<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in Nederland.

De grondgevechten.

10 mei 1940

Limburg, Noord-Brabant en Zeeland

De taak voor de Duitse aanval op Nederland berust vooral op de schouders van het 18.Armee. Ten noorden van de grote rivieren zal de oostflank van de Vesting Holland aangevallen worden. Maar het zwaartepunt van de aanval bevindt zich ten zuiden van deze rivieren. Daar is het van primordiaal belang om de bruggen over het Hollands Diep te Moerdijk en over de Oude Maas nabij Dordrecht snel en intact in handen te krijgen, in samenwerking met de para’s en de luchtlandingstroepen (zie hiervoor het hoofdstuk “Luchtlandingen”). Meer bepaald wordt dit de taak voor het XXVI.A.K. Daarnaast moet dat legerkorps de linkerflank van het 18.Armee beschermen tegen Geallieerde aanvallen vanuit de regio Antwerpen. Het A.K. moet onderweg 2 verdedigingslinies passeren: de Maaslinie en de Peel-Raamstelling. De Maaslinie moet de Duitse opmars vertragen zodat het IIIe Legerkorps en de Lichte Div. kunnen terugplooien op de Vesting Holland. Aan de fel afgezwakte Peel-Raamstelling wordt de eerste schok opgevangen, waarna vertragend wordt teruggetrokken.

De Maasbruggen

Om zo snel mogelijk de luchtlandingseenheden te versterken aan de Moerdijkbruggen moeten de Duitse grondtroepen de Nederlandse verdedigingslinies onverwijld doorbreken en een aantal Maasbruggen intact veroveren. De Abwehr heeft hiertoe plannen opgemaakt, waarbij zal gebruik gemaakt worden van bijzondere “commando-eenheden”, zoals het Bau-Lehrbat z.b.V.800 vanuit Brandenburg en het Bat.z.b.V.100 uit Breslau. Deze eenheden worden aangevuld met in Duitsland wonende Nederlandse NSB’s, die zich verenigd hebben in de “turnkring” Sport en Spel (Hubert Köhler).
De verovering van de bruggen die door het XXVI.A.K. zullen worden gebruikt, wordt toevertrouwd aan het Brandenburger Bat. (O.Lt. W. Walther). Het hoofddoel is de spoorbrug bij Gennep, die voorzien wordt voor de doorgang van een pantser- en een goederentrein met het III/I.R.481 (Maj. R. Schenk), dat door de Peel-Raamstelling moet breken. Andere doelen vormen de bruggen over het Maas-Waalkanaal te Hemmen, Malden en Hatert en over de Maas bij Grave. Deze laatste bruggen maken deel uit van een alternatieve route, voornamelijk voor de 9.Pz.Div., indien zich bij Gennep opstoppingen zouden voordoen.

In de vroege ochtend van de 10e mei gaan de Brandenburger tot de aktie over aan de spoorbrug bij Gennep, het station en de brug over het riviertje de Niers. Daar worden de bewakers onmiddellijk overmeesterd, waarna de 2 treinen richting station van Gennep rijden. De bewakers geven zich meteen over. Doch de Marechaussee aan de spoorbrug is attent en wil de brug in de lucht laten vliegen. Dat wordt echter verhinderd door de Brandenburger, vergezeld van enkele Nederlanders in uniform van de Marechaussee. Meteen is de Maaslinie doorbroken.

Ook elders krijgen de Duitsers bruggen intact in handen. In Zuid-Limburg is dat het geval voor de bruggen over het Julianakanaal bij Stein, Urmond, Berg, Oblicht en Roosteren. Hierdoor kan het 6.Armee haast ongehinderd België binnentrekken. Maastricht valt in Duitse handen.

Ten noorden van Gennep verloopt het minder succesvol. De bruggen bij Malden en Grave worden opgeblazen, waardoor ook de 9.Pz.Div. via Gennep moet doorstromen.

Op verschillende plaatsen steken de Duitsers de Maas over in rubberbootjes, waarbij echter steeds de talrijke kleine kazematten buiten gevecht moeten gesteld worden. Er kan dus gesteld worden dat de verdedigers van de Maaslinie in het algemeen hun taak correct hebben volbracht; op deze 10e mei wordt de Peel-Raamstelling praktisch nergens aangevallen, tenzij bij Mill.

Het gevecht bij Mill

Dit Noord-Brabantse dorpje vormt één van de belangrijkste tactische steunpunten van de Peel-Raamstelling. Het is echter niet meer de volledige 6e Div. die er is gelegerd, maar slechts 3 infanteriebataljons (I/3.RI, I/6.RI en III/14.RI), ondersteund door de 3e Afdeling van het 20e RA.
Inmiddels zijn de beide treinen Mill genaderd. Er wordt gestopt in de buurt van de halte Zeeland. Het infanteriebataljon stapt uit, terwijl de pantsertrein zich klaarmaakt om rechtsomkeer te maken. Nederlandse pioniers brengen echter mijnen aan op de spoorlijn waardoor de trein met een luide knal uit de rails loopt.

Het III/I.R.481 zet zich in beweging. Maj. Schenk vermoedt dat de Nederlandse defensie enkel bestaat uit de kazematten en enkele stellingen, maar zonder diepgang in het achterland. Dus probeert hij een tangbeweging in noordoostelijke en zuidelijke richting. De opmars in de noordoostelijke richting wordt opgemerkt door de 1e Batterij van de 3e Afdeling/20.RA. (Res.1e Lt. H.J. Mulder), die toestemming vraagt en krijgt om het vuur te openen. Aanvankelijk worden de Duitsers hierdoor niet tegengehouden, maar uiteindelijk trekken ze zich toch terug. De zuidelijke opmars kent meer succes, aangezien deze geen vuur ondervindt van de Nederlandse artillerie. Verscheidene kazematten vallen in Duitse handen, zowat 210 officieren en manschappen worden gevangen genomen. Een gedeelte van de door het 3e R.I. bezette Peel-Raamstelling is door de Duitsers veroverd. Hierdoor riskeert de terugtocht van het IIIe Legerkorps en de Lichte Div. in gevaar te komen. Daarom besluit de commandant van het korps om het 2e R.H.M. in te zetten tegen de Duitse troepen bij Mill. De Huzaren vorderen slechts zeer langzaam, vooral door het feit dat zij moeten oprukken in open terrein. Twee eskadrons lopen zich vast in prikkeldraadversperringen en mijnenvelden van de eigen Peel-Raamstelling. Uiteindelijk worden slechts een viertal kazematten heroverd.

Intussen geraken de 254.I.D. en de 256.I.D. moeilijk over de Maas. Er heerst een complete verkeerschaos en een pontonbrug is reeds stuk gereden. Even na de middag bereikt het I/I.R.481 Mill en het II/I.R.481 St Hubert. Een verdere opmars is voorzien in de namiddag, met de nodige artilleriesteun, maar die geraakt niet ter plekke. Hierdoor gelast de regimentscommandant, Oberst Lt. Weber, de aanval af.

Deze beslissing is weliswaar niet naar de zin van de Stab van het XXVI.A.K. Er worden 2 stafofficieren naar Mill gestuurd om Weber tot aktie aan te manen. Uiteindelijk geeft hij toe en beslist om tegen 19.30 aan te vallen: het II/I.R.481 tussen Mill en de spoorlijn, in de richting van het III/I.R.481; iets meer naar het noorden het I/I.R.481 en in het zuiden, het onder zijn bevel geplaatste I.R.456. De aanval wordt ondersteund door Stuka’s. De Nederlandse weerstand is van korte duur en de Peel-Raamstelling wordt doorbroken. Om de Peeldiv. van de vernietiging te redden besluit Kol. Schmidt om zijn troepen tijdens de nacht van 10 op 11 mei terug te trekken achter de Zuid-Willemsvaart.

Op deze eerste oorlogsdag zijn dus zowel de Maaslinie als de Peel-Raamstelling doorbroken en ligt de weg naar de Moerdijkbruggen zo goed als open.

De Grebbelinie.

Het belangrijkste gedeelte van het Nederlandse veldleger bevindt zich achter deze verdedigingslinie. Deze troepen hebben de opdracht de linie “zeer hardnekkig te verdedigen”. De aanval op de Grebbelinie wordt toevertrouwd aan het X.A.K. van Gen. der Art. Hansen. Er wordt geopteerd voor een tangbeweging: de 227.I.D. over de lijn Apeldoorn-Amersfoort en de 207.I.D. ten zuiden ervan. Tijdens de eerste oorlogsdag moeten zoveel mogelijk bruggen over de Ijssel veroverd worden. De hoofdmacht van de 207.I.D. zal pogen door te stoten tot Rhenen, dus reeds achter de Grebbelinie. Tot aan de linie beschikken de Nederlandse troepen over 5 zwak bewapende grensbataljons en eenheden van de Ijssellinie (Terrotoriaal Bevelhebber Overijssel of TBO - Kol. J. Dwars). Tussen de Ijssellinie en de Grebbelinie bevinden zich 3 regimenten Huzaren die na de val van de eerste linie de verdere Duitse opmars moeten vertragen.

De aanval, die begint om 03.55, wordt voorafgegaan door een aktie van een patrouille van het Bat.z.b.V.800, die, gekleed in Nederlandse uniformen de bruggen van Zutfert en Westervoort intact in handen moeten krijgen. Daarover zal immers de hoofdmacht van de 207.I.D. verder oprukken. Andere eenheden van de divisie trachten de Ijsselbruggen bij Doesburg te nemen. De patrouille wordt echter al snel ingerekend nabij Didam. Volgens plan steken sterke Duitse troepen (SS.Standarte “Der Führer”) de grens over. Eenheden van het 22e GB worden onmiddellijk overmeesterd. Dit is echter voldoende om het garnizoen van het Fort Westervoort te alarmeren (3-III/35.RI - Kap. C.F. Heijnen). De kapitein neemt geen risico en laat meteen de brug springen. Vanuit het fort en de omliggende rivierkazematten worden de Duitse troepen onder vuur genomen. Het vuur wordt beantwoord en er breekt vuur uit in het fort en de verbindingen worden onderbroken. Omstreeks 08.00 steken Duitse troepen met rubberbootjes de rivier over. Een uur later valt het fort. Er wordt meteen een pontonbrug gelegd die om 16.00 gebruiksklaars is. De weg naar Arnhem ligt open, dat omstreeks 10.30 bereikt wordt.

De gedeeltelijk vernielde schipbrug bij Doesburg (1-II/35.RI - Kap. J. Noteboom) kan snel worden hersteld zodat tegen de middag eenheden van de 207.I.D (het RI.368, 1 Btl. van de SS.Standarte “Der Führer”, een Abt. artillerie van 10,5 en een batterij zware houwitzers van 15). er kunnen over trekken. Hoewel de divisie er dus niet in is geslaagd om de verschillende bruggen intact in handen te krijgen, zijn haar verschillende eenheden vrij snel over de Ijssel geraakt om verder op te rukken naar Rhenen.

Bij de 227.I.D. vergaat de opmars minder vlot. De aanval wordt geleid door 3 snelle groepen: Schnelle Gruppe Nord (S. Dietrich) moet de bruggen bij Zwolle en Deventer veroveren; Schnelle Gruppe Mitte (III.Btl. SS.Standarte “Adolf Hitler”) moet de bruggen bij Zutphen in handen krijgen; Schnelle Gruppe Süd moet de Ijssel oversteken tussen Bronkhorst en Zutphen. Mitte en Süd bereiken omstreeks 08.00 de Ijssel. Onder dekking van artillerievuur steekt Mitte omstreeks 11.20 met rubberbootjes de rivier over. Er wordt echter stevig weerwerk geboden door het I/35.RI (Res.Maj. H.J.Tromp). Verscheidene bootjes worden tot zinken gebracht. Nadat Mitte en Süd nabij Zutphen een voldoende stevig bruggenhoofd hebben gevormd zal een brug over de Ijssel gelegd worden, waarover de eenheden van de 227.I.D. kunnen oprukken. Gruppe Nord staat vóór de vernielde bruggen van Zwolle en Deventer; hij wordt teruggeroepen en steekt de rivier over te Zutphen. De brug over de Ijssel is echter pas klaar omstreeks 03.00 op de 11e mei.
Zoals verwacht is de Ijssellinie snel doorbroken (op de meeste plaatsen na een halve dag), ondanks de vernielde bruggen en de verbeten tegenstand te Zutphen en Westervoort.

De noordelijke provincies (Afsluitdijk).

De 1.Kav.Div. zal op 4 plaatsen de zowat 100 km lange grenslijn tussen Nieuwe Schans en Kloosterhaar overschrijden: in het noorden moet de 1.Radfahrabt. (Oberst Lt. Reichsfreiherr von Edelsheim) bij Nieuwe Schans aanvallen en oprukken naar Groningen; tegelijkertijd moet de pantsertrein nr.6 er de grensbewaking verrassen en via Groningen en Leeuwarden naar Harlingen rijden. Vandaar kunnen akties ondernomen worden aan de kop van de Afsluitdijk; in het midden moet het 2.Reiter Reg. (Oberst von Saucken), versterkt met een batterij rijdende artillerie de grens oversteken bij Emmer-Compascuüm en via Emmen en Sleen oprukken naar Assen en Beilen; het zwaartepunt van de aanval ligt in de Duitse inham in Nederland, ten zuiden van Coevorden. Vandaar is de afstand naar het Ijsselmeer amper 50 km. De aanval gebeurt langs 2 parallelle assen, met name Coevorden-Hoogeveen en Hardenberg-Meppel en wordt gedragen door het 1. (Oberst Lt. Wachsen) en het 22.Reiter Reg. (Oberst F. von Senger und Etterlin/Oberst Freiherr von Thüngen ??). Het 21.Reiter Reg. (Oberst Lt. Freiherr von Broich) vormt de reserve.

Daartegenover staan de Nederlandse troepen van het Territoriaal Bevelhebber Friesland (TBF - Kol. J. Veenbaas). Deze troepen moeten zo vertragend mogelijk terugtrekken en de Duitsers zo lang mogelijk de toegang tot de Afsluitdijk ontzeggen. Er zijn 3 verdedigingslinies voorzien: de O- de Q- en de F-lijn. De O-lijn ligt vlak aan de grens en vanaf deze stelling wordt alarm geslagen. Vervolgens wordt teruggevallen op de hoofdlijn, zijnde de Q-lijn; deze ligt achter een geheel van kanalen: Termunderzijldiep, Oosterdiep, Zuider Hoofdvaart en Oranjekanaal. De F-lijn verbindt de TBF met de TBO; ze loopt van de Hoogeveensevaart tot Meppel, om via het Meppelerdiep het Ijsselmeer te bereiken; het II/33.RI, het I/36.RI, de 1e Res. Grenscie. en het 1e GB staan onder het bevel van de commandant van het 33e RI, Res.Lt.Kol. W.A. Groenendijk (commandopost Beilen). De Groep Groningen, met het II/36.RI, het 12e GB, de 1e Depotcie. Bewakingstroepen en de 12e. Res. Grenscie. staan onder het bevel van de commandant van het 36e RI, Res.Lt.Kol. J.H. Sonne (commandopost Vries).

Tenslotte wordt er langs de Nederlandse oever van de Dollard een kustbewaking voorzien om Duitse landingen vanuit Oost-Friesland te verhinderen. Het zwaartepunt ligt bij Delfzijl, waar 4 batterijen van 8 cm, daterend uit 1880, dienst zullen doen als kustartillerie.

Om de Duitse opmars nog te vertragen is er tussen de F/Q-lijn en de Friese kust een lijn voorzien van brugvernielingen; deze loopt langs de Drentse Hoofdvaart, het Noord-Willemskanaal, het Eelderdiep, het Adnaderdiep en het Reitdiep naar de Lauwerszee. De bedoeling is om de bruggen over deze waterwegen op te blazen van zodra de laatste terugtrekkende soldaat is overgestoken. Een soortgelijke lijn is voorzien tussen de Lauwerszee en de Dollard.
Om 03.00 verrast de pantsertrein de grensbewaking bij Nieuweschans. Ver raakt hij echter niet want de 4 km verder gelegen spoorbrug over het Buiskooldiep wordt opgeblazen. Meegereisde pioniers kunnen de brug vrij snel herstellen, maar het verrassingseffect is weg. De volgende brug over het Zijlsterdiep wordt vakkundig vernield, zodat de trein moet terugrijden.

Ter hoogte van de plaatsen Emmer-Compascüum, Barger-Compascüum en Zwartemeer valt het 2.Reiter Reg. aan. Er moeten een 3-tal bruggen opgeblazen worden, maar de vuurkoorden doen het niet. Er wordt verder opgerukt in de omgeving van Emmer-Erfscheidenveen, waar de Nederlandse troepen sprongsgewijs terugtrekken. In Barger-Compascüum en Zwartemeer worden de bruggen wel vernietigd.

