<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in België.

De gevechten aan het Afwateringskanaal van de Leie.

In de ochtend van de 24e mei betrekt het Belgische Leger nieuwe posities tussen de Braakman en Menen, over een front van 96km. Het Opperbevel moet intussen rekening houden met mogelijke Duitse aanvallen in de rug, aangezien de 2.Pz.D. Boulogne belegert. De 68e DI. wordt met Belgische vrachtwagens overgebracht naar Gravelines, aan het kanaal van de Aa, om een front te vormen tussen Nieuwpoort en Menen. De oorspronkelijke 22 Belgische divisies zijn intussen gekrompen tot amper 15.

Het Belgische front kan opgedeeld worden in 3 sectoren, elk beschermd door een waterweg van ongeveer 20m breed.

In het noorden het Leopoldkanaal met een lengte van 20km; het verbindt de baai van de Braakman met het Afwateringskanaal te Strobrug. Het vormt slechts een lichte hindernis. Langs dit kanaal neemt de 1e Cav.Div. posities in. De 2e Cav.Div. bevindt zich aan de kust; de 60e DI. vormt de reserve en betrekt stellingen langs het Afwateringskanaal, tussen Zeebrugge en Strobrug.

In het centrum loopt het Afwateringskanaal tussen hoge bermen. De hoofdweg Gent-Brugge steekt het kanaal over te Balgerhoeke; de nieuwe brug is er vernield. De oude brug en de sluis worden voorlopig intact gehouden.
De verdediging van dit gedeelte van het front wordt waargenomen door 3 LK., over een lengte van 36km tussen Strobrug en Deinze:

  • het V.LK. (Gen. Van Den Bergen) tussen Strobrug en Oostwinkel met de 17e en de 6e Div. in de frontlinie en de 18e Div. als reserve;
  • het II.LK. (Gen. Michem) met de 12e en de 11e Div. tot aan het Kanaal Gent-Brugge;
  • het VI.LK. (Gen. Verstraete) met de 2e, de 5e en de 4e Div. tot aan het noorden van Deinze.

In het zuiden is de Leie gemiddeld amper 50cm diep. Ze wordt tussen Deinze en Menen gehouden door 2 LK. over een afstand van 40km:

  • het VII.LK. (Gen. Deffontaine) tussen Deinze en het Kanaal van Roeselare met de 2e Div.Ard.J. en de 8e Div. in de frontlinie en de 9e Div. als reserve;
  • het IV.LK. (Gen. Bogaerts) van het Kanaal van Roeselare tot Menen, waar het verbinding heeft met het Britse II.Corps. De 3e en de 1e Div. liggen in de frontlinie met de 10e Div. als reserve.

Daarenboven wordt Gen. de Krahe belast met de organisatie van een veiligheidslinie tegenover het westen om de Belgische achterhoede te beschermen tegen mogelijke aanvallen van panzerdivisies komende van uit de richting van Duinkerke.

  • de 15e Div. bezet Nieuwpoort;
  • de 14e Div. betrekt stellingen aan de Ieper en de Ieperlee; alle bruggen zijn voorzien van springladingen;
  • het bataljon Ardense motorwielrijders bezet Ieper;
  • een groep onder de leiding van Gen. Leroy (adjunct bevelhebber van de 10e Div.) verlengt de verdediging tot Menen. Hij bestaat uit de Wielrijdersgroepen van de 13e en de 16e Div. en het bat. Grens-Wielrijders van Limburg.

Als reserve beschikt de Generale Staf nog slechts over de 1e Div.Ard.J., gelegerd in de regio van Vinkt, achter het VI.LK. en de twee fel uitgedunde divisies, de 13e Div. te Beernem en de 16e Div. te Ruiselede. De artillerieregimenten van de 13e, de 14e en de 16e Div. gaan over naar de eenheden in de frontlinie.

