<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in Frankrijk.

De opmars door Noord-Frankrijk, de Panzer-corridor.

De 15 e mei om 03.30 gaan de Duitsers in de sector van Monthermé opnieuw tot de aanval over, ondersteund door 15 artilleriebatterijen. Omstreeks 05.30 krijgen alle eenheden van het 9 e Armée het bevel tot terugtrekken, behalve een achterhoede die doorvecht tot omstreeks 08.30.

Voor het XXXXIe CAF. is dit een ramp; het 102 e DIF. beschikt immers niet over transportmiddelen en de 61 e DI. ligt te ver af. De terugtrekkende Franse soldaten worden al snel belaagd door de 6.Pz.D.; de panzers razen met een grote snelheid over de wegen en bereiken tegen de avond het 60km verder gelegen Montcornet, waar een compagnie van het 17 e Bat. Chasseurs Portés wordt verrast (2 e D.Cuir.). De bres in de flank van de Franse legers bedraagt in vogelvlucht zowat 70km van Maubeuge tot Château-Porcien.

Stroomopwaarts van Monthermé steken de 3. en de 23.ID de stroom over en beginnen bruggen te leggen waarover de 8.Pz.D. kan trekken.
Tegen de avond bereikt de 6.Pz.D. Liart, Rozoy en Montcornet; de 8.Pz.D. bereikt Orchimont.

In en rond Sedan hebben de Duitse troepen de bruggen nu stevig in handen. Er worden die dag twee aparte veldslagen uitgevochten: een offensieve uitbraak door de 1. en de 2.Pz.D. ten westen van de as Singly-Bouvellemont en een verdedigende slag door voornamelijk het Reg.GrossDeutschland ten zuiden van Stonne.

Om 06.00 bevestigt Gén. Huntzinger de vooropgestelde tegenaanval aan Gen. Flavigny. Pas om 11.30 beveelt deze laatste aan de 3 e D.Cuir. en de 3 e DIM om aan te vallen om 15.00. De aanval is voorzien in drie sprongen: de eerste tot aan de linie Chémery-Maisoncelle-Raucourt; de tweede tot aan de hoogtes ten zuiden van Bulson en de derde tot La Marfée-Pont Maugis. Dit offensief zal uitgevoerd worden volgens het principe uit de Eerste Wereldoorlog, waarbij de "infanterie de tanks steunt". Vandaar dat het bevel in handen is van een infanterist, Gén. Bertin-Boussu van de 3 e DIM, in de plaats van Gén. Brocard van de 3 e D.Cuir. Omstreeks 15.00 meldt Gén. Brocard aan Gén. Flavigny dat hij er niet zal in slagen om zijn tanks op het voorziene tijdstip klaar te hebben. De aanval wordt daarom verdaagd tot 17.30.

Aan Duitse kant zit het Reg.GrossDeutschland niet lijdzaam te wachten op een Franse tegenaanval. In de vroege ochtend heeft het regiment posities ingenomen op de hoogtes, aan weerskanten van Stonne. Dan breekt de hel los; de Fransen vallen aan met hun zware "B"tanks en de lichte H-39s van het 45 e en het 49 e Bat. de Chars, ondersteund door de 1/51 e RI (Cap. Martin). Daartegenover stellen de Duitsers hun PAK's. In de loop van de dag zal het dorp drie keer van handen wisselen. In de loop van de namiddag worden alle beschikbare eenheden Schützen van de 10.Pz.D. als versterking gestuurd naar het GrossDeutschland, alsmede panzers voor het indijken van een nieuwe Franse aanval in de regio van Raucourt. Omstreeks 18.00 volgt een Franse tankaanval in de omgeving van Chémery. Wat later blaast Gén. Brocard de aanval af. Deze beslissing kost de generaal zijn bevel; hij wordt door Gén. Huntzinger opzij gezet. In de late namiddag wordt het GrossDeutschland afgelost door de 29.ID (Mot).

