<< Menu  


- Fall Gelb -
De Nederlandse slagorde.

Het luchtleger.

De Nederlandse luchtmacht bestaat op 10 mei uit het 1e en het 2e Luchtvaartregiment.
1e Luchtvaartregiment:

  • de Strategische Verkenningsvliegtuigafdeling - Kap. J. van der Werf - vliegpark Bergen - 10 Fokker C-X
  • de Bombardeervliegtuigafdeling - Kap. Sissingh - vliegpark Schiphol - 9 Fokker T-V
  • de 1e Jacht Vliegtuigafdeling (Ja.V.A.) - Kap. H. Schmidt Crans - vliegpark De Kooy - 11 Fokker D.XXI
  • de 2e.Ja.V.A. - Kap. P. Janssens - vliegpark Schiphol - 9 Fokker D.XXI
  • de 3e.Ja.V.A - Kap. J. Scholtmeijer - vliegpark Waalhaven - 11 Fokker G.1A
  • de 4e.Ja.V.A - Kap. T. Lamers - vliegpark Bergen - 12 Fokker G.1A

2e Luchtvaartregiment (Lt.Kol. J.H. Sar):

  • de 1e Verkenningsgroep (Ver.gr.) - Maj. H. van der Zanden - vliegpark Middenmeer/Hilversum - 4 Fokker C.V, 4 Koolhoven FK-51 en 1 Fokker C.X
  • de 2e Ver.gr. - Kap. H. Lambert - vliegpark Ypenburg - 7 Fokker C.V en 5 Koolhoven FK-51
  • de 3e Ver.gr. - Maj. F. Raland - vliegpark Noordwijkerhout/Ruigenhoek - 9 Fokker C.V en 4 Koolhoven FK-51
  • de 4e Ver.gr. - Kap. de Ruyter van Stevenink - vliegpark Gilze-Rijen - 7 Fokker C.V en 3 Koolhoven FK-51
  • de 1e.Ja.V.A (Jachtgroep Veldleger) - Lt. Ruijs de Perez - veldpark Ypenburg - 8 Fokker D.XXI
  • de 3e.Ja.V.A (Jachtgroep Veldleger) - 1e Lt. J. Bach - veldpark Ypenburg - 11 Douglas DB-8 A3N.

Het landleger.

De Opperbevelhebber van de Land- en Zeestrijdkrachten is Lt.Gen. H.G. Winkelman. De bevelvoering over het gehele verdedigingssysteem van de Ijssellinie, de Grebbelinie, de Betuwestelling en de Waal-Lingestelling is in handen van de Commandant Veldleger, Lt.Gen. J.J.G. Baron van Voorst tot Voorst (hoofdkwartier Zeist). Hij staat onder het rechtstreekse commando van Lt.Gen. Winkelman.

I. Legerkorps (Gen.Maj. N.T. Carstens) - het vormt de tactische reserve van de Opperbevelhebber der Land- en Zeestrijdkrachten (OLZ). Het is gelegerd in de Vesting Holland, rond Den Haag, Leiden, Haarlem en in het Westland. Het bestaat uit de 1e en de 3e.Divisie.

1e.Divisie (Kol. W.F.K. Bisschoff van Heemskerck): 3e.Reg.Grenadiers (Maj. J.K. de Visser) voor het Commando Luchtverdediging (Vliegpark Ypenburg), 3e.Reg. Jagers voor het Vliegpark Waalhaven, 4e.R.I. (Lt.Kol. H.D. Buurman), 2e. R.A., 3e.Cie. Luchtdoelmitrailleurs voor de Luchtverdedigingskring Rotterdam/’s Gravenhage, 4e.Cie. Luchtdoellitrailleurs voor de Stelling Den Helder, 1e.PionierCie. (minus 1 sectie) voor de Groep Merwede; deze sectie wordt toegewezen aan de Groep Nieuwersluis.

3e Divisie (Kol. L.H. Kraak): 1e R.I., 9e R.I., 12e R.I., 6e R.A.

II. Legerkorps (Gen.Maj. J. Harberts) - het staat in voor de verdediging van de Grebbeberg. Het bestaat uit de 2e en 4e.Divisie.
2e Divisie (Kol. J.S.Barbas): 10e R.I. (Lt.Kol. P.J. van den Briel), 15e R.I., 22e R.I.( Lt.Kol. J.F. de Ridder), 4e R.A.
4e Divisie (Kol. A.A.M. van Loon): 8e R.I. (Lt.Kol. W.F. Hennink), 19e R.I., 8e R.A.

III. Legerkorps (Gen.Maj. A.A. van Nijnatten) - het is gelegerd in de provincie Noord-Brabant en staat in voor de verdediging van de Vesting Holland. Het bestaat uit de 5e en 6e Divisie, het 2e RHM (Lt.Kol. A.J.E. Mathon). Daarnaast krijgt het de Lichte Divisie (Kol. H.C. van der Bijl), de Peeldivisie (Kol. L.J. Schmidt) en het 3e (Maj. A.G.C. Reijers) en 6e Grensbataljon (Maj. J. Hendriksz) toegewezen.
5e Divisie: 2e R.I., 13e R.I., 17e R.I., 3e R.A.
6e Divisie: 3e R.I., 6e R.I., 14e R.I., 7e R.A.
Lichte Divisie: 1e R.W(ielrijders), 2e R.W. (Lt.Kol. Mijsberg), 3e R.Huzaren-motorrijders (RHM), Reg. Gemotoriseerde Artillerie.
Peeldivisie: deze divisie is geen reguliere divisie; ze is gevormd met de specifieke verdedigingstaak van de Maas en de Peel-Raamstelling. Ze is niet opgesplitst in een divisionele structuur, maar in 5 sectoren of vakken. Er zijn 3 linies voorzien, elk met een specifieke taak:
• de 1e lijn bevindt zich langs de Nederlands-Duitse grens. Er zijn een aantal grensposten voorzien. De grenswachters melden de Duitse grensoverschrijdingen, zorgen voor de afgesproken vernietigingen en versperringen en trekken terug tot aan de Maas.
• de 2e lijn wordt gevormd door de Maas. Hier voeren de manschappen vertragingsakties uit.
• de 3e lijn is de Peel-Raamstelling, waar het gros van de divisie zich bevindt.
De verschillende vakken:
• vak Schaijk (Res.Lt.Kol. J. Detmar): ten zuiden van Nijmegen en ten zuiden van Gennep - 2/29R.I., III/14.R.I., I/6.R.I. (Maj. A.J.M. Allard), I/3.R.I. (Maj. A. Netze), 2/26.R.I., 3/20.R.A.;
• vak Erp: ten zuiden van Gennep en ten zuiden van Vierlingsbeek - 2/2.R.I., 2/17.R.I., 1/13.R.I., 15.Grenbataljon, 2/20.R.A.;
• vak Bakel: ten zuiden van Vierlingsbeek en ten noorden van Venlo - 1/27.R.I., 2/27.R.I., 3/27.R.I., 1/41.R.I., 3/26.R.I.;
• vak Asten: ten noorden van Venlo en ten noorden van Roermond - 2/30.R.I., 3/30.R.I., 2.Grensbataljon, 3/41.R.I.;
• vak Weert: ten noorden van Roermond en ten zuiden van Wessem - 1/30.R.I., 4.Grensbataljon, 2/41.R.I., 17.Grensbataljon, 1/20.R.A.

IV. Legerkorps (Gen.Maj. A.R. van den Bent) - het staat in voor de verdediging van de Eemvallei en de Grebbelinie. Het bestaat uit de 7e en 8e Divisie. Daarnaast krijgt het 2 cavalerieregimenten toegewezen, namelijk het 1e en 5e Regiment Huzaren.
7e Divisie: 7e R.I., 18e R.I., 1e R.A.
8e Divisie: 5e R.I., 16e R.I., 21e R.I., 5e R.A.

Brigade A (Kol. J. van Voorthuizen) - 44e.R.I., 46e.R.I., Groep Betuwe (8e Grensbataljon en III/43.R.I.)
Brigade B (Kol. J.C.C. Nijland) - 24e.R.I., 29e.R.I., 16e.R.A., Groep Maas-Waal (I/26.R.I. en 11e Grensbataljon)
Brigade G (Gen.Maj. G. Dames) - 25e.R.I., 32e.R.I.
Vesting Holland (Lt.Gen. Van Andel) - is opgedeeld in 3 fronten: het Westfront, het Oostfront en het Zuidfront, dat op zijn beurt uitgesplitst is in een Groep Spui en een Groep Kil. Onder het commando van de Vesting Holland valt eveneens de Ijsselmeer-flottila.

  • Ijsselmeer-flottila: de kannoneerboot Friso, de rivierkannoneerboot Hefring en de motorboten Sija, Argri, Zeemeeuw, Tema, Oranje, Nelly, Albatros en Adwill.
  • Oostfront: Groep Merwede: 23e.R.I., 13e.R.A., 1 bataljon 24e.R.A., 1 bataljon 27e.R.A. - Groep Lek: II/32.R.I. en verschillende Marine-eenheden - Groep Utrecht: II/25.R.I. - Groep Nieuwersluis: III/31.R.I. - Groep Naarden: de rest van het 31e.R.I.
  • Westfront: de Groep Alkmaar, de Groep Haarlem, de Marinepositie Ijmuiden met het III/42.R.I. en het 10e Grensbataljon, de Groep Leiden, de Groep ‘s Gravenhage, de Marinepositie Hoek van Holland met het 39e R.I., de 4e Innundatie-afdeling.
  • Zuidfront: zoals hierboven reeds gezien bestaat dit front uit de Groep Spui en de Groep Kil; Groep Spui: het Vak Hellevoetsluis met het I/39.R.I., het Vak Numansdorp met het 34e R.I., de Vesting Willemstad en het 14e R.A.; Groep Kil: het Vak Strijen met het 28e R.I., het Vak Wieldrecht met de 1/28.R.I., het bruggenhoofd Moerdijk, het III/34.R.I., het 23e R.A. en de artilleriebatterij Prinsenheuvel.

Commando Zeeland Schout-bij-nacht H.J. van der Stad): het 38e R.I., het 40e R.I. (Res.Lt.Kol. P.L.R. van der Drift), 1 bataljon van het 1e R.Marine-infanterie en het 17e R.A.
Het zwaartepunt van de verdediging ligt op Zuid-Beveland en Walcheren. Er zijn 2 stellingen voorzien: de Bathstelling en de Zanddijkstelling. De eerste is eerder een voorpostenstelling, gelegen nabij het voormalige fort Bath en bestaat uit een 12-tal kazematten, een tankgracht en overstroomd gebied. De stelling is bemand door het 14e GB (Maj. F.G. Triebel). Een terugtocht op de 2e stelling kan enkel mits de toelating van het Commando Zeeland of de commandant van het 38e RI.

De Zanddijkstelling ligt tussen Hansweert en Yerseke en vormt de hoofdverdediging. Er zijn slechts 5 dijken als toegangswegen. De positie is verdeeld in 3 vakken: het noordelijke vak wordt verdedigd door het III/38.RI (Maj. U.C.C. Noordenbos), het middenvak door het III/40.RI (Res.Maj. H.F.L. Krämer) en het zuidelijke door het I/40.RI (Res.Kap. A. de Wit). Het algemeen commando van de stelling komt aan de commandant van het 40e RI. De overige Zeeuwse eilanden worden praktisch niet verdedigd. Op Tholen ligt een detachement van het I/38.RI, dat eveneens instaat voor de flankverdediging van de Zanddijkstelling. Op Schouwen-Duiveland wordt het vliegveld Haamstede bewaakt door bewakingstroepen en een batterij luchtdoelgeschut. In Zeeuws-Vlaanderen zijn nog het II/38.RI en het II/40.RI en de 14e en 38e Reservecie’s gelegerd.

* * *

Door de stricte neutraliteit (sinds 1839 !!) waaraan de verschillende Nederlandse regeringen zich houden, beschikt het Leger aan de vooravond van de oorlog over weinig middelen. De aankoop van modern materiaal is zwaar verwaarloosd.

Het Nederlandse Leger heeft niet de capaciteiten om alle grenzen te bewaken; het Opperbevel kiest daarom voor een verdediging in het centrum van het land, de zogenaamde Vesting Holland. Dit is het gebied achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het Hollands Diep en de Haringvliet, wat overeenkomt met de beide provincies Holland en het westelijk deel van de provincie Utrecht. In feite is het verdedigingsgebied nog beperkter, wetende dat het noordfront van de Vesting dwars door Noord-Holland loopt, over een lijn Ijmuiden-Edam. Dat gebied wordt echter pas bezet wanneer de Afsluitdijk of het Ijsselmeer gepasseerd worden. Dan kan ook het voorterrein overstroomd worden. De toegang over de Afsluitdijk wordt gecontroleerd door 2 moderne stellingen bij de sluizencomplexen van Kornwederzand en Den Oever. De Koninklijke Marine bewaakt het Ijsselmeer.

De Waterlinie vormt de historische verdedigingslijn van de Vesting Holland. Ze loopt vanaf het Ijsselmeer nabij Weesp over de Loosdrechtse Plassen, langs de oostrand van Utrecht, over Jutphaas, Leerdam en Gorkum tot de Biesbosch. Daar gaat de Waterlinie over in het Zuidfront van de Vesting Holland. De breedte van het Hollands Diep en de Haringvliet vormen een belangrijke natuurlijke hindernis. De enige toegangsweg vormen de beide Moerdijkbruggen. Het is langs deze bruggen dat eventuele Franse hulp moet komen. Ze worden dus vanzelfsprekend extra beschermd met betonnen constructies, anti-tankgeschut en zware mitrailleurs.

Het Nederlandse Opperbevel is evenwel niet zinnens om zijn troepen onmiddellijk te laten terugvallen op de Vesting Holland. Het veldleger wordt eerst opgesteld langs enkele meer oostelijk gelegen verdedigingslinies: de Grebbelinie, de Betuwestelling, de Maas-Waalstelling en de Peel-Raamstelling. De Grebbelinie volgt ongeveer de oostelijke grens van de provincie Utrecht. Ze gaat over in de Betuwe, om aan te sluiten bij de Peel-Raamstelling via het Land van Maas en Waal. De Peel-Raamstelling loopt over Grave, Mill, Helenaveen tot Weert, waar ze eindigt in een moerassig gebied aan de Belgische grens.

Om deze linies de tijd te laten bij een aanval de nodige versperringen aan te brengen en de vooropgestelde wegen en gebieden te laten onderstromen moet er bij de minste grensoverschrijding een waarschuwingssysteem in werking treden. Hiertoe wordt een lichte verdedigingsgordel opgeworpen achter de Gelderse Ijssel, het Maas-Waalkanaal en de Maas in Limburg. Deze tactiek houdt echter in dat een aantal gebieden, waaronder de provincies Groningen, Friesland en Overijssel niet verdedigd zullen worden. De plaatselijke grenswachters zullen enkel de grensoverschrijdingen melden en her en der wegversperringen opwerpen.

Door het gebrek aan communicatie tussen de Nederlandse en de Belgische Generale Staven, ingegeven door de neutraliteitspolitiek van de beide landen, weet Nederland niet waar België zijn voornaamste verdedigingsgordel zal ontplooien: wordt het de Maas vanaf Luik, dan krijgt de gemeente Weert een sleutelpositie; wordt het een verdediging langs het Albertkanaal in de richting van Antwerpen ?; indien wordt gekozen voor een as Namen-Leuven-Antwerpen, krijgt de Peel-Raamstelling een sleutelfunctie.

Het Belgische Opperbevel beslist om haar verdedigingslijn te ontplooien achter het Albertkanaal. Hierdoor ontstaat een bres van 30 tot 40 km tussen de Belgische stellingen en de Peel-Raamstelling, langswaar het mogelijk wordt om de Nederlandse posities in de rug aan te vallen. Nederland vraagt dan ook aan zijn zuiderbuur om het gat te dichten, wat echter geweigerd wordt wegens te riskant. Door de Belgische beslissing ziet het er even naar uit dat Nederland de Peel-Raamstelling zal opgeven. Op 6 februari 1940 heeft een commandowissel plaats bij het Nederlandse Opperbevel, waardoor Gen. Reijnders vervangen wordt door Gen. H. Winkelman. Deze beslist na rijp beraad om de Grebbelinie hardnekkig te verdedigen, waardoor de Peel-Raamstelling opnieuw een sleutelfunctie krijgt. Hij voorziet hiervoor meer troepen dan het eerder toegewezen III. Legerkorps en de Peel Div.

Gen. Winkelman doet het Belgische Opperbevel een nieuw voorstel. De stelling loopt nabij Weert langs de Zuid-Willemsvaart, die verder doorloopt op het Belgisch grondgebied tot aan het Albertkanaal. Het zou volstaan dat Belgische troepen opgesteld worden langs deze vaart om de bres in de Nederlandse verdedigingslinie te dichten. Een Belgisch tegenvoorstel om de Nederlandse verdedigingslijn te verleggen ter hoogte van Tilburg wordt door Gen. Winkelman afgewezen. Er zijn heel wat minder natuurlijke hindernissen en er zou bovendien nog moeten gestart worden met de uitbouw van de defensiewerken.

Door de halsstarrige Belgische weigeringen lonkt Nederland naar het Franse VIIe Armée van Gen. Giraud. De Fransen hebben als opdracht op te rukken tot Antwerpen om de haven te beveiligen, hierin begrepen de regio rond Breda, mogelijks nog uitgebreid tot Tilburg. Verder beschermen de Fransen de Vesting Holland vanuit het zuiden door de bewaking van de Moerdijkbruggen en Zeeland met de Westerschelde in de richting van Antwerpen. Maar ook de Fransen wensen niet deel te nemen aan een defensielinie ter hoogte van de Peel-Raam. Voor hen is Breda de uiterste oostelijke verdedigingslijn. Uiteindelijk hakt Gen. Winkelman eind maart 1940 de knoop door. De lijn Grebbelinie-Betuwestelling wordt langs de Waal en de Linge omgebogen en verlengd. Deze nieuwe Waal-Lingestelling sluit ter hoogte van Gorkum aan op de zuidkant van de Vesting Holland. Hierdoor verliest de Peel-Raamstelling haar prioritair karakter. De stellingen langs de Waal-Lingestelling zullen worden ingenomen door eenheden van het III. Legerkorps. Om geen argwaan te wekken bij de Duitsers wordt dit korps niet onmiddellijk uit de Peel-regio teruggetrokken. Dit gebeurt uiteindelijk onder het mom van een oefening. Op regimentsvlak wordt telkens 1 bataljon achtergelaten. Deze achtergebleven eenheden zullen de Peel-Raamstelling moeten verdedigen tot het gros van het III. Legerkorps de Waal-Lingestelling heeft bereikt. Als reserve wordt de Lichte Divisie aangeduid.

Na de terugtrekking van het III. Legerkorps wordt de commandant van de Peeldivisie de bevelhebber over de troepen in Noord-Brabant. Zijn taak bestaat er in om een tijdlang stand te houden en dan vertragend terugtrekken volgens de geboden mogelijkheden.

Aan de zuidgrens van Nederland zijn 3 bataljons grensbewakingstroepen gelegerd. Het 3e. Grensbat. bevindt zich tussen Bergen o/Zoom en Sprundel. Het werpt versperringen op en trekt daarna vertragend terug op de oude vesting Willemstad aan het Hollands Diep. Het 6e Grensbat. ligt tussen Zundert en Goirle. Het verdedigt een bruggenhoofd ten zuiden van de Moerdijkbruggen, op stellingen bij Willemstad en Moerdijk. Tenslotte is er het Grensbat. Jagers, gelegen tussen Tilburg en Eindhoven, dat vertragend terugtrekt via het Wilhelminakanaal op de Vesting Holland.

De Franse slagorde.

De Franse troepen die bestemd zijn voor het Nederlandse front maken deel uit van het 7e Armée, onder het bevel van Gén. d’Armée Giraud. Dit leger is als volgt samengesteld:

  • 1e Div. Légère Mécanique (1e DLM) - Gén.Brig. Picard
  • 4e Div. d’Infanterie (4e DI) - Gén.Maj. Musse
  • 21e DI - Gén.Brig. Lanquetot
  • 60e DI - Gén.Brig. Deslaurens
  • Groupe de Bataillons de Chars 510 (GBC 510) - Lt.Col. Taitot
  • Groupement De Beauchesne - Col. De Beauchesne
  • Ier Corps d’Armée (Ier CA) - Gén.Maj. Sciard, met de 25e Div. d’Infanterie Motorisée (25e DIM) - Gén.Maj. Moline
  • XVIe CA - Gén.Maj. Fagalde, met de 9e DIM - Gén.Maj. Didelet.

De Franse troepen hebben als taak de Nederlandse en de Belgische troepen in de streek Tilburg-Turnhout te versterken, de spoorlijn Antwerpen-Roosendaal-Dordrecht te beveiligen en de Maas- en Scheldemondingen te beschermen. Het 7e Armée zal ingezet worden in Noord-Brabant, dat doorgaat als de zwakke schakel in de defensielijn. De hoofdmacht van het Armée wordt voorafgegaan door de 2e Brigade Légère Mécanique (Col. De Beauchesne) en 2 verkenningseenheden, de Groupement De Beauchesne en de Groupement Lestoquoi (Lt.Col. Lestoquoi). Op 10 mei steekt de Groupement Lestoquoi de grens over te Zundert en rukt op naar Breda. (Lestoquoi laat zich als tolk bijstaan door de Belgische Lt. Hautecler). De coördinatie tussen de Nederlandse troepen van de Peeldiv. en de Fransen moet geregeld worden door Kol. Schmidt.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.