Operatie Overlord:
de verdediging en luchtlandingen De Duitse verdediging; stranden
Het Duitse opperbevel kampte met een tekort aan manschappen
en probeerde dit te verhelpen met het bouwen van bunkers voor meerdere
doeleinden. Deze bouw zou de Atlantik Wall, gaan heten omdat het
van Noord-Holland naar Spanje liep. De plannen om een groot aantal
versterkte posities, bunkers, artilleriestukken, luchtafweergeschut,
versperringen en barrières vlak langs de kust te bouwen,
waren eind 1941 al gereed. Zoals eerder bij de bouw van soortgelijke
installaties in Noorwegen werden in de daaropvolgende maanden en
jaren honderdduizenden buitenlandse en Duitse arbeidskrachten ingezet
om de Atlantik Wall te bouwen. De arbeidskrachten stonden onder
toezicht van "Organisatie Todt".
Ze gingen als volgt te werk:
Het versterken van de Frans-Belgische kustlijn.
Het versterken van alle sectoren langs het kanaal en
de kanaal-kust.
De snelheid waarmee werd gebouwd, was indrukwekkend. Op
de dag van de invasie waren 12.247 van 15.000 oorspronkelijk geplande
verdedigingswerken klaar (plus 943 aan de Middellandse zeekust)
en op de verschillende stranden waren 500.000 versperringen gebouwd
en 6,5 miljoen mijnen gelegd. Dit was grotendeels te danken aan
veldmaarschalk Rommel die
er alles aan deed om de kust te veranderen in één
grote versperring.
Er was een klein probleem; evenals de andere Duitse legerleiders
was Rommel er van overtuigd
dat de landing zou plaatsvinden bij het Nauw van Calais, met als
gevolg dat hij dit gebied, waar het 15de leger was gestationeerd,
het zwaarst liet versterken. Op de plaats waar de geallieerden in
werkelijkheid landden, tegenover het 7de leger, was de verdediging
zwakker. Er deden zich nog meer problemen voor, vooral met het kustgeschut,
dat een groot bereik over zee moest hebben. Van de geplande tweede
verdedigingslinie, die 20 tot 30 kilometer landinwaarts was aangebracht,
was slechts een deel klaar. Verder had het versterken van de haven
van Cherbourg, Saint-Malo, Brest, Lorient en Saint-Nazaire enorm
veel mankracht en materieel opgeslokt, omdat de Duitsers dachten
dat de geallieerden dicht bij de grote havens zouden landen. De
Duitsers hadden verder landinwaarts verschillende divisies opgesteld,
maar het Duitse opperbevel liet een aantal divisies terugtrekken,
met als gevolg dat de overgebleven divisies 2x zoveel werk moesten
doen. Zo kwam het voor dat 1 divisie moest luisteren naar 4 opperbevelhebbers.
De hindernissen op het strand waren een groot probleem voor de geallieerden
op D-day. De Duitse arbeiders hadden grote aantallen verschillende
hindernissen opgebouwd, om het de geallieerden moeilijk te maken
te landen. Deze hindernissen waren weliswaar primitief en plaatsen
ervan was erg arbeidsintensief, maar deze strandversperringen waren
goedkoop, gemakkelijk te maken en zeer effectief. Deze hindernissen
waren zo gebouwd dat ze bij vloed geheel onder water waren en pas
bij eb zichtbaar.
De opbouw van de verdedigingslinie was als volgt: het dichtst bij de zee
stond een rij grote houten palen, gericht op zee en voorzien van mijnen.
Deze hadden de bedoeling om bij vloed aankomende landingsvaartuigen te
laten zinken, voor ze het strand hadden bereikt. De volgende rij houten
obstakels stonden verder op het strand. Deze wezen landinwaarts en waren
voorzien van mijnen. Deze hadden de bedoeling om landingsvaartuigen die
zich voor eb terugtrokken te doorboren. Nog verder het strand op lagen
stalen obstakels, die door de geallieerden werden aangeduid als hedgehogs
(stekelvarkens) deze 1,5 meter hoge constructies waren ontworpen om landingsvaartuigen
en tanks tegen te houden. Deze versperringen lagen doorgaans ook nog midden
in grote mijnen velden. Mijnen werden bovendien ook gebruikt op verschillende
soorten mijnenvlotten, goed doordachte constructies die bedoeld waren
om landingsvaartuigen al ver uit de kust op te blazen. Op het land en
in de duinen hadden de Duitsers verschillende soorten bunkers gebouwd,
waarin ze in goed beschermde onderkomens op de geallieerde invasievloot
vuurden. Achter deze verdedigingswerken, verder landinwaarts, stonden
de verschillende divisies van het leger al klaar om met de doorgebroken
vijand af te rekenen. Maar in Normandië waren deze divisies erg zwak
doordat de Duitse legerleiding dacht dat de invasie zou plaatsvinden rond
de grote havens of in het Nauw van Calais. De divisies die overbleven
waren: