<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in België.

Gevechten aan de Schelde

Zoals gezien loopt het nieuwe Belgische front over het Kanaal van Terneuzen, het Bruggenhoofd van Gent en de Boven Schelde tot Oudenaarde, dat wordt bezet door de Britse 44th Div.

De verschillende slagorden:

  • aan de maritieme Schelde:
    • het XVI.CA. met de 60e en de 68e DI.
  • aan het Kanaal van Terneuzen:
    • het Cav.Korps (Gen. Keyaerts) met de 1e Cav.Div. operationeel en de 2e Cav.Div. in reserve;
    • het V.LK. met de 17e en de 6e Div. van Sluiskil tot Zelzate;
    • het II.LK. met de 13e en de 11e Div. van Zelzate tot Langerbrugge.
  • het Bruggenhoofd van Gent:
    • het I.LK. (nu onder het bevel van Gen. Ridder de Neve de Roden)
    • de 18e Div. in boogvorm tussen Langerbrugge en Melle;
    • de 16e Div. langs de Schelde, tussen Melle en Kwatrecht;
    • de 1e Div. ligt als reserve binnen Gent en houdt zich klaar om de 18e Div. bij te springen.
    • het VI.LK. met de 2e, 4e en 5e Div. in boogvorm vanaf Kwatrecht tot Eke;
  • Aan de Boven Schelde:
    • het VII.LK. met de 9e en de 10e Div. tussen Eke en Oudenaarde.
  • In reserve:
    • de 3e, 8e, 12e, 14e en 15e Div., alsmede de 1e en de 2e Div.Ard.J.

*

Vanaf de 20e mei 's ochtends beginnen 3 Duitse divisies aan de achtervolging van de Belgische troepen, gesteund door het IV.Fliegerkorps.
De 208.ID. vordert snel in de richting van het Kanaal van Terneuzen. Haar voorhoede heeft contact met Belgische patrouilles van het Cav.Korps. De bruggen van Sluiskil en Zelzate worden vernietigd.
De volgende ochtend verloopt rustig, maar tegen de avond worden de Belgische stellingen zwaar gebombardeerd. Daarna valt het IR.309 aan ter hoogte van Zelzate, in de sector van het 1e Karabiniers; het IR.338 doet hetzelfde te Terdonk, in de sector van het 32e Linie. De Duitse infanteristen maken gebruik van rubberbootjes. Door de zware verliezen wordt de aanval afgeblazen. Gen. Wodrig (XXVI.AK.) schort alle verdere operaties op tot 23 mei; tegen dan hoopt hij versterking te krijgen van de vóór Antwerpen geblokkeerde 256.ID.

* * *

Ten zuiden van Gent worden het IX. en het XI.AK. ingezet. De weg Aalst-Gent wordt gehouden door de 2e Div. De 56.ID. nadert snel Kwatrecht, in de sector van het 5e Linie. Omstreeks 09.00 (20 mei) worden 3 kazematten genomen door het IR.234 aan de Wetterstraat, alsmede het kerkhof en de landbouwschool. Vanop de kerktoren kan het vuur van het 2e Art. (Kol. Terlinden) precies gericht worden om de aanval te stoppen. Meer zuidwaarts wordt de opmars van het IR.171 gestopt te Gijzenzele door het 6e Linie.

Het III/5e Linie (Maj. Jacques) onderneemt een eerste tegenaanval, maar zonder succes. Bij een tweede aanval wordt tijdelijk het kerkhof herroverd. Een derde aanval wordt opgezet door de 1/ en de 2/28e Linie; hierbij wordt het IR.234 achteruitgedrongen tot in de rangen van het aankomende IR.192. Het regiment herpakt zich en omstreeks 21.00 wordt het viaduct bezet en wordt de CP van het III/5e Linie in het kasteel van Kwatrecht omsingeld. De omsingeling kan worden doorbroken door het II/5e Linie (Maj. Ooms).

Tijdens de nacht van 20 op 21 mei bereidt de 2e Div. een vierde tegenaanval voor. Hiervoor wordt steun voorzien van eenheden van het IV.LK.: het "eskadron" Renault-tanks (Kap.Cdt. Hullebroeck met 2 tanks !!) en het I/11e Linie. De 21e mei, omstreeks 06.15 gaat de aanval van start; vanaf de spoorweg wordt opgerukt naar het kruispunt van de Wetterstraat. Zowat 50m achter het beschermende artilleriegordijn rijden de 2 tanks, gevolgd door 2 cie's infanterie (Kap.Cdt. Borzée). De beide tanks worden onder vuur genomen door 37's PAK, waarbij Wachtm. Verboven en O.Lt. Schreiber omkomen. Daarna volgen hevige straatgevechten in Kwatrecht, dat uiteindelijk voor de Belgen verloren gaat.
Rond 09.00 herneemt Gen. Kriebel de aanval; zijn IR.171 rukt op naar Gijzenzele, gevolgd door het IR.192. De aanval wordt echter afgebroken door het geconcentreerd vuur van de mitrailleurs van het 6e Linie en de obussen van het 2e Art.
Een laatste aanval wordt voorzien omstreeks 15.00 in het centrum van het front van de 2e Div. Het III/6e Linie van Maj. Leesmans houdt echter onwrikbaar Gijzenzele, net als het I/5e Linie; dit laatste trekt zich omstreeks 21.00 terug ingevolge verkeerde informatie, maar de posities worden tijdens de nacht opnieuw ingenomen.

