De doorbraak aan het sailliant Duinkerke-Calais
en Operatie Dynamo.
Op 28 mei kapituleert
het Belgische Leger. Het OKW eist meteen de vrije doorgang van de
Duitse troepen door de Belgische posities tot aan de zee. Hierdoor
vallen enkele kustplaatsen, waaronder Oostende, zonder strijd in
Duitse handen. De perimeter rond Duinkerke wordt weer wat kleiner.
Door de kapitulatie van het Belgische Leger wordt
de linkerflank van het BEF ontbloot; de 3rd Div. vult de bres op
langs een as Ieper-Diksmuide. Het krijgt daarbij de hulp van het
2 e DLM. De 61 e DI, die teruggereden wordt met Belgische vrachtwagens,
neemt posities in op een as Diksmuide-kust.
In de sector van de 44th Div. heeft een hevige Duitse
aanval plaats vanuit St Omer, waarbij Cassel en de omliggende hoogten
bezet worden. Aldus ontstaat een flessenhals tussen Cassel en Ieper,
waarlangs een deel van het BEF en de eenheden van het 1 e Armée
die nog vechten in en rond Lille, moeten terugtrekken. In deze sector
hebben eenheden van de 4., 5. en 7.Pz.D. de bruggen over het kanaal
van de Deule veroverd en tegen de avond omsingelen ze de achterhoede
van het 1 e Armée; tegen de volgende ochtend hebben ze in
de regio van Lomme contact met elementen van het 6.Armee van von
Reichenau. Tegen de ochtend van de 28 e mei duikt het Pz.R.25 (Oberst
Rothenburg) in de linkerflank van de terugtrekkende Franse troepen.
De 5th en de 50th Div. trekkend al strijdend terug
en kunnen voorlopig nog de aanstormende panzers van Rommel afhouden.
De lus wordt echter steeds verder dichtgetrokken ten noorden van
het kanaal van de Deule, tussen Armentières en Halluin. Langsdaar
moeten eveneens nog delen van het 1 e Armée terugtrekken.
Gezien de verslechterende toestand besluiten de Britten
om tijdens de nacht van de 28 e mei van aan de Leie terug te trekken
tot op nieuwe posities langs de as Poperinge-Ieper. Als deze operatie
doorgaat is het lot bezegeld van de Franse troepen in de regio van
Lille. Gén. Blanchard vertrekt meteen naar de CP van Lord
Gort te Houtkerque; hij bepleit er de Franse zaak en verzoekt Gort
om de operatie met minstens 24uur uit te stellen. De Gen's Gort
en Pownall weigeren echter cathegorisch. Onthutst begeeft Gén.
Blanchard zich naar de CP van het 1 e Armée waar hij Gén.
Prioux op de hoogte brengt van de Britse beslissing. Ze besluiten
om tijdens de tijd die hen nog rest alle Franse troepen die zich
nog kunnen bewegen naar het noorden over te hevelen (Gén.
de la Laurencie, IIIe CA, zonder zijn 2 e DINA, maar aangevuld met
de 12 e DIM en de 32 e DI). Er worden twee kolonnes gevormd: de
eerste onder het bevel van Gén. Lucas omvat grotendeels de
32 e DI langs de route Nieuwkerke (Neuve-Eglise), Kemmel, De Klijte,
Poperinge en Hondschoote; de tweede staat onder het bevel van Gén.
Jansen en omvat de 12 e en de 1 e DIM, langs de route Nieuwkerke
(Neuve-Eglise), Poperinge, Oost-Cappel, Rexpoede en Bergues. De
beide kolonnes krijgen bescherming van het Corps de Cavalerie.
In het pocket van Lille wordt tegen de avond een uitval gedaan door
het 2 e en het 5 e DINA, in de richting van Haubourdin. De aanval
mislukt, gezien de massale aanwezigheid van Duitse troepen in deze
sector.
Lord Gort verhuist zijn CP naar De Panne, waar hij een telegram
ontvangt van Gén. Weygand die hem aanmaant om de vooropgestelde
Franse tegenaanvallen maximaal te ondersteunen. Gort laat het order
aan hem voorbijgaan.
Toch zal er die dag een tegenaanval uitgevoerd worden,
namelijk vanuit het zuiden, in de regio van Abbeville; het Duitse
bruggenhoofd aldaar lijkt weinig versterkt en er zijn geen panzereenheden
waargenomen. De 2.ID (Mot) is er tijdens de nacht afgelost door
een gedeelte van de 57.ID; de divisieartillerie is nog niet aangekomen
zodat deze van de 2.ID (Mot) voorlopig nog ter plaatse blijft. De
operatie zal worden uitgevoerd door de 4 e DCR van Gén. de
Gaulle (hij is ten tijdelijke titel gepromoveerd tot brigadegeneraal)
met een 100tal tanks. De marsorders bereiken de eenheden omstreeks
16.00, maar het regent, de wegen zijn overvol, de bemanningen zijn
oververmoeid en de vertagingen stapelen zich op. Er wordt besloten
om de artillerievoorbereiding te verlengen wanneer de hemel opentrekt,
en de verkenningsvliegtuigen van de Luftwaffe opnieuw verschijnen.
De batterijen van 105' vuren verder tussen 17.30 en 18.00, maar
het verrassingseffect is voor een stuk verdwenen. Nochtans hebben
de tanks van het 46 e BCC (13 tanks B), het 47 e BCC (19 tanks B)
en het 44 e BCC (een 50tal R35's) heel wat terrein gewonnen en talrijke
gevangenen gemaakt. Het dorpje van de Croisettes wordt herroverd,
alsook de hoogten aan de oude molen van Limeux, Caumont, Le Bois-Brûlé
en het bos ten westen van Inval. Het 22 e RIC bezet het zuidelijk
gedeelte van Huchenneville, terwijl de Cuirassiers en de Dragons
progressie maken in het bos van Fréchancourt. Om 23.00 is
de Duitse hoofdverdedigingslijn op verschillende plaatsen doorbroken.
Inmiddels organiseert Admiraal Abrial de versterkte
plaats rond Duinkerke. Deze loopt vanuit het westen over het Fort
van Mardyck, naar Bergues (Fort Louis) en langs de kanalen tot Veurne
en Nieuwpoort. Tussen Bergues en de Moères bevindt zich een
moerassig gebied. In deze regio zijn alleen de verhoogde wegen beschikbaar.
Daarachter ligt het Kanaal Duinkerke-Veurne en tenslotte een duinenstrook
langs de licht glooiende stranden tot aan de zee. Behalve in Duinkerke
zijn er nergens pieren of kades van waarop kan ingescheept worden.
Langs de kustlijn liggen de badplaatsen Koksijde, De Panne, Bray-Dunes
en Malo-les-Bains.
Admiraal Abrial valt noch onder de bevelvoering van
Gén. Blanchard, noch onder deze van Gén. Weygand;
hij ontvangt zijn orders rechtstreeks van Admiraal Darlan. Hij beschikt
over enkele regionale troepen, de bemanningen van gezonken schepen
(zoals deze van de Adroit ) die het Fort van Mardyck bemannen
en de troepen onder het bevel van Gén. Fagalde (oa. 68 e
DI, de 21 e DI en de 12 e DIM). Verder beschikt hij over de Franse
vlooteenheden uit het Pas-de-Calais, onder het bevel van Admiraal
Landriau. Deze omvatten alle schepen uit de regio van Duinkerke,
met daarbij alle kleinere scheepjes die zich bevinden in de Kanaalzone.
De verdediging en de bevoorrading van Duinkerke zijn dus een quasi
exclusieve Franse aangelegenheid. Admiraal Abrial meldt trouwens
aan Gén. Weygand zijn verbazing van het ontbreken van steun
vanwege de RN en de RAF.
De X-route is inmiddels vrijgemaakt van mijnen. Deze
28 e mei is het effectieve begin van Operatie Dynamo. Tot 4 juni
zullen de RN en de Franse Marine talloze schepen inzetten. Hierna
de lijst met de voornaamste schepen: de AA-kruiser HMS Calcutta,
de destroyers HMS Anthony, Basilisk, Blyskawica (Polen),
Codrington, Esk, Express, Gallant, Grafton, Grenade, Greyhound,
Harvester, Havant, Icarus, Impulsive, Intrepid, Ivanhoe, Javelin,
Jaguar, Keith, Mackay, Malcolm, Montrose, Sabre, Saladin, Scimitar,
Shikari, Vanquisher, Venomous, Verity, Vimy, Vivacious, Wakeful,
Whitehall, Wils Swan, Winchelsea, Windsor, Wolfhound, Wolsey, de
sloop Bideford, de kanonneerboten Locust en Mosquito,
de korvetten Guillemot en Kingfisher, de mijnenvegers
Albury, Dundalk, Gossamer, Halcyon, Hebe, Leda, Lydd, Niger,
Pangbourne, Ross, Salamander, Saltash, Skipjack, Speedwell, Sutton
en Sharpshooter. De Franse destroyers Branlebas, Bourrasque,
Cyclone, Foudroyant, Mistral, Sirocco, de torpedoboten Bouclier,
La Flore, L'Incomprise en de avisos Amiens, Belfort, Arras
en Amiral Mouchez.
De S.34 (Olt.z.S. Obermaier) brengt de kleine stomer
Abukir tot zinken, terwijl HMS Windsor door bommen wordt
beschadigd. Op deze eerste dag worden 17.804 manschappen geëvacueerd.
Na de slachting van gisteren te Le Paradis is het een eenheid van
het II/SS LAH (Hauptsturmführer Wilhelm Mohnke) die zich schuldig
maakt aan het neerschieten van Engelse krijgsgevangenen te Wormhout.
Een 80-90tal manschappen van het 4th Cheshires worden er onverbiddellijk
met geweerschoten en handgranaten afgemaakt.
In de ochtend van de 29 e
mei rukt de 1.Pz.D. Gravelines binnen. De Franse verdediging
wordt meteen verder achteruit getrokken tot op het oude kanaal van
Mardyck. Het is meteen de laatste aktie van de 1.Pz.D. in Frans-Vlaanderen.
In de namiddag wordt het XIX.AK. (Mot) van Guderian afgelost door
het XIV.AK. van von Wietersheim. Bij valavond bereiken eenheden
van de 9.Pz.D. en de 20.ID (Mot) Rexpoede, ten zuidoosten van Bergues.
De 8.Pz.D. bezet de hoogten van de Mont des Cats,
die worden gehouden door de 44th Div. Op de rechterflank rukt de
29.ID (Mot) op langs Berthen en Boeschepe, waarna contact wordt
gelegd met het X.AK. (18., 14., 19. en 30.ID). De Engelse achterhoede,
gevormd door de 3th en de 50th Div. houden taai weerstand. Om de
Engelsen in de rug te kunnen aanvallen rukt de 6.Pz.D. op naar Poperinge
en verovert in de omgeving de Hoogte 62. Gén. Prioux en de
bevelhebber van het IVe CA worden met hun Staf gevangen genomen
in Steenwerck.
In de sector van Lille blijft de Groupement Molinié
met de moed der wanhoop doorvechten; in de namiddag raakt Gén.
Juin met zijn 15 e DI geïsoleerd in de Faubourg de la Poste,
waarna hij de wapens laat neerleggen. Ondanks dat de Duitse vlag
wappert op de citadel gaan de gevechten door in de buitenwijken
Loos, Haubourdin, Faubourg de Béthune, Canteleu en Lambersart.
Hierdoor wordt een groot gedeelte van het 6.Armee geïmmobiliseerd
en wordt meer tijd gewonnen voor de inscheping.
Aan het front van Abbeville herneemt Gén. de
Gaulle zijn aanval om 04.00. De samengevoegde tanks van het 46 e
en het 47 e BCC steken de weg Rouen-Abbeville over. In de loop van
de voormiddag slaan ze twee tegenaanvallen af vanaf de Mont-Caubert.