De 1. en de 2.Pz.D., gevolgd door de 2.ID (Mot), rukken verder westwaarts op, waarbij alle tegenstand wordt opgerold. Maar wat stelt die tegenstand nog eigenlijk voor ? Gén. Georges doet een beroep op een oudgediende uit WOI, Gén. Touchon, die belast wordt met het herstellen van de verbindingen tussen het 2 e en het 9 e Armée's. Hij voorziet een defensielijn over de as Rocroi-Lépron-Signy l'Abbaye-Poix Terron. De generaal krijgt een legeronderdeel ter beschikking dat bestaat uit XXXXIe CAF, de 53 e DI, de 5 e DLC, de 14 e DI (Gén. de Lattre de Tassigny), de 2 e D.Cuir. en de resten van het Xe CA. Het eerste contact met Duitse troepen wordt gemaakt door het het 15 e DP en twee Cie's van het 152 e RI (14 e DI) te Bouvellemont en iets meer noordelijk , te La Horgne door de 3 e Brig. de Spahis.

Aan Duitse kant zijn het weer de Schützen van Oberst Lt. Balck die van de partij zijn. Ze geraken niet voorbij de verdediging van de infanteristen en de Spahi's. De manschappen van Balck raken wel stilaan door hun beste krachten; meer dan de helft van de officieren is gedood of gewond en de compagnie's zitten nog aan amper 50% van hun effectieven. Tegen het vallen van de avond moet het 152 e RI zich terugtrekken uit Bouvellemont en terugplooien op Rethel. Te La Horgne vecht de 3 e BS een slag op leven en dood; omsingeld door panzers en infanterie vecht de brigade nog door tot 18.00, tot wanneer ze totaal vernietigd is; Col. Marc wordt gekwetst en zijn beide regimentscommandanten, Col. Burnol (2 e RSA) en Col. Geoffroy (2 e RSM) komen om.

Meer ten noorden heeft de 2.Pz.D. weinig moeite met de 53 e DI. De panzerdivisie overschrijdt de linie Launois-Neuvizy; een voorhoede heeft omstreeks 20.30 te Novion-Porcien contact met eenheden van de 2 e D.Cuir. (Cdt. Mahuet en Lt.Col. Golhen). Andere eenheden uit de voorhoede hebben contact met de panzers van Gen. Reinhardt te Montcornet.

Gén. Georges heeft op 13 mei de 2 e D.Cuir. als versterking toegewezen aan de 1 e D.Cuir. in de regio van Charleroi. Wegens een gebrek aan speciaal tanktransport zullen de tanks per spoor vervoerd worden, terwijl de rest van het rollend materiaal op eigen kracht zal rijden. Het vertrek uit het station van Châlons is voorzien in de voormiddag van de 15 e mei. In de loop van 14 mei wordt Gén. Bruché echter op de hoogte gebracht dat zijn divisie wordt toegewezen aan het 9 e Armée van Gén. Corap. Wanneer een verbindingsofficier van Gén. Bruché zich meldt op het Hoofdkwartier van het 9 e Armée verneemt hij dat de plannen alweer veranderd zijn en dat de divisie dit keer overgeplaatst wordt naar het legeronderdeel van Gén. Touchon. Hierdoor wordt de mobiele kolonne van de divisie afgeleid van Guise naar Signy l'Abbaye en worden de tanks afgeladen in Hirson.

