<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in Frankrijk.

Het Alpenfront

Bij de aanvang van de mobilisatie is de houding van Italië nogal onzeker. Daarom wordt het Armée des Alpes (op dat ogenblik onder het bevel van Gén. Besson) zwaar versterkt. Het bestaat dan uit 11 divisies en drie versterkte sectoren: de Savoie, de Dauphiné en de Alpes-Maritimes; elk van deze versterkte sectoren beschikt over één divisie, zodat het Armée des Alpes in totaal 14 divisies kan inzetten met een effectief van 500.000 manschappen.
Aangezien de Italianen zich alles behalve vijandig aanstellen worden gedurende de maanden oktober, november en december 1939 wordt een groot aantal Franse eenheden overgeplaatst naar het noordoosten. Hierdoor beschikt Gén. Olry, die op 20 oktober Gén. Besson is opgevolgd, in mei 1940 nog slechts over het equivalent van zes divisies. Door deze beperkte middelen worden enkel de mogelijke invasie-assen verdedigd. De troepen worden dus niet per se langs de grens gelegerd. Langs die assen worden verdedigingswerken gebouwd; de vestingsgordel loopt over Bourg-St Maurice, Modane, Briançon, Château-Queyras, Tournoux, St Sauveur, Sospel en cap Martin.
Tijdens de winter wordt er niets verontrustends vastgesteld aan de Italiaanse kant van de grens. Vanaf maart 1940 wordt echter een abnormale activiteit waargenomen. Olry vraagt meteen versterkingen, maar gezien de algemene militaire situatie in de rest van het land hoeft hij daarop niet te rekenen. Hij laat dan langs de invasie-assen een netwerk van springstofladingen aanbrengen die moeten zorgen voor tal van vernielingen die de Italiaanse troepen zoveel mogelijk in de valleien moeten houden. Er blijven de Italianen dan nog enkel de bergpaden en de gletsjers, waar de Franse bergtroepen heer en meester zijn. Terzelfdertijd bereidt de Franse artillerie zich voor op precisiebeschietingen op de valleien en de onvermijdelijke plaatsen voor de doortochten van troepen.
Dit is de militaire situatie op 10 juni, wanneer Italië in oorlog treedt.

Hierna volgen de verschillende slagorden.

De Franse slagorde (voornaamste eenheden):

  • GBC 514 (Lt.Col. Flamant)
  • XIVe CA (Gén. Beynet)
    • 64e DI (res)
    • 66e DI (res)
    • Secteur Défensif du Rhône
    • Secteur Fortifié de Savoie
    • Secteur Fortifié du Dauphiné.
  • XVe CA (Gén. Montagne)
    • 65e DI (res)
    • Secteur Fortifié des Alpes-Maritimes.

De 66e DI en de SF de Savoie worden belast met de verdediging van de Tarentaise en de Maurienne. De 65e DI en de SF du Dauphiné houden de regio rond Briançon, Queyras en Ubaye. De 64e DI en de SF des Alpes-Maritimes staan in voor de verdediging van de Povence en Nice; hiertoe vestigen de troepen zich langs de Tinée, de Vésubie, in het massief van Authion en aan de cap Martin.

De Italiaanse slagorde (voornaamste eenheden):

Legergroep West onder het bevel van ZKH Umberto di Savoia, Prins van Piemont. De Lergergroep is onderverdeeld in twee Legers: het 1e in het zuiden, het 4e in het noorden. Daarachter, in de vallei van de Po, wacht het 7e Leger tot alle passages aan het Alpenfront doorbroken zijn.

1e Leger (Gen. Pietro Pintor):

  • Legerreserves:
    • 7e ID “Lupi di Toscana” (Gen. Ottavio Priore)
    • 16e ID “Pistoia” (Gen. Mario Priore)
    • 22e ID “Cacciatori della Alpi” (Gen. Dante Lorenzelli)
    • 5e Alpen D “Pusteria” (Gen. Amedeo de Cia)
  • 2e Legerkorps (Gen. Francesco Bettini):
    • 4e BergID “Livorno” (Gen. Benvenuto Gioda)
    • 33e BergID “Acqui” (Gen. Francesco Sartoris)
    • 36e BergID « Forli » (Giulio Perugi)
    • 4e AlpenD « Cuneense » (Gen. Alberto Ferrero)
  • 3e Legerkorps (Gen. Mario Arisio):
    • 3e ID “Ravenna” (Gen. Edoardo Nebbia)
    • 6e ID “Cuneo” (Gen. Carlo Melotti)
  • 15e Legerkorps (Gen. Gastone Gambara)
    • 5e ID “Cosseria” (Gen. Alberto Vassari)
    • 37e BergID “Modena” (Gen. Alessandro Gloria)
    • 44e ID “Cremona” (Gen. Umberto Mondino)

4e Leger (Gen. Alfredo Guzzoni):

  • Legerreserves:
    • 11e ID “Brennero” (Gen. Arnaldo Forgiero)
    • 58e ID “Legnano” (Gen. Edoardo Scala)
    • 2e AlpenD “Tridentina” (Gen. Ugo Santovito)
  • 1e Legerkorps (Gen. Carlo Vecchiarelli):
    • 1e BergID “Superga” (Gen. Curio Barbasetti di Prun)
    • 24e ID “Pinerolo” (Gen. Giuseppe de Stefanis)
    • 59e BergID “Cagliari” (Gen. Antonio Scureo)
  • 4e Legerkorps (Gen. Camillo Mercalli):
    • 2e BergID “Sforzesca”(Gen. Alfonso Ollearo)
    • 26e BergID “Assietta” Gen. Emanuele Girlando)
  • Alpini-korps (Gen. Luigi Negri):
    • 1e AlpenD “Taurineense” (Gen. Paolo Micheletti).


De Duitse slagorde:

In de ochtend van de 20e juni worden de voorbereidselen getroffen voor de oprichting van de “Gruppe Lyon” onder het bevel van Gen. List (12.Armee); de Gruppe zal bestaan uit:

  • Het XVI.AK (Mot) (Gen. Hoeppner) met de 3. en 4.Pz.D.
  • 7.ID (Mot)
  • 13.ID (Mot)
  • Enkele bergeenheden van Heersgruppe B

Tijdens de nacht van 10 op 11 juni laat Gén. Olry alle wegen, spoorwegen en bruggen vernietigen die Frankrijk met Italië verbinden, met inbegrip van de uitgang van de tunnel aan de col de Fréjus. De 11e juni laat enkel de RAF zich zien boven Noord-Italië door Turijn te bombarderen.

Als represaille voert de Regia Aeronautica (Italiaanse Luchtmacht) ’s anderendaags een reeks bombardementen uit op Toulon, Hyères, St Raphaël, Calvi, Bastia en Bizerte. Op verschillende plaatsen worden de Italiaanse formaties door de Franse luchtafweer uit elkaar geslagen zodat de schade al bij al beperkt blijft.

Verder gebeurt er tussen 10 en 20 juni niets, tenzij enkele schermutselingen met patrouilles langs de grens. De 19e juni wordt het OKH op de hoogte gebracht van de voorziene Italiaanse aanval voor ’s anderendaags.
De aanval wordt uitgevoerd over de volledige breedte van het Alpenfront; het succes is echter zeer gering. De Franse artillerie veegt ganse Italiaanse kolonnes weg. Vanaf haast onbereikbare posities bestoken eenheden verkenners-skiërs de Italiaanse troepen in de smalle valleien.

De aanval wordt ’s anderendaags hernomen, maar met even weinig succes. In het noorden, in de Tarentaise worden twaalf bataljons ingezet voor de verovering van Bourg-St Maurice. De aanval wordt ingezet langs drie cols: de col de la Seigne met de bataljons Ducca, Eddo, Tirano, Morlegno en Virono; de Petit St Bernard met de bataljons Val Baltia, Aoste, Velero en Vistone; de col du Mont met drie bataljons Alpini. Met deze machtsontplooiing slagen de Italianen er enkel in om het kleine fort van la Redoute-Ruinée (aan de Petit St Bernard) te omsingelen, zonder het te bezetten. Het garnizoen zal standhouden tot aan de wapenstilstand.
In de Maurienne zetten de Italianen de grote middelen in: de divisies Cagliari en Superga, vier bataljons Alpini (Val Tinisca, Dora, Essiles en Tassa), het bataljon Suza en het 11e Bataljon Zwarthemden. In tweede echelon wordt deze troepenmacht gevolgd door de divisie Brennero. Het objectief is Modane, dat de Italianen hopen te bereiken langs de col du Mont-Cenis, de col de Sollières, de col de Bellecombe en de col du Clapier.
In de Briançonnais kunnen de Italianen bezit nemen van de grenspas van de Mont-Genèvre, zonder echter te kunnen doorstoten naar Briançon. Er ontstaat een hevig artillerieduel tussen het Italiaanse fort van Chaberton met zijn acht torens en een Franse batterij van 4 x 280’. Het Franse precisievuur wordt geleid vanaf het observatorium van het fort du Janus. In de namiddag zijn de Italiaanse stukken buiten gebruik.
In de Queyras houdt het kleine garnizoen, ondanks een omsingeling, kranig stand.
In de Ubaye bereiken de Italianen de col de Larche, zonder evenwel voorbij het dorp te geraken. Het omsingelde fort van Viraysse wordt ontzet door een tegenaanval waarbij 350 Italianen worden gevangen genomen.
In de Alpes-Maritimes heeft het Italiaanse 15e Legerkorps Nice als doel, maar het wordt opgehouden door Franse voorposten ter hoogte van Menton.

De 22e juni hernemen de Italianen hun aanvallen over het ganse Alpenfront, en eens te meer boeken ze nergens vooruitgang, tenzij aan de kust, waar het Koninklijk Regiment nr.89 Menton bereikt, zonder evenwel hun opmars verder te zetten.

De 23e juni is een kopie van de vorige dag; massaal aanvallen zonder noemenswaardige successen. Tegen de avond valt Menton, maar de Italianen geraken niet verder door het hevige artillerievuur vanaf de verdedigende posities aan de Cap Martin.

Gezien de onderhandelingen rond een wapenstilstand tussen de Franse en de Italiaanse delegaties vlot verlopen, moet het Italiaanse leger zich reppen om nog zoveel mogelijk terrein te veroveren. Daarom verzoeken de Italianen bij monde van Gen. Roatta om in de loop van de 24e juni Duitse bergtroepen in te zetten in de rug van de Fransen.
Het OKH gaat hierop niet verder in, deels omdat het de Duitsers niet erg interesseert, maar voornamelijk omdat de Duitse troepen op hun beurt worden tegengehouden door de hardnekkige weerstand van het Armée des Alpes. Zoals reeds hoger gezien gaat de wapenstilstand in op 25 juni en valt dus het doek eveneens aan het Alpenfront.

Bibliografie.

• La campagne de l’Armée Belge en 1940 – de FABRIBECKERS – Editions Rossel
• Soixante jours qui ébranlèrent l’Occident – BENOIST-MECHIN – Editions Robert Laffont
• The Battle of France – Philip WARNER – Cassell Military Paperbacks
• To lose a battle – Alister HORNE – McMillan and Co Ltd.
• Sedan, mai 194O – Claude GOUNELLE – Presses de la Cité
• Miracle à Dunkerque – Jean VANWELKENHUYZEN – Editions Racine
• The Miracle of Dunkirk – Walter LORD – Allen Lane London
• Dunkerque – Hervé CRAS – Editions France Empire
• Weygand – Bernard DESTREMAU – Editions Perrin Paris

 

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 




Totstandkomen van het bruggenhoofd in Duinkerken.


Verdere doorbraak Duitse troepen van 4 tot 22 juni 1940.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.