<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in België.

De strijd aan het Albertkanaal.

De brug van Vroenhoven.

Het is 04.00. De Belgische posities zijn in staat van paraatheid sinds 00.30. Net vóór en op de brug zijn anti-tankversperringen aangebracht. In bunker M (Sgt. Crauwels, Grenswacht) is het ontstekingsmechanisme voor de vernietiging van de brug in gereedheid gebracht. Langs de hoofdweg Maastricht-Tongeren heeft het 18e Linie zijn posities ingenomen.

Boven Maastricht vuurt het Nederlandse luchtafweer in alle hevigheid. De Belgische Grenswachters bemerken grote formaties vliegtuigen komende uit de richting Lanaye-Briegden. Tot hun ontsteltenis zien ze "grote geruisloze" vliegtuigen neerdalen. Na van hun verbazing te zijn bekomen beginnen de Belgen het vuur te openen op de landende zwevers. Temidden van het steunpunt van de 1/18.Linie komen er 7 neer, 3 landen op de Nederlandse oever en een 11e komt terecht aan de achterposten van de Cie. In bunker M belt Kp. Penneman de Grenswachtkazerne te Lanaken op. Hij krijgt er Lt. Boijen aan de lijn en vertelt wat er in Vroenhoven aan de gang is. De Lt. wil daarop de verdediging aan de brug van Veldwezelt verwittigen. De verbinding met bunker N is reeds verbroken; hij kan nog bunker C bereiken, maar daar zijn de verdedigers al in paniek, waarna ook deze verbinding uitvalt. Boijen verwittigt nu ook Lt. Cusseniers van de 5/18.Linie. Op hetzelfde ogenblik wordt de kazerne zwaar gebombardeerd, waarbij Cdt. Giddeloo en 20 Grenswachters omkomen.

In bunker M besluit Sgt. Crauwels de brug te laten springen. Hij ontsteekt de lont en brengt zich in veiligheid. Even later bedenkt hij zich en spoedt zich om de lont te doven. Maar ondertussen is Gfr. Stenzel er met doodsverachting in geslaagd om deze reeds te doven. Daarna wordt een holle lading geplaatst, die ontploft op het ogenblik dat Crauwels, gevolgd door 2 soldaten, aanstormt. Ze zijn alle 3 op slag dood. Langs het gat gooien de Duitsers explosieven naar binnen, die nog meer dood en vernieling zaaien.

De manschappen van de 1/18.Linie worden in de rug aangevallen. De 2 voorste peletons (O.Lt. Stevens en O.Lt. van Male de Ghorain) worden binnen het half uur uitgeschakeld. De Cie.Cdt., Kap.Cdt. van Beneden, is reeds van bij het begin van de aanval gesneuveld. Het ondersteuningspeleton van Lt. De Poorter bezwijkt rond 05.30. In amper anderhalf uur is de volledige 1/18.Linie uitgeschakeld.
Bunker A bevindt zich op ongeveer 600m ten zuiden van de brug. De kazemat wordt gehouden door O.Lt. Bertrand, een onderofficier en 17 soldaten; de bewapening bestaat uit 2 zware mitrailleurs op de benedenverdieping, 2 lichte op de bovenverdieping en 1 FM frontaal. Vlak naast de bunker landt een zwever. O.Lt. Bertrand probeert de bataljonscdt. te bereiken, zonder succes evenwel. Dan belt hij Eben-Emael op, waarbij hij verneemt dat het fort eveneens aangevallen wordt. Tenslotte telefoneert hij naar de kazerne van Lanaken, waar hij in het Duits wordt geantwoord !!

De Duitse para's uit de zwever zijn onmiddellijk op de bunker geklommen. Bengelend aan een ketting laten ze een brandgranaat binnenvallen langs de noordelijke schietopening aan de bovenverdieping. Verschillende verdedigers lopen brandwonden op. Dezelfde procedure wordt gevolgd aan de zuidelijke opening. De manschappen haasten zich naar beneden, maar ook daar wordt een brandgranaat binnengegooid. Met springladingen worden nu de gepantserde deuren geforceerd. Door een hevig luchtbombardement verlaten de Duitsers de bunker, er van uitgaande dat hij toch geneutraliseerd is. De Belgische soldaten, waarvan de meesten verbrand zijn, kunnen ijlings de uitgerookte kazemat verlaten en vluchten tot in de stellingen van de 7/18.Linie. Op dezelfde manier wordt bunker B vernietigd en het garnizoen gevangen genomen.

De 2., 3. en 7/18.Linie kennen een terugtocht met wisselend succes. De 6/18.Linie (Kap.Cdt. de Leu de Cécil) bezet het dorpje Heers via 6 steunpunten. O.Lt. Ansquer, die met zijn peleton de kasseiweg naar Vroenhoven bezet, bemerkt rond 06.15 Duitse para's. De Cie.Cdt. beveelt meteen een tegenaanval, waarvoor O.Lt. Ansquer zich met zijn peleton vrijwillig meldt. De para's worden zowat 800m achteruit geslagen. De Duitsers krijgen echter luchtsteun, waardoor de Belgische infanteristen het steeds moeilijker krijgen, mede door een prangend gebrek aan munitie. Tegen de avond blijven nog slechts 2 steunpunten over: de commandopost (CP) van de Cie. en de stelling van O.Lt. Ansquer. In de ochtend van de 11e mei worden nieuwe Duitse aanvallen verwacht. Omstreeks 06.00 is het zover. Er wordt stand gehouden tot 07.15. Dan zijn de posities van O.Lt. Ansquer volledig omsingeld. De officier verlaat al schietend zijn loopgraaf, maar even later is zijn lichaam doorzeefd met kogels. Zijn manschappen geven zich over. De CP vecht nog door tot 08.30. Dan is alle munitie verschoten en een charge met de bajonet is volledig nutteloos.

Dertig minuten na de landingen is alle explosiegevaar voor de brug geweken en kan ze vrij gebruikt worden voor het verkeer. Ten westen van de brug wordt het terrein in een perimeter van 600m gezuiverd, waarbij een aantal Nederlandse soldaten wordt gevangen genomen. Het bruggenhoofd ten oosten van de brug wordt beschermd door zwakke Duitse eenheden. Om 05.15 strijken nieuwe eenheden para's neer als versterking. Vanaf 08.00 wordt een sectie Flak toegevoegd aan het bruggenhoofd, die met haar batterijen enkele zwakke Belgische tegenaanvallen verijdeld. Maar ook de Belgische artillerie mengt zich in de debatten. Er komen 4 bombardementen, namelijk omstreeks 09.20, 11.00, 19.30 en tijdens de nacht.

Intussen wordt het bruggenhoofd ononderbroken versterkt. Rond 11.50 komen infanteristen aan van het IR.111 vanuit Maastricht. Vervolgens om 17.00 en tenslotte rond 20.40. Dan kunnen de manschappen van Maj. Koch teruggetrokken worden naar Maastricht. Ze laten 7 doden achter en nemen 24 gewonden mee. Aan Belgische kant betreurt men 147 doden en worden er tussen de 280 en 300 soldaten gevangen genomen. De Duitse buit is rijk: 2 AT-kanonnen, 21 infanterie-kanonnen, 13 zware en 11 lichte mitrailleurs, 16 granaatwerpers, 350 geweren en grote hoeveelheden munitie.

Het bruggenhoofd wordt vanaf 11 mei uitgebreid met het I/12.Schützen Reg. Vanaf 09.00 vallen alle Belgische posities in Duitse handen. Omstreeks 10.00 bereiken de Panzers Riemst, in de richting van Tongeren.

De brug van Veldwezelt.

In Veldwezelt bevindt zich bunker N aan de ingang van de brug. Vanaf 00.35 worden de versperringen aangebracht en brengt Kp. Cornée (Grenswachten - Wielrijders) het ontstekingsmechanisme in gereedheid. Wanneer om 03.25 het alarm weerklinkt op het fort van Eben-Emael, vraagt Maj. van Driessche de toestemming aan de commandant van het 2e Karabiniers om de brug te laten springen. Hij moet echter op het bevel wachten. Het steunpunt aan de brug wordt gevormd door de 6/2.Kar. Omstreeks 04.00 melden de schildwachten op de brug een aantal "geruisloze vliegtuigen". Kort daarop landen 9 zwevers: 3 ten noorden van de weg, 5 ten zuiden en 1 ten westen. In de bunker N slaagt Kp. Cornée er blijkbaar niet in om de lont aan te steken. De granaatwerpers van de bunker worden aangevallen met vlammenwerpers en er worden explosieven van 3 tot 20 kg. naar binnen geworpen. Op één na, komt het volledige garnizoen van de bunker om.

Bunker C bevindt zich aan de voet van de brug, verbonden met 84 trappen tot aan de weg. De kazemat is bewapend met 2 zware Maxim's aan de benedenverdieping, één lichte aan de bovenverdieping en frontaal een FM en 3 granaatwerpers.
Sgt. Lemoine, een korporaal en 14 manschappen bevinden zich op de berm wanneer de zwevers landen. Meteen openen de Duitsers het vuur en de Belgen haasten zich in de bunker, die echter geen uitgang heeft langs zijn onderkant. De gepantserde ingangsdeur wordt met een springlading opengewrikt, waarna enkele brandexplosieven worden binnengegooid. Er is geen ontkomen meer aan. Een Duitse soldaat bezorgt enkele verbandpaketten en zegt dat men hen zal komen halen. Het wachten duurt de ganse dag. Tegen de avond hopen de Belgische soldaten te kunnen ontsnappen, maar het bombardement van de Belgische artillerie verplicht hen te blijven zitten. Het is slechts de volgende morgen dat Duitse soldaten hen komen halen.

Het steunpeleton onder de leiding van Lt. Bossaert krijgt het zwaar te verduren; van de 44 manschappen worden er 24 gedood en 7 gewond. Het 2e steunpeleton met Lt. Lombaers kent een identiek lot: van de 44 manschappen sneuvelen er 11 en worden er eveneens 11 gewond. Het 3e steunpeleton (Sgt. Ballet, Lt. Lejeune is met verlof) ondergaat een hevig bombardement. Tegen 11.00 neemt het peleton nieuwe posities in, achter de weg naar Lanaken. De Sgt. wordt zwaar gewond, evenals Adj. Burgun van het peleton Mitrailleurs.

De in de omgeving van de brug gecamoufleerde AT-kanonnen van 47 worden door de Stuka's met precisie gebombardeerd en de Belgische artilleriewaarnemers worden door de para's gedood.
Duitse troepen rukken op naar het dorp van Veldwezelt, dat omstreeks 14.00 wordt bereikt. Het bruggenhoofd wordt verder versterkt met verse troepen, mortieren en 37's. Een ijdele poging tot tegenaanval mrt 4 C47/T13 gepantserde wagens wordt met enkele rake schoten van PAK's in de kiem gesmoord.

Net als op de brug van Vroenhoven verloopt de aanval te Veldwezelt vrij snel en volgens plan. De 9 zwevers brengen 1 officier en 91 onderofficieren en soldaten aan de grond; 55 minuten na hun landing worden ze vervoegd door 24 para's. Twee zwevers raken beschadigd bij de landing. Tien minuten na de aanval is er reeds radioverbinding met Maj. Koch. De Gruppe Stahl krijgt verder bescherming van de Luftwaffe en de Flak, zodat zonder problemen de brug kan gehouden worden tot aan de komst van de infanterie, omstreeks 13.20. De luchtlandingstroepen keren omstreeks 20.30 terug naar Maastricht. Ze tellen 8 doden, 14 zware en 14 licht gekwetsten. Aan Belgische zijde telt men 115 gesneuvelden en verschillende honderden krijgsgevangenen. Er vallen eveneens 35 doden en 45 gekwetsten bij de burgerbevolking.

Van op de grond worden geen georganiseerde tegenaanvallen uitgevoerd. De Belgische en de Geallieerde luchtmacht moeten de bruggen dan maar vernietigen. Op zaterdag 11 mei worden 9 Belgische Fairey Battle's, opgedeeld in 3 gevechtsgroepen, uitgezonden naar de 3 intact gebleven bruggen van Veldwezelt, Vroenhoven en Briegden. Boven Vroenhoven gaan 2 toestellen verloren. Een bom van 50 kg. komt terecht op de brug (Kap. Glorie) maar zonder noemenswaardige schade aan te brengen. Over Veldwezelt gaan eveneens 2 vliegtuigen naar beneden vooraleer zelfs de brug bereikt wordt. Het toestel van Kap. Pierre beschadigt lichtjes de weg naar de brug. Boven Briegden wordt 1 brandend vliegtuig gespot. Van de 6 begeleidende Gloster's, die de Battle's moeten beschermen, keren er slechts 2 terug.