De 56.ID. is reeds vanaf 17.00 teruggevallen op defensieve stellingen. De dag is zwaar geweest en de verliezen hoog: 15 officieren en 355 onderofficieren en manschappen. Deze komen bovenop de 50 officieren en de 650 onderofficieren en manschappen die reeds eerder verloren zijn gegaan. Gen. Kriebel verplaatst zijn volgende aanval naar 23 mei.

De meest zuidelijke sector van het Belgische leger wordt gehouden door de 10e Div. (Gen. Pire) met het 3e Jagers te Voet op links, het 5e Jagers te Voet op rechts en het 6e Jagers te Voet in reserve. De divisie wordt op links ondersteund door de 9e Div. en op rechts door de Britse 44th Div. De 20e mei, omstreeks 09.00, ontwaart een Belgische patrouille de eerste Duitse eenheden op de andere oever van de Schelde. Het is de voorhoede van de 30.ID. Gen. von Briesen besluit om tegen de avond aan te vallen: ten noorden van Oudenaarde met zijn IR.6 en ten zuiden met het IR.46, om aldus 2 bruggenhoofden te vormen die zijn opmars van de volgende dag moeten vergemakkelijken. Gedurende de ganse dag bestookt het 10e Art. de Duitse stellingen.

Rond 17.00 breekt een hevig bombardement los op de posities van het I/ en het III/3e Jagers te Voet, waarbij vrij grote verliezen geleden worden. Het peleton van O.Lt. Burton aan de brug van Zingem wordt vernietigd. Dan volgt een aanval van 2 bataljons van het IR.6 onder de dekking van een rookgordijn. Het III/3e Jagers te Voet gaat in de tegenaanval waarbij Maj. Collin sneuvelt.

Tegen 21.45 zijn de verliezen bij de 2e Cie. (Kap.Cdt. Leduc) zodanig hoog dat de eenheid op het punt staat te begeven. De Belgische artillerie opent een geconcentreerd vuur tot binnen de veiligheidsperimeter van de eigen troepen. Maj. Lefebvre van het I.Bat. brengt een peleton van de 1e Cie. naar de CP van de 2e Cie.; vandaar zet het peleton onder de leiding van O.Lt. Bourq een tegenaanval in, die voorlopig de Duitse opmars stuit. Even later valt een doodse stilte over het slagveld.

De Belgische artillerie heropent het vuur vanaf 03.00; de 6/6e Jagers te Voet (Lt. Wattiez) zuivert hierop de ganse bocht van Zingem.
Gen. von Briesen neemt niet meer het risico om een tweede maal de 10e Div. aan te vallen; hij laat zijn IR.6 defensieve stellingen innemen langs de rechteroever van de Schelde. Hij besluit om zijn volgende aanval te plaatsen aan het zwakke punt van het Belgische front. Hij stuurt daarom het IR.26 naar het zuiden van Oudenaarde, naar het bruggenhoofd van het IR.46. In de sector van Petegem bereidt de 131st Inf.Brig. 2 tegenaanvaleen voor, die echter beide zullen mislukken.
Om 15.00 valt Gen. von Briesen aan, met lucht- en artilleriesteun. Het IR.26 en 46 rukken op, waarbij de Britse troepen gestadig worden teruggedrongen. Petegem wordt bezet omstreeks 20.00; meteen is het bruggenhoofd 3km breed en 2km diep.

Door de Duitse opmars in Noord-Frankrijk worden de Geallieerde legers gesplitst in 2 delen, gescheiden door een corridor van zowat 50km, langs dewelke de Panzergruppe Kleist zich beweegt, met in zijn zog het 4e Armee van Gen. von Kluge.
Ten noorden van het corridor bevindt zich de 1er Groupe d'Armées, volledig geïsoleerd en die zich vanuit alle richtingen moet verdedigen:

  • het Belgische leger houdt nog steeds het Kanaal van Terneuzen en de Schelde tot in de omgeving van Oudenaarde;
  • het BEF zet dit front verder langs de Schelde tot aan de Franse grens;
  • het 1re Armée bevindt zich eveneens aan de Schelde en verder langs de Sensée en de Scarpe tot nabij Arras;
  • er worden nog inderhaast Franse en Britse troepen ingezet tussen Arras en het Kanaal, aan een front dat loopt langs de kanalen van de Bassée, de Aire en de Aa.

Ten zuiden van het corridor houdt Gén. Georges een ononderbroken front vanaf Zwitserