De taak voor de Duitse aanval op Nederland berust
vooral op de schouders van het 18.Armee. Ten noorden van de grote
rivieren zal de oostflank van de Vesting Holland aangevallen worden.
Maar het zwaartepunt van de aanval bevindt zich ten zuiden van deze
rivieren. Daar is het van primordiaal belang om de bruggen over
het Hollands Diep te Moerdijk en over de Oude Maas nabij Dordrecht
snel en intact in handen te krijgen, in samenwerking met de para’s
en de luchtlandingstroepen (zie hiervoor het hoofdstuk “Luchtlandingen”).
Meer bepaald wordt dit de taak voor het XXVI.A.K. Daarnaast moet
dat legerkorps de linkerflank van het 18.Armee beschermen tegen
Geallieerde aanvallen vanuit de regio Antwerpen. Het A.K. moet onderweg
2 verdedigingslinies passeren: de Maaslinie en de Peel-Raamstelling.
De Maaslinie moet de Duitse opmars vertragen zodat het IIIe Legerkorps
en de Lichte Div. kunnen terugplooien op de Vesting Holland. Aan
de fel afgezwakte Peel-Raamstelling wordt de eerste schok opgevangen,
waarna vertragend wordt teruggetrokken.
De Maasbruggen
Om zo snel mogelijk de luchtlandingseenheden te versterken
aan de Moerdijkbruggen moeten de Duitse grondtroepen de Nederlandse
verdedigingslinies onverwijld doorbreken en een aantal Maasbruggen
intact veroveren. De Abwehr heeft hiertoe plannen opgemaakt, waarbij
zal gebruik gemaakt worden van bijzondere “commando-eenheden”,
zoals het Bau-Lehrbat z.b.V.800 vanuit Brandenburg en het Bat.z.b.V.100
uit Breslau. Deze eenheden worden aangevuld met in Duitsland wonende
Nederlandse NSB’s, die zich verenigd hebben in de “turnkring”
Sport en Spel (Hubert Köhler).
De verovering van de bruggen die door het XXVI.A.K. zullen worden
gebruikt, wordt toevertrouwd aan het Brandenburger Bat. (O.Lt. W.
Walther). Het hoofddoel is de spoorbrug bij Gennep, die voorzien
wordt voor de doorgang van een pantser- en een goederentrein met
het III/I.R.481 (Maj. R. Schenk), dat door de Peel-Raamstelling
moet breken. Andere doelen vormen de bruggen over het Maas-Waalkanaal
te Hemmen, Malden en Hatert en over de Maas bij Grave. Deze laatste
bruggen maken deel uit van een alternatieve route, voornamelijk
voor de 9.Pz.Div., indien zich bij Gennep opstoppingen zouden voordoen.
In de vroege ochtend van de 10e mei gaan de Brandenburger
tot de aktie over aan de spoorbrug bij Gennep, het station en de
brug over het riviertje de Niers. Daar worden de bewakers onmiddellijk
overmeesterd, waarna de 2 treinen richting station van Gennep rijden.
De bewakers geven zich meteen over. Doch de Marechaussee aan de
spoorbrug is attent en wil de brug in de lucht laten vliegen. Dat
wordt echter verhinderd door de Brandenburger, vergezeld van enkele
Nederlanders in uniform van de Marechaussee. Meteen is de Maaslinie
doorbroken.
Ook elders krijgen de Duitsers bruggen intact in
handen. In Zuid-Limburg is dat het geval voor de bruggen over het
Julianakanaal bij Stein, Urmond, Berg, Oblicht en Roosteren. Hierdoor
kan het 6.Armee haast ongehinderd België binnentrekken. Maastricht
valt in Duitse handen.
Ten noorden van Gennep verloopt het minder succesvol.
De bruggen bij Malden en Grave worden opgeblazen, waardoor ook de
9.Pz.Div. via Gennep moet doorstromen.
Op verschillende plaatsen steken de Duitsers de Maas
over in rubberbootjes, waarbij echter steeds de talrijke kleine
kazematten buiten gevecht moeten gesteld worden. Er kan dus gesteld
worden dat de verdedigers van de Maaslinie in het algemeen hun taak
correct hebben volbracht; op deze 10e mei wordt de Peel-Raamstelling
praktisch nergens aangevallen, tenzij bij Mill.
Het gevecht bij Mill
Dit Noord-Brabantse dorpje vormt één
van de belangrijkste tactische steunpunten van de Peel-Raamstelling.
Het is echter niet meer de volledige 6e Div. die er is gelegerd,
maar slechts 3 infanteriebataljons (I/3.RI, I/6.RI en III/14.RI),
ondersteund door de 3e Afdeling van het 20e RA.
Inmiddels zijn de beide treinen Mill genaderd. Er wordt gestopt
in de buurt van de halte Zeeland. Het infanteriebataljon stapt uit,
terwijl de pantsertrein zich klaarmaakt om rechtsomkeer te maken.
Nederlandse pioniers brengen echter mijnen aan op de spoorlijn waardoor
de trein met een luide knal uit de rails loopt.
Het III/I.R.481 zet zich in beweging. Maj. Schenk
vermoedt dat de Nederlandse defensie enkel bestaat uit de kazematten
en enkele stellingen, maar zonder diepgang in het achterland. Dus
probeert hij een tangbeweging in noordoostelijke en zuidelijke richting.
De opmars in de noordoostelijke richting wordt opgemerkt door de
1e Batterij van de 3e Afdeling/20.RA. (Res.1e Lt. H.J. Mulder),
die toestemming vraagt en krijgt om het vuur te openen. Aanvankelijk
worden de Duitsers hierdoor niet tegengehouden, maar uiteindelijk
trekken ze zich toch terug. De zuidelijke opmars kent meer succes,
aangezien deze geen vuur ondervindt van de Nederlandse artillerie.
Verscheidene kazematten vallen in Duitse handen, zowat 210 officieren
en manschappen worden gevangen genomen. Een gedeelte van de door
het 3e R.I. bezette Peel-Raamstelling is door de Duitsers veroverd.
Hierdoor riskeert de terugtocht van het IIIe Legerkorps en de Lichte
Div. in gevaar te komen. Daarom besluit de commandant van het korps
om het 2e R.H.M. in te zetten tegen de Duitse troepen bij Mill.
De Huzaren vorderen slechts zeer langzaam, vooral door het feit
dat zij moeten oprukken in open terrein. Twee eskadrons lopen zich
vast in prikkeldraadversperringen en mijnenvelden van de eigen Peel-Raamstelling.
Uiteindelijk worden slechts een viertal kazematten heroverd.
Intussen geraken de 254.I.D. en de 256.I.D. moeilijk
over de Maas. Er heerst een complete verkeerschaos en een pontonbrug
is reeds stuk gereden. Even na de middag bereikt het I/I.R.481 Mill
en het II/I.R.481 St Hubert. Een verdere opmars is voorzien in de
namiddag, met de nodige artilleriesteun, maar die geraakt niet ter
plekke. Hierdoor gelast de regimentscommandant, Oberst Lt. Weber,
de aanval af.
Deze beslissing is weliswaar niet naar de zin van
de Stab van het XXVI.A.K. Er worden 2 stafofficieren naar Mill gestuurd
om Weber tot aktie aan te manen. Uiteindelijk geeft hij toe en beslist
om tegen 19.30 aan te vallen: het II/I.R.481 tussen Mill en de spoorlijn,
in de richting van het III/I.R.481; iets meer naar het noorden het
I/I.R.481 en in het zuiden, het onder zijn bevel geplaatste I.R.456.
De aanval wordt ondersteund door Stuka’s. De Nederlandse weerstand
is van korte duur en de Peel-Raamstelling wordt doorbroken. Om de
Peeldiv. van de vernietiging te redden besluit Kol. Schmidt om zijn
troepen tijdens de nacht van 10 op 11 mei terug te trekken achter
de Zuid-Willemsvaart.
Op deze eerste oorlogsdag zijn dus zowel de Maaslinie
als de Peel-Raamstelling doorbroken en ligt de weg naar de Moerdijkbruggen
zo goed als open.
De Grebbelinie.
Het belangrijkste gedeelte van het Nederlandse veldleger
bevindt zich achter deze verdedigingslinie. Deze troepen hebben
de opdracht de linie “zeer hardnekkig te verdedigen”.
De aanval op de Grebbelinie wordt toevertrouwd aan het X.A.K. van
Gen. der Art. Hansen. Er wordt geopteerd voor een tangbeweging:
de 227.I.D. over de lijn Apeldoorn-Amersfoort en de 207.I.D. ten
zuiden ervan. Tijdens de eerste oorlogsdag moeten zoveel mogelijk
bruggen over de Ijssel veroverd worden. De hoofdmacht van de 207.I.D.
zal pogen door te stoten tot Rhenen, dus reeds achter de Grebbelinie.
Tot aan de linie beschikken de Nederlandse troepen over 5 zwak bewapende
grensbataljons en eenheden van de Ijssellinie (Terrotoriaal Bevelhebber
Overijssel of TBO - Kol. J. Dwars). Tussen de Ijssellinie en de
Grebbelinie bevinden zich 3 regimenten Huzaren die na de val van
de eerste linie de verdere Duitse opmars moeten vertragen.
De aanval, die begint om 03.55, wordt voorafgegaan
door een aktie van een patrouille van het Bat.z.b.V.800, die, gekleed
in Nederlandse uniformen de bruggen van Zutfert en Westervoort intact
in handen moeten krijgen. Daarover zal immers de hoofdmacht van
de 207.I.D. verder oprukken. Andere eenheden van de divisie trachten
de Ijsselbruggen bij Doesburg te nemen. De patrouille wordt echter
al snel ingerekend nabij Didam. Volgens plan steken sterke Duitse
troepen (SS.Standarte “Der Führer”) de grens over.
Eenheden van het 22e GB worden onmiddellijk overmeesterd. Dit is
echter voldoende om het garnizoen van het Fort Westervoort te alarmeren
(3-III/35.RI - Kap. C.F. Heijnen). De kapitein neemt geen risico
en laat meteen de brug springen. Vanuit het fort en de omliggende
rivierkazematten worden de Duitse troepen onder vuur genomen. Het
vuur wordt beantwoord en er breekt vuur uit in het fort en de verbindingen
worden onderbroken. Omstreeks 08.00 steken Duitse troepen met rubberbootjes
de rivier over. Een uur later valt het fort. Er wordt meteen een
pontonbrug gelegd die om 16.00 gebruiksklaars is. De weg naar Arnhem
ligt open, dat omstreeks 10.30 bereikt wordt.
De gedeeltelijk vernielde schipbrug bij Doesburg
(1-II/35.RI - Kap. J. Noteboom) kan snel worden hersteld zodat tegen
de middag eenheden van de 207.I.D (het RI.368, 1 Btl. van de SS.Standarte
“Der Führer”, een Abt. artillerie van 10,5 en een
batterij zware houwitzers van 15). er kunnen over trekken. Hoewel
de divisie er dus niet in is geslaagd om de verschillende bruggen
intact in handen te krijgen, zijn haar verschillende eenheden vrij
snel over de Ijssel geraakt om verder op te rukken naar Rhenen.
Bij de 227.I.D. vergaat de opmars minder vlot. De
aanval wordt geleid door 3 snelle groepen: Schnelle Gruppe Nord
(S. Dietrich) moet de bruggen bij Zwolle en Deventer veroveren;
Schnelle Gruppe Mitte (III.Btl. SS.Standarte “Adolf Hitler”)
moet de bruggen bij Zutphen in handen krijgen; Schnelle Gruppe Süd
moet de Ijssel oversteken tussen Bronkhorst en Zutphen. Mitte en
Süd bereiken omstreeks 08.00 de Ijssel. Onder dekking van artillerievuur
steekt Mitte omstreeks 11.20 met rubberbootjes de rivier over. Er
wordt echter stevig weerwerk geboden door het I/35.RI (Res.Maj.
H.J.Tromp). Verscheidene bootjes worden tot zinken gebracht. Nadat
Mitte en Süd nabij Zutphen een voldoende stevig bruggenhoofd
hebben gevormd zal een brug over de Ijssel gelegd worden, waarover
de eenheden van de 227.I.D. kunnen oprukken. Gruppe Nord staat vóór
de vernielde bruggen van Zwolle en Deventer; hij wordt teruggeroepen
en steekt de rivier over te Zutphen. De brug over de Ijssel is echter
pas klaar omstreeks 03.00 op de 11e mei.
Zoals verwacht is de Ijssellinie snel doorbroken (op de meeste plaatsen
na een halve dag), ondanks de vernielde bruggen en de verbeten tegenstand
te Zutphen en Westervoort.
De noordelijke provincies (Afsluitdijk).
De 1.Kav.Div. zal op 4 plaatsen de zowat 100 km lange
grenslijn tussen Nieuwe Schans en Kloosterhaar overschrijden: in
het noorden moet de 1.Radfahrabt. (Oberst Lt. Reichsfreiherr von
Edelsheim) bij Nieuwe Schans aanvallen en oprukken naar Groningen;
tegelijkertijd moet de pantsertrein nr.6 er de grensbewaking verrassen
en via Groningen en Leeuwarden naar Harlingen rijden. Vandaar kunnen
akties ondernomen worden aan de kop van de Afsluitdijk; in het midden
moet het 2.Reiter Reg. (Oberst von Saucken), versterkt met een batterij
rijdende artillerie de grens oversteken bij Emmer-Compascuüm
en via Emmen en Sleen oprukken naar Assen en Beilen; het zwaartepunt
van de aanval ligt in de Duitse inham in Nederland, ten zuiden van
Coevorden. Vandaar is de afstand naar het Ijsselmeer amper 50 km.
De aanval gebeurt langs 2 parallelle assen, met name Coevorden-Hoogeveen
en Hardenberg-Meppel en wordt gedragen door het 1. (Oberst Lt. Wachsen)
en het 22.Reiter Reg. (Oberst F. von Senger und Etterlin/Oberst
Freiherr von Thüngen ??). Het 21.Reiter Reg. (Oberst Lt. Freiherr
von Broich) vormt de reserve.
Daartegenover staan de Nederlandse troepen van het
Territoriaal Bevelhebber Friesland (TBF - Kol. J. Veenbaas). Deze
troepen moeten zo vertragend mogelijk terugtrekken en de Duitsers
zo lang mogelijk de toegang tot de Afsluitdijk ontzeggen. Er zijn
3 verdedigingslinies voorzien: de O- de Q- en de F-lijn. De O-lijn
ligt vlak aan de grens en vanaf deze stelling wordt alarm geslagen.
Vervolgens wordt teruggevallen op de hoofdlijn, zijnde de Q-lijn;
deze ligt achter een geheel van kanalen: Termunderzijldiep, Oosterdiep,
Zuider Hoofdvaart en Oranjekanaal. De F-lijn verbindt de TBF met
de TBO; ze loopt van de Hoogeveensevaart tot Meppel, om via het
Meppelerdiep het Ijsselmeer te bereiken; het II/33.RI, het I/36.RI,
de 1e Res. Grenscie. en het 1e GB staan onder het bevel van de commandant
van het 33e RI, Res.Lt.Kol. W.A. Groenendijk (commandopost Beilen).
De Groep Groningen, met het II/36.RI, het 12e GB, de 1e Depotcie.
Bewakingstroepen en de 12e. Res. Grenscie. staan onder het bevel
van de commandant van het 36e RI, Res.Lt.Kol. J.H. Sonne (commandopost
Vries).
Tenslotte wordt er langs de Nederlandse oever van
de Dollard een kustbewaking voorzien om Duitse landingen vanuit
Oost-Friesland te verhinderen. Het zwaartepunt ligt bij Delfzijl,
waar 4 batterijen van 8 cm, daterend uit 1880, dienst zullen doen
als kustartillerie.
Om de Duitse opmars nog te vertragen is er tussen
de F/Q-lijn en de Friese kust een lijn voorzien van brugvernielingen;
deze loopt langs de Drentse Hoofdvaart, het Noord-Willemskanaal,
het Eelderdiep, het Adnaderdiep en het Reitdiep naar de Lauwerszee.
De bedoeling is om de bruggen over deze waterwegen op te blazen
van zodra de laatste terugtrekkende soldaat is overgestoken. Een
soortgelijke lijn is voorzien tussen de Lauwerszee en de Dollard.
Om 03.00 verrast de pantsertrein de grensbewaking bij Nieuweschans.
Ver raakt hij echter niet want de 4 km verder gelegen spoorbrug
over het Buiskooldiep wordt opgeblazen. Meegereisde pioniers kunnen
de brug vrij snel herstellen, maar het verrassingseffect is weg.
De volgende brug over het Zijlsterdiep wordt vakkundig vernield,
zodat de trein moet terugrijden.
Ter hoogte van de plaatsen Emmer-Compascüum,
Barger-Compascüum en Zwartemeer valt het 2.Reiter Reg. aan.
Er moeten een 3-tal bruggen opgeblazen worden, maar de vuurkoorden
doen het niet. Er wordt verder opgerukt in de omgeving van Emmer-Erfscheidenveen,
waar de Nederlandse troepen sprongsgewijs terugtrekken. In Barger-Compascüum
en Zwartemeer worden de bruggen wel vernietigd.
Meer naar het zuiden heeft het 1.Reiter Reg. Coevorden
als doel. Dit belangrijke wegenknooppunt moet in Duitse handen vallen
vóór de bruggen kunnen opgeblazen worden. Voor een
rechtstreekse aanval op de stad is één eskadron voorzien;
de rest van het regiment zal een omsingelingsbeweging maken langs
het zuiden, om alzo de aanval in te zetten vanuit het zuidwesten
en het westen. Hiervoor moeten de Duitsers het Coevorden-Vechtkanaal
oversteken. Er zijn 3 bruggen beschikbaar, maar ze worden door de
Nederlandse verdedigers opgeblazen. De rechtstreekse aanval is aldus
mislukt. Om geen verdere kostbare tijd te verliezen besluit de Duitse
commandant om Coevorden links te laten liggen en verder op te rukken
naar het dorp Uffelte. De opmars verloopt langs de vernielde brug
van Lutterhoofdwijk, waar zich de sectie onder de leiding van sergeant
van der Baarn en 3 soldaten bevindt. Normaliter moest deze sectie
al teruggeplooid zijn achter de Q-lijn, maar dat bevel is niet ontvangen.
Duitse verkenners bemerken de Nederlandse stelling niet en laten
de hoofdkolonne oprukken. Ze wordt meteen door een Nederlandse mitrailleur
onder vuur genomen. Verschillende stormaanvallen worden afgeslagen.
De Duitsers vragen versterking en zwaardere wapens. Meer oostelijk
vinden Duitse cavaleristen een onbewaakte loopbrug, langswaar ze
de stelling in de rug kunnen aanvallen. Doodop en zonder munitie
geven de 4 verdedigers zich omstreeks 08.15 over aan de verbijsterde
Duitse troepen.
