<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in België.

De terugtocht langs de Ardennen.

De Belgische en Luxemburgse Ardennen vormen een heuvelachtig en bebost terrein dat moeilijk toegankelijk is. Gén. Gamelin besluit niettemin de nodige voorbereidselen te nemen om er een mogelijke Duitse opmars te vertragen door het voorzien van 5 lichte cavaleriedivisies, 3 cavaleriebrigades en een 20tal verkenningsgroepen.

Een lichte cavaleriedivisie is een grote eenheid die zich kenmerkt door het gelijktijdig gebruik van paard en motor. Een divisie bestaat uit 2 brigades, één te paard met 2 regimenten en de andere gemotoriseerd met een regiment automitrailleurs en een regiment dragonders op rupsvoertuigen. Verder beschikt de divisie over een regiment getrokken artillerie, een geniebataljon en gemotoriseerde diensten. In principe zou er nog een escadrille met 6 verkenningsvliegtuigen moeten beschikbaar zijn. Een dusdanig uitgeruste divisie is in staat tot lange afstandsverkenningen en achterhoedegevechten, zonder echter een langdurige weerstand te kunnen bieden over een breed front.

Een cavaleriebrigade bestaat uit 2 regimenten te paard, terwijl een verkenningsgroep samengesteld is afhankelijk van zijn oorspronkelijke eenheid. De groepen afkomstig van een CA. zijn volledig gemotoriseerd, terwijl deze behorend tot een infanteriedivisie samengesteld zijn uit een eskadron te paard, een eskadron motorwielrijders en een eskadron mitrailleurs op lichte vrachtwagens.

De situatie van het Groot Hertogdom Luxemburg is bijzonder, aangezien haar leger niet oorlogvoerend is. Hierdoor mogen in geval van een invasie enkel versperringen worden opgeworpen zonder daarna vernietigingen uit te voeren. Deze houding is zowel gekend van de Fransen als van de Duitsers; zij zullen bijgevolg navenant handelen.
Gén. Gamelin beveelt Gén. Condé om bij een Duitse inval in het Groothertogdom het land binnen te vallen zonder de voorafgaandelijke toestemming van de Luxemburgse regering. Deze aktie moet snel en bij verrassing uitgevoerd worden; daarom wordt deze taak toevertrouwd aan snelle troepen: de 3e DLC en de 1e BS, alsmede 7 verkenningsgroepen.

Vanaf de Duitse inval worden 3 verkenningseenheden naar voren gestuurd; 4 groepen zullen snel volgen en vorderen tot een lijn ter hoogte van Luxemburg-stad. Vanaf daar zullen systhematisch het wegen- en spoorwegennet onklaar gemaakt worden, opslagplaatsen en voor de vijand nuttige installaties vernietigd worden en het rollend spoorwegmateriaal weggehaald worden.
Langs Duitse kant wordt het 16.Armee belast met de bescherming van de opmars van de panzers tussen de Moezel en de Maas.

De Duitse Generale Staf heeft reeds langer de Franse eenheden bestemd voor de inval in het Groothertogdom en België in de gaten. Deze troepen voorafgaan in België zal moeilijk zijn, maar in het Groothertogdom moet dat lukken. Komende vanuit Frankrijk lopen 5 wegen naar Luxemburg-stad. Er zijn 2 grote assen, namelijk vanuit het oosten komende van Thionville en vanuit het westen komende van Longwy over Rodange. De centrale as is van minder belang en loopt langs Landres en Esch s/Alzette. De 2 laatste zijn van lokaal belang en komen vanuit de streek van Dudelange en Rodange. Het volstaat dus voor de Duitsers om deze 5 wegen degelijk af te sluiten. Ideaal zijn hiervoor de para's, maar deze zijn reeds ingeschakeld in België en Nederland. In hun plaats zullen infanteristen overgevlogen worden aan boord van Fieseler Storch-verkenningsvliegtuigen, die kunnen landen en opstijgen vanop zeer korte afstand en op moeilijk terrein. Deze "commando's" zullen snel bijgestaan worden door oprukkende eenheden van het XXIII.AK.

De 10e mei om 04.25 stijgen vanaf een nabij Trier gelegen vliegveld 25 Storch's op die met 3 vluchten 125 vrijwilligers moeten overvliegen. De eenheid staat onder het bevel van O.Lt. Hedderich (34.ID). Er zullen manschappen ontscheept worden ter hoogte van 5 kruispunten: Bomicht, Zolverknapp, Foetz (Lt. Oswald), Bettembourg en Friesingen (Lt. Lauer die later op de dag zal sneuvelen). Eens ter plaatse brengen de infanteristen hun antitankgeweren en lichte mitrailleurs in stelling, leggen ze mijnen, vellen ze bomen en versperren ze de wegen. Her en der komen Luxemburgse gendarmes tussenbeide, maar deze worden al snel ontwapend en naar huis gestuurd.

