de 1e Jacht Vliegtuigafdeling (Ja.V.A.)
- Kap. H. Schmidt Crans - vliegpark De Kooy - 11 Fokker D.XXI
de 2e.Ja.V.A. - Kap. P. Janssens - vliegpark
Schiphol - 9 Fokker D.XXI
de 3e.Ja.V.A - Kap. J. Scholtmeijer - vliegpark
Waalhaven - 11 Fokker G.1A
de 4e.Ja.V.A - Kap. T. Lamers - vliegpark
Bergen - 12 Fokker G.1A
2e Luchtvaartregiment
(Lt.Kol. J.H. Sar):
de 1e Verkenningsgroep (Ver.gr.) - Maj.
H. van der Zanden - vliegpark Middenmeer/Hilversum - 4 Fokker
C.V, 4 Koolhoven FK-51 en 1 Fokker C.X
de 2e Ver.gr. - Kap. H. Lambert - vliegpark
Ypenburg - 7 Fokker C.V en 5 Koolhoven FK-51
de 3e Ver.gr. - Maj. F. Raland - vliegpark
Noordwijkerhout/Ruigenhoek - 9 Fokker C.V en 4 Koolhoven FK-51
de 4e Ver.gr. - Kap. de Ruyter van Stevenink
- vliegpark Gilze-Rijen - 7 Fokker C.V en 3 Koolhoven FK-51
de 1e.Ja.V.A (Jachtgroep Veldleger) - Lt.
Ruijs de Perez - veldpark Ypenburg - 8 Fokker D.XXI
de 3e.Ja.V.A (Jachtgroep Veldleger) - 1e
Lt. J. Bach - veldpark Ypenburg - 11 Douglas DB-8 A3N.
Het landleger.
De Opperbevelhebber van de Land- en Zeestrijdkrachten
is Lt.Gen. H.G. Winkelman. De bevelvoering over het gehele verdedigingssysteem
van de Ijssellinie, de Grebbelinie, de Betuwestelling en de Waal-Lingestelling
is in handen van de Commandant Veldleger, Lt.Gen. J.J.G. Baron van
Voorst tot Voorst (hoofdkwartier Zeist). Hij staat onder het rechtstreekse
commando van Lt.Gen. Winkelman.
I. Legerkorps (Gen.Maj.
N.T. Carstens) - het vormt de tactische reserve van de Opperbevelhebber
der Land- en Zeestrijdkrachten (OLZ). Het is gelegerd in de Vesting
Holland, rond Den Haag, Leiden, Haarlem en in het Westland. Het
bestaat uit de 1e en de 3e.Divisie.
1e.Divisie (Kol. W.F.K. Bisschoff van Heemskerck):
3e.Reg.Grenadiers (Maj. J.K. de Visser) voor het Commando Luchtverdediging
(Vliegpark Ypenburg), 3e.Reg. Jagers voor het Vliegpark Waalhaven,
4e.R.I. (Lt.Kol. H.D. Buurman), 2e. R.A., 3e.Cie. Luchtdoelmitrailleurs
voor de Luchtverdedigingskring Rotterdam/’s Gravenhage, 4e.Cie.
Luchtdoellitrailleurs voor de Stelling Den Helder, 1e.PionierCie.
(minus 1 sectie) voor de Groep Merwede; deze sectie wordt toegewezen
aan de Groep Nieuwersluis.
3e Divisie (Kol. L.H. Kraak): 1e R.I., 9e R.I., 12e
R.I., 6e R.A.
II. Legerkorps (Gen.Maj.
J. Harberts) - het staat in voor de verdediging van de Grebbeberg.
Het bestaat uit de 2e en 4e.Divisie.
2e Divisie (Kol. J.S.Barbas): 10e R.I. (Lt.Kol. P.J. van den Briel),
15e R.I., 22e R.I.( Lt.Kol. J.F. de Ridder), 4e R.A.
4e Divisie (Kol. A.A.M. van Loon): 8e R.I. (Lt.Kol. W.F. Hennink),
19e R.I., 8e R.A.
III. Legerkorps (Gen.Maj.
A.A. van Nijnatten) - het is gelegerd in de provincie Noord-Brabant
en staat in voor de verdediging van de Vesting Holland. Het bestaat
uit de 5e en 6e Divisie, het 2e RHM (Lt.Kol. A.J.E. Mathon). Daarnaast
krijgt het de Lichte Divisie (Kol. H.C. van der Bijl), de Peeldivisie
(Kol. L.J. Schmidt) en het 3e (Maj. A.G.C. Reijers) en 6e Grensbataljon
(Maj. J. Hendriksz) toegewezen.
5e Divisie: 2e R.I., 13e R.I., 17e R.I., 3e R.A.
6e Divisie: 3e R.I., 6e R.I., 14e R.I., 7e R.A.
Lichte Divisie: 1e R.W(ielrijders), 2e R.W. (Lt.Kol. Mijsberg),
3e R.Huzaren-motorrijders (RHM), Reg. Gemotoriseerde Artillerie.
Peeldivisie: deze divisie is geen reguliere divisie; ze is gevormd
met de specifieke verdedigingstaak van de Maas en de Peel-Raamstelling.
Ze is niet opgesplitst in een divisionele structuur, maar in 5 sectoren
of vakken. Er zijn 3 linies voorzien, elk met een specifieke taak:
• de 1e lijn bevindt zich langs de Nederlands-Duitse grens.
Er zijn een aantal grensposten voorzien. De grenswachters melden
de Duitse grensoverschrijdingen, zorgen voor de afgesproken vernietigingen
en versperringen en trekken terug tot aan de Maas.
• de 2e lijn wordt gevormd door de Maas. Hier voeren de manschappen
vertragingsakties uit.
• de 3e lijn is de Peel-Raamstelling, waar het gros van de
divisie zich bevindt.
De verschillende vakken:
• vak Schaijk (Res.Lt.Kol. J. Detmar): ten zuiden van Nijmegen
en ten zuiden van Gennep - 2/29R.I., III/14.R.I., I/6.R.I. (Maj.
A.J.M. Allard), I/3.R.I. (Maj. A. Netze), 2/26.R.I., 3/20.R.A.;
• vak Erp: ten zuiden van Gennep en ten zuiden van Vierlingsbeek
- 2/2.R.I., 2/17.R.I., 1/13.R.I., 15.Grenbataljon, 2/20.R.A.;
• vak Bakel: ten zuiden van Vierlingsbeek en ten noorden van
Venlo - 1/27.R.I., 2/27.R.I., 3/27.R.I., 1/41.R.I., 3/26.R.I.;
• vak Asten: ten noorden van Venlo en ten noorden van Roermond
- 2/30.R.I., 3/30.R.I., 2.Grensbataljon, 3/41.R.I.;
• vak Weert: ten noorden van Roermond en ten zuiden van Wessem
- 1/30.R.I., 4.Grensbataljon, 2/41.R.I., 17.Grensbataljon, 1/20.R.A.
IV. Legerkorps (Gen.Maj.
A.R. van den Bent) - het staat in voor de verdediging van de Eemvallei
en de Grebbelinie. Het bestaat uit de 7e en 8e Divisie. Daarnaast
krijgt het 2 cavalerieregimenten toegewezen, namelijk het 1e en
5e Regiment Huzaren.
7e Divisie: 7e R.I., 18e R.I., 1e R.A.
8e Divisie: 5e R.I., 16e R.I., 21e R.I., 5e R.A.
Brigade A (Kol. J.
van Voorthuizen) - 44e.R.I., 46e.R.I., Groep Betuwe (8e Grensbataljon
en III/43.R.I.) Brigade B (Kol. J.C.C. Nijland) -
24e.R.I., 29e.R.I., 16e.R.A., Groep Maas-Waal (I/26.R.I. en 11e
Grensbataljon) Brigade G (Gen.Maj. G. Dames) - 25e.R.I.,
32e.R.I. Vesting Holland (Lt.Gen. Van Andel)
- is opgedeeld in 3 fronten: het Westfront, het Oostfront en het
Zuidfront, dat op zijn beurt uitgesplitst is in een Groep Spui en
een Groep Kil. Onder het commando van de Vesting Holland valt eveneens
de Ijsselmeer-flottila.
Ijsselmeer-flottila: de kannoneerboot Friso,
de rivierkannoneerboot Hefring en de motorboten Sija, Argri, Zeemeeuw,
Tema, Oranje, Nelly, Albatros en Adwill.
Oostfront: Groep Merwede: 23e.R.I., 13e.R.A.,
1 bataljon 24e.R.A., 1 bataljon 27e.R.A. - Groep Lek: II/32.R.I.
en verschillende Marine-eenheden - Groep Utrecht: II/25.R.I. -
Groep Nieuwersluis: III/31.R.I. - Groep Naarden: de rest van het
31e.R.I.
Westfront: de Groep Alkmaar, de Groep Haarlem,
de Marinepositie Ijmuiden met het III/42.R.I. en het 10e Grensbataljon,
de Groep Leiden, de Groep ‘s Gravenhage, de Marinepositie
Hoek van Holland met het 39e R.I., de 4e Innundatie-afdeling.
Zuidfront: zoals hierboven reeds gezien
bestaat dit front uit de Groep Spui en de Groep Kil; Groep Spui:
het Vak Hellevoetsluis met het I/39.R.I., het Vak Numansdorp met
het 34e R.I., de Vesting Willemstad en het 14e R.A.; Groep Kil:
het Vak Strijen met het 28e R.I., het Vak Wieldrecht met de 1/28.R.I.,
het bruggenhoofd Moerdijk, het III/34.R.I., het 23e R.A. en de
artilleriebatterij Prinsenheuvel.
Commando Zeeland Schout-bij-nacht
H.J. van der Stad): het 38e R.I., het 40e R.I. (Res.Lt.Kol. P.L.R.
van der Drift), 1 bataljon van het 1e R.Marine-infanterie en het
17e R.A.
Het zwaartepunt van de verdediging ligt op Zuid-Beveland en Walcheren.
Er zijn 2 stellingen voorzien: de Bathstelling en de Zanddijkstelling.
De eerste is eerder een voorpostenstelling, gelegen nabij het voormalige
fort Bath en bestaat uit een 12-tal kazematten, een tankgracht en
overstroomd gebied. De stelling is bemand door het 14e GB (Maj.
F.G. Triebel). Een terugtocht op de 2e stelling kan enkel mits de
toelating van het Commando Zeeland of de commandant van het 38e
RI.
De Zanddijkstelling ligt tussen Hansweert en Yerseke
en vormt de hoofdverdediging. Er zijn slechts 5 dijken als toegangswegen.
De positie is verdeeld in 3 vakken: het noordelijke vak wordt verdedigd
door het III/38.RI (Maj. U.C.C. Noordenbos), het middenvak door
het III/40.RI (Res.Maj. H.F.L. Krämer) en het zuidelijke door
het I/40.RI (Res.Kap. A. de Wit). Het algemeen commando van de stelling
komt aan de commandant van het 40e RI. De overige Zeeuwse eilanden
worden praktisch niet verdedigd. Op Tholen ligt een detachement
van het I/38.RI, dat eveneens instaat voor de flankverdediging van
de Zanddijkstelling. Op Schouwen-Duiveland wordt het vliegveld Haamstede
bewaakt door bewakingstroepen en een batterij luchtdoelgeschut.
In Zeeuws-Vlaanderen zijn nog het II/38.RI en het II/40.RI en de
14e en 38e Reservecie’s gelegerd.
* * *
Door de stricte neutraliteit (sinds 1839 !!) waaraan
de verschillende Nederlandse regeringen zich houden, beschikt het
Leger aan de vooravond van de oorlog over weinig middelen. De aankoop
van modern materiaal is zwaar verwaarloosd.
Het Nederlandse Leger heeft niet de capaciteiten
om alle grenzen te bewaken; het Opperbevel kiest daarom voor een
verdediging in het centrum van het land, de zogenaamde Vesting Holland.
Dit is het gebied achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het Hollands
Diep en de Haringvliet, wat overeenkomt met de beide provincies
Holland en het westelijk deel van de provincie Utrecht. In feite
is het verdedigingsgebied nog beperkter, wetende dat het noordfront
van de Vesting dwars door Noord-Holland loopt, over een lijn Ijmuiden-Edam.
Dat gebied wordt echter pas bezet wanneer de Afsluitdijk of het
Ijsselmeer gepasseerd worden. Dan kan ook het voorterrein overstroomd
worden. De toegang over de Afsluitdijk wordt gecontroleerd door
2 moderne stellingen bij de sluizencomplexen van Kornwederzand en
Den Oever. De Koninklijke Marine bewaakt het Ijsselmeer.
De Waterlinie vormt de historische verdedigingslijn
van de Vesting Holland. Ze loopt vanaf het Ijsselmeer nabij Weesp
over de Loosdrechtse Plassen, langs de oostrand van Utrecht, over
Jutphaas, Leerdam en Gorkum tot de Biesbosch. Daar gaat de Waterlinie
over in het Zuidfront van de Vesting Holland. De breedte van het
Hollands Diep en de Haringvliet vormen een belangrijke natuurlijke
hindernis. De enige toegangsweg vormen de beide Moerdijkbruggen.
Het is langs deze bruggen dat eventuele Franse hulp moet komen.
Ze worden dus vanzelfsprekend extra beschermd met betonnen constructies,
anti-tankgeschut en zware mitrailleurs.
Het Nederlandse Opperbevel is evenwel niet zinnens
om zijn troepen onmiddellijk te laten terugvallen op de Vesting
Holland. Het veldleger wordt eerst opgesteld langs enkele meer oostelijk
gelegen verdedigingslinies: de Grebbelinie, de Betuwestelling, de
Maas-Waalstelling en de Peel-Raamstelling. De Grebbelinie volgt
ongeveer de oostelijke grens van de provincie Utrecht. Ze gaat over
in de Betuwe, om aan te sluiten bij de Peel-Raamstelling via het
Land van Maas en Waal. De Peel-Raamstelling loopt over Grave, Mill,
Helenaveen tot Weert, waar ze eindigt in een moerassig gebied aan
de Belgische grens.
Om deze linies de tijd te laten bij een aanval de
nodige versperringen aan te brengen en de vooropgestelde wegen en
gebieden te laten onderstromen moet er bij de minste grensoverschrijding
een waarschuwingssysteem in werking treden. Hiertoe wordt een lichte
verdedigingsgordel opgeworpen achter de Gelderse Ijssel, het Maas-Waalkanaal
en de Maas in Limburg. Deze tactiek houdt echter in dat een aantal
gebieden, waaronder de provincies Groningen, Friesland en Overijssel
niet verdedigd zullen worden. De plaatselijke grenswachters zullen
enkel de grensoverschrijdingen melden en her en der wegversperringen
opwerpen.
Door het gebrek aan communicatie tussen de Nederlandse
en de Belgische Generale Staven, ingegeven door de neutraliteitspolitiek
van de beide landen, weet Nederland niet waar België zijn voornaamste
verdedigingsgordel zal ontplooien: wordt het de Maas vanaf Luik,
dan krijgt de gemeente Weert een sleutelpositie; wordt het een verdediging
langs het Albertkanaal in de richting van Antwerpen ?; indien wordt
gekozen voor een as Namen-Leuven-Antwerpen, krijgt de Peel-Raamstelling
een sleutelfunctie.
Het Belgische Opperbevel beslist om haar verdedigingslijn
te ontplooien achter het Albertkanaal. Hierdoor ontstaat een bres
van 30 tot 40 km tussen de Belgische stellingen en de Peel-Raamstelling,
langswaar het mogelijk wordt om de Nederlandse posities in de rug
aan te vallen. Nederland vraagt dan ook aan zijn zuiderbuur om het
gat te dichten, wat echter geweigerd wordt wegens te riskant. Door
de Belgische beslissing ziet het er even naar uit dat Nederland
de Peel-Raamstelling zal opgeven. Op 6 februari 1940 heeft een commandowissel
plaats bij het Nederlandse Opperbevel, waardoor Gen. Reijnders vervangen
wordt door Gen. H. Winkelman. Deze beslist na rijp beraad om de
Grebbelinie hardnekkig te verdedigen, waardoor de Peel-Raamstelling
opnieuw een sleutelfunctie krijgt. Hij voorziet hiervoor meer troepen
dan het eerder toegewezen III. Legerkorps en de Peel Div.
Gen. Winkelman doet het Belgische Opperbevel een
nieuw voorstel. De stelling loopt nabij Weert langs de Zuid-Willemsvaart,
die verder doorloopt op het Belgisch grondgebied tot aan het Albertkanaal.
Het zou volstaan dat Belgische troepen opgesteld worden langs deze
vaart om de bres in de Nederlandse verdedigingslinie te dichten.
Een Belgisch tegenvoorstel om de Nederlandse verdedigingslijn te
verleggen ter hoogte van Tilburg wordt door Gen. Winkelman afgewezen.
Er zijn heel wat minder natuurlijke hindernissen en er zou bovendien
nog moeten gestart worden met de uitbouw van de defensiewerken.
Door de halsstarrige Belgische weigeringen lonkt
Nederland naar het Franse VIIe Armée van Gen. Giraud. De
Fransen hebben als opdracht op te rukken tot Antwerpen om de haven
te beveiligen, hierin begrepen de regio rond Breda, mogelijks nog
uitgebreid tot Tilburg. Verder beschermen de Fransen de Vesting
Holland vanuit het zuiden door de bewaking van de Moerdijkbruggen
en Zeeland met de Westerschelde in de richting van Antwerpen. Maar
ook de Fransen wensen niet deel te nemen aan een defensielinie ter
hoogte van de Peel-Raam. Voor hen is Breda de uiterste oostelijke
verdedigingslijn. Uiteindelijk hakt Gen. Winkelman eind maart 1940
de knoop door. De lijn Grebbelinie-Betuwestelling wordt langs de
Waal en de Linge omgebogen en verlengd. Deze nieuwe Waal-Lingestelling
sluit ter hoogte van Gorkum aan op de zuidkant van de Vesting Holland.
Hierdoor verliest de Peel-Raamstelling haar prioritair karakter.
De stellingen langs de Waal-Lingestelling zullen worden ingenomen
door eenheden van het III. Legerkorps. Om geen argwaan te wekken
bij de Duitsers wordt dit korps niet onmiddellijk uit de Peel-regio
teruggetrokken. Dit gebeurt uiteindelijk onder het mom van een oefening.
Op regimentsvlak wordt telkens 1 bataljon achtergelaten. Deze achtergebleven
eenheden zullen de Peel-Raamstelling moeten verdedigen tot het gros
van het III. Legerkorps de Waal-Lingestelling heeft bereikt. Als
reserve wordt de Lichte Divisie aangeduid.
Na de terugtrekking van het III. Legerkorps wordt
de commandant van de Peeldivisie de bevelhebber over de troepen
in Noord-Brabant. Zijn taak bestaat er in om een tijdlang stand
te houden en dan vertragend terugtrekken volgens de geboden mogelijkheden.
Aan de zuidgrens van Nederland zijn 3 bataljons grensbewakingstroepen
gelegerd. Het 3e. Grensbat. bevindt zich tussen Bergen o/Zoom en
Sprundel. Het werpt versperringen op en trekt daarna vertragend
terug op de oude vesting Willemstad aan het Hollands Diep. Het 6e
Grensbat. ligt tussen Zundert en Goirle. Het verdedigt een bruggenhoofd
ten zuiden van de Moerdijkbruggen, op stellingen bij Willemstad
en Moerdijk. Tenslotte is er het Grensbat. Jagers, gelegen tussen
Tilburg en Eindhoven, dat vertragend terugtrekt via het Wilhelminakanaal
op de Vesting Holland.
De Franse slagorde.
De Franse troepen die bestemd zijn voor het Nederlandse
front maken deel uit van het 7e Armée, onder het bevel van
Gén. d’Armée Giraud. Dit leger is als volgt
samengesteld:
1e Div. Légère Mécanique
(1e DLM) - Gén.Brig. Picard
4e Div. d’Infanterie (4e DI) - Gén.Maj.
Musse
21e DI - Gén.Brig. Lanquetot
60e DI - Gén.Brig. Deslaurens
Groupe de Bataillons de Chars 510 (GBC
510) - Lt.Col. Taitot
Groupement De Beauchesne - Col. De Beauchesne
Ier Corps d’Armée (Ier CA)
- Gén.Maj. Sciard, met de 25e Div. d’Infanterie Motorisée
(25e DIM) - Gén.Maj. Moline
XVIe CA - Gén.Maj. Fagalde, met
de 9e DIM - Gén.Maj. Didelet.
De Franse troepen hebben als taak
de Nederlandse en de Belgische troepen in de streek Tilburg-Turnhout
te versterken, de spoorlijn Antwerpen-Roosendaal-Dordrecht te beveiligen
en de Maas- en Scheldemondingen te beschermen. Het 7e Armée
zal ingezet worden in Noord-Brabant, dat doorgaat als de zwakke
schakel in de defensielijn. De hoofdmacht van het Armée wordt
voorafgegaan door de 2e Brigade Légère Mécanique
(Col. De Beauchesne) en 2 verkenningseenheden, de Groupement De
Beauchesne en de Groupement Lestoquoi (Lt.Col. Lestoquoi). Op 10
mei steekt de Groupement Lestoquoi de grens over te Zundert en rukt
op naar Breda. (Lestoquoi laat zich als tolk bijstaan door de Belgische
Lt. Hautecler). De coördinatie tussen de Nederlandse troepen
van de Peeldiv. en de Fransen moet geregeld worden door Kol. Schmidt.