Op bevel breken ze het gevecht af en hergroeperen ze zich ten zuiden
van Huchenneville. Het 4 e Bat.Chasseurs rukt verder op tot aan
het bos van Villers en te Bienfay, terwijl het 3 e Cuirassiers en
het I/7 e DP de hoogten bereiken langs de Somme. Tegen de avond
hebben de Fransen zowat 250 krijgsgevangenen genomen, maar de Duitsers
behouden het gros van hun posities. De 4 e DCR van haar kant zit
op haar tandvlees; toch zal de Gaulle 's anderendaags opnieuw tot
de aanval overgaan.
In Duinkerke schiet de inscheping volgens Gen. Gort
niet snel genoeg op; het komt tot schermutselingen tussen Engelse
zeelieden en Franse soldaten wanneer deze laatsten geweigerd worden
aan boord van Britse schepen. Het War Office komt tussenbeide en
verleent de Fransen twee bijkomende schepen, wordt aan de Fransen
het strand van Malo-les-Bains overgedragen en krijgen de Fransen
de belofte dat zij in evenredige hoeveelheden zullen ingescheept
worden.
In Duinkerke verslecht de toestand snel; de stad wordt
onophoudelijk gebombardeerd door de artillerie en de Luftwaffe is
omnipresent.
De Franse Marine zet alle schepen in uit haar vloot
van de Pas-de-Calais; de 6 e , 11 e en 14 e Div. de torpilleurs,
de 1 e Escadrille d'avisos, de 1 e en 13 e Escadrilles de patrouille,
de 1er Groupe de chasseurs en alle andere scheepjes die opgeeist
zijn. De 2 e Flotille de torpilleurs zal praktisch al haar schepen
verliezen.
Drie RN destroyers worden in het Engelse Kanaal tot
zinken gebracht. HMS Grafton ten noorden van Nieuwpoort
door de U-62 (Oblt.z.S. Michalowski); HMS Grenade na
een bombardement door de LW en tenslotte HMS Wakeful (Com.
Ralph Fisher) door de S.30. Tijdens de vooravond van de
28 e mei ligt de destroyer voor anker langs de kust van Bray-Dunes.
Omstreeks 23.00 wordt afgevaren met 640 manschappen aan boord; de
terugtocht gaat langs de Route Y. Rond 0.30 is de Kwinte Boei in
zicht en begint Fisher een zigzag koers te varen. Even later wordt
de destroyer gespot door de S.30 (Oblt.z.S. Zimmermann) die twee
torpedo's afvuurt. Eén is raak; het schip breekt middendoor
en zinkt binnen de 15 seconden; er is slechts één
overlevende bij de ingescheepte manschappen !! De drifters Nautilus
en Comfort snellen ter hulp en pikken de overlevenden op, waaronder
Com. Fisher. De schepen varen nog wat in het rond op zoek naar andere
overlevenden, wanneer HMS Grafton verschijnt, eveneens
onderweg van Bray-Dunes met zowat 800 manschappen aan boord. De
Comfort ligt naast de destroyer wanneer deze een torpedo
incasseert. Door de inslag wordt de drifter uit het water gehesen,
waardoor iedereen aan dek overboord wordt geslagen. Terug in het
water blijven de motoren draaien waardoor het schip onbemand rondjes
begint te varen. De pas aangekomen mijnenveger HMS Lydd neemt
de drifter voor een Duitse S.Boot en opent het vuur. De motoren
vallen stil en even later ramt de mijnenveger de drifter doormidden.
Enkele overlevenden van de Comfort springen op het dek
van de Lydd maar worden zowaar beschoten, waarbij één
matroos omkomt. Even later is de verwarring gelukkig uitgeklaard.
Inmiddels is de ferry Malines naast de zinkende
Grafton komen liggen en neemt de geëvacueerden over.
Als iedereen van boord is wordt de Grafton door HMS
Ivanhoe met twee goedgerichte schoten definitief tot zinken
gebracht.
De destroyers HMS Gallant, Jaguar, Greyhound,
Intrepid, Saladin, Wolfhound en de Franse Mistral, alsook
de sloop Bideford worden zwaar getroffen door bommen. HMS
Montrose en Mackay komen met elkaar in botsing en worden zwaar
beschadidgd.
