- Fall Gelb -
De Duitse slagorde (t.o.v. Nederland)
Luftwaffe.
De Luftwaffe zet voor haar campagne in Nederland haar
Luftflotte 2 in, onder het commando van General der Flieger A. Kesselring.
Luftlandekorps (Gen.Lt.
K. Student)
7.FliegerDivision (Gen.Lt.
K. Student)
FallschirmjägerRegiment.1
(FJR) (Oberst
Bräuer) vormt met het 1/Pi.Btl.22,
de Fallschirm Nachr.Zug.7, de Div.Gesch.Battr.7, 1.Zug
Div.Flak.Battr. en de Fallschirm San.Halb Kp.7, de Gruppe
Süd. Het is samengesteld uit het I.Btl (Hptm.
Walther) en het II.Btl (Hptm.
Prager) die springen boven de
Moerdijkbruggen en Dordrecht, en het III.Btl (Hptm Schulz)
dat springt boven Waalhaven.
FJR.2
(Maj. Schulz)
vormt de Gruppe Nord. Het is samengesteld uit het I.Btl
(Hptm. Noster) en
springt boven Ockenburg, Ypenburg en Valkenburg; de 3.Kp
(Olt. von Roon)
springt boven Den Haag. Het II.Btl (Hptm.
Pietzonka) springt boven Waalhaven;
de 6.Kp (Olt. Schirmer)
boven Valkenburg, wordt later verwikkeld in gevechten
rond Katwijk. Vanaf 11 mei zou een III.Btl. gesprongen
hebben, afkomstig van de Parachutistenschool, een “Ersatz
Btl.” dus, bestaande uit 2 cie’s.
22.LuftlandeDivision
(Gen.Graf von Sponeck). De divisie
is opgericht op basis van de structuur van de 22.I.D. Ze is
samengesteld uit het I.R.16 (Oberst
von Platen), het I.R.47, het I.R.65
(Oberst Friemel),
het A.R.22 (Oberst Lt. De
Boer), het Flak Btl.22, de Pz.Abwehr
Abt.22, het Pionier Btl.22, de Aufklärungs Abt.22 en
de Div. Einheiten 22.
Kampfgeschwader zbV.1 (OberstLt.
F. Morzik)
Kampfgeschwader zbV.2
(OberstLt. G. Conrad)
Sonderstaffel Schwilden
Fliegerkorps zbV. (Gen.Maj.
R. Putzier)
Jagdfliegerführer 2 (Gen.Maj.
H. von Döring)
Jagdgeschwader 26 (Maj.
H. Witt)
Jagdgeschwader 51 (Oberst
T. Osterkamp)
Zerstörergeschwader 26 (gedeeltelijk)
(OberstLt. J. Huth)
Kampfgeschwader 4 (Oberst
M. Fiebig)
Kampfgeschwader 30 (OberstLt.
W. Loebel)
Fernaufklärungsgruppe 122.
Heer.
18.Armee(Gen.Oberst
G. von Küchler)
9.Pz.Div. (Gen.Maj. Ritter von Hubicki)
(op 10 mei als reserve van het 18.Armee; vanaf 11 mei wordt ze
toegewezen aan het XXVI.A.K., als steun voor de 254.I.D. en de
256.I.D. bij de doorbraak van de Peel-Raamstelling en de opmars
naar de Moerdijkbruggen. Vanaf 13 mei wordt de Pz.Div. overgeheveld
naar het XXXIX.A.K.)
1.Kav.Div. (Gen.Maj. K. Feldt)
XXVI.A.K. (Gen. der Art. A. Wodrig)
254.I.D. (Gen.Lt. W. Behschnitt)
256.I.D. (Gen.Maj. G. Kauffmann) (Res.)
208.I.D. (Gen.Lt. M. Andreas) (Res.)
225.I.D. (Gen.Lt. E. Schaumburg) (Res.)
SS.Verfügungsdivision (SS.Gruf. P. Hausser)
X.A.K. (Gen. der Art. Chr. Hansen)
207.I.D. (Gen.Lt. K. von Tiedemann)
227.I.D. (Gen.Maj. F. Zickwolff)
SS-LAH Reg. (Mot) (SS.Ogruf. S. Dietrich)
SS Standarte “Der Führer” (SS.Standartenf.
G. Keppler)
6.Armee(Gen.Oberst
W. von Reichenau)
IX.A.K. (Gen. der Inf. H. Geyer) - Dit A.K. wordt
op 17 mei 1940 overgeheveld naar het 18.Armee.
56.I.D. (Gen.Maj. K. Kriebel)
30.I.D. (Gen. der Inf. K. von Briesen)
19.I.D. (Gen.Maj. O. von Knobelsdorff)
XI.A.K. (Gen. der Inf. J. von Kortzfleisch)
7.I.D. (Gen.Lt. E. von Gablenz)
14.I.D. (Gen.Lt. P. Weyer)
31.I.D. (Gen.Lt. R. Kaempfe)
IV.A.K. (Gen. der Inf. T. Ruoff)
18.I.D. (Gen.Lt. F-K. Cranz)
35.I.D. (Gen.Lt. H-W. Reinhard)
XXVII.A.K. (Gen. der Inf. A. Wäger)
253.I.D. (Gen.Lt. F. Kühne)
269.I.D. (Gen.Maj. E. Hell)
4.Pz.D. (Gen.Maj. J. Stever)
6.Armee - Reserves
61.I.D. (Gen.Lt. S. Haenicke)
216.I.D. (Gen.Lt. H. Boettcher)
20.I.D. (Mot) (Lt.Gen. M. von Viktorin)
3.Pz.D. (Gen.Maj. H. Stumpf)
I.A.K. (Gen. der Inf. K-H. von Both)
1.I.D. (Gen.Lt. Ph. Kleffer)
11.I.D. Gen.Lt. H. von Böckmann)
223.I.D. (Gen.Lt. P-W. Körner)
Heeresgruppe B - Reserves
XVI.A.K. (Mot) (Gen. der Kav. E. Hoepner)
XXXIX.A.K. (Mot) Gen.Lt. der Panzertruppen
R. Schmidt). Dit A.K. wordt op 13/5 opgericht met het Luftlandekorps,
de 9.Pz.Div., de 254.I.D. en de SS.Leibstandarte “Adolf
Hitler”.
Voor een snelle en bepalende actie zal de Vesting Holland vanuit
de lucht aangevallen worden. Hiervoor zal de volledige Duitse luchttransportvloot
ingezet worden, hetzij zowat 450 toestellen. De luchtbescherming
wordt geleverd door een autonome eenheid, het Fliegerkorps Putzier,
naar de naam van de bevelvoerende Gen.Maj. Het bestaat uit 186 bommenwerpers
en 242 jagers.
De 7.FliegerDivision
heeft tot taak tijdens de eerste uren van de inval de bruggen bij
Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam te bezetten en deze te houden tot
er verbinding komt met de oprukkende pantser-en infanterietroepen.
De 22.LuftlandeDivision
krijgt als opdracht om, na voorafgaande bombardementen, de om Den
Haag liggende vliegvelden van Ockenburg, Ypenburg en Valkenburg
te veroveren. Daarnaast moet de Residentie binnengevallen worden
en er Koningin Wilhelmina, haar regering en het Opperbevel van de
Nederlandse strijdkrachten gevangen nemen.
Het 18.Armee
dringt Nederland binnen langs 3 aanvalsassen. Het meest noordelijk
valt de 1.Kav.Div. de provincies Drente, Groningen en Friesland
binnen in de richting van de Afsluitdijk. Vanaf de Dijk kan de Vesting
Holland aan de noordkant aangevallen worden.
In het centrum valt het X.A.K. de Grebbelinie
aan. Vandaar wordt doorgestoten naar Utrecht en Amsterdam.
Het zwaartepunt van de aanval ligt in het zuiden met het XXVI.A.K.
Dat moet zo snel mogelijk door Noord-Brabant trekken in de richting
van de Moerdijkbruggen, om er verbinding te leggen met de eenheden
van de 7.FliegerDivision en de 22.LuftlandeDivision.
Voor een aantal “commando-acties”
wordt een beroep gedaan op 2 Bataillone zbV., namelijk het Bat.zbV.100
en het bat.zbV.800 (de zogenaamde Brandenburger). Het gaat vooral
om het intact in handen krijgen en houden van de bruggen over de
Maas in Midden- en Noord-Limburg, en deze over het Maas-Waalkanaal
en de spoorwegbruggen te Gennep, Venlo en Roermond-Buggenum.
Onder het 18.Armee ligt het 6.Armee.
Het dringt Nederland binnen tussen Afferden en Vaals en zal pogen
door te breken aan de Maas, in Zuid-Limburg en aan de zuidkant van
de Peel-Raamstelling. Dan gaat het via Noord-Brabant naar België.
Commandogroepen houden zich bezig met de bruggen over het Julianakanaal
en de Maasbruggen in Maastricht.