De Belgische artillerie wordt als volgt ingedeeld: er worden 2 groepen gevormd met de 6 batterijen van 150' en 155'; groep B met de 3 batterijen van het 3e Legerartillerie betrekt posities ten oosten van Aalter voor de verdediging van het Afwateringskanaal; groep A met de batterijen van het 1e Legerartillerie ten zuiden van Roeselare voor de verdediging van de Leie.

De mortiergroepen van 220' van het 2e Legerartillerie en de houwitzers van 150' en de 6-duim's van het 4e Legerartillerie worden in steun geplaatst van de verschillende legerkorpsen; 4 spoorwegbatterijen bevinden zich op de lijn Deinze-Lichtervelde en 2 op de lijn Oostrozebeke-Ingelmunster.
Het Belgische Opperbevel betrekt het kasteel van baron Kervyn de Lettenhove in St Andries Brugge.

Het Duitse Opperbevel heeft initieel het saillant willen doorbreken ten zuiden van Lille (Rijsel) dat wordt gehouden door het 1re Armée. Een eerste aanval uitgevoerd door het XXVII.AK. mislukt aan de Schelde, tegenover het Britse I.Corps. Als gevolg van deze aanval trekken de Britse troepen terug achter de reeds voorziene Grenspositie. Door de mislukking besluit Gen. von Reichenau om zijn volgende aanval te plaatsen in de minder verdedigde sector van Kortrijk. Binnenkort zullen daar 10 Duitse divisies in contact komen met 12 Belgische.

De Duitse divisies komen uit 4 verschillende AK's:

  • het XXVI.AK. met de 256. en de 208.ID. langs het kanaal en de 227.ID. als reserve;
  • het IX.AK. met de 56.ID. langs het kanaal, de 216.ID. aan de Leie en de 225.ID. als reserve;
  • het XI.AK. met de 255., de 30. en de 19.ID. aan de Leie;
  • het IV.AK. met de 14., de 18. en de 31.ID. aan de Leie en de 7.ID. als reserve.

Om deze operatie te ondersteunen gaat het I.Fliegerkorps over naar de 2e Luftflotte.

* * *

Tijdens het offensief van het 6.Armee in de regio van Kortrijk zal het 18.Armee 3 aanvallen uitvoeren om het Afwateringskanaal over te steken:

  • de eerste, op 24 mei te Ronsele, wordt afgeslagen
  • de tweede, op 25 mei te Meigem, wordt gestopt ter hoogte van Vinkt
  • de derde, op 26 mei te Oostwinkel wordt slechts vertraagd wegens een gebrek aan middelen.

De 208 ID. nadert in snelmars het Afwateringskanaal met haar IR.338 op rechts, het IR.309 op links en het IR.337 in tweede lijn.

Daartegenover bevindt zich de 12e Div. (Gen. De Wulf) die een sector bezet van 4,5km lang met het 23e Linie op links, het 2e Linie op rechts en het 22e Linie als reserve. Op ongeveer 500m vóór het kanaal zijn verschillende waarschuwingsposten geplaatst.

Te Ronsele, in de sector van het I/2e Linie heeft een eenheid van het 2e Genie een voetbrug geworpen over het kanaal zodat ook daar een waarschuwingspost kan voorzien worden. Op 24 mei, rond 15.00 vertrekt een korporaal met een 10tal manschappen. Ondanks hun voorzichtige progressie bemerken ze de Duitse wielrijders niet die zich bevinden te Stoktevijver. Ze vallen in een hinderlaag en worden gevangen genomen zonder hun bataljon te kunnen verwittigen. De 9/IR.309 (Hptm. Winter) maakt hiervan gebruik om de slapende geniesoldaten te overvallen. Vervolgens worden de 1. en de 3/2e Linie (Kap.Cdt. Van Den Driessche, later gekwetst) overrompeld; de Duitse opmars kan worden gestopt door de 2/2e Linie net vóór de sector van het II/2e Linie. Naast het I/2e Linie wordt eveneens het III/23e Linie belaagd; zijn 11e Cie. wordt volledig onder de voet gelopen.
Er is duidelijk een bres geslagen in de Belgische linie en het III/IR.309 bouwt een stevig bruggenhoofd.

Het Belgische 7e Art. krijgt de opdracht om het bruggenhoofd en de loopbrug onder vuur te nemen. De bevelhebber van de 208.ID. laat de installatie van zijn eigen artilleriebatterijen versnellen en vraagt luchtsteun van Stuka's. Inmiddels herstelt Kol. Devloo (2e Linie) zijn verdediging door zijn 9e Cie. te laten aansluiten bij zijn fel toegetakelde 3e Cie. Kol. Dendal (23e Linie) laat zijn II.Bat. (Kap.Cdt. Oborski) opnieuw de dijk aan het kanaal bezetten. Het gat tussen de beide regimenten wordt opgevuld door een eskadron divisionele Wielrijders (Kap. 't Serstevens) die op de koop toe een tankette T-13 van het depot van St Denijs-Westrem opnieuw aan de praat krijgt. De vooropgestelde tegenaanval zal 's anderendaags plaatsvinden door het I/22e Linie.

De 25e mei, om 04.10 begint een hevig Belgisch artillerievuur op het bruggenhoofd; rond 04.30 rukt het I/22e Linie zoals voorzien op, voorafgegaan door een barragevuur uitgevoerd door de II.Groep/7e Art. Het bataljon ontplooit haar 3 compagnie's over een breedte van 650m; de 2e op links, de 3e in het centrum en de 1e, samen met het eskadron Wielrijders op rechts. Helemaal aan de rechterflank ondersteunt de 9/2e Linie de aanval door posities in te nemen langs de dijk van het kanaal.

De 2e Cie. (Lt. Bruyserade, later gekwetst) geraakt slechts traag vooruit. Hetzelfde geldt voor de 3e Cie. (Maj. Feyerick). Bij de 1e Cie. (Kap.Cdt. Baeten, later gekwetst) is de opmars geslaagd en worden verscheidene huizen langs de weg van Ronsele gezuiverd. De Duitse mitrailleurs nemen nu de T-13 onder vuur, die op verscheidene plaatsen wordt doorboord door pantserperforerende kogels. De bemanning wordt geraakt en de chauffeur maakt rechtsomkeer om zijn makkers af te zetten bij een hulppost. Voor Lt. Osselaere (eskadron Wielrijders) duurt dat allemaal te lang en hij gaat zelf de T-13 terughalen. Meteen opent de tankette het vuur en vernietigt 6 Duitse mitrailleurs. Hierop geven zich zowat een 100tal Duitsers over. Tegen de middag is het terrein opnieuw herroverd; 5 officieren en 200 soldaten van het IR.309 worden krijgsgevangen genomen.

* * *

Meer zuidwaarts bezet de 4e Div. (Gen. Vantrooyen) een sector van 5km tussen Nevele, waar ze verbinding heeft met de 5e Div. en Deinze, dat wordt gehouden door de 2e Div.Ard.J. Haar 3 regimenten liggen zij aan zij: het 7e Linie op links, het 15e Linie in het centrum en het 11e Linie op rechts. De divisie heeft sinds de gevechten aan het Albertkanaal heel wat verliezen geleden, zowel aan manschappen als aan materiaal. Haar 8e Art. is echter nog praktisch intact en wordt nog versterkt met 2 groepen van het 22e Art. van de 14e Div.

Op 24 mei rukt de 56.ID. op in de richting van Tielt. Haar IR.171 heeft in Deinze contact met de Ard.J. De divisie gaat meer zuidwaarts op zoek naar een oversteekplaats over de Leie, maar ze stuit er op het 17e Linie. Gen. Kriebel besluit om op zijn andere regimenten te wachten voor de aanval van morgen.

De 25e mei begint met een hevig Duits artillerievuur; dat belet niet dat het IR.234 tot tweemaal toe te Deinze wordt teruggeslagen door het II/5e Ard.J. (Maj. de Hemicourt de Grunne). De Belgische artillerie bestookt de ganse sector van Deinze. Hierdoor gebruiken de Duitsers burgers om hun gekwetsten van het slagveld te halen; in de hoofdstraat worden zelfs 150 burgers samengetroept om de artillerie te doen zwijgen. Vooraleer dit wordt opgemerkt worden 29 onder hen gedood en 10 anderen levensgevaarlijk gewond.

Ten noorden van Deinze is de sector van de 4e Div. reeds zwaar gebombardeerd op 24 mei. 's Anderendaags, rond 06.00 krijgt het 15e Linie opnieuw een hevig bombardement te verwerken. Omstreeks 07.20 probeert het IR.192 het kanaal over te steken in de subsector van de 11/15e Linie, die zich praktisch direct overgeeft. Bij een tegenaanval uitgevoerd door de 7/15e Linie sneuvelen de beide commandanten, namelijk Kap.Cdt. Lochs en Lt. Mutsaers. Het 15e Linie valt verder uit elkaar en ook de artillerie slaagt er niet in de Duitse opmars te stoppen. Het 8e Art. begint al schietend terug te trekken; omstreeks 11.00 verliest de II.Groep 2 batterijen, waarvan de manschappen terugplooien op Vinkt.

Bij het uitdiepen van hun bruggenhoofd bedreigen de Duitsers niet alleen de artillerieposities, ze vallen eveneens de stellingen aan in de rug van het 7e en het 11e Linie. Het I. en het II/7e Linie worden overrompeld, behalve de CP van het II.Bat., gevestigd te Nevele; Kap.Cdt. Nailis houdt er stand met een 40tal manschappen. Bij het 2e echelon van het 7e Linie worden de Duitse aanvallen teruggedreven door de 10e en de 11e Cie. Meer zuidwaarts wordt in de subsector van het 11e Linie, het III.Bat. (Maj. Ordies) in de rug aangevallen. Het I/11e Linie (Kap.Cdt. Borzée) zal een tegenaanval uitvoeren. Dit bataljon telt echter nog slechts 2 cie's na de zware verliezen aan het Albertkanaal en bij de tegenaanvallen te Kwatrecht. De aanval loopt echter al snel vast.

Het I/11e Linie wordt dan bijgestaan door het 5e Ard.J. dat van Gen. Ley de opdracht heeft gekregen om een linie te voorzien tussen Deinze en de omgeving van Vinkt, om aldus de linkerflank van de 2e Div. Ard.J. te beschermen.

Meer noordwaarts voorziet Gen. Spinette een linie langs de Poekesbeek om de rechterflank van zijn 5e Div. te beschermen. Dat front wordt gevormd door eenheden uit de 2e lijn, die onder het bevel geplaatst worden van Kol. Dengis van het 4e Jagers te Voet. Zo komt het II/1e Jagers te Voet (Maj. Van den Brandt) ter hulp van het 7e Linie. Het bataljon ontzet de CP van het II/7e Linie; vandaar wordt verder opgerukt. Inmiddels neemt een batterij van het 11e Art. de kerktoren van Nevele onder vuur en verjaagt er de Duitse waarnemers. Rond 18.00 wordt de kerk herroverd en omstreeks 23.00 nemen de Jagers er verdedigende posities in.

In het centrum pogen de Duitsers Vinkt te veroveren, maar zonder succes, ondanks dat op verscheidene plaatsen krijgsgevangenen van het 15e Linie als menselijk schild worden gebruikt. Vinkt wordt op dit ogenblik bezet door het III/1e Ard.J. (Kap.Cdt. Philippart). De laatste Duitse aanval heeft plaats bij het invallen van de duisternis. Na een voorbereidend bombardement rukt het IR.192 op, dringt Vinkt binnen, maar wordt er vrij snel opnieuw uit verdreven. Op de hoogte gesteld van deze aanval voorziet Gen. Verstraete (VI.LK.) het I. en het III/3e Ard.J. voor een tegenaanval. Door het precisievuur van de Belgische artillerie vinden de beide bataljons het terrein ontruimd, waarna ze defensieve posities innemen rond Vinkt. Aldus wordt de doorbraak bij Meigem gestopt tijdens de nacht van 25 op 26 mei.

Het is niet enkel te Meigem dat het IX.AK. het Afwateringskanaal poogt over te steken. Te Merendree slaagt een Duitse eenheid er in om langs de vernielde brug het water over te steken en de posities van het I/28e Linie binnen te dringen. Het geconcentreerd artillerievuur van het 2e Art. drijft de Duitsers echter terug.

De 26e mei wordt door de beide partijen gebruikt om zich voor te bereiden op de aanval van 's anderendaags. De dag verloopt vrij rustig, ondanks een tweetal pogingen om het kanaal over te steken, maar zonder succes; te Landegem waar het IR.377 wordt teruggeslagen door het III/4e Jagers te Voet en ten oosten van Vinkt.

In de loop van de dag wordt de sector van de 4e Div. overgenomen door Gen. Descamps, die hem opdeelt in 2 subsectoren met elk 3 aaneengesloten bataljons:

Kol. Robert (3e Ard.J.) krijgt de linkse, met van links naar rechts:

  • het I/1e Ard.J. (Maj. Temmerman) langs de linie van de Poekesbeek;
  • het III/3e Ard.J. (Maj. Velghe) ten oosten van Vinkt;
  • het I/3e Ard.J. (Maj. Van Espen) ten zuiden van Vinkt.

Maj. Lecocq (Korpschef van het 1e Ard.J.) neemt het bevel over de rechtse sector:

  • het III/1e Ard.J. (Kap.Cdt. Philippart);
  • het II/3e Ard.J. (Kap.Cdt. Flébus);
  • het I/4e Jagers te Voet (Maj. Lonay).

Een tweede defensielijn wordt voorzien aan de Neringsbeek door Kol. Merckx, de bevelhebber van het 2e Ard.J.

Gen. Geyer (IX.AK.) wenst het succes van Meigem door te trekken door Vinkt aan te vallen. Hij plaatst zijn 225.ID. in het noordelijk deel van het bruggenhoofd en de 56.ID. in het zuidelijk deel. Deze stellingname gebeurt tijdens de namiddag van de 26e mei; ze verloopt echter vrij chaotisch wanneer Belgische batterijen de noodbruggen over het kanaal onder vuur nemen. Tegen de avond bombardeert de Duitse artillerie het centrum van Vinkt.

In de vroege ochtend van de 27e mei worden de Belgische posities overvlogen door een verkenningsvliegtuig. Om 08.15 barst een voorbereidend artillerievuur los. Om 08.45 gaat het IX.AK. tot de aanval over, ondersteund door de Luftwaffe. In het noorden worden de pogingen van het IR.333 (225.ID.) om de Poekesbeek over te steken verijdeld door de Jagers te Voet van de 5e Div. In het centrum gaan 3 regimenten tot de aanval over: het IR.376 wordt meteen vastgezet door het I/1e Ard.J.; het IR.377 krijgt het aan de stok met het III/3e Ard.J., waarvan de 8e Cie. (Lt. Lamborelle) ter plekke weerstand biedt, terwijl de 7e Cie. (Lt. Laurent) zich verschanst in het ouderlingentehuis. Het IR.192 (56.ID.) probeert Vinkt te omtoeren langs het zuiden, waarbij de verliezen hoog oplopen, om tenslotte gestopt te worden door het I/3e Ard.J. In het noorden valt het IR.171 Aarsele aan, dat hardnekkig wordt verdedigd door het I/4e Jagers te Voet. Het IR.234 is op rust in Deinze.

In de loop van de voormiddag moet het III/3e Ard.J. wat terrein prijsgegeven. Hierop beveelt Kol. Robert een geconcentreerd artillerievuur van de II.Groep/19e Art. De obussen komen echter terecht in de verbindingssector tussen het I/1e Ard.J. en het III/3e Ard.J. Het III/IR.377 slaagt er in om langs die wig Vinkt binnen te dringen. Lt. Lamberolle reageert snel en herstelt een defensielijn aan de kerk. Oberst Lt. Hodissen laat zijn manschappen aanvallen, onder de impuls van Lt. Haase met zijn Pioniere; de infanterie volgt slechts schoorvoetend, zeker wanneer ze het lawaai van enkele kleine rupsvoertuigen houden voor echte tanks. Daarop laat Oberst Lt. Hodissen zijn manschappen terugtrekken; dat bevel bereikt echter niet de Pioniere.

Op dat ogenblik krijgt de 1e Div. Ard.J. het bevel tot terugtrekken. De situatie aan de Leie is immers danig verslechterd dat het zuidelijk front op elk ogenblik kan doorbreken. Dat bevel is moeilijk uit te voeren voor het I. en het III/3e Ard.J. aangezien zij door het centrum van Vinkt moeten, waar zich nog steeds de Pioniere bevinden. Uiteindelijk kunnen zij terugplooien met de hulp van enkele T-13' en T-15'. Omstreeks 14.30 is Vinkt volledig ontruimd door de Belgische troepen. De Belgen tellen 39 gesneuvelden, waarvan 1 officier; de Duitsers hebben 170 gesneuvelden, waarvan 11 officieren. Rond 15.00 dringt het IR.377 het dorp binnen; 86 burgers, tussen 13 en 89 jaar, worden er afgeslacht.

* * *

Tijdens de gevechten rond Vinkt ligt de noordelijke sector van het Afwateringskanaal, tussen de kust en het Kanaal Gent-Brugge er vrij rustig bij. Niet verwonderlijk dus dat de Belgische Generale Staf daar eenheden weghaalt om de bres te dichten aan het front in de omgeving van Kortrijk.

Het Cav.Korps van Gen. Keyaerts staat zijn 2e Div. af, die tegen de avond van de 24e mei vertrekt onder de leiding van Kol. Serlez. Tegen de volgende nacht heeft Gen. Keyaerts zijn front ingekort en brengt hij zijn 1e Div. van aan de Braakman tot aan de Belgisch-Nederlandse grens ten oosten van Knokke.

Bij het V.LK. verlaat het 9e Linie de 6e Div. om zich de 24e mei naar Roeselare te begeven. 's Anderendaags vertrekt Gen. Daumerie met het 1e Grenadiers. De sector wordt overgenomen door Gen. Six met de resten van zijn 18e Div.; ze telt nog amper 5 uitgedunde infanteriebataljons: de 3 bataljons van het 39e Linie, het II/3e Karabiniers en het II/3e Grenadiers. Later wijst Gen. Van Den Bergen het 7e Jagers te Voet toe aan de 18e Div. in ruil voor het II. en het III/39e Linie. De Generale Staf voorziet de speciale Vestingstroepen van Antwerpen als versterking voor het V.LK.

Na al deze wijzigingen worden de westelijke bermen van het Afwateringskanaal tussen Strobrug en het Kanaal Gent-Brugge door de volgende regimenten gehouden:

  • in de zone van het V.LK.:
  • de 17e Div. met het 9e en het 8e Jagers te Voet;
  • de 18e Div. met het 7e Jagers te Voet en het 1e Karabiniers.
  • in de sector van het II.LK.:
  • de 12e Div. met het 23e en het 2e Linie;
  • de 11e Div. met het 14e en het 20e Linie.

Deze 26e mei is het moraal goed, zeker na de ontvangst van 2 uitstekende maar valse berichten: de komst van 2000 Australische vliegeniers en de landing te Zeebrugge van grote hoeveelheden Britse troepen.