Inmiddels stuiven de panzers van Gen. Reinhardt over Signy in de richting van Montcornet. Zo wordt in de loop van de 15 e mei een artilleriekolonne gevat te Blanchefosse; hierbij worden tien van de twaalf kanonnen door de panzers uitgeschakeld. De panzers van Reinhardt hebben het zonder te beseffen een wig gedreven tussen de mobiele kolonne en de tanks van de 2 e D.Cuir. De mobiele kolonne trekt zich terug achter de Aisne te Rethel. De tanks rijden in een zuid-oostelijke richting vanaf Hirson; totaal onverwacht hebben ze contact met panzers aan de weg Liart-Rozoy, waardoor de tanks uit elkaar stuiven. In de ochtend van de 16 e mei zijn de eenheden van Gén. Bruché aldus danig verspreid dat hij zelf niet kan zeggen waar elke eenheid zich bevindt. Achter de Aisne beschikt de generaal over de quasi totaliteit van het rollend materiaal, één artilleriebatterij, een compagnie lichte H-39's, vier B-tanks en twee compagnie's Chasseurs.

Gén. Corap wordt het slachtoffer van de militaire tegenslagen en wordt vervangen door Gén. Giraud. Hij neemt daarbij de resten van zijn 7 e Armée mee naar het reeds zwaar beproefde 9 e Armée. Diezelfde dag sneuvelt Gén. Barbe (4 e DLC) en 's anderendaags wordt Gén. Bouffet gedood, samen met praktisch de volledige Generale-Staf van de IIe CA.

Tegen de avond ontstaat er weer een meningsverschil tussen de Gen.'s von Kleist en Guderian. Kleist is voorzichtig en wenst dat Guderian stopt bij een klein bruggenhoofd ten westen van Sedan, met daarachter de gestadige uitbouw van de troepenmacht. Gen. Guderian is woest en na enkele telefonische gesprekken met Gen. von Kleist kunnen zijn panzereenheden hun opmars verder zetten.

Generalissimo Gamelin vermeldt in zijn dagrapport dat deze 15 e mei een stuk rustiger is verlopen dan de dag voordien !!!!

* * *

In de loop van de 16 e mei hergroepeert het 2 e Armée zich in de regio van Stonne. De Duitse druk in de omgeving van Laon zou afgenomen zijn; die hoop verdwijnt echter al snel. Tegen het vallen van de avond steekt een voorhoede van de 7.Pz.D. door de versterkte positie ten zuiden van Solre. Omstreeks 22.00 wordt de weg Solre-Avesnes overgestoken; te Lez-Fontaine en te Sars-Poterie worden eenheden van de 18 e DI. verrast en te Semousies wordt een groep artillerie van de 1 e D.Cuir. opgeraapt. Tegen middernacht staat de 7.Pz.D. vóór Avesnes. De stad is in de loop van de dag beschoten door de Duitse artillerie; in het centrum bevinden zich de resten van de 1 e D.Cuir. met hun B-tanks op weg naar La Capelle. Het komt tot hevige straatgevechten die duren tot 04.00, waarna de Franse tanks het moeten opgeven. Ondanks een gebrek aan munitie en benzine besluit Gen. Rommel toch nog verder door te stoten naar Landrecies; via een onbeschadigde brug over de Samber bereikt een kolonne uiteindelijk Le Cateau omstreeks 05.15 op de 17 e mei.

Tijdens de nacht van 15 op 16 mei gelukt het de Fransen om met een nieuwe tegenaanval twee compagnie's B-tanks in Stonne te vestigen; een twaalftal panzers wordt vernietigd. Door een gebrekkige coördinatie tussen de infanterie en de tanks, wordt de Franse infanterie tegen de middag opnieuw uit het dorp gedreven. De gevechten rond Stonne krijgen stilaan het aspect van een positie-oorlog.

In de regio tussen de Serre en de Aisne krijgt het XIX.AK. het even moeilijk: de manschappen zijn vermoeid, de bevoorrading volgt niet en de munitievoorraden beginnen te slinken. Gen. Guderian spreekt zijn mannen moed in en tijdens de namiddag wordt Montcornet bereikt; op het marktplein ontmoet Guderian Gen. Kempf met zijn 6.Pz.D. die sinds de vorige nacht het stadje bezet. De beide generaals zijn het erover eens om via verschillende routes de opmars verder te zetten. Een voorhoede van Guderian bereikt tegen de avond Marle en Dercy. Het Korpshoofdkwartier wordt gevestigd te Soize, ten noordoosten van Montcornet. Meer ten noorden verovert de 6.Pz.D. Vervins; verkenningseenheden gaan door tot Guise.

Aan de Maas is de 3.ID er in geslaagd om een brug te leggen te Nouzonville, waardoor de 8.Pz.D. eindelijk kan oversteken en zich voegen bij haar zusterdivisie, de 6.Pz.D.
Meer zuidwaarts, in de regio van Sissonne, lijkt de terugtocht van de 53 e DI. steeds meer op een vlucht. Hier is geen hoop meer om de bres te dichten. Er zal een nieuwe defensielijn voorzien worden aan de Oise en de Aisne.

Nu de 1 e D.Cuir. zo goed als vernietigd is, blijft het wachten op de inzet van de 2 e D.Cuir. Zoals gezien is de divisie sinds gisteren uiteengevallen in twee delen; het eerste bevindt zich in de omgeving van Rethel, het tweede is aan de Oise gebleven.

Gén. Delestraint wordt door het Franse Opperbevel belast met het samenbrengen van alle gepantserde eenheden die hij maar kan vinden; het zal voornamelijk gaan om de resten van de 1 e D.Cuir., de 2 e D.Cuir. en alle beschikbare tanks van het 4 e Armée die in de regio te vinden zijn. Deze groep zal 's anderendaags, en met de steun van de pas gevormde 4 e D.Cuir. van Col. de Gaulle een tegenaanval uitvoeren te Montcornet.

Maar dan wordt een volledig onverwacht order ontvangen: de 2 e D.Cuir. zal niet deelnemen aan de tegenaanval, maar moet defensieve posities innemen langs de Oise en het Canal de la Sambre om er tussen Guise en La Fère een aantal bruggen te bewaken.

  • te Oisy de 3/14 e BCC.
  • tussen Etreux en Tupigny de 2/14 e BCC.
  • tussen Grand Verly en Bernot de 2/27 e BCC.
  • tussen Origny-Sainte-Benoite en Moy de 1/27 e BCC.
  • tussen Moy en La Fère de 1/14 e BCC.

In de loop van de dag zijn twee compagnies van het 8 e BCC. ontscheept te Saint-Quentin; de 2 e Cie. wordt ingezet bij de verdediging van Guise en de brug van Vadencourt; de 3 e Cie. bij deze van Ribemont en Origny-Sainte-Benoite.

De 4 e D.Cuir. zal er morgen dus alleen voorstaan. Als voorbereiding voert Col. de Gaulle een verkenning uit langs het kanaal van Sissonne; op de wegen bevinden zich talloze vluchtende burgers en ontwapende Franse militairen. De Duitsers nemen niet eens meer de tijd om krijgsgevangenen te maken, ze worden enkel ontwapend.

Tijdens de nacht wordt het Hoofdkwartier van Gén. Gamelin op de hoogte gebracht van de terugtocht van de 51 e DI. naar Compiègne.

Aan Duitse zijde worden voor morgen de volgende marsroutes voorzien:

  • 1.Pz.D.: Hamegicourt, Essigny, Beauvois, Péronne, Mézières-sur-Oise, Vermand en Aizecourt;
  • 2.Pz.D.: Ribemont, Roisel-Nurlu, Origny, Epeny en Fins;
  • 6.Pz.D. (groep von Esebeck): Vigneux, Hary, Vervins (west), Voulpaix, Wiege-Faty en Flavigny-le-Petit;
  • 6.Pz.D. (groep von Ravenstein): Dagny, Vervins (oost), Etreaupont en Marly;
  • 8.Pz.D.: Liart en Hirson.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 




Totstandkomen van het bruggenhoofd in Duinkerken.


Verdere doorbraak Duitse troepen van 4 tot 22 juni 1940.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.