De opmars door Noord-Frankrijk, de Panzer-corridor.
De 17 e mei bereiken eenheden van het 6.Armee van Gen. von Reichenau Brussel; anderzijds wordt de Franse grens overgestoken ten zuiden van Maubeuge. De Duitse troepen doorkruisen het woud van Mormal en komen uit achter de communicatielijnen van het 1 e Armée.
Het gros van de 7.Pz.D. herneemt haar opmars in de vroege ochtend met als doel de oversteek van de Samber. Na de doortocht van Maroilles wordt de Samber zonder veel moeite overgestoken. De divisie rukt verder westwaarts op, bereikt Pommereuil en houdt halt op een hoogte ten oosten van le Cateau.
Tot nogtoe heeft de divisie 35 gesneuvelden en 59 gekwetsten te betreuren. Daartegenover heeft ze 10.000 krijgsgevangenen gemaakt en 100 tanks, 37 gepantserde voertuigen en 27 kanonnen buitgemaakt.
Op de as Laon-Montcornet zal de 4 e D.Cuir. de geplande tegenaanval uitvoeren. De divisie zal het voornamelijk moeten opnemen tegen de 10.Pz.D. en enkele eenheden van de 1.Pz.D. Het Franse aanvalsplan is vrij eenvoudig: oprukken met alle beschikbare middelen op een noord-oostas over een front van een 20tal km breed; de objectieven zijn de overgangen over de Serre te Montcornet en over de Hurtaut te Lislet. Door Montcornet in te nemen kan de 4 e D.Cuir. zowel Laon beschermen als het nieuwe 6 e Armée de nodige dekking bezorgen om zich rustig te ontplooien. De aanval is voorzien tegen 04.15 en zal geschieden over twee assen. De eerste groep is samengesteld uit het 46 e BCC en de 345 e CACC en volgt de as Liesse-Bucy-Montcornet; de tweede groep bestaat uit het 2 e en het 24 e BCC en volgt de as Sissonne-Boncourt-Lislet. Elke groep heeft nog in steun een compagnie van het 13 e BLM.
Even voorbij Chivres wordt de eerste groep onder vuur genomen door enkele PAK 37's, die echter geen schade toebrengen aan de B1Bis'. Bij de tweede groep neemt de 24 e BCC posities in ter hoogte van la Ville-au-Bois; het 2 e BCC bezet Dizy-le-Gros; de eenheden van het 13 e BLM zorgen voor de nodige dekking.
De eigenlijke aanval begint omstreeks de middag; het 24 e BCC verdeelt zich in twee groepen: de 2 e Cie. neemt de richting van Lislet, terwijl de 1 e en de 3 e Cie.'s de rechtstreekse aanval op Montcornet zullen leiden.
Te Lislet stuit de 2 e Cie. op een batterij PAK 37's en 6 Panzers uit een herstellingsatelier. Acht Franse tanks dringen door tot in het dorp; na een hevig Duits vuur worden twee tanks in brand geschoten. Wegens brandstofgebrek trekken de anderen zich terug naar Saint-Acquaire.
Ook in Montcornet loopt het niet gezwind; het stadje wordt immers verdedigd door het 59.Bat.Flak met zijn 88mm stukken, waartegen enkel de zware B1Bis' bestand zijn. Het 46 e BCC heeft echter vertaging opgelopen bij de beschieting te Chivres, zodat Cap. Penet besluit om met zijn R35's een frontaanval uit te voeren. Het wordt een ware slachting; de rest van de eenheid trekt terug op Boncourt.
Het 2 e BCC kent al evenmin succes; vanaf Dizy-le-Gros gaat het richting La Ville-aux-Dames. Daar komt het bataljon zwaar onder vuur van de PAK's van de Pz.Abt.90. Na verscheidene verliezen wordt teruggetrokken tot op de vertrekposities.
Het enige goede nieuws komt van de inzet van enerzijds het 4 e BCP dat de weerstandsnesten likwideert rond Chivres, en van de D2- tanks (16 ton, met 47' kanon) die Clermont-les-Fermes zuiveren; de 88mm Flak schakelt echter drie tanks uit, waarna de anderen zich terugtrekken.
Omstreeks 16.00 zijn de B1Bis' van het 46 e BCC klaar voor een aanval op Montcornet; deze zal worden voorafgegaan door een beschieting van 10min. Daarna jaagt Cdt. Bescond zijn tanks in de aanval. Dan doet zich een bijzonder pijnlijke vergissing voor; de tankbemanningen beschikken niet over gedetailleerde kaarten van de streek, zodat zij La Ville-aux-Dames verwarren met Montcornet. De 88mm Flak brengt er de Franse tanks zware verliezen toe; Cdt. Bescond sneuvelt bij de ontploffing van zijn tank.
Omstreeks 18.30 mengen zich Stuka's met de grondgevechten. Dit is voldoende om de 4 e D.Cuir. te laten terugtrekken op haar aanvangsposities van de ochtend.
Waar de 4 e D.Cuir. er niet in geslaagd is om de panzers te stoppen, zal Hitler het doen. In de ochtend van de 17 e mei begeeft de Führer zich naar het Hoofdkwartier van Gen. von Rundstedt te Charleville. Door de snelle opmars van de panzers vindt hij de linkerflank van de Heeresgruppe A onderbeschermd en vreest hij een belangrijke Franse tegenaanval. Hij vaardigt daarom een bevel uit voor het Hoofdkwartier van het 12.Armee, waarbij de Pz.Gruppe von Kleist absoluut het verbod krijgt om de Oise over te steken. Het 12.Armee zwenkt naar het zuidwesten en neemt defensieve posities in. Het 2.Armee vestigt zich tussen het 4. en het 12.Armee en zal verder oprukken naar het westen.
De bevelen voor de Pz.Gruppe zijn duidelijk voor deze 17 e mei: onverwijld oprukken in de richting van St Quentin, maar stoppen op een as Vervins-Montcornet-Dizy le Gros en proberen zoveel mogelijk bruggen te bezetten over de Oise. Blijkbaar kent Gen. von Kleist onvoldoende de situatie bij het XIX.AK., want tegen de avond van de 16 e mei zijn de objectieven voor de 17 e reeds met 30km overschreden. Gen. Guderian meldt zijn actuele posities, waardoor om 07.00 Gen. von Kleist neerstrijkt in de CP van Gen. Guderian. Er volgt een hevige discussie, waarna Gen. Guderian zijn ontslag aanbiedt, dat wordt aanvaard door Gen. von Kleist; Gen. Veiel neemt als oudste officier tijdelijk het bevel over. In de namiddag komt Gen. List (bevelhebber 12.Armee) bemiddelen waardoor Gen. Guderian opnieuw zijn commando opneemt. Om Gen. von Kleist niet volledig af te vallen wordt aan Gen. Guderian toegestaan om diepe gevechtsverkenningen uit te voeren.
In de sector van de 2 e D.Cuir. naderen de panzers de bruggen over de Oise. De Duitsers proberen zich meester te maken van de bruggen te Moy, Berthincourt, Mézières-sur-Oise en Ribemont. De 3/27 e BCC biedt hevig weerstand, maar tegen 13.00 zijn de eerste drie bruggen in Duitse handen. Een Franse officier bemachtigt echter in de aktentas van een gevangen Duitse Oberst het aanvalsplan voor 's anderendaags in de richting van Bapaume en Péronne. Na een aanval in de rug valt eveneens de brug van Ribemont in Duitse handen. Ze rukken verder noordwaarts op in de richting van Regny, Thenelles en Hauteville; daar voert de 2/27 e BCC een hevige tegenaanval uit waarbij de Duitse opmars tijdelijk afgestopt wordt. Meer noordwaarts wordt omstreeks 16.00 Longchamps bereikt. Tegen de avond geeft Lt.Col. Golhen het bevel tot terugtrekken; dit order bereikt echter slechts de eenheden gestationeerd ten noorden van Vadencourt; de 2/27 e BCC verlaat Longchamps voor Bohain en de 1/14 e BCC plooit terug op het kanaal van Crozat.
Omstreeks 18.00 bereikt het Duitse aanvalsplan dat ontdekt is bij de Duitse officier, de CP van de 2 e D.Cuir. te Guiscard. Col. Perré zal de documenten overbrengen naar het Hoofdkwartier van Gén. Giraud te Compiegne. De generaal is echter afwezig en niemand schijnt te weten waar hij zich bevindt. De belangrijke gegevens op de kaarten zullen aldus niet kunnen aangewend worden door het Franse Opperbevel.
De 5. en de 7.Pz.D. hebben het kanaal dat de Oise verbindt met de Samber reeds overgestoken en tegen de avond bereiken ze Bohain, op amper een 20tal km van St Quentin. De 1. en de 2.Pz.D. hebben hun bruggenhoofden aan de Serre verder uitgebouwd en hebben de bruggen over de Oise te Moy, Ribemont, Mézières-sur-Oise en Berthincourt veroverd. De 10.Pz.D. mag eindelijk haar defensieve stellingen te Stonne verlaten en begeeft zich via Montcornet naar Rethel. De 6.Pz.D. (groep von Esebeck) verovert Guise en Macquigny en voorziet bruggenhoofden over de Oise te Neuvilette en Hauteville. Tegen de avond worden de beide bruggenhoofden fors aangevallen door B-tanks van de 2 e D.Cuir. De PAK's zijn weinig effectief tegen hun bepantsering; uiteindelijk wordt de aanval gestopt door de inzet van enkele 88' batterijen. De noordelijke kolonne van de 2.Pz.D. en de groep von Ravenstein ontmoeten elkaar te Le Herie. In het noorden bezet de 8.Pz.D. Hirson en bereikt ze tegen middernacht La Capelle.
Stilaan beginnen de Duitse infanteriedivisies de panzers bij te halen. In de regio van Stonne, waar zich nog steeds Franse troepen bevinden, komt het VI.AK. aan; hierdoor kan het XIV.AK. (Mot) verder doorschuiven naar de omgeving van Rethel, waar de troepen van Gén. de Lattre nog actief zijn.
De Pioniere slagen er stilaan in om het spoorwegennet opnieuw te herstellen en beschikbaar te maken; de 17 e mei geraken de treinkonvooien tot Libramont, drie dagen later bereiken zij Dinant.
De op de Geallieerden veroverde vliegvelden worden door het grondpersoneel van de Luftwaffe snel opnieuw operationeel gemaakt. Hiervoor wordt gretig gebruik gemaakt van het "oude werkpaard Tante Ju", of de Junkers Ju-52.
* * *
In de loop van de 18 e mei worden enkele geïsoleerde tankeenheden van de 2 e D.Cuir. vernietigd. In de omgeving van Wassigny kan Lt.Col. Golhen nog een tijdlang standhouden, maar dan worden zijn tankeenheden, meer bepaald de 2. en de 3/14 e BCC, de 3/15 e BCC en de 3/8 e BCC, onder de voet gelopen door de 8.Pz.D.
Met wat hij nog kan verzamelen zal Cdt. Aubert een groep samenstellen met een sectie B1Bis' van het 15 e BCC, een compagnie H-tanks afkomstig van de 1/27 e BCC en van de 1/46 e BCC en een detachement AT met twee stukken 47' van het 309 e RATT. In een eerste fase zal deze groep posities innemen langs het kanaal van Crozat (Canal de St Quentin), aan de bruggen van Jussy en Liez. In een volgende fase gaat het naar de Oise, tussen Origny-Sainte-Benoite en Travecy.
Naast de groep van Cdt. Aubert zal er een tweede groep samengesteld worden met een aantal herstelde B1Bis', onder het bevel van Cap. Vaudremont. Deze eenheid moet een tegenaanval kunnen uitvoeren tegen panzers die de Oise zijn overgestoken.
In de sector van het XIX.AK. geeft Gen. Guderian zijn manschappen weing respijt; St Quentin valt omstreeks 09.00 in handen van de 2.Pz.D. en in de namiddag worden Tertry en Villeret bereikt; de 1.Pz.D. bereikt Péronne en de belangrijke nabijgelegen bruggen over de Somme. De 10.Pz.D. hergroepeert zich in de regio van Hamegicourt, Ribemont, La Ferté, Nouvion en Catillon, samen met enkele eenheden Pioniere. Hun taak bestaat erin om de linkerflank van het AK. te beschermen. Hiervoor worden ondermeer de niet noodzakelijke bruggen vernietigd en de anderen stevig bewaakt.
Meer noordwaarts rukt de 6.Pz.D. (groep von Ravenstein) op over Fontaine, Croix, Méricourt, Le Catelet (waar de volledige staf van het 9 e Armée wordt gevangen genomen, behalve Gén. Giraud) en vestigt een bruggenhoofd ter hoogte van Vandhulle; de groep von Esebeck trekt door Fresnoy en overnacht op een 10tal km ten zuiden van Cambrai.
Aan de noordflank van de panzercorridor verovert de 5.Pz.D. het fortencomplex van Maubeuge, maar stuit ze op zware tegenstand in het woud van Mormal, afkomstig van de 1 e DINA en de 1 e DLM. De gevechten zullen er nog voortduren tot 's anderendaags.
De 7.Pz.D. zal verder oprukken naar Cambrai, maar stuit op hevige Franse tegenstand ter hoogte van Le Cateau. Via een flankbeweging kunnen de panzers stilaan door de verdedigingsgordel breken. Een groep van enkele panzers en gemechaniseerde Flak kan doorstoten tot in de buitenwijken van Cambrai. Tegen de avond is de stad in Duitse handen.
Tegenover al deze bruggenhoofden heeft het Franse Opperbevel zijn Armée's opgesteld in halve cirkel, van links naar rechts: het 1 e Armée (Blanchard) terugtrekkend op de Samber; het 9 e Armée (Giraud) teruggeslagen op de Oise, maar met weerstandsnesten over een linie tussen het woud van Mormal en Wassigny, over Le Cateau; het 7 e Armée (Frère) beschermt de benedenloop van de Oise tot aan de Ailette; daar neemt het 6 e Armée (Touchon) over tot aan de bocht van Rethel, waar het 2 e Armée (Huntzinger) in stelling ligt tot aan de hoogten van de Argonne.
Naast de Franse troepen zijn eveneens twee Britse Territoriale Div. beschikbaar, namelijk de 12th (Eastern) Div. en de 23rd (Northumbrian) Div., die sinds een maand in Frankrijk aangekomen zijn, maar zich bevinden op halve divisie-sterkte, onvolledig bewapend en onvoldoende getraind. De 23rd Div. houdt stellingen langs het Canal du Nord, tussen Douai en Cambrai. De 12th Div. wordt opgesplitst voor defensieve taken in de centra van Abbeville, Amiens, Doullens en Cléry-s/Somme. Daar heeft een voorhoede van de 1.Pz.D. tegen de avond contact met eenheden van het Queens Own Royal West Kent Reg. De Duitsers trekken zich terug op Péronne, terwijl de Britten op hun beurt terugplooien op Albert. In de namiddag worden verschillende eenheden van de 12th Div. bestookt door de Luftwaffe te Amiens.
Daarenboven beveelt Gén. Gamelin dat verschillende eenheden vanaf de Maginot-linie zich naar het noordwesten zouden begeven om de Franse posities aan de Aisne en de Argonne te verstevigen. Om deze verplaatsingen te verhinderen voert het 1.Armee (Gen. von Witzleben) enkele lokale aanvallen uit.