Meer naar het zuiden heeft het 1.Reiter Reg. Coevorden als doel. Dit belangrijke wegenknooppunt moet in Duitse handen vallen vóór de bruggen kunnen opgeblazen worden. Voor een rechtstreekse aanval op de stad is één eskadron voorzien; de rest van het regiment zal een omsingelingsbeweging maken langs het zuiden, om alzo de aanval in te zetten vanuit het zuidwesten en het westen. Hiervoor moeten de Duitsers het Coevorden-Vechtkanaal oversteken. Er zijn 3 bruggen beschikbaar, maar ze worden door de Nederlandse verdedigers opgeblazen. De rechtstreekse aanval is aldus mislukt. Om geen verdere kostbare tijd te verliezen besluit de Duitse commandant om Coevorden links te laten liggen en verder op te rukken naar het dorp Uffelte. De opmars verloopt langs de vernielde brug van Lutterhoofdwijk, waar zich de sectie onder de leiding van sergeant van der Baarn en 3 soldaten bevindt. Normaliter moest deze sectie al teruggeplooid zijn achter de Q-lijn, maar dat bevel is niet ontvangen. Duitse verkenners bemerken de Nederlandse stelling niet en laten de hoofdkolonne oprukken. Ze wordt meteen door een Nederlandse mitrailleur onder vuur genomen. Verschillende stormaanvallen worden afgeslagen. De Duitsers vragen versterking en zwaardere wapens. Meer oostelijk vinden Duitse cavaleristen een onbewaakte loopbrug, langswaar ze de stelling in de rug kunnen aanvallen. Doodop en zonder munitie geven de 4 verdedigers zich omstreeks 08.15 over aan de verbijsterde Duitse troepen.
Het 22.Reiter Reg. zal het meest zuidelijk de grens oversteken. De eerste helft van het regiment doet dat ten oosten van Hardenberg, ter hoogte van de dorpjes Wielen en Venebrugge; de tweede helft gaat de grens over te Kloosterhaar. Te Wielen wordt de grenswacht volledig verrast en overrompeld. Te Venebrugge wordt nog enige weerstand geboden. Dan wordt snel opgerukt naar Hardenberg. De weg loopt over het Overijssels Kanaal, waar de brug inmiddels is opgeblazen. Hierdoor wordt de aanval enkel wat vertraagd. Nabij Kloosterhaar wordt de inval eerst gestopt. Het is pas na de inzet van versterkingen dat de weerstand omstreeks 05.00 opgegeven wordt.

Hoewel meer ten zuiden geen grote eenheden zijn ingezet, worden de grensposten bij Langveen en Geesteren aangevallen en overmeesterd. Mogelijks gaat het om eenheden van het 21.Reiter Reg. (reserve).

Omstreeks 05.30 geeft TBF het bevel tot terugplooien op de Q-lijn, waarbij opnieuw een aantal tactisch belangrijke bruggen worden opgeblazen. Duitse patrouilles te paard of per motor proberen niet of slecht bewaakte bruggen op te sporen en intact te houden. Die ochtend alleen al worden in het gebied van TBF 236 bruggen onklaar gemaakt.
Langs Nederlandse zijde krijgt de strijd op de Q-lijn een chaotisch karakter door enerzijds de snelle Duitse opmars en anderzijds door de gebrekkige verbindingen.

Een eerste contact heeft plaats nabij het dorp Sleen. Nadat het 2.Reiter Reg. Emmen heeft bereikt, splitst het zich in 2: een afdeling gaat over Noordsleen naar Beilen, de 2e afdeling via Odoorn in de richting van Assen.

Aan de zuidflank van de Q-lijn valt het 1.Reiter Reg. aan. Ook dit regiment heeft zich opgesplitst: een eerste afdeling rukt op via Schoonebeek naar Dalen; het tweede deel gaat langs de westkant van Coevorden. Vanuit Dalen gaat het over de Hoogeveensevaart naar Oosterhesselen, waar de sectie onder het bevel van 1e Lt. M.H. de Vroom de Duitse opmars een tijdlang kan stoppen.

Vanaf Coevorden rukken de Duitsers via de dorpen De Krim en Elim op naar Hoogeveen. De Nederlandse weerstand stelt er weinig voor.

Tussen Hoogeveen en het Ijsselmeer komt het op de F-lijn slechts tot één noemenswaardig gevecht met het oprukkende 22.Reiter Reg. Vanuit het gebied Hardenberg-Kloosterhaar gaat het naar Meppel, waar alle bruggen reeds vernield zijn. De Duitse troepen besluiten verder oostwaarts over te steken, ter hoogte van het dorpje Rumt, waar de brug overigens eveneens opgeblazen is. Het gevecht duurt van 11.00 tot 13.20, wanneer de laatste verdedigers terugplooien op de Afsluitdijk.

Nadat Kol. Veenbaas weet krijgt dat de F-lijn op enkele plaatsen doorbroken is, laat hij zijn troepen terugtrekken op de Wonsstelling. De terugtocht verloopt chaotisch met fietsen en gevorderde auto’s, bussen en vrachtwagens. Tegen 21.00 meldt Kol. Veenbaas aan de commandant van de Wonsstelling, Res.Maj. B. Smid, dat al zijn troepen zijn teruggetrokken, waarna de TBF verder terugplooit over de Afsluitdijk.

Door hun uitermate snelle terugtocht ondervinden de Nederlandse troepen geen hinder van de eenheden van de 1.Kav.Div.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.