Vanaf 04.35 schrijden Duitse gemotoriseerde voorhoeden de grens over, waarbij de Sûre en de Moezel overgestoken worden aan boord van veerponten, vlotten en schuiten. Eens aan de overkant wordt de opmars zo snel mogelijk verder gezet.
De aanval wordt accuraat ondersteund door de Luftwaffe: het Ie Fl.K doet dat voor het 4. en 12.Armee tijdens hun oversteek van de Maas, tussen Namen en Sedan; het IIe Fl.K voor het 16.Armee en het Ve Fl.K voert interventies uit over het Franse grondgebied, gaande tot de regio van Lyon.

De 4 vooruitgeschoven groepen stoten al snel op de Duitse voorhoeden. Op de baan van Thionville geraakt de 5e BC niet veel verder dan de grenspost van Frisange. In het centrum raakt de 13e BLM verstrikt in straatgevechten in Esch s/Alzette. Rond de middag bereiken de Spahi's van Col. Jouffrault Rekange, op 10km van Luxemburg. Later moeten ze onder zware druk terugtrekken. De groep van Lt.Col. Lesage, komende van de baan van Lonwy, trekt zich terug na een korte bezetting van het station van Rodange.
Gen. Behlendorff bezoekt het front ten noorden van Rodange met zijn vleugeladjudant Maj. von Schelika. Bij hun terugkeer naar Esch s/Alzette stuiten zij te Niederkerchen op het 4e Escadron van het 6e RSA. De generaal wordt gekwetst en weggevoerd, terwijl de majoor kan ontkomen. De generaal wordt even later echter bevrijd door de 3/M.G.Btl.2.

Tegen de avond is de druk van het XXIII.AK danig dat het Franse Opperbevel beslist om over te schakelen op defensieve posities.

* * *

Zoals reeds gezien is de Belgische provincie Luxemburg bezet door de Groep K. De 1e Div.Ard.J. is gelegerd tussen Trois-Ponts en Habay-la-Neuve, met het 1e Ard.J. in het zuiden, het 2e in het centrum en het 3e in het noorden; het betreft 7 bataljons, aangezien er reeds 2 de Ourthe hebben overgestoken. Deze 7 bataljons strekken zich uit over een afstand van ongeveer 85km. Hierdoor kunnen slechts steunpunten bezet worden op de belangrijkste invalswegen. Vóór deze posities is de genie belast met het aanbrengen van versperringen en mijnenvelden binnen een strook van 200m diep. Aan de noordzijde is een tweede dergelijke linie voorzien van 45km lang tussen de grens en de regio van Elsenborn. Deze linies moeten de opmars van de Duitsers vertragen zonder dat ze evenwel effectief verdedigd worden. De Ardeense Jagers bieden enkel weerstand de tijd nodig voor de voorziene vernietigingen. Elk bataljon zal op zijn beurt terugtrekken tot achter de Ourthe, op de posities gehouden door de 1e Cav.Div. De volgende nacht wordt de Maas overgestoken en worden er defensieve posities ingenomen tussen Engis en Huy.

De Franse Generale-Staf kent deze plannen en Gén. Georges heeft ze reeds op 14 maart medegedeeld aan de Gén's Corap en Huntziger. Gén. Gamelin is er het evenwel niet mee eens. Hij eist een verlengde verdediging van de Ardennen. Het Belgische Opperbevel wenst hierop niet in te gaan, mede door het gebrek aan beschikbare reserves. In de maand april verwittigt Gamelin België dat bij een inval onze Ardennen onmiddellijk zullen bezet worden door lichte troepen afkomstig van het 2e en 9e Armée. Voor het 2e Armée betreft het de 2e en 5e DLC, de 1e BC en 7 verkenningsgroepen. Ze steken de Frans-Belgische grens over tussen het Groothertogdom en de Maas. Voor het 9e Armée gaat het over de 1e en 4e DLC, de 3e BS en 6 verkenningsgroepen; zij steken de Maas over tussen Givet en Namur.

