Aan de vooravond van de luchtoorlog boven het sailliant
van Duinkerke beschikken het Armée de l’Air (A.Air)
en de RAF over praktisch geen enkel vliegveld meer in deze sector.
Sinds de doorbraak van de Duitse troepen aan de Oise heeft het Franse
Opperbevel Am. Abrial gevraagd om te kunnen beschikken over de escadrilles
van het oude vliegdekschip Béarn.
Sinds de winter 1939-1940 zijn deze escadrilles immers ter beschikking
gesteld van Amiral Nord, aangezien de Béarn
niet meer aktief deelneemt aan marine-operaties. De 1e Flottille
d’assaut (F.1 A, Cap.d.C. Corfmat) bestaat uit vier escadrilles:
A.B.1 (Lt.d.V.
Mesny): vevindt zich voor landingsoefeningen
op de Béarn in de Middellandse Zee; wordt teruggeroepen
naar Boulogne-Alprech na de vernietiging van de A.B.3 op 10 mei.
Beschikt over negen Chance-Vought.
A.B.2 (Lt.d.V.
Lorenzi): bevindt zich op het terrein
van Berck. Beschikt over twaalf Loire-Nieuport.
A.B.3 (Lt.d.V.
Pierret): bevindt zich op het terrein
van Alprech met twaalf Chance-Vought, die allen aan de grond worden
vernietigd op 10 mei.
A.B.4 (Lt.d.V.
Lainé): in oprichting te Orly;
wordt naar Berck overgebracht op 17 mei met twaalf Loire-Nieuport.
De 5e Flottille de torpillage (5
F., Cap.d.C. Suquet) beschikt op het terrein van Boulogne
over twee tot drie escadrilles Latécoère’s;
het terrein van Marck herbergt de 1e Flottille de chasse (F 1C.,
Cap.d.C. Jozan) en een component van A.Air, de G.C. II/8 (Cdt. Ponton).
De GA.1 beschikt over een eigen luchtmachtcomponent. Hierbij enkele
cijfers (op 10 mei): jagers: 79 toestellen voor de sector Parijs
en de beneden-Seine, 16 voor het 7e Armée, 45 voor het 1e
en het 9e Armées, 18 voor het 2e Armée en 11 voor
de nachtjacht; 50 bommenwerpers en 72 verkenningsvliegtuigen.
Adm. Ramsay van zijn kant beschikt niet over een luchtmachtcomponent,
maar het RAF-Coastal Command stelt voor de operaties boven Frankrijk
enkele squadrons ter beschikking: twee squadrons duikbommenwerpers
(Blackburn Skua), twee verkenningssquadrons (Fairey Swordfish) en
een squadron Albacore’s voor de verkenning en bombardement.
Het BEF heeft zijn Air Component (Air Vice-Marshal Blount) met 14
squadrons: vier voor de jacht, twee voor de verkenning en bombardement,
twee voor bombardement, vijf voor steun aan het grondleger en één
voor de verbinding.
Daarnaast beschikt de RAF nog in Frankrijk over een Advanced Striking
Force (Air-Marshal Baratt) die instaat voor strategische bombardementen,
maar die niet als dusdanig deelneemt aan de grondgevechten.
* * *
Op 18 mei verzoekt
de bevelhebber van GA.1 om steun van de duikbommenwerpers van Amiral
Nord; er zijn immers grote concentraties panzers vastgesteld ten
oosten van het woud van Mormal, te Berlaimont en te Origny-St Benoite.
Het is nu te laat maar vanaf ’s anderendaags zullen de A.B.4
en 2 vanaf Berck ingezet worden. Onderweg en boven de doelen worden
de Franse toestellen zwaar onder vuur genomen door de Flak. Op hun
terugweg is het niet enkel de Flak die de Franse vliegtuigen beschiet,
maar eveneens de zenuwachtige Franse en Engelse AA; omstreeks 20.30
landen zes toestellen van de A.B.2 en vier van de A.B.4, allen doorzeefd
met kogels. De helft is niet teruggekeerd.
