<< Menu  


Het Duits offensief aan de Rijn.

Links van de 239.ID zal de 556.ID van Gen. von Berg in aktie komen. In de vroege ochtend van de 16e juni steken de eerste eenheden van de divisie langs de Jägerhof-brug de Rijn over. Ze worden verondersteld op te rukken langs de as Kunheim-Biesheim-Neuf Brisach en alzo richting Mulhouse.
Het eerste doel wordt gevormd door de kazematten aan de oostkant van Kunheim: de 39/3 van Lt. Riber, de 40/3 van Sgt.Chef Lutz en de 41/3 van Adj. Burglen. In feite zijn deze kazematten volledig geïsoleerd na de val van 42/3 Biesheim-sud van Adj.Chef Welsch en de 38/3 Baltzenheim van Lt. Senter.
In de namiddag wordt een 88’ in stelling gebracht tegenover de 39/3. Vanop 600m vormt de kazemat een gemakkelijk doel. Terwijl verscheidene obussen inslaan wordt telefonisch contact genomen met de 40/3 Kunheim-sud met de dringende vraag om de 88’ te bestoken met de dubbele mitrailleur. Het Flak-kanon trekt zich terug.

Tegenover Biesheim worden de Duitsers tot staan gebracht door Frans mitrailleurvuur. Het is pas na het verschieten van alle munitie dat de verdedigers zich overgeven.

In de sector van het I/28e RIF stuiten de Duitsers op de PA Beaupuy van Lt. Buecher. Na het oversteken van het riviertje de Giessen vormt deze vooruitgeschoven positie de enige hindernis naar Neuf-Brisach. De gevechten zijn hevig. De PA wordt in de mate van het mogelijke ondersteund door artillerievuur afkomstig van Vogelsheim (S.Lt. Sitter) en de resten van de vestingstroepen van de kazemat Vieux fort Mortier. De Duitsers willen blijkbaar eerst komaf maken met het fort. Omstreeks 14.00 wordt de overgave geëist maar Sgt.Chef Py stuurt de Oberleutnant terug. Dit negatieve antwoord veroorzaakt een hevig artilleriebombardement. Daarna volgt een infanterie-aanval die door mitrailleurs en FM’s wordt afgeslagen. Rond 18.00 wordt een PAK in stelling gebracht tegenover de ingangspoort van het fort. Even later komt dezelfde Oberleutnant opnieuw de overgave vragen. Py begrijpt dat alle verdere weerstand nutteloos is en besluit het fort over te geven. Hij rekt echter de tijd om zijn manschappen toe te laten de nodige vernielingswerkzaamheden uit te voeren.

Aan de 29/1 Pont-rail sud is de strijd nu defnitief afgelopen. De reeds scheefgezakte kazemat wordt verder onder vuur genomen door 150’ en een PAK. Dan stopt het artillerievuur en wordt er op de gepantserde ingangspoort gebonkt; de Duitse infanterie is reeds ter plekke. De Sgt.Chefs Terrasson en Durupt nemen hun laatste beslissing en besluiten om de kazemat over te geven.

Voor het Höh.Kdo 33 is het bilan voor deze zondag zeer gematigd. De 239.ID is wel doorgestoten tot Widensohlen, maar de 556.ID wordt gestopt door de resten van het 9e BCPyr. en het I/28e RIF (Cdt. Chappey). De divisie is blijven ter plaatse trappelen in de sector Fort Mortier, Volgelsheim en de spoorweg. Nochtans waren de bevelen duidelijk: de verovering van Kunheim, de Franse weerstand breken in de regio van Neuf-Brisach en terreinwinst boeken in de richting van Mulhouse. De orders voor de 17e juni zullen dus praktisch dezelfde zijn.
Op links van de 556.ID kent het IR.623 van Oberst Vaterrodt evenmin veel succes, hoewel dit deels te wijten valt aan de passiviteit van haar bevelhebber. Ondanks de aanwezigheid van de regimentsartillerie wijgert Vaterrodt om een poging te ondernemen om Vogelgrün te bezetten. Het regiment telt op deze zondag 22 gesneuvelden en een 80tal gewonden.
Toch ontvangt Gen. Dollmann toch nog goed nieuws ; tegen de avond is immers een tweede 16tons-brug klaar tegenover Sasbach. Minpunt is evenwel dat de baan lijdt naar het nog steeds weerstand biedende Marckolsheim.

* * *

Wat al een tijdje in de lucht hangt zal ’s anderendaags, maandag 17 juni bewaarheid worden. Langs verschillende assen zullen de Duitse infanteriedivisies doorbreken en oprukken in de richting van Belfort en Mulhouse en door de Vogezen.

In de sector van het II/42e RIF heeft Cdt. Gagneux zijn manschappen laten verzamelen in het bos van Hardt. Een dertigtal soldaten zonder individueel wapen zijn naar achteren gestuurd, naar de CP van het regiment te Elsenheim. De inventaris van de bewapening is snel gemaakt: 11 FM’s, één mitrailleur en twee mortieren van 81 met een zeer beperkte voorraad munitie. Na overleg met zijn officieren besluit Gagneux om hier de Duitsers op te wachten en bijgevolg niet terug te trekken; de Fransen vormen er het laatse vierkant, met aan de oostkant Lt. Koch en Adj. Chatel, de Jacquelot aan de noord- en westkant en Blosser met Adj.Chef Vigneron en S.Lt. Arnold aan de zuidkant.
De commandant wenst hiervan eveneens zijn kolonel op de hoogte te brengen; hij stuurt een motorwielrijder naar Elsenheim die tijdens de nacht terugkeert met het ontstellende nieuws dat het dorp volledig ontruimd is.

Ten noorden van Marckolsheim trekken de laatste manschappen van Lt. Reutter zich terug vanaf het kanaal. Met hun mitrailleurs, twee mortieren en een kanon van 25’ wordt het 6km verderop liggende Ohnenheim bereikt. Daar worden onverhoopt enkele kisten munitie ontdekt die toelaten om een eerste Duitse aanval af te slaan. Reutter redeneert zoals Gagneux en probeert eveneens zijn regimentscommandant op de hoogte te brengen. Hij stuurt S.Lt. Julien op pad naar Elsenheim. De onderluitenant komt terug met hetzelfde nieuws als de motorwielrijder bij Cdt. Gagneux. Reutter besluit hierop om terug te plooien in de richting van de Vogezen. Rond 20.00 wordt de terugtocht aangevat; het detachement marcheert een groot deel van de nacht en bereikt de Ill te Illhausern, waar de bruggen vernietigd zijn. Reutter verneemt er van manschappen van het 242e RI dat eenheden van het 42e RIF zich te Ribeauvillé zouden bevinden. Een wielrijder wordt naar de stad gestuurd die er verneemt dat de resten van het regiment zich verzamelen te Kaysersberg, op de weg naar de Col du Bonhomme. Reutter laat zijn gekwetsten achter bij burgers te Saint-Hippolyte en vertrekt Kaysersberg.

In de sector van het I/42e RIF neemt Cdt. Coulomb dezelfde beslissing als Gagneux bij het zusterbataljon. Het vierkant wordt gevormd met aan de noordkant Lt. Beck met de groep Auriol en de resten van de groep Charrière; Sgt.Chef Biéchy bevindt zich aan de brug van de sluis 66. Langs het kanaal zijn manschappen onder bevel van S.Lt. Kiener in tirailleur opgesteld. De telefonisten van Lt. Wolff staan opgesteld aan de zuidkant terwijl het administratief personeel onder Lt. Dissler de westkant bewaken. Coulomb moet het echter stellen met een beperktere bewapening dan Gagneux.

Hoe is de situatie in de sector van het 28e RIF, en inzonderheid in Vogelgrün, waar Lt. Zeller opgesloten zit met zijn sectie en het vrijkorps van S.Lt. Saint-Raymond.
In de namiddag van de 16e juni ontvangt de luitenant via een boodschapper afkomstig van de kazemat 45/3 Algolsheim (Lt. Hoffbeck) de melding dat hij moet terugplooien op Neuf-Brisach langs de kazemat 45/3; het order is ondertekend door Cdt. Chappey. Eigenaardige beslissing, wetende dat de Duitse artillerie niet meer vuurt in deze sector en dat de infanterie nog niet aanvalt. Zeller bereikt Neuf-Brisach waar hij zich meldt bij Cdt. Chappey. Eerst wordt nog een beperkte tegenaanval voorzien op Vogelgrün, maar tegen de avond meldt Chappey dat er een algemene terugtocht van de volledige 104e DIF komt naar Guebwiller. De Fransen ontruimen de Elzas !!

* * *

De volledige 104e DIF wordt dus verondersteld om het contact met de Duitsers te verbreken en massaal terug te plooien. In de vroege namiddag heeft Gén. Laure (8e Armée) dat bevel inderdaad overgemaakt aan Gén. Cousse (104e DIF); de divisie moet tijdens de nacht van 16 op 17 juni afhaken en zich westwaarts terugtrekken om zich in de vroege ochtend van de 17e juni achter de stopposities van de 54e DI. te bevinden.

Dit order doet menige wenkbrauwen fronsen. De vooravond heeft Laure immers aan Cousse duidelijk gemaakt dat zijn divisie zal geofferd worden zonder enig vooruitzicht tot terugtrekken en dit met het oog op het veiligstellen van de terugtocht van andere grote Franse eenheden. Nog opmerkelijker is het feit dat Laure reeds sinds de dag daarvoor een bevel op zak heeft van Gén. Prételat waarbij alle vestingstroepen zich zullen terugtrekken tijdens de nacht van 15 op 16 juni, hetzij 24 uren eerder !!
Er zijn natuurlijk verzachtende omstandigheden, want sinds 15 juni vechten de eenheden van Gén. Laure op twee fronten: enerzijds aan de Rijn met de 104e DIF en anderzijds in het zuidwesten met de Groupement Duluc tegen de snel vorderende Pz.Gruppe Guderian. Dit tweede front heeft op dit ogenblik ontegensprekelijk de hoogste prioriteit, want de panzers rukken snel op in de richting van de Doubs en de Zwitserse grens. De 16e juni heeft Guderian reeds de Saône overgestoken en bedreigen zijn panzers Besançon. Hierdoor riskeren het 8e Armée en met haar de andere in het oosten gelegerde legers ompsingeld en opgesloten te raken in de Vogezen. Laure vat het potentiële gevaar en probeert minstens het XLVe .CAF van Gén. Daille te redden in de sector van Belfort. Daarnaast moet hij de terugtocht dekken van het 5e Armée van Gén. Bourret vanaf de Maginotlinie.

In de voormiddag van de 16e juni geeft Laure twee orders uit : vooreerst beveelt hij Gén. Daille om zich met alle beschikbare middelen een weg te banen naar het zuiden; vervolgens beveelt hij de volledige terugtocht van de vestingstroepen. Merkwaardig is dat de 105e DIF van Gén. Didio als eerste het bevel ontvangt, terwijl de 104e DIF reeds sinds de vorige dag het beuken van de Duitse aanvallen moet incasseren.
Wanneer worden de verschillende eenheden van de 104e DIF nu verwittigd ?? Cdt. Mercier van het II/28e RIF verneemt « iets » rond 15.00; de bevelhebber van, het regiment, Lt.Col. Roman daarentegen meldt dat de divisie hem slechts omstreeks 17.00 op de hoogte brengt. Hijzelf verwittigt zijn bataljonscommandanten, Mercier en Chappey dat tijdens de nacht zal worden teruggetrokken op Neuf-Brisach en de vallei.

Het 242e RI van Col. Bouchon wordt eveneens laat op de hoogte gebracht. Via een koerier wordt vernomen dat het regiment omstreeks 21.30 zal terugtrekken in de vallei van Ste Marie-aux-Mines.
En wat met het 42e RIF van Col. Fonlupt waarvan de beide bataljons het meest blootgesteld zijn aan de Duitse aanvallen ?? Rond 17.00 belt Fonlupt zelf naar de divisie-staf waar Cousse in persoon hem meldt dat het volledige 8e Armée aan het terugplooien is waardoor het regiment van Fonlupt uiteraard de toestemming krijgt om hetzelfde te doen.
De bataljonscommandanten Coulomb en Gagneux moeten dus dringend verwittigd worden. Sgt.Chef Peltier wordt per fiets naar de CP van Coulomb gestuurd maar komt er nooit aan; hij zou onderweg een Duitse patrouille tegengekomen zijn. Er worden blijkbaar geen verdere stappen ondernomen om Coulomb op de hoogte te stellen. Voor Gagneux lijkt de regimentele staf zelfs helemaal geen inspanning meer te doen; de commandant heeft immers in zijn laatse bericht aangegeven dat zijn eenheid zo goed als omsingeld is en men gaat er van uit dat dit ondertussen al het geval zal zijn !!  Ook Lt. Bessou die zich met zijn drie 75’ nog steeds in de boomgaarden van Grussenheim bevindt wordt niet op de hoogte gebracht van de terugtocht. Omstreeks 21.00 verschiet de batterij haar laatste munitie. Aangezien Bessou toch van niemand iets verneemt besluit hij tijdens de nacht terug te trekken, na het opblazen van zijn kanonnen. Rond middernacht wordt de Ill overgestoken; er wordt verder doorgestapt tot in de loop van de 17e juni de groep aan de Col de la Schlucht aansluiting krijgt met officieren van de 104e DIF.               

* * *

Nu de eenheden van de 104e DIF teruggetrokken zijn verwacht je een een snelle opmars van het 7.Armee. Maar de realiteit is anders. De oversteek van de Rijn gebeurt nog steeds chaotisch, ondanks de in gebruikname van twee zwaardere bruggen. De Feldgendarmerie krijgt geen vat op de geweldige verkeerschaos. Aan de beide oevers van de stroom kunnen de meeste eenheden niet vooruit of achteruit.
Een derde brug wordt voorzien ter hoogte van Vieux-Brisach, maar ze zal slechts operationeel zijn vanaf de 19e juni, omstreeks 09.00.
Aan de Franse zijde van de Rijn bemoeilijken de vernietigingswerkzaamheden uitgevoerd door de vestingstroepen een vlotte doorgang. De Pionniere moeten overal tegelijk zijn en kunnen zich slechts behelpen met bruggen of pontons met een beperkt gewicht. Het constant gebruik door artillerie en vrachtwagens is de oorzaak van veelvuldige reparaties die het traffiek opnieuw stremmen of zelfs stopzetten.

In Boofzheim bevinden zich nog enkele manschappen van het 34e RIF onder het bevel van Cap. Caussade en Lt. Barthélemy. Er is overeengekomen om de gebeurtenissen van de 17e juni af te wachten en eventueel tijdens de nacht de posities op te geven. In de vroege ochtend vallen de Duitsers echter aan en overrompelen de Franse posities, waarbij Barthélemy zwaar gewond wordt.
 Tussen Rhinau en Boofzheim vormt de kazemat Neuergraben nog het enige obstakel voor een verdere opmars van de 557.ID. Het IR.634 krijgt het bevel om de hindernis op te ruimen met de hulp van een Poolse 75’ en een Flak 88. De voorbereidingen duren wat te lang naar de zin van Hptm. Glattenberg (III/IR.633) die met drie Stosstruppe, een zware mitrailleur en drie PAK’s de klus klaart. Omstreeks 11.00 zou Sgt.Chef Arnaud zijn kazemat overgegeven hebben.

Het gros van het 34e RIF van Lt.Col. Brocart houdt nog steeds verdedigende posities aan de Ill, met evenwel enkele vooruitgeschoven posten aan het kanaal. De 17e juni zullen tussen 08.00 en 08.30 de bruggen over de rivier vernietigd worden: Ebermunster, Kogenheim, Sermersheim en Huttenheim. De noordelijk gelegen bruggen mogen niet springen vooraleer alle Franse troepen teruggetrokken zijn. In de namiddag springen echter de bruggen van Sand, net vóór de ogen van de manschappen van het opleidingsbataljon 21/172. Hierdoor kunnen enkel de infanteristen oversteken met het achterlaten van al het zwaardere materiaal. Het geluk voor de Fransen is dat de immer voorzichtige Gen. Kuprion zijn soldaten niet onbesuisd laat achtervolgen; nochtans verliest de divisie die dag 44 doden en 17 gekwetsten.

In de sector van het I/42e RIF lijken de manschappen van Cdt. Coulomb te wachten op het onvermijdelijke. Maar geheel onverwachts komt de natuur ter hulp; er steekt namelijk een dikke mist op die Coulomb doet besluiten om onverwijld te vertrekken. Er worden verschillende kolonnes gevormd onder de bescherming van een achterhoede. De effectieven belopen amper 70 manschappen, officieren inbegrepen. Onderweg is er verschillende keren contact met Duitse patrouilles waardoor de Franse kolonnes uiteenvallen. Op de weg van Maison-Rouge wordt de Ill bereikt en kan er individueel overgestoken worden langs de vernielde brug. Tegen de middag hebben Coulomb met nog vier officieren (Cap. de Malet en de Lt.’s Beck, Dissler en Wolff) en éénendertig manschappen aansluiting met de staf van het regiment in de omgeving van Kaysersberg.

Tegenover Marckolsheim neemt het IR.360 van Oberst Klockenbring opnieuw zijn offensieve stellingen in. Vandaag moet de doorbraak er absoluut komen. Het II/IR.360 zal de hoofdaanval leiden; twee cie.’s van het III.Bat. zullen het kanaal oversteken en de Franse verdedigers in de tang nemen.
Rond 06.00 begint de artilleriebeschieting. Omstreeks 08.00 zuivert de Kie. van Olt. Behrens enkele mitrailleursnesten en steekt het kanaal over; de Kie. van Lt. Fechner steekt het kanaal over met enkele rubberboorjes. In het hart van de Franse verdediging is Lt. Hirth zwaar gewond geraakt, waardoor het moraal van zijn manschappen een klap krijgt. Een Stosstrupp rukt op langs de hoofdstraat. Eens de kerk bereikt wordt de vlag met het hakenkruis gehesen op de kerktoren. Naarmate de Duitsers vorderen in het stadje geven de moegestreden Fransen zich over.

Op één plaats wordt nog geschoten: aan de kazemat 34/3 van Adj.Chef Guilbot die weigert zich over te geven. De duitsers brengen een 88’ in positie die vuurt zoals op de schietstand. Het staal en het beton van de kazemat worden op verschillende plaatsen doorboord. Daarna wordt de beschieting overnenomen door een 150’. Wat er exact rond de kazemat is gebeurd zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar feit is dat op het ogenblik van de explosies van de obussen verscheidene verdedigers, waaronder Guilbot, zich buiten bevonden. Er wordt aangenomen dat de verdedigers de strijd hebben willen verderzetten buiten, rond de kazemat. Het wordt een ware slachting. Na het stoppen van het artillerievuur gaat een Stosstrupp met enkele Sturmpionniere onder het commando van Lt. Bouclier tot de ultieme aanval over. De explosies van enkele spriongladingen zorgen binnenin voor dood en vernieling. Wanneer de gepantserde deur opengaat komen er drie schimmen naar buiten. Marckolsheim-nord is gevallen.

Tegenover Rosenweierhof hebben de manschappen van Hptm. Seifert opnieuw hun aanvalsposities ingenomen. Na een snelle verkenning blijkt dat de Fransen, de gisteren ontruimde blockhauser tijdens de nacht niet opnieuw hebben bezet. Seifert beschikt nu over drie PAK’s om de C109 eindelijk het zwijgen op te leggen. Op zulke korte afstand is elk schot raak en weldra is de enige nog bruikbare mitrailleur vernietigd. Lt. Mantzer is van oordeel dat de limieten van de weerstand bereikt zijn en wil het blockhaus overgeven. Net iets te laat want inmiddels hebben de manschappen van de Stosstrupp Leupold de laatste prikkeldraad doorgeknipt en enkele ladingen tot ontploffing gebracht.

In het bos van de Hardt beleeft het II/42e RIF zijn laaste uren. Cdt. Gagneux wil van geen wijken weten, ondanks het aandringen van verschillende van zijn officieren. Op verscheidene plaatsen zijn reeds secties “gaan vliegen”, hetgeen Gagneux bijzonder woest maakt. In de loop van de dag wordt een compromis bereikt waarbij een terugtrekking voorzien is vanaf 20.00. Het moraal van de troepen krijgt een nieuw elan, temeer tijdens de namiddag de Duitsers een hevige aanval uitvoeren. De Feldgrau’s trekken zich terug; de minenwerfer nemen hun taak over. Hierbij vallen verscheidene doden en gewonden. Zoals eerder afgesproken zal de terugtocht aanvangen vanaf 20.00. Er worden twee kolonnes gevormd met elk zowat 50 manschappen. De vervoerbare gekwetsten kunnen mee. De tocht gaat in de richting van Jebsheim, dat echter voorzichtigheidshalve gemeden wordt. Rond 08.30 wordt een bosrand bereikt op de weg naar Riedwihr. Daar wordt op een 100tal meter een groep soldaten opgemerkt die blijkens hun dialect Elzasser zijn. Wat Gagneux en zijn manschappen niet kunnen zien is dat deze groep in bedwang wordt gehouden door Duitsers gewapend met mitrailleurs. Aldus komt een einde aan de tocht van de resten van het II/42e RIF.  

Te Biesheim bevinden zich nog de resten van het 9e BCPyr. Maar de fut is er uit en de chassuers houden het vechten voor bekeken. Het liefst gaan ze naar hun familie in het hooggebergte. Aan verscheidene ramen in Biesheim zijn witte vlaggen gehangen. Rond 08.00 trekken de eerste eenheden van het IR.623 (Oberst Vaterrodt) het dorp binnen. Een half uur vroeger is Neuf-Brisach gevallen.
Er bevinden zich deze 17e juni nog drie aktieve kazematten in de sector van hyet 9e BCPyr: 39/3 Kunheim-Nord (Lt. Riber), 40/3 Kunheim-Sud (Sgt.Chef Lutz) en 41/3 Biesheim-Nord (Adj. Burglen). Rond deze betonnen enclave kunnen de Duitse troepen zich vrijelijk bewegen. Nochtans blijven ze een doorn in het oog voor de 556.ID van Gen. von Berg die het bevel heeft gekregen om Kunheim te bezetten. In de vroege ochtend slagen Duitse infanteristen er in om zich op het dak van de 39/3 te hijsen en granaten naar binnen te gooien langs openingen van de stukgeschoten koepel. Er ontstaat brand die wel kan geblust worden maar door het gebruik van water hangt overal een dikke rook. Wanneer in de loop van de namiddag dan nog een Flak-kanon wordt ingezet besluit Riber om zijn kazemat over te geven; even later wapert de witte vlag eveneens op de beide andere vestingswerken.

De strijd om de Rijnvlakte is beëindigd; binnen 48 uur begint de slag om de Vogezen.

* * *

Enkele nabeschouwingen.

Bij het 42e RIF wordt Col. Fonlupt overgeplaatst naar de divisionele infanterie; zijn plaats als regimentscommandant wordt overgenomen door zijn stafchef Cdt. Bertin. Maar van de effectieven van een regiment is geen sprake meer; er blijven nog slechts 18 officieren over, samen met 30 onderofficieren en 291 manschappen. Ze worden opgedeeld in twee cie’s, de eerste onder het bevel van Lt. Gasser, de tweede onder Lt. Beck. Later op de dag nemen ze de weg naar de Col du Bonhomme.

Het 242e RI is er iets beter aan toe. Col. Bouchon vestigt zijn CP in het gemeentehuis van Lièpre, op 8km van Ste Marie-aux-Mines. Daar komt in de loop van de dag het quasi intacte I/242e RI van Cdt. Dallennes aan. Cdt. Braban brengt zijn gehavende II/242e RI naar het naburige Ste Croix-aux-Mines ; hij verzamelt er 11 officieren en 308 onderofficieren en manschappen om een nieuwe eenheid te vormen. Van het III/242e RI (Cdt. Boyer) is nog geen spoor.

Het 28e RIF is er het best in geslaagd om op een geordende manier terug te trekken.

* * *

Aan Duitse zijde besluit Gen. Dollmann na de overwinning in de Rijn-vallei om zijn divisies te gaan ontdubbelen in de richting van de Vogezen.
Aldus worden voor dinsdag 18 juni de volgende orders doorgegeven:

  • in het noorden moet het XXV.AK. van von Präger absoluut zijn statische posities geraken; de 557.ID (Kuprion) rukt op in de richting van Sélestat en Ste Marie-aux-Mines, terwijl de 555.ID (Heinrici) eindelijk de Rijn zal oversteken en oprukken naar Strasbourg;
  • in het centrum rukt het XXVII.AK. van Wäger op in de richting van de Vogezen; de 218.ID naar de Col du Bonhomme en de 221.ID langs de vallei van Munster naar de Col de la Schlucht;
  • in het zuiden behoudt het XXXIII.AK van brandt zijn oorspronkelijke doelen, namelijk doorstoten naar het zuidwesten en het zuiden met de inname van Belfort, en dit liefst vóór de panzers van Guderian. Elementen van het Höh.Kdo 33 zullen in deze sector zwaar slaags geraken met de frisse eenheden van de 105e DIF van Gén. Didio.

In de latere namidag van de 17e juni vernemen zowel de Franse als de Duitse fronteenheden dat Maarschalk Pétain zinnens is om een staakt-het-vuren aan te vragen, met het inmiddels zo beroemd geraakte zinnetje: “C’est le coeur serré que je vous demande de cesser le combat !”.
Aan de beide kanten van het front zijn de bevelhebbers beducht voor de reakties van hun soldaten. De soldaten van de Wehrmacht mogen hun elan niet stopzetten en verder blijven oprukken, terwijl de Franse verdedigers zich absoluut niet mogen overgeven (niet vergeten dat een groot gedeelte onder hen afkomstig zijn uit de streek Elzas-Vogezen !!).

Aldus zullen de zware gevechten nog doorgaan van 17 tot 25 juni in de valleien en de bergen van de Vogezen. De omsingelde oostelijke Franse legers zullen de laatse veldslagen van juni 1940 leveren: Gén. Condé te St-Dié, Laure te La Bresse, Lescanne te Donon, Loiseau te Charmes, Dubuisson ten zuiden van Toul, Flavigny rond Sion, Misserey te Gérardmer en Didio aan de Col du Stitkopf.

Meer info : De gevolgen van de Franse wapenstilstand tot de vernietiging van de Franse vloot te Mers-el-Kebir, Oran en Dakar (Operatie Catapult ).

Bibliografie.

• La campagne de l’Armée Belge en 1940 – de FABRIBECKERS – Editions Rossel
• Soixante jours qui ébranlèrent l’Occident – BENOIST-MECHIN – Editions Robert Laffont
• The Battle of France – Philip WARNER – Cassell Military Paperbacks
• To lose a battle – Alister HORNE – McMillan and Co Ltd.
• Sedan, mai 194O – Claude GOUNELLE – Presses de la Cité
• Miracle à Dunkerque – Jean VANWELKENHUYZEN – Editions Racine
• The Miracle of Dunkirk – Walter LORD – Allen Lane London
• Dunkerque – Hervé CRAS – Editions France Empire
• Weygand – Bernard DESTREMAU – Editions Perrin Paris
• Faites sauter la ligne Maginot ! – Roger BRUGE – Editions Fayard
• Offensive sur le Rhin – Roger BRUGE – Editions Fayard

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 




Totstandkomen van het bruggenhoofd in Duinkerken.


Verdere doorbraak Duitse troepen van 4 tot 22 juni 1940.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.