Het 22.Reiter Reg. zal het meest zuidelijk de grens oversteken.
De eerste helft van het regiment doet dat ten oosten van Hardenberg,
ter hoogte van de dorpjes Wielen en Venebrugge; de tweede helft
gaat de grens over te Kloosterhaar. Te Wielen wordt de grenswacht
volledig verrast en overrompeld. Te Venebrugge wordt nog enige weerstand
geboden. Dan wordt snel opgerukt naar Hardenberg. De weg loopt over
het Overijssels Kanaal, waar de brug inmiddels is opgeblazen. Hierdoor
wordt de aanval enkel wat vertraagd. Nabij Kloosterhaar wordt de
inval eerst gestopt. Het is pas na de inzet van versterkingen dat
de weerstand omstreeks 05.00 opgegeven wordt.
Hoewel meer ten zuiden geen grote eenheden zijn ingezet,
worden de grensposten bij Langveen en Geesteren aangevallen en overmeesterd.
Mogelijks gaat het om eenheden van het 21.Reiter Reg. (reserve).
Omstreeks 05.30 geeft TBF het bevel tot terugplooien
op de Q-lijn, waarbij opnieuw een aantal tactisch belangrijke bruggen
worden opgeblazen. Duitse patrouilles te paard of per motor proberen
niet of slecht bewaakte bruggen op te sporen en intact te houden.
Die ochtend alleen al worden in het gebied van TBF 236 bruggen onklaar
gemaakt.
Langs Nederlandse zijde krijgt de strijd op de Q-lijn een chaotisch
karakter door enerzijds de snelle Duitse opmars en anderzijds door
de gebrekkige verbindingen.
Een eerste contact heeft plaats nabij het dorp Sleen.
Nadat het 2.Reiter Reg. Emmen heeft bereikt, splitst het zich in
2: een afdeling gaat over Noordsleen naar Beilen, de 2e afdeling
via Odoorn in de richting van Assen.
Aan de zuidflank van de Q-lijn valt het 1.Reiter
Reg. aan. Ook dit regiment heeft zich opgesplitst: een eerste afdeling
rukt op via Schoonebeek naar Dalen; het tweede deel gaat langs de
westkant van Coevorden. Vanuit Dalen gaat het over de Hoogeveensevaart
naar Oosterhesselen, waar de sectie onder het bevel van 1e Lt. M.H.
de Vroom de Duitse opmars een tijdlang kan stoppen.
Vanaf Coevorden rukken de Duitsers via de dorpen
De Krim en Elim op naar Hoogeveen. De Nederlandse weerstand stelt
er weinig voor.
Tussen Hoogeveen en het Ijsselmeer komt het op de
F-lijn slechts tot één noemenswaardig gevecht met
het oprukkende 22.Reiter Reg. Vanuit het gebied Hardenberg-Kloosterhaar
gaat het naar Meppel, waar alle bruggen reeds vernield zijn. De
Duitse troepen besluiten verder oostwaarts over te steken, ter hoogte
van het dorpje Rumt, waar de brug overigens eveneens opgeblazen
is. Het gevecht duurt van 11.00 tot 13.20, wanneer de laatste verdedigers
terugplooien op de Afsluitdijk.
Nadat Kol. Veenbaas weet krijgt dat de F-lijn op
enkele plaatsen doorbroken is, laat hij zijn troepen terugtrekken
op de Wonsstelling. De terugtocht verloopt chaotisch met fietsen
en gevorderde auto’s, bussen en vrachtwagens. Tegen 21.00
meldt Kol. Veenbaas aan de commandant van de Wonsstelling, Res.Maj.
B. Smid, dat al zijn troepen zijn teruggetrokken, waarna de TBF
verder terugplooit over de Afsluitdijk.
Door hun uitermate snelle terugtocht ondervinden
de Nederlandse troepen geen hinder van de eenheden van de 1.Kav.Div.