Deze troepen houden halt op zowat 15km achter de dekkingslinie gehouden door de Ard.J. Deze Franse weerstandslinie moet gedurende 5 dagen vertragingsmaneuvers uitvoeren, de tijd nodig voor de ontplooiing van het 9e Armée langs de Maas. Op 6 mei verklaart het Belgische Opperbevel zich akkoord om de terugtocht van de Ard.J. met enkele uren te vertragen om de aankomst van de Franse troepen iets langer te beschermen.

Het Duitse plan bestaat er in om het XV., XXXXI. en XIX.A.K. (Mot) zo snel mogelijk over de Maas te krijgen, alvorens de Fransen de tijd hebben om hun posities degelijk te versterken. De Duitse Generale-Staf is op de hoogte van de Geallieerde plannen in deze streek.
Voor een snelle doorbraak zal de vooruitgeschoven positie in de regio van Martelange tegelijkertijd frontaal aangevallen worden door het XIX.A.K. (Mot) vanuit het Groothertogdom en in de rug door 400 infanteristen ontscheept uit Storch's op 4 tot 5km achter de stellingen van het 1e.Ard.J.
Op 10 mei bevinden de Ardeense Jagers zich in alarmtoestand vanaf 01.15; rond 03.45 wordt van start gegaan met de eerste vernietigingen. Omstreeks 05.00 worden de stellingen overvlogen door Duitse toestellen die pamfletten uitstrooien en poppen droppen om verwarring te zaaien.

Ondertussen gaat "Unternehmen Niwi" van start. Vanaf de vliegvelden van Bitburg en Dockendorf stijgen 98 Storch's op, met aan boord 400 vrijwilligers van het III/Grossdeutschland. De zuidelijke groep (10.Kp., OberstLt. Garski) vertrekt met 56 Storch's naar het dorpje Witry, waar er slechts 5 toestellen landen. De noordelijke groep (11.Kp., Hptm. Krüger) gaat met 42 Storch's naar Nives. Door navigatiefouten en vermenging met de zuidelijke groep (de overige 51 toestellen) landt de noordelijke groep in de omgeving van Leglise, op zowat 15km van Nives. Gedurende de volgende 2 vluchten worden enkele vluchtcorrecties doorgevoerd, zodat zich uiteindelijk in Witry, Nives en Leglise telkens 2 peletons bevinden.

Aan de Belgisch-Luxemburgse grens worden de Duitse voorhoeden opgemerkt omstreeks 06.30. In de regio van Arlon worden de laatste vernietigingen uitgevoerd. De 1. en 9/1.Ard.J. vervoegen de vooruitgeschoven positie. De 10e Cie. Motorwielrijders is inmiddels op zoek naar de gelande Duitse troepen.
De voorhoeden van het XIX.A.K. (Mot) rukken op langs 4 parallelle assen: in het centrum de 1.Pz.D. die Martelange nadert, op rechts de 2.Pz.D. en op links de 10.Pz.d., versterkt met het Mot.Reg.Grossdeutschland.
Omstreeks 06.30 bereikt de 1.Pz.D. Martelange, dat wordt bezet door de 4/1.Ard.J. (Kp.Cdt. Kelecom). De Duitse voorhoede (III/Schützen Reg.1, Krad-Schützen Abt.1, 1/Pi.Btl.37 en 1/Pz.Jg.Abt.37) valt meteen in een tangbeweging aan. Om niet omsingeld te geraken wordt omstreeks 10.30 het bevel tot terugtrekken gegeven.

De 1.Pz.D. zet meteen haar opmars voort. Ze maakt gebruik van 2 wegen die samenlopen vóór Bodange: de ene over Warnach wordt gebruikt door het III/S.R.1 en de andere, rechtstreeks vanuit Martelange door de K-S.Abt.1. Bodange wordt verdedigd door het 2e en 3e Pel. van de 5/1.Ard.J. (Kp.Cdt. Bricart); zijn 1e Pel. is achtergebleven aan het kruispunt van Strainchamps. De bruggen over de Sûre zijn gesprongen, versperringen zijn aangebracht en er liggen mijnen in de omliggende weilanden. De Ardeense Jagers hebben hun kazematten verlaten en bezetten een 5tal huizen langs de hoofdstraat, vanwaar ze een uitgestrekter geschutsveld hebben.

Van bij haar aankomst wordt de Duitse voorhoede onder vuur genomen. Het III/S.R.1 betrekt posities langs de hoogtes van Felz, terwijl de Krad-Schützen zich opstellen in het bos van Anlier. Cdt. Bricart krijgt het bevel om ter plaatse weerstand te bieden. De Duitsers hernemen hun aanval want de tijd dringt voor de 1.Pz.D. Haar panzers zitten klem op de overvolle smalle wegen. Verscheidene batterijen van het A.R.73 worden opgesteld op de kam van Felz. Het II/S.R.1 zal de Belgische posities te Bodange in de rug aanvallen. Omstreeks 18.00 en met alle munitie verschoten, beveelt Cdt. Bricart de terugtocht; hij vindt daarbij de dood. Het grootste gedeelte van de 5e Cie. wordt gevangen genomen door Duitse eenheden afkomstig van Witry en Fauvillers.

De problemen voor de 1.Pz.D. zijn echter nog niet voorbij. Bij de oversteek van de Sûre worden mijnen ontdekt waardoor de opmars verdaagd wordt tot 20.15.
Te Strainchamps raakt het 1e Pel. (O.Lt. Nemry) omstreeks 10.00 slaags met de voorhoede van de 2.Pz.D. Rond 14.00 verschijnt een aantal panzers die de Belgische posities bestoken. Door het verschijnen van een T-13 rupsvoertuig trekken de panzers even terug. Omstreeks 16.00 plooit het peleton ongemerkt terug. Wanneer de 2.Pz.D. zich hiervan bewust wordt is het reeds avond; er wordt een brug geworpen over de Sûre waarover de eerste panzers om 03.00 kunnen trekken.
De sector van Bastogne wordt bezet door het 2e.Ard.J. dat een front van 20km moet houden met 2 bataljons; haar 10e. Cie. Motorwielrijders wordt naar Nives gestuurd, op zoek naar de gelande Duitse infanteristen.

De voorhoede van de 23.ID. wordt eerst teruggedrongen, maar kan zich daarna wel doorzetten tussen de verschillende te fel verspreide steunpunten. De Ardeense Jagers beginnen terug te trekken en vormen omstreeks 16.00 een nieuwe defensielijn op 2km ten westen van Bastogne, behalve te Recogne waar de 8e cie. (Kp.Cdt. Lardinois) standhoudt.
Meer ten noorden loopt de voorhoede van de 3.ID. zich vast te Mabompré, dat wordt bezet door de 9e Cie. (Kp.Cdt. Maton). Omstreeks 13.00 komt een Franse verkenningseenheid aan vanuit Libramont, met als opdracht een verkenning naar Houffalize. De eenheid bestaat uit 2 peletons automitrailleurs Panhard en 2 peletons motorwielrijders onder het bevel van Cdt. Rougier van het 5e RAM. In de loop van de namiddag wordt de Duitse druk groter en rukken eenheden van de IR. 8 en 29 op tussen de steunpunten. Omstreeks 18.30 volgt het bevel tot terugtocht.

Het 3e Ard.J. ontplooit zijn 3 bataljons op een linie tussen Stavelot, dat eveneens verdedigd wordt door eenheden van het IIIe LK., en Houffalize. Het II.A.K. dringt de verdedigingslinie van het 3e Ard.J. binnen; omstreeks 10.00 worden verkenners te paard opgemerkt in de omgeving van Houffalize. Tegelijkertijd probeert het XV.A.K. (Mot) over 2 assen zo snel mogelijk de regio van Dinant te bereiken. De 5.Pz.D. zit tijdelijk verstrikt in de vernietigingen aangebracht rond Sankt-Vith. Meer ten zuiden rukt de 7.Pz.D. op; haar 7e Btl.Krad-Schützen botst omstreeks 16.00 te Mont-le-Ban (ten noorden van Houffalize) op manschappen van de 10e Cie. Motorwielrijders (O.Lt. Coeurderoy). Gen. Rommel komt persoonlijk tussenbeide en laat een peleton frontaal aanvallen, ondersteund door 3 panzers, terwijl 2 peletons langs het noorden omtoeren, waardoor de Belgen moeten terugtrekken.

Om de versperde hoofdwegen te vermijden rukt de 7.Pz.D. verder op langs landwegen. Omstreeks 18.15 wordt ze ter hoogte van Chabrehez gestopt door de 3/3.Ard.J. van Lt. Lejeune. Gen. Rommel past dezelfde tactiek toe als in Mont-le-Ban, waardoor het dorp rond 21.00 omsingeld en bezet wordt.
Door de invallende duisternis stopt de 7.Pz.D. haar opmars, temeer daar de 5.Pz.D. zich nog op een 10tal km achterop bevindt.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


De Belgische T13, Type I en III


Poolse 10de gepantserde brigade in actie tegen Duitse motorrijders.


Schilderij van de Maas-oversteek.


Duitse pioniers hebben een brug over de Maas gelegd.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.