt
een voorraad aan boord waarmee kan toegekomen worden tot februari
1940. Het heeft zich ontdaan van de valse geschutstoren en de schouw.
Bij het ochtendgloren van de 13e december bevindt de Graf Spee zich
op 34° en 27’ Z en 49° 55’ W. Op 34° 34’
Z en 49° 17’ W wachten hem 3 Britse kruisers op.
* * *
Rond 06.10 bemerkt een uitkijk van de Ajax een rookpluim
aan de einder en haalt er Kap. Woodhouse bij. Even later verschijnt
Commodore Harwood eveneens op de brug en beveelt hij dat de Exeter
onmiddellijk de identiteit van het schip moet uitzoeken. Een uitkijk
brengt echter reeds het antwoord, het is een vestzakslagschip. Aan
boord van de Achilles komt men tot dezelfde vaststelling.
Op de 3 schepen is groot alarm geslagen en worden de gevechtsposten
ingenomen. De Exeter maakt zich los uit de lijnformatie, terwijl
de Ajax en de Achilles enkele kabellengtes uit elkaar gaan varen.
De zeeslag begint om 06.17 met een eerste salvo van de Graf Spee
op de Exeter. Rond 06.21 wordt haar voordek geraakt. Twee minuten
later vuurt de Exeter terug. De Achilles opent het vuur om 06.22,
de Ajax om 06.23. Om 06.34 zwenkt de Exeter scherp af na enkele
directe inslagen (enkel Toren Y vuurt nog). Het schip is niet meer
onder controle.
Rond 06.37 hult de Graf Spee zich in een rookgordijn en vaart ze
een zig-zagkoers om aan de Britse salvo’s te ontkomen.
Het gevecht wordt afgebroken rond 7u.40. De Graf Spee heeft ongeveer
15 zware inslagen geïncasseerd. De Duitser probeert ontegensprekelijk
te ontkomen aan de Engelsen.
De lichtgeraakte Achilles en de Ajax (met haar X- en Y geschutstorens
buiten aktie) zetten de achtervolging in ; de zwaargeraakte Exeter
vaart op 18 knopen naar de Falklands.
In de late namiddag bereikt de Graf Spee de baai van de Rio de la
Plata. Om 18.52 bemerken de uitkijken van de Ajax dat de Graf Spee
naar stuurboord afzwenkt en de achterste geschutstoren in haar richting
draait. Meteen begint de Ajax te zigzaggen. Om 19.13 vuurt de Duitser
een eerste salvo, gevolgd door een tweede, maar zonder succes. De
Graf Spee herneemt haar originele koers. Bij het invallen van de
duisternis is de Uruguayaanse kust in zicht. De Achilles poogt dichterbij
te sluipen, maar om 20.55 vuurt de Graf Spee 3 salvo’s naar
het Engelse schip, dat repliceert met 5 salvo’s. Gedurende
het komende uur zal de Duitser de Achilles nog drie keer bestoken.
De Graf Spee vaart ten noorden van de Engelse Bank en gaat voor
anker in Montevideo om 00.50.
‘s Morgens is het een drukte van jewelste op het Duitse schip.
Elke beschikbare man is bezig met herstellingen, de lijken van de
37 gesneuvelden worden afgelegd om te begraven en de 57 gewonden
kunnen aan land voor verzorging.
Inmiddels heeft Langsdorff rechtstreeks contact opgenomen met Berlijn.
Daarnaast wordt hij bijgestaan door de Duitse Marineattaché
te Buenos Aires en door de Duitse ambassadeur te Montevideo, Dr.
Otto Langmann. Deze wijst Langsdorff er op dat hij beter Buenos
Aires had aangedaan, vanwege de betere diplomatieke relaties tussen
de Duitse en de Argentijnse regeringen. Hij vreest dat de Britse
en de Franse regeringen Uruguay er toe zullen dwingen om de Graf
Spee niet langer dan de bij het Internationale Recht voorziene 72
uur toe te laten. In feite is de Britse regering op dat ogenblik
aan het “lobbyen” om slechts 24 uur toe te staan.
Aan boord van de Graf Spee wordt een gedetailleerde lijst aangemaakt
van de opgelopen schade. Op basis hiervan wordt een herstellingsduur
van minimaal 14 dagen vooropgesteld. Langsdorff meldt dat aan Langmann.
Deze bevindt zich in een moeilijke situatie. Enerzijds de noodzakelijke
tijd bekomen voor de herstellingen, maar anderzijds toont dit tegenover
de Engelsen de ernst aan van de opgelopen schade. Uiteindelijk wordt
een nota opgemaakt ten behoeve van de Uruguayaanse minister van
Buitenlandse Zaken, Dr. Guani, met een officiële vraag voor
een verblijf van 14 dagen.
Langmann en de Marineattaché zullen dat voorstel gaan verdedigen
bij Dr. Guani. Er wordt overeengekomen dat diezelfde namiddag een
Uruguayaanse technische commissie aan boord van de Graf Spee zal
gaan. De commissie gaat akkoord met een aantal hoogstnoodzakelijke
reparaties, maar geeft nog geen termijn vrij.
Ondertussen begint de Britse diplomatieke druk toe te nemen. De
Admiralty en het Foreign Office sturen hun instructies door naar
Sir Eugen Millington-Drake, de Britse gezant in Montevideo. Al is
de Graf Spee zeewaardig of niet, er worden geen herstellingen toegestaan
en het schip mag bovendien maximaal 24 uur in de haven verblijven
of het wordt geïnterneerd. Als dat niet lukt, is het aan te
raden om het schip 4 tot 5 dagen in de haven te houden, tot alle
Britse versterkingen ter plaatse zijn.
Rond 22.00.komt de Cumberland eveneens aan in het estuarium. Commodore
Harwood laat haar meteen patrouilleren tussen de Rouen Bank en de
Engelse Bank. De Ajax bevindt zich ten zuiden, de Achilles ten noorden.
* * *
De volgende dag, 15 december, gaat de begrafenis
door van de gesneuvelde Duitse matrozen, op een begraafplaats buiten
Montevideo. Langsdorff, in een volledig wit uniform, spreekt een
korte grafrede uit, maar weigert daarna de Nazigroet te brengen.
Hij eert zijn mannen met de hand aan de boord van zijn kepi.
Later op de dag komen verschillende alarmerende berichten binnen,
zoals de nakende komst van de Ark Royal en de Renown. De aanwezigheid
van de Cumberland wordt bevestigd.
Op hetzelfde ogenblik wordt aan de Duitse ambassadeur medegedeeld
dat de Uruguayaanse regering besloten heeft om de Graf Spee 72 uur
te gunnen. Een verlenging van deze termijn is uitgesloten.
‘s Anderendaags stuurt Langsdorff een nota met een vraag tot
instructies aan het Oberkommando der Marine, hierbij voluit gesteund
door Dr. Langmann.
de Renown en de Ark Royal alsmede verscheidene
andere kruisers en destroyers bevinden zich vóór
Montevideo. Een blokkade wordt onvermijdelijk. Een doorbraak naar
open zee en een terugvaart naar Duitsland lijken uitgesloten.
uitvaren en een poging van doorbraak met de resterende
munitie naar Buenos Aires.
indien de doorbraakpoging mislukt wordt de toelating
gevraagd om het schip te laten zinken (ondanks de ondiepe wateren
van de Plata) of het te laten interneren.
In Berlijn is Ribbentrop absoluut niet gediend met
deze gang van zaken. Nochtans kunnen de Duitsers juridisch weinig
inbrengen tegen de beslissing van de Uruguayaanse regering. Ze heeft
zich gesteund op de bepalingen van de Conventie van Havanna van
1928 en vooral de Conventie van Den Haag van 1907. Meer bepaald
gaat het om de volgende artikelen:
Artikel XI: het is oorlogvoerende schepen
verboden, tenzij anderluidende wetgeving in het betrokken land,
om langer dan 24 u. in de territoriale wateren van een neutraal
land te verblijven;
Artikel XIII: het neutrale land betekent
aan het oorlogsschip de eis van dit land om binnen de 24 u. zijn
territoriale wateren te verlaten;
Artikel XIV: het is een oorlogvoerend schip
verboden deze termijn te verlengen, tenzij in geval van schade
of slecht weer; de Conventie van Havanna erkent echter geen schade
opgelopen door oorlogsakties.
Artikel XVIII: oorlogvoerende schepen kunnen
enkel hersteld worden om hen opnieuw zeewaardig te maken, niet
om hen gevechtsklaar te maken.
De Duitsers krijgen dus 72 u. bovenop de reeds toegestane
24 u.
In Berlijn brengt Admiraal Raeder Hitler op de hoogte van de situatie.
Zijn eveneens aanwezig: Jodl, Stafchef van het OKH en von Puttkamer,
stafmedewerker van Raeder. Bij Radiogram 1347/16 wordt de beslissing
doorgeseind aan de Graf Spee:
1. proberen om de verblijftermijn in Montevideo zo lang mogelijk
te rekken;
2. goedkeuring voor een doorbraakpoging naar Buenos Aires;
3. indien deze poging mislukt, goedkeuring voor de vernietiging
van het schip. Onder geen enkel beding een internering toestaan.
De Havenmeester van Montevideo brengt Kap. Langsdorff op de hoogte
dat een Brits stoomschip de haven heeft verlaten om 18.15. Dat betekent
de de Graf Spee niet eerder mag uitvaren dan 24 u. later, dus vanaf
18.15 van de 17e december, maar vóór 20.00, want dan
verstrijkt de toegestane termijn. Hierop roept de kapitein een meeting
bijeen waaraan 4 officieren deelnemen, waaronder Kay en Wattenberg.
De verschillende mogelijkheden worden overlopen. Een doorbraak forceren
naar de open zee en proberen Duitsland te bereiken is uitgesloten,
gezien de algemene toestand van het schip. Een doorbraak naar Buenos
Aires wordt eveneens uitgesloten ingevolge het te grote risico van
vastlopen in de ondiepe wateren van de Plata. Daarbij komt nog het
risico van vervuiling van de koelinstallaties van de motoren met
de modder uit de rivier. Dus blijft nog enkel het zelf tot zinken
brengen van het schip. Langsdorff zal hierover nog overleg plegen
met de ambassadeur.
* * *
In de vroege morgen van de 17e december worden de
voorbereidingen getroffen voor het tot zinken brengen van de Graf
Spee. Er dient immers rekening gehouden te worden met het feit dat
het schip niet volledig zal kunnen zinken in het ondiepe water.
Bepaalde geheime uitrustingen zullen worden verwijderd. Er dient
eveneens een regeling getroffen voor de bemanning, liefst met als
bestemming Buenos Aires. Eerst wordt gedacht om de bemanning over
te brengen op het Duitse vrachtschip Tacoma dat kan uitvaren naar
Buenos Aires. Langsdorff is echter bevreesd dat het vrachtschip
zou kunnen gepraaid worden door de Engelsen. Daarom zal de bemanning
overstappen binnen de Uruguayaanse territoriale wateren op 2 sleepboten
en een sloep die varen onder de Argentijnse vlag.
De kapitein stelt eveneens zijn vernietigingsteam samen: hijzelf,
Ascher (geschutsofficier), Wattenberg, Klepp (ingenieur), een onderluitenant
en 38 onderofficieren en matrozen.
Aan boord van de Graf Spee worden alle papieren die niet door de
ambassade gewenst zijn, verbrand.
Tussen 14.00 en 16.00 wordt de bemanning overgezet naar de Tacoma.
Langsdorff meldt de Havenmeester dat het schip op tijd (dit is om
18.15) zal uitvaren. Hij krijgt een loods toegewezen. Even vóór
17.00 worden 2 Nazi-kentekens uit de masten gehaald. Daarna worden
de beide ankers gelicht en de Graf Spee komt in beweging. Zowat
15 minuten later volgt de Tacoma.
De Graf Spee vaart uit in de richting van de open zee. Opeens verandert
ze van koers en gaat westwaarts in de richting van Buenos Aires.
Ver gaat het echter niet en even later worden de motoren gestopt.
De laatste matrozen, behalve het vernietigingsteam, gaan van boord.
Dan draait het schip in de richting van de ondergaande zon en loopt
zich vast in een modderbank. Een anker zakt. Rond 20.40 (plaatselijke
tijd) zijn alle springladingen aangebracht en kan het team van boord.
De eerste explosies doen zich voor om 20.54. De Admiral Graf Spee
heeft zichzelf tot zinken gebracht.
* * *
Kap. Langsdorff en zijn bemanning worden ondergebracht
in het Maritieme Arsenaal van Buenos Aires.
De volgende dag krijgt kap. Langsdorff bakken kritiek te verwerken
in de lokale pers, voornamelijk omdat hij niet samen met zijn schip
is ten onder gegaan. De rest van de dag worden besprekingen gevoerd
om te vermijden dat de bemanning zou geïnterneerd worden, in
de plaats van erkend te worden als schipbreukelingen.
Op 19 december beslist de Argentijnse regering de Duitsers niet
te erkennen als schipbreukelingen maar als oorlogvoerende militairen..
Het slechte nieuw bereikt Langsdorff via de Duitse ambassadeur,
Baron von Thermann. Dat betekent dat de officieren in Buenos Aires
mogen blijven op erewoord en dat de rest van de bemanning zal worden
vastgehouden in het binnenland, onder het toezicht van lokale overheden.
In de late namiddag wenst Langsdorff zijn voltallige bemanning te
spreken. Een aandachtige toehoorder kan uit deze laatste toespraak
de intenties van de kapitein afleiden.
Na een laatste onderhoud met enkele hogere officieren schrijft Langsdorff
3 brieven: aan zijn vrouw, aan zijn ouders en aan Baron von Thermann,
waarin hij alleen de volledige verantwoordelijkheid opneemt voor
alle akties en beslissingen. Daarna ontneemt hij zich het leven
met zijn revolver.
In de vroege morgen van 20 december vindt luitenant Dietrich het
lichaam van kapitein Langsdorff, rustend op een vlag van de oude
Keizerlijke Duitse Marine. Hij wordt de volgende namiddag met militaire
eer begraven op het Duitse kerkhof van Buenos Aires.
Verwijzing :
• The drama of Graf Spee and the Battle of the Plate - Sir
Eugen Millington-Drake – 1964 –Franse vertaling Robert
Laffont – 1968 J’ai lu.
• The battle of the River Plate - Dudley Pope - Chatham Publishing
London.