Geheel onverwacht worden de Belgische posities onder zwaar artillerievuur genomen. Het I/IR.481 kan ongezien het kanaal oversteken in de omgeving van Raverschoot en er het II/7e Jagers te Voet belagen. De 5e Cie. organiseert ter plekke de verdediging. Een eerste tegenaanval met Kap.Cdt. Delatte mislukt. De officier sneuvelt bij zijn aktie. Na het verlies van het steunpunt van de 5e Cie. zet de 7e Cie. onder de leiding van Kap.Cdt. de Hemricourt de Grunne een tweede tegenaanval op, die echter eveneens faalt en waarbij ook deze officier sneuvelt.

In de loop van de namiddag gaat het XXVI.AK. tot de aanval over. Om 15.40 begint het voorbereidend artillerievuur; het eerste bombardement duurt 5 min., gevolgd door 5 min. pauze; daarna volgt het tweede bombardement van 10 min., ondersteund door de Luftwaffe. Vanaf 16.00 verlengt de artillerie haar vuur met 300m zodat de infanterie het kanaal kan oversteken. Dat gebeurt echter met het verlies van veel manschappen en materiaal door het Belgische barragevuur. Twee divisies zijn bij de operatie betrokken.

De 256.ID. valt aan de sector van Balgerhoeke. Het IR.456 waagt zich niet over de oude brug, vresend dat ze ondermijnd is. De bevelhebber, Oberst Lt. Schmidt-Hammer wordt zwaar gewond en de opmars wordt gestuit door het 8e Jagers te Voet (Lt. Kol. Couvreur). Bij het IR.481 verloopt de opmars iets vlotter, ondanks de taaie weerstand van het 7e Jagers te Voet (Lt. Kol. Doueux). Het omtoert Maldegem langs het zuiden en bereikt de 2e lijn van de 18e Div.

Meer zuidwaarts steekt de 208.ID. het kanaal over in de omgeving van Ronsele. Op rechts beukt het IR.338 in op de eerste lijn van het 23e Linie; de opmars wordt vertraagd aan de 2e lijn, die bestaat uit 3 steunpunten van het III.Bat. Op links stuit het IR.309 op de taaie verdediging van het 2e Linie; de eerste lijn wordt slechts gedeeltelijk ingedrukt, maar de Duitsers geraken niet door de 2e lijn. Gen. De Wulf stuurt 2 bataljons van het 22e Linie in de tegenaanval. Bij het III.Bat. sneuvelen de commandanten van de 10e en de 11e Cie.; desondanks wordt een gedeelte van het verloren terrein van het 2e Linie herroverd. Het II.Bat. gaat goed vooruit maar wordt op 400m ten oosten van Oostwinkel aan de grond genageld door mitrailleurvuur en aanvallen van Stuka's.

Het XXVI.AK. heeft aldus 2 bruggenhoofden kunnen uitbouwen: één in de subsector van het 7e Jagers te Voet en één in deze van het 23e Linie. Tussen deze beide in bevindt zich het 1e Karabiniers (Kol. Oor), dat wordt aangevallen aan de twee flanken. Bij deze kritieke situatie besluit Gen. Van den Bergen om rond 21.00 zijn V.LK. terug te brengen op een as Strobrug-Maldegem-Oostwinkel.

's Anderendaags jaagt Gen. Wodrig zijn divisies opnieuw in de aanval. Het IR.456 geraakt praktisch niet vooruit in de sector van de 17e Div. Vier aanvallen worden afgeslagen vóór Maldegem, dat wordt verdedigd door een groep onder de leiding van Kap.Cdt. Dumortier met eenheden uit de 2e lijn van het 9e Jagers te Voet: de 1e en de 6e Cie., een peleton van de 7e Cie. en een sectie mitrailleurs van de 4e Cie.