Er worden deze 29 e mei
47.310 manschappen naar Engeland overgebracht.
De inscheping wordt beschermd tegen Duitse oppervlakteschepen
door enkele lichte Britse schepen en twee Franse torperdojagers,
de Epervier en de Léopard.
Lord Gort vraagt om meer steun vanwege de RAF en de
eerste eenheden Spitfires worden ingezet. Tegen de avond is de versterkte
plaats nog slechts 24km breed en 16km diep.
In de nacht van 29 op 30 mei
bereikt de 4th Div. Nieuwpoort; zonder halt te houden gaat
het naar de sector Moères-Bergues, gehouden door de 12 e
DIM.
De inscheping van Engelse troepen gaat gedurende de
ganse dag door, mede dank zij de inspanningen van zowel de Franse
als de Engelse Marine; ook de RAF laat zich niet onbetuigd in haar
strijd tegen de Luftwaffe. Er worden 53.823 manschappen ingescheept,
onder wie Lt.Gen. Brooke, die het bevel over het II.Corps overdraagt
aan Gen. Montgomery.
De Franse destroyer Bourrasque loopt ter
hoogte van Nieuwpoort op een mijn en wordt verder door Duitse kustartillerie
tot zinken gebracht.De tol is zwaar want tussen de 400 en de 500
ingescheepte militairen verdrinken. De destroyers HMS Anthony,
Sabre en Worcester worden door bommen beschadigd; daarnaast
worden nog eens drie grotere transportschepen en zes vissersvaartuigen
tot zinken gebracht.
De perimeter rond Duinkerke wordt niet doorbroken.
De Duitsers hebben er nochtans heel wat eenheden samengetroept:
op rechts het XXVI. en het IX.AK. (beide 18.Armee) op een as Nieuwpoort-Veurne-Diksmuide;
links daarvan het X.AK. (6.Armee) ter hoogte van de samenvloeiïng
van de Ieperlee en de IJzer. Het IV.AK. bevindt zich ter hoogte
van Poperinge. Het XIV.AK. tenslotte heeft zijn 20.ID (Mot) ten
zuiden van Bergues en de 9.Pz.D. aan de westelijke kant van de perimeter;
de divisie krijgt de versterking van de SS LAH en de 11.Pz.Brig.
In de sector van Abbeville heeft de Gaulle zijn 4
e DCR opnieuw klaargestoomd voor de strijd; het doel is Caubert
met de omliggende hoogten van Mont de Caubert en het Camp de César.
Tijdens de nacht hebben de Duitsers versterkingen ontvangen, en
dat zal zich laten gevoelen.
Het vooropgestelde tijdschema voor de aanval is vrij
laat: 17.00, te wijten aan een vertraagde bevoorrading in benzine.
De tanks hebben zich nog maar net in beweging gezet of zij worden
gestopt door een hevige artilleriebarrage. Het zijn de beduchte
88's die hun moordend werk verrichten. Ten noorden van Bienfay worden
acht tanks vernietigd (waarvan vier B's), ten zuiden van Cambron
nog eens vier, toebehorend aan het 3 e en 10 e Cuirassiers. De Franse
tanks trekken zich terug op hun vertrekposities. Het 22 e RIC, ondersteund
door enkele lichte tanks poogt nog door te breken aan het bos van
Villers, maar wordt ook daar tot staan gebracht. In enkele minuten
tijd worden vanuit Caubert vijf tanks buiten gevecht gesteld.
Tijdens de volgende nacht zullen de resten van de
4 e DCR teruggebracht worden naar de regio van Marseille-en-Beauvaisis;
ze telt nog amper 34 tanks, waarvan twee B's. Sinds haar inzet op
16 mei heeft de divisie 40% van haar middelen verloren. Ze zal worden
afgelost door een Schotse divisie, de 51st Highland Div. van Gen.
Fortune. Het is nu echter al te laat om Abbeville op de Duitsers
te herroveren.