<< Menu  


De Slag bij de Rio de la Plata.

13 tot 17 december 1939.

Nog vóór het uitbreken van de oorlog wordt vermoed dat 1 of meerdere vestzakslagschepen Duitsland hebben verlaten. De Home Fleet gaat op zoek maar vindt niets. Thans is geweten dat de Deutschland (op 24 augustus) en de Admiral Graf Spee (op 21 augustus) zijn uitgevaren en vrij rondvaren op de zeeën, nog voordat de Navy effectief blokkades en patrouilles kan organiseren. Op 3 september ligt de Deutschland, die via de Deense Straat is gevaren, op de loer nabij Groenland. De Graf Spee is ongemerkt de noordelijke Atlantic binnengedrongen en bevindt zich nu ten zuiden van de Azoren. Waarschijnlijk wordt één der raiders begeleid door een hulpschip met brandstof en voedsel. Tot op heden hebben de beide Duitse schepen nog niet toegeslagen. Het Oberkommando der Marine (OKM) heeft hen nochtans klare opdrachten meegegeven: verstoring en vernietiging van de Geallieerde handelsscheepvaart; tenzij absoluut noodzakelijk wordt elk contact met Geallieerde zeestrijdkrachten vermeden; er wordt veelvuldig van positie veranderd binnen de operatiegebieden en men houdt zich steeds op in gebieden van konvooien.

Het bevoorradingsschip van de Graf Spee blijkt de tanker Altmark te zijn; het is een schip van 8.000 BRT, 178 m lang en 22 m breed. Het beschikt over 4 dieselmotoren die samen 21.400 PK kunnen ontwikkelen tot een snelheid van 21 knopen. Net als de Deutschland en de Graf Spee is dit schip reeds in augustus uit Duitsland afgevaren.

* * *

De volgende koopvaardijschepen vallen ten prooi van de oppervlakteraider:

30/9: ter hoogte van Pernambuco wordt de kleine Clement (5.050 BRT, kap. F. Harris) gepraaid en daarna tot zinken gebracht;
5/10: aan de overkant van de Atlantic, ter hoogte van de Afrikaanse Westkust, de Newton Beech (4.651 BRT); deze doet eerst dienst als verblijfruimte voor de gevangen genomen bemanningsleden. Ze wordt op 8 oktober tot zinken gebracht.
7/10: de kleine Ashlea (4.222 BRT, kap. C. Pottinger);
10/10: tussen Ascuncion en Fernando Po de Huntsman (8.196 BRT);
22/10: ter hoogte van Sint Helana, de Trevanion (5.229 BRT, kap. Edwards);
15/11: in de straat van Mozambique wordt de Africa Shell (706 BRT, kap. P. Dove) gekelderd;

Daarop keert de Graf Spee terug naar de Atlantic, waar hij wordt bevoorraad door de Altmark. Vandaar gaat het opnieuw richting Sint-Helena.
2/12: de Doric Star, een cargo van 10.086 BRT (kap. W. Stubbs) eigendom van de Blue Star Line;
3/12: de Tairoa van 7.983 BRT (kap. Starr);
7/12: om aan zijn achtervolgers te ontkomen steekt hij opnieuw de oceaan over en op 900 mijl van Rio de Janeiro keldert hij de kleine cargo Streonshalh (3.895 BRT, kap. J. Robinson).

Teneinde de raider samen met zijn bevoorradingsschip op te sporen zijn tegen 31 oktober 1939 de volgende opsporingsgroepen samengesteld :

Groep
Slagkruiser
Kruiser
Vliegdekschip
Gebied
F
HMS Berwick
HMS York
Noord-Amerika en West-Indië
G
HMS Cumberland
HMS Exeter
Oostkust van Zuid-Amerika
H
HMS Sussex
HMS Shropshire
Kaap de Goede Hoop
I
HMS Cornwall
HMS Dorsetshire
HMS Eagle
Ceylon
J
HMS Malaya
HMS Glorious
Golf van Aden
K
HMS Renown
Neptune ?
HMS Ark Royal
Pernambuco-Freetown
L
Dunkerque
3 Franse - 6inch kruisers
Béarn
Brest
M
Algérie ?
Dupleix ?
N
Strasbourg
HMS Hermes
 
Aanvullende escortes van Noord-Atlantische konvooien :
 
HMS Revenge
HMS Resolution
HMS Warspite
HMS Repulse
HMS Emerald
HMS Enterprise


HMS Furious


De verschillende groepen op 23 november 1939:

  • F: de Berwick: in droogdok te Portsmouth; de York: Bermuda;
  • G: de Cumberland en de Exeter: op patrouille langs Zuid-Amerika;
  • H: de Ajax: Montevideo; de Achilles: Rio de Janeiro;
  • I: de Cornwall en de Eagle: Colombo; de Dorsetshire: Ceylon;
  • J: de Malaya, de Ramillies en de Glorious: Aden;
  • K: de Ark Royal en de Renown: op weg naar Madagascar;
  • L: de Furious en de Repulse: Atlantische konvooien;
  • M: de Kent en de Franse Suffren: op patrouille langs Sumatra;
  • X: de Hermes en 2 Franse kruisers. Deze groep wordt uitgebreid om van 10 tot 13 december tussen Pernambuco en Freetown te patrouilleren. De Franse Vice-admiraal Duplat heeft het bevel over de kruisers Dupleix en Foch, de carrier Hermes en de Franse destroyers Milan en Cassard, aangevuld met de Neptune en haar destroyers.
  • Y: de Strasbourg en de Algérie: op patrouille tussen Pernambuco en Freetown.

Het is de Groep G (op dat ogenblik aangevuld met de Ajax en de Achilles) die op 13 december contact heeft met de raider. De Cumberland bevindt zich voor herstelling in de haven van Port Stanley op de Falklands.

* * *

De opponenten :

Aan Duitse zijde :

De Admiral Graf Spee is een vestzakslagschip uit de scheepswerven van Wilhelmshaven ; te water gelaten op 30 juni 1934 ; als zeewaardig aanvaard in 1936.

  • Bemanning : Kapitän zur See Hans Langsdorff ; 54 officieren en 1050 onderofficieren en matrozen, 24 burgers en 6 Chinezen..
  • Tonnenmaat : 12.500 ton
  • Lengte : 185 m
  • Breedte : 21,60 m
  • Diepgang : 6,5 m (met gelaste romp)
  • Snelheid : 26 knopen – 8 dieselmotoren die een totaal van 58.000 pk kunnen ontwikkelen ; het schip kan mazout indoen voor een afstand van 35.000 km.
  • Bewapening (voornaamste):
  • 6 stukken van 280, gegroepeerd per 3 in 2 geschutstorens, de eerste vooraan en de tweede achteraan ; de 280’s hebben een reikwijdte van 27 km met 2 salvo’s per minuut
  • 8 stukken van 130
  • luchtafweerbatterijen van 130 en 102
  • zware mitrailleurs
  • 2 Arado-watervliegtuigen
  • Rudimentaire radar met een aktieradius van amper 15 km

Aan Britse zijde :

HMS Cumberland (Kent Class zware kruiser)

• gebouwd door Vickers Armstrong, Barrow. Te waterlating op 16 maart 1926.
• Bemanning: 700
• Tonnenmaat: 9.750 standaard en 13.450 geladen
• Afmetingen: 179,83 m x 20,80 m x 4,95 m.
• Snelheid: 31,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8 Admiralty dieselmotoren.
• Bewapening: 4 x dubbele 8inch; 4 x enkele 4inch en 1 watervliegtuig.

HMS Ajax ( Leander Class lichte kruiser)

• Gebouwd door Vickers Armstrong, Barrow. Te waterlating 1 maart 1934.
• Bemanning : kapitein C.H.L. Woodhouse (het schip draagt het teken van commodore Harwood) ; 39 officieren en 554 meesters en matrozen
• Tonnenmaat : 6.985 ton standaard, 8.950 tot 9.200 ton geladen;
• Afmetingen: 159,10 m x 16,99 m x 4,87 m
• Bewapening :
• 4 x dubbele 6inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 6 Admiralty dieselmotoren.
• 2 Fairey Sea Fox-watervliegtuigen

HMS Exeter (York Class zware kruiser)

• Gebouwd door Davenport Dockyard. Te waterlating op 18 juli 1929.
• Bemanning : kapitein F.S. Bell ; 42 officieren en 574 meesters en matrozen
• Tonnenmaat : 8.390 ton standaard en 10.500 ton geladen;
• Afmetingen: 164,59 m x 17,67 m x 5,18 m
• Bewapening :
• 3 x dubbele 8inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8 Admiralty dieselmotoren.
• 2 Vickers Supermarine Walrus-watervliegtuigen

HMS Achilles (Leander Class lichte kruiser)

• Gebouwd door Cammell Laird, Birkenhead. Te waterlating 1 september 1932.
• Bemanning : kapitein W. Parry ; 36 officieren en 541 meesters en matrozen
• Tonnenmaat : 6.800 ton standaard en 10.500 ton geladen;
• Afmetingen: 164,59 m x 17,67 m x 5,18 m
• Bewapening :
• 3 x dubbele 8inch
• 4 x enkele 4inch
• Snelheid : 31 tot 32,5 knopen - 4 Parsons turbines en 8 Admiralty dieselmotoren
• 1 Fairey Sea Fox-watervliegtuig

* * *

Op 24 november 1939 laat de bevelvoerder van de Graf Spee alle officieren vanaf de graad van 1e Lt. samenkomen. Hij meldt hen dat hij besloten heeft om terug te keren naar Duitsland. Op de terugweg zal, in tegenstelling tot de vorige bevelen, mogelijk contact gezocht worden met Geallieerde zeestrijdkrachten.

Waarom terugkeren ?? Sinds zijn vertrek heeft de Graf Spee zowat 30.000 zeemijlen gevaren en het schip begint sporen van slijtage te vertonen. Het moet absoluut op droogdok.

Op 26 november houdt de Graf Spee halt in volle zee, ter hoogte van de Steenbokskeerkring. De bemanning brengt extra camouflage aan, op het voorsteven een valse geschutstoren, een tweede valse schouw en de kiel wordt herschilderd in “Navy-grijs”.

Rond de middag van de 6e december is er een laatste rendez-vous met de Altmark. De meeste Britse gevangen zeelieden stappen over op de tanker. Het slagschip neemt een voorraad aan boord waarmee kan toegekomen worden tot februari 1940. Het heeft zich ontdaan van de valse geschutstoren en de schouw. Bij het ochtendgloren van de 13e december bevindt de Graf Spee zich op 34° en 27’ Z en 49° 55’ W. Op 34° 34’ Z en 49° 17’ W wachten hem 3 Britse kruisers op.

* * *

Rond 06.10 bemerkt een uitkijk van de Ajax een rookpluim aan de einder en haalt er Kap. Woodhouse bij. Even later verschijnt Commodore Harwood eveneens op de brug en beveelt hij dat de Exeter onmiddellijk de identiteit van het schip moet uitzoeken. Een uitkijk brengt echter reeds het antwoord, het is een vestzakslagschip. Aan boord van de Achilles komt men tot dezelfde vaststelling.

Op de 3 schepen is groot alarm geslagen en worden de gevechtsposten ingenomen. De Exeter maakt zich los uit de lijnformatie, terwijl de Ajax en de Achilles enkele kabellengtes uit elkaar gaan varen.

De zeeslag begint om 06.17 met een eerste salvo van de Graf Spee op de Exeter. Rond 06.21 wordt haar voordek geraakt. Twee minuten later vuurt de Exeter terug. De Achilles opent het vuur om 06.22, de Ajax om 06.23. Om 06.34 zwenkt de Exeter scherp af na enkele directe inslagen (enkel Toren Y vuurt nog). Het schip is niet meer onder controle.

Rond 06.37 hult de Graf Spee zich in een rookgordijn en vaart ze een zig-zagkoers om aan de Britse salvo’s te ontkomen.

Het gevecht wordt afgebroken rond 7u.40. De Graf Spee heeft ongeveer 15 zware inslagen geïncasseerd. De Duitser probeert ontegensprekelijk te ontkomen aan de Engelsen.

De lichtgeraakte Achilles en de Ajax (met haar X- en Y geschutstorens buiten aktie) zetten de achtervolging in ; de zwaargeraakte Exeter vaart op 18 knopen naar de Falklands.
In de late namiddag bereikt de Graf Spee de baai van de Rio de la Plata. Om 18.52 bemerken de uitkijken van de Ajax dat de Graf Spee naar stuurboord afzwenkt en de achterste geschutstoren in haar richting draait. Meteen begint de Ajax te zigzaggen. Om 19.13 vuurt de Duitser een eerste salvo, gevolgd door een tweede, maar zonder succes. De Graf Spee herneemt haar originele koers. Bij het invallen van de duisternis is de Uruguayaanse kust in zicht. De Achilles poogt dichterbij te sluipen, maar om 20.55 vuurt de Graf Spee 3 salvo’s naar het Engelse schip, dat repliceert met 5 salvo’s. Gedurende het komende uur zal de Duitser de Achilles nog drie keer bestoken.

De Graf Spee vaart ten noorden van de Engelse Bank en gaat voor anker in Montevideo om 00.50.
‘s Morgens is het een drukte van jewelste op het Duitse schip. Elke beschikbare man is bezig met herstellingen, de lijken van de 37 gesneuvelden worden afgelegd om te begraven en de 57 gewonden kunnen aan land voor verzorging.

Inmiddels heeft Langsdorff rechtstreeks contact opgenomen met Berlijn. Daarnaast wordt hij bijgestaan door de Duitse Marineattaché te Buenos Aires en door de Duitse ambassadeur te Montevideo, Dr. Otto Langmann. Deze wijst Langsdorff er op dat hij beter Buenos Aires had aangedaan, vanwege de betere diplomatieke relaties tussen de Duitse en de Argentijnse regeringen. Hij vreest dat de Britse en de Franse regeringen Uruguay er toe zullen dwingen om de Graf Spee niet langer dan de bij het Internationale Recht voorziene 72 uur toe te laten. In feite is de Britse regering op dat ogenblik aan het “lobbyen” om slechts 24 uur toe te staan.

Aan boord van de Graf Spee wordt een gedetailleerde lijst aangemaakt van de opgelopen schade. Op basis hiervan wordt een herstellingsduur van minimaal 14 dagen vooropgesteld. Langsdorff meldt dat aan Langmann. Deze bevindt zich in een moeilijke situatie. Enerzijds de noodzakelijke tijd bekomen voor de herstellingen, maar anderzijds toont dit tegenover de Engelsen de ernst aan van de opgelopen schade. Uiteindelijk wordt een nota opgemaakt ten behoeve van de Uruguayaanse minister van Buitenlandse Zaken, Dr. Guani, met een officiële vraag voor een verblijf van 14 dagen.
Langmann en de Marineattaché zullen dat voorstel gaan verdedigen bij Dr. Guani. Er wordt overeengekomen dat diezelfde namiddag een Uruguayaanse technische commissie aan boord van de Graf Spee zal gaan. De commissie gaat akkoord met een aantal hoogstnoodzakelijke reparaties, maar geeft nog geen termijn vrij.

Ondertussen begint de Britse diplomatieke druk toe te nemen. De Admiralty en het Foreign Office sturen hun instructies door naar Sir Eugen Millington-Drake, de Britse gezant in Montevideo. Al is de Graf Spee zeewaardig of niet, er worden geen herstellingen toegestaan en het schip mag bovendien maximaal 24 uur in de haven verblijven of het wordt geïnterneerd. Als dat niet lukt, is het aan te raden om het schip 4 tot 5 dagen in de haven te houden, tot alle Britse versterkingen ter plaatse zijn.

Rond 22.00.komt de Cumberland eveneens aan in het estuarium. Commodore Harwood laat haar meteen patrouilleren tussen de Rouen Bank en de Engelse Bank. De Ajax bevindt zich ten zuiden, de Achilles ten noorden.

* * *

De volgende dag, 15 december, gaat de begrafenis door van de gesneuvelde Duitse matrozen, op een begraafplaats buiten Montevideo. Langsdorff, in een volledig wit uniform, spreekt een korte grafrede uit, maar weigert daarna de Nazigroet te brengen. Hij eert zijn mannen met de hand aan de boord van zijn kepi.

Later op de dag komen verschillende alarmerende berichten binnen, zoals de nakende komst van de Ark Royal en de Renown. De aanwezigheid van de Cumberland wordt bevestigd.
Op hetzelfde ogenblik wordt aan de Duitse ambassadeur medegedeeld dat de Uruguayaanse regering besloten heeft om de Graf Spee 72 uur te gunnen. Een verlenging van deze termijn is uitgesloten.

‘s Anderendaags stuurt Langsdorff een nota met een vraag tot instructies aan het Oberkommando der Marine, hierbij voluit gesteund door Dr. Langmann.

  • de Renown en de Ark Royal alsmede verscheidene andere kruisers en destroyers bevinden zich vóór Montevideo. Een blokkade wordt onvermijdelijk. Een doorbraak naar open zee en een terugvaart naar Duitsland lijken uitgesloten.
  • uitvaren en een poging van doorbraak met de resterende munitie naar Buenos Aires.
  • indien de doorbraakpoging mislukt wordt de toelating gevraagd om het schip te laten zinken (ondanks de ondiepe wateren van de Plata) of het te laten interneren.

In Berlijn is Ribbentrop absoluut niet gediend met deze gang van zaken. Nochtans kunnen de Duitsers juridisch weinig inbrengen tegen de beslissing van de Uruguayaanse regering. Ze heeft zich gesteund op de bepalingen van de Conventie van Havanna van 1928 en vooral de Conventie van Den Haag van 1907. Meer bepaald gaat het om de volgende artikelen:

  • Artikel XI: het is oorlogvoerende schepen verboden, tenzij anderluidende wetgeving in het betrokken land, om langer dan 24 u. in de territoriale wateren van een neutraal land te verblijven;
  • Artikel XIII: het neutrale land betekent aan het oorlogsschip de eis van dit land om binnen de 24 u. zijn territoriale wateren te verlaten;
  • Artikel XIV: het is een oorlogvoerend schip verboden deze termijn te verlengen, tenzij in geval van schade of slecht weer; de Conventie van Havanna erkent echter geen schade opgelopen door oorlogsakties.
  • Artikel XVIII: oorlogvoerende schepen kunnen enkel hersteld worden om hen opnieuw zeewaardig te maken, niet om hen gevechtsklaar te maken.

De Duitsers krijgen dus 72 u. bovenop de reeds toegestane 24 u.
In Berlijn brengt Admiraal Raeder Hitler op de hoogte van de situatie. Zijn eveneens aanwezig: Jodl, Stafchef van het OKH en von Puttkamer, stafmedewerker van Raeder. Bij Radiogram 1347/16 wordt de beslissing doorgeseind aan de Graf Spee:
1. proberen om de verblijftermijn in Montevideo zo lang mogelijk te rekken;
2. goedkeuring voor een doorbraakpoging naar Buenos Aires;
3. indien deze poging mislukt, goedkeuring voor de vernietiging van het schip. Onder geen enkel beding een internering toestaan.

De Havenmeester van Montevideo brengt Kap. Langsdorff op de hoogte dat een Brits stoomschip de haven heeft verlaten om 18.15. Dat betekent de de Graf Spee niet eerder mag uitvaren dan 24 u. later, dus vanaf 18.15 van de 17e december, maar vóór 20.00, want dan verstrijkt de toegestane termijn. Hierop roept de kapitein een meeting bijeen waaraan 4 officieren deelnemen, waaronder Kay en Wattenberg. De verschillende mogelijkheden worden overlopen. Een doorbraak forceren naar de open zee en proberen Duitsland te bereiken is uitgesloten, gezien de algemene toestand van het schip. Een doorbraak naar Buenos Aires wordt eveneens uitgesloten ingevolge het te grote risico van vastlopen in de ondiepe wateren van de Plata. Daarbij komt nog het risico van vervuiling van de koelinstallaties van de motoren met de modder uit de rivier. Dus blijft nog enkel het zelf tot zinken brengen van het schip. Langsdorff zal hierover nog overleg plegen met de ambassadeur.

* * *

In de vroege morgen van de 17e december worden de voorbereidingen getroffen voor het tot zinken brengen van de Graf Spee. Er dient immers rekening gehouden te worden met het feit dat het schip niet volledig zal kunnen zinken in het ondiepe water. Bepaalde geheime uitrustingen zullen worden verwijderd. Er dient eveneens een regeling getroffen voor de bemanning, liefst met als bestemming Buenos Aires. Eerst wordt gedacht om de bemanning over te brengen op het Duitse vrachtschip Tacoma dat kan uitvaren naar Buenos Aires. Langsdorff is echter bevreesd dat het vrachtschip zou kunnen gepraaid worden door de Engelsen. Daarom zal de bemanning overstappen binnen de Uruguayaanse territoriale wateren op 2 sleepboten en een sloep die varen onder de Argentijnse vlag.

De kapitein stelt eveneens zijn vernietigingsteam samen: hijzelf, Ascher (geschutsofficier), Wattenberg, Klepp (ingenieur), een onderluitenant en 38 onderofficieren en matrozen.
Aan boord van de Graf Spee worden alle papieren die niet door de ambassade gewenst zijn, verbrand.

Tussen 14.00 en 16.00 wordt de bemanning overgezet naar de Tacoma. Langsdorff meldt de Havenmeester dat het schip op tijd (dit is om 18.15) zal uitvaren. Hij krijgt een loods toegewezen. Even vóór 17.00 worden 2 Nazi-kentekens uit de masten gehaald. Daarna worden de beide ankers gelicht en de Graf Spee komt in beweging. Zowat 15 minuten later volgt de Tacoma.

De Graf Spee vaart uit in de richting van de open zee. Opeens verandert ze van koers en gaat westwaarts in de richting van Buenos Aires. Ver gaat het echter niet en even later worden de motoren gestopt. De laatste matrozen, behalve het vernietigingsteam, gaan van boord. Dan draait het schip in de richting van de ondergaande zon en loopt zich vast in een modderbank. Een anker zakt. Rond 20.40 (plaatselijke tijd) zijn alle springladingen aangebracht en kan het team van boord. De eerste explosies doen zich voor om 20.54. De Admiral Graf Spee heeft zichzelf tot zinken gebracht.

* * *

Kap. Langsdorff en zijn bemanning worden ondergebracht in het Maritieme Arsenaal van Buenos Aires.
De volgende dag krijgt kap. Langsdorff bakken kritiek te verwerken in de lokale pers, voornamelijk omdat hij niet samen met zijn schip is ten onder gegaan. De rest van de dag worden besprekingen gevoerd om te vermijden dat de bemanning zou geïnterneerd worden, in de plaats van erkend te worden als schipbreukelingen.

Op 19 december beslist de Argentijnse regering de Duitsers niet te erkennen als schipbreukelingen maar als oorlogvoerende militairen.. Het slechte nieuw bereikt Langsdorff via de Duitse ambassadeur, Baron von Thermann. Dat betekent dat de officieren in Buenos Aires mogen blijven op erewoord en dat de rest van de bemanning zal worden vastgehouden in het binnenland, onder het toezicht van lokale overheden. In de late namiddag wenst Langsdorff zijn voltallige bemanning te spreken. Een aandachtige toehoorder kan uit deze laatste toespraak de intenties van de kapitein afleiden.

Na een laatste onderhoud met enkele hogere officieren schrijft Langsdorff 3 brieven: aan zijn vrouw, aan zijn ouders en aan Baron von Thermann, waarin hij alleen de volledige verantwoordelijkheid opneemt voor alle akties en beslissingen. Daarna ontneemt hij zich het leven met zijn revolver.

In de vroege morgen van 20 december vindt luitenant Dietrich het lichaam van kapitein Langsdorff, rustend op een vlag van de oude Keizerlijke Duitse Marine. Hij wordt de volgende namiddag met militaire eer begraven op het Duitse kerkhof van Buenos Aires.

Verwijzing :
• The drama of Graf Spee and the Battle of the Plate - Sir Eugen Millington-Drake – 1964 –Franse vertaling Robert Laffont – 1968 J’ai lu.
• The battle of the River Plate - Dudley Pope - Chatham Publishing London.


<< Terug naar 'De Oorlog op de Wereldzeeën'.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.