De Geallieerden nemen nu de taak over. Op zaterdag droppen ze bommen van 100 kg.; 3 bommenwerpers gaan verloren, 2 jachtpiloten raken gekwetst en een 3e wordt vermist. De 12e verliezen de Fransen boven de weg naar Tongeren 8 van hun 18 toestellen. De RAF verliest 2 toestellen en raken er 8 zwaar beschadigd. De 12e verliest de RAF 7 Blenheim's op 9. Vervolgens worden boven Veldwezelt en Vroenhoven 2 groepen Fairey Battle's ingezet vanaf Reims, terwijl 2 escadrilles Blenheim's de herstelde bruggen van Maastricht gaan bestoken; 10 van de 24 toestellen keren niet terug. Tegen de avond van de 12e mei vallen 18 Blenheim's Duitse troepen aan op de wegen naar Hasselt en Tongeren. Slechts 1 toestel ontsnapt aan de hel !!

* * *

De brug van Kanne.

De bezetting van deze brug vormt de zwakke schakel in de operatie S.B.E.G., hoewel de militaire betekenis ervan kleiner is dan van de beide anderen. De brug ligt 4m boven de waterspiegel en de bermen zijn praktisch ontoegankelijk, waarop de zwevers zeer moeilijk kunnen landen. Het 2e Grenadiers bezet de sector, maar de brug valt onder het commando van het fort. De 10 zwevers voor Kanne vertrekken samen met de anderen, maar hun trekkers leiden hen te ver. Maj. Jottrand heeft reeds het bevel tot vernietiging gegeven, terwijl de zwevers aan hun landing beginnen. Wachtmeester Pirenne die aan het hoofd staat van de destructieploeg bemerkt de dalende zwevers naar het fort en deze bestemd voor Kanne, komende vanaf Opkanne. O.Lt. Bruyère (21.Bat.Genie) geeft het bevel tot vernietiging. Vanuit bunker O wordt de lont ontstoken en om 04.35 springt de brug. Verschillende zwevers worden geraakt door luchtafweer, anderen glijden langzaam van de bermen.

Een zwever komt terecht aan de C.P. van het II/2.Gren., waar de commandant zich met zijn manschappen verbeten verdedigd; ze worden uiteindelijk ontzet door manschappen van de 7e Cie. Verschillende andere groepen (de Robiano, Berlaimont) hebben het eveneens aan de stok met de luchtlandingstroepen. Aangezien de brug gesprongen is organiseren de Duitsers hun stellingen aan de heuvel van Opkanne. De Belgische loopgraven worden veroverd door Gruppe 3. De commandant van de Gruppe Eisen, Lt. Schächter, wordt zwaar gekwetst aan het hoofd en de benen en wordt vervangen door Lt. Meissner.
Rond 05.10 droppen Ju-52's 25 para's als versterking. De dropping gebeurt echter 500m te ver westwaarts, waardoor de para's tijdens het dalen onvoldoende bescherming krijgen van de landingstroepen. Hierdoor worden er 14 gedood en 8 gewond vooraleer ze kunnen landen.
Omstreeks de middag geven de verdedigers van bunker O zich over, op het ogenblik dat de Duitsers het dorp van Kanne bezetten.

Door de zwakke en ongeordende Belgische tegenaanvallen kunnen de Duitse troepen zonder al te veel problemen hun posities houden. De Belgische artillerie verhindert met haar geconcentreerd vuur wel dat de Duitsers massaal versterkingen kunnen aanvoeren. Toch slagen kleine groepen Duitsers er in om het dorp van Eben-Emael binnen te trekken. Met de hulp van de duisternis slagen Duitse eenheden er in om rond 22.30 het kanaal over te steken. Omstreeks de middag van de 11e mei verlaat de Belgische achterhoede de omgeving van Eben-Emael.

Zonder versterkingen of bevoorrading, en stilaan langs alle kanten omsingeld, is de strijd voor het 2e Grenadiers bijna gestreden. Maj. Lecome (11/2.Gren.) voert met zijn compagnie, het personeel van zijn C.P. en een aantal manschappen van de 14e Cie. een ultieme tegenaanval uit. De Duitsers verwachten zich daar niet meer aan, zodat de Belgen kunnen doorbreken; ze worden echter opgepakt aan de C.P. van het regiment.

De luchtlandingstroepen worden in de ochtend van de 11e mei afgelost; ze tellen 22 gesneuvelden en 26 gekwetsten. Aan Belgische zijde worden 216 doden betreurd en 190 krijgsgevangenen. Omstreeks 14.00 vervoegt de luchtlandingseenheid van Kanne deze van de andere bruggen in Maastricht. Enkel de eenheid Granit bevindt zich nog op het fort van Eben-Emael.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.