De 17e Div. wordt door het 39e Linie verbonden met de 18e Div., waar de situatie weing hoopgevend is. Haar eerste lijn wordt in het noorden bezet door een samenraapsel van 4 verschillende regimenten; in het zuiden bevinden zich slechts enkele eenheden Verkenners-Wielrijders die de artilleriebatterijen beschermen.

Het Belgisch barragevuur slaagt er nu nog amper in om de Duitse opmars te vertragen. Het I/7e Jagers te Voet valt zonder munitie en wordt in de voormiddag gevangen genomen.

Het gebrek aan munitie doet zich eveneens gevoelen bij het 1e Karabiniers en bij verscheidene artilleriebatterijen. In de loop van de dag besluit Gen. Six tot verschillende gedeeltelijke terugtochten.

Dat geldt eveneens voor de 12e Div. die van de 11e Div. het I. en het III/29e Linie ontvangt om een 2e lijn op te bouwen. Het 2e Linie, dat nog amper uit 1 bataljon bestaat wordt teruggedreven in de sector van de 11e Div. terwijl het 22e en het 29e Linie achteruit gedreven worden in de regio van Ursel. De terugtocht van de 12e Div. ontbloot de flank van de 11e Div., met het risico dat de divisie in het Kanaal Gent-Brugge gedreven wordt. Om dat gevaar te ontlopen besluit Gen. Lebert terug te trekken tot Knesselare.

* * *

Om de installatie van de divisie op de lijn Maldegem-Knesselare te beschermen zijn infanterie-eenheden nodig, die er evenwel niet meer zijn.

Daarom zullen 5 geniebataljons ingezet worden. Daarnaast stuurt de Generale Staf als versterking de laatste reserves van het Cav.Korps onder de leiding van Kol. Morel de Westgaver: het 1e en het 4e Karabiniers-Wielrijders, het eskadron tankettes van het 1e Jagers te Paard en de I.Groep/19e Art.

In de namiddag valt de 208.ID. Knesselare aan met zijn IR.338 en het IR.309 langs de brug over het Kanaal Gent-Brugge.

Kol. Morel de Westgaver bereikt Knesselare; het 1e Karabiniers-Wielrijders (Kol. Flameng) installeert zich tussen het dorp en het Kanaal Gent-Brugge; het 4e Karabiniers-Wielrijders (Kol. Jadot) neemt posities in ten noorden van het dorp.

Ondersteund door de Luftwaffe gaat het IR.338 tot de aanval over, verscholen achter krijgsgevangenen van het 20e Linie. Zich bewust van het gevaar verbrandt Kol. Jadot het regimentsvaandel. Even later gaan 2 tankettes van het 1e Jagers te Paard in de tegenaanval: de T-13 van O.Lt. Rolin en de T-15 van Wachtm. Van de Gaar. Het succes is verbluffend en O.Lt. Halleux gaat meteen mee in de aanval. Er sneuvelt een groot aantal Duitsers, onder wie de commandant van het I/IR.338 en er worden 118 krijgsgevangenen gemaakt. De opmars van de 208.ID. wordt tijdelijk gestopt.

Na 21.00 wordt een nieuw order tot terugtocht ontvangen. In de voormiddag hebben het Cav.Korps, het V., het II. en het VI.LK. zich teruggetrokken op een lijn Heist-Maldegem-Knesselare-Aalter-Tielt. De 2e lijn gaat over Zeebrugge-Male-Ruddersvoorde-Roeselare. Verscheidene eenheden ontvangen hun bevel te laat of helemaal niet; het 14e Linie wordt slechts om middernacht verwittigd, terwijl het II/20e Linie uiteindelijk op eigen initiatief terugtrekt. De achterhoede van de 5e Div. verlaat haar stellingen aan het Afwateringskanaal de 28e mei om 01.15. De groep van Kap.Cdt. Dumortier ontruimt Maldegem omstreeks 21.30. Daarna wordt het bezet door de 256.ID. die er 341 manschappen verliest, waarvan 14 officieren.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


De KW Linie

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.