<< Menu  


Operatie Overlord: de uitbraak en het slagveld
Het Normandische slagveld

De geallieerden hadden Normandië voornamelijk gekozen vanwege de stranden en deze keuzen hield onvermijdelijk in dat de plannenmakers genoegen moesten nemen met het terrein achter de stranden zoals het daar lag. De vlakte van Caen tot Falaise, die zich voor het Britse 2de leger uitstrekte, bestond uit golvende akkers en weiden. Het was een open droog en stevig terrein, ideaal voor acties met tanks. Het nadeel was dat de Duitsers dit wisten en er alles aan deden om de geallieerden er vandaan te houden. Het Duitse opperbevel concentreerde de sterkste divisies en het grootste deel van de beschikbare pantsertroepen, in totaal 7,5 divisie, tegen eind juni rond Caen en bereidde zich voor op een zware strijd om deze belangrijke stad te behouden. Terwijl de Duitsers tegen de Britten 150 zware tanks (voornamelijk "Tigers" en "King Tigers") (1) en 250 middelzware tanks inzetten, gebruikten ze voor de verdediging tegen de Amerikanen in de gebieden van het 5de en 7de korps slechts 50 middelzware tanks en 26 "Panthers", een aantal dat overeen kwam met een halve tankdivisie. De reden hiervoor was dat de Amerikanen, zodra ze geland waren en oprukten, door makkelijk te verdedigen gebied moesten gaan.
De manier waarop de Franse boeren van oudsher hun land hadden afgezet, vergrootte de problemen voor de Amerikanen. Het hele aanvalsgebied van het eerste leger stond bekend als de Bocage, een algemene benaming voor Normandisch heggelandschap. De heggen, gewoonlijk half kleiwal half heg, deden dienst als omheining die het land in afzonderlijke velden verdeelden. De aarden wallen rond deze stukjes land varieerden in breedte van 30 cm tot 120 cm en in hoogte van 90 cm tot 350 cm. De wallen werden bekroond door een dichte begroeiing van doornstruiken, bramen, bomen en wijn ranken waardoor het geheel soms meer dan 4,5 meter hoog kon worden. De onregelmatige verdeelde stukken land waren zelden meer dan 180 meter breed en 360 meter lang. Er liepen panden langs, vaak in de vorm van een verzonken landweggetje, van waar de boer via openingen in de heg met zijn materieel het land op kon. Dergelijk terrein gaf de verdediger een enorm tactisch voordeel.
Elk stuk land was in feite een aarden vesting en omdat de verschillende stukken land met elkaar worden verbonden, was het mogelijk een uitgebreide en goed georganiseerde verdediging op te zetten. Antitankgeschut kon de tunnelachtige wegen gemakkelijk bestrijken, zodat de Amerikanen al heel snel schade opliepen. Het was geen goede oplossing om met een tank over de heggen heen te rijden, omdat de relatief onbeschermde onderkant van de tank een gemakkelijk doelwit vormde zodra ze tegen de wallen op klommen. Artillerievuur haalde ook niets uit vanwege de dichte plantengroei die het zicht belemmerde en het schootsveld verkleinde. De doeltreffendheid van de artillerie werd bovendien nog verminderd omdat de aarden wallen een goede bescherming boden tegen inslaande granaten. Omdat manoeuvreren in de Bocage zeer moeilijk was verloren de Amerikanen het belangrijkste voordeel; mobiliteit. Oorlog voeren op zulk terrein leek veel op een knokpartij in een café. Het enige voordeel dat de Duitsers hadden was de reikwijdte van hun kanonnen. De Amerikanen vonden uiteindelijk een oplossing voor het mobiliteitsprobleem. Curtis G Cullin Jr. een sergeant in het 102de Cavalery Reconnaizsance Squadron, monteerde zeisvormige stukken staal aan de voorkant van een tank. Met behulp van dit hulpstuk lukte het de tank met geweld door een wal heen te breken. Hij sleurde als camouflage wat aarde en planten mee en reed vurend het weiland op. Hierdoor werd het probleem opgelost (2).


(1) Meer informatie over de Duitse tanks, de Panther, Tiger e.d., is te vinden in bijlage 3.
(2) De hier beschreven tank valt onder de vele Funnies die de geallieerde gebruikten tegen de Duitse verdediger (zie ook bijlage 4).

Verslag/artikel door:
Jeroen Koppes
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.