De 20e mei wordt een
nieuwe aanval voorzien op de brug van Origny-St Benoite; deze moet
uitgevoerd worden met de nog beschikbare toestellen van de escadrilles
A.B.4 en 2 en de nog niet ingezette A.B.1. De Chance-Vought’s
worden boven Albert onderschept door Me 109’s; zes toestellen
worden neergehaald. De tragere Loire-Nieuport’s worden niet
belaagd door de LW, maar de Flak is weerom aanwezig. Toch wordt
de brug vernietigd dankzij een voltreffer met een bom van 150kg.
En ook vandaag is de tol hoog: zeven op de veertien toestellen zijn
neergeschoten.
Door de verdere omsingelingen van Boulogne en Calais
trekken de overblijfselen van het A.Air terug op Cherbourg. Ook
het Air Component van het BEF houdt het voor bekeken en verlaat
het Franse grondgebied. Aldus wordt het laatste terrein, dat van
Merville, op 22 mei ontruimd. Vanaf
dan zal de RAF enkel nog operaties uitvoeren vanaf vliegvelden gelegen
in het graafschap Kent. De LW daarentegen beschikt over zeer nabij
gelegen terreinen en ze kan dan ook gemakkellijk ingezet worden
wanneer geen Engelse toestellen aanwezig zijn in het luchtruim boven
Duinkerke. Op dit ogenblik is het immers zo dat het RAF-Fighter
Command niet over voldoende middelen beschikt om permanent aanwezig
te zijn boven Frankrijk.
* * *
Tot 27 mei is het voor
de LW-bemanningen een vrij gemakkelijke campagne geweest; de tegenstand
bestaat veelal uit verouderde types van Franse en Engelse toestellen
(oa. de Fairey Battle) en vliegtuigen aan de grond. Dat zal veranderen
wanneer de RAF in het luchtruim boven Duinkerke haar moderne jagers
zal inzetten, mn. de Hurricane en de Spitfire. Het RAF- Fighter
Command heeft deze squadrons nooit in Frankrijk willen ontplooien,
maar nu kunnen ze ingezet worden vanaf een dozijn Kentse vliegvelden.
Die inzet gebeurt echter met mate, want Air Chief Marshall Sir Hugh
Dowding heeft maximaal 16 squadrons toegewezen aan de verdediging
boven Duinkerke. Hierdoor is er geen full-time aanwezigheid van
de RAF, waarvan de LW dankbaar gebruik maakt.
Deze 27e mei zal een zwarte dag worden voor Duinkerke. Het luchtalarm
weerklink om 07.00 en zal tot ongeveer 21.00 duren. Om het kwartier
meldt zich een dertigtal bommenwerpers die hun lading afgooien.
Er wordt geschat dat zo’n 15.000 bommen zijn gedropt. De stad
is één vuurgloed. De AA-kanonnen laten het stilaan
afweten door oververhitting en een gebrek aan munitie.
In de haven gaan enkele schepen verloren, waaronder de mijnenvegers
La Majo en Dijonnais, de pakketboot Côte d’Azur en de
vrachtschepen Monique Schiaffino, Aden, Aïn el Turk en Cap
Tafelneh.
De 28e mei lijkt een
geluksdag te worden voor de LW; het Belgische Leger geeft zich over,
de Fransen trekken steeds verder terug en Calais valt in Duitse
handen. Hierdoor komt een pak vliegtuigen vrij, maar het weer slaat
om. Het VIII.Fliegerkorps (Gen.Maj. Wolfram, Freiherr von Richthofen),
dat belast is met de vernietiging van Duinkerke, moet aan de grond
blijven. Dit zeer tot ongenoegen van Feld Marschall Göring
die Hitler beloofd heeft dat de LW de klus alleen kan klaren.
Tijdens de voormiddag van de
29e blijft het weer slecht, maar tegen de middag klaart het
uit. Omstreeks 14.00 geeft von Richthofen het bevel tot de aanval
met als doelen de stranden en de scheepvaart. Er komt nog versterking
van andere Fliegerkorps’en zodat in totaal zowat 400 vliegtuigen,
voorafgegaan door 150 Stuka’s aan de raid deelnemen. Rond
15.00 wordt Duinkerke bereikt, zonder enige aanwezigheid van de
RAF. De aanval wordt ingezet van over de zee; aan de havendam ligt
een twaalftal schepen gemeerd.
Aan het einde van de havendam is HMS Jaguar vertrekkensklaar, volgestouwd
met manschappen. De Stuka’s duiken maar er zijn geen directe
treffers; toch wordt de destroyer zwaar gehavend door shrapnel,
waardoor toevoerlijnen en stoombuizen opengereten worden. Het schip
slaat op drift, maar wordt gestopt door HMS Express, waarop de manschappen
overstappen. Hellend over 17° bereikt Jaguar Dover in ledige
toestand.
Een tweede destroyer, HMS Grenade, incasseert twee
voltreffers: één aan het achtersteven en één
op de brug. De meertouwen worden losgemaakt om te verhinderen dat
het schip langs de havendam zou zinken; het drijft af tot aan de
ingang van de haven. Daar wordt ze weggesleept door een trawler;
het schip zal nog verscheidene uren branden alvorens te exploderen.
De houten stomer Fenella wordt versplinterd door de inslag van enkele
bommen; de trawler Calvi zinkt loodrecht naar beneden, met de masten
nog uit het water. De stomer Crested Eagle is klaar om te vertrekken
met 600 manschappen aan boord. Hij zal afvaren via de Route Y. Het
schip wordt middendeks geraakt, maar de schroeven draaien nog. Com.
Booth hoopt het schip toch nog tot in Dover te krijgen, maar de
machinist brengt slecht nieuws. Daarop besluit de commandant om
zijn schip te laten stranden ter hoogte van het sanatorium van Zuydcoote.
Een belangrijk doel wordt gevormd door de 6.000ton
cargo Clan MacAlister die de vorige nacht acht Assault Landing Craft
(ALC) heeft aangevoerd. Het schip incasseert drie voltreffers omstreeks
15.45. De nabijgelegen destroyer HMS Malcolm biedt hulp; de brand
aan boord kan niet worden geblust, maar de gewonden kunnen worden
overgedragen. Dan probeert Kap. Mackie uit te varen, maar de Stuka’s
blijvan haar achtervolgen en bestoken. Nadat de stuurinrichting
is geraakt verzoekt de kapitein om hulp. De mijnenveger Pangbourne
vaart langszij en pikt de laatste bemanningsleden op; even later
zinkt de cargo in het ondiepe water langs de kustlijn.
De mijnenveger HMS Waverley is volgestouwd met 600 manschappen;
ze wordt aangevallen door enkele Heinkels. Na een nauwe misser volgt
een voltreffer die een gat slaat benedendeks; het schip zinkt met
een verlies van 300 manschappen.
De ferry Gracie Fields vaart in de vooravond af van De Panne met
750 manschappen aan boord. Veertig minuten later ontploft een bom
in haar stoomketel, zonder dat de motoren stilvallen. De schuiten
(skoots) Jutland en Twente leggen langszij aan en beginnen manschappen
over te brengen. Er komt nog hulp van de mijnenveger Pangbourne
die de Gracie op sleeptouw neemt. Ze geraken echter niet ver want
de ferry zinkt in de loop van de nacht.
Op 30 mei hangen dikke,
ondoordringbare wolken boven Duinkerke, waardoor de LW aan de grond
blijft. Gen.Maj. von Richthofen kan het moeilijk geloven aangezien
boven zijn CP de zon schijnt. Daarop beveelt hij het 2.St.G. (Maj.
Dinort) om toch een aanval te voorzien, maar na een kwartier zijn
de Stuka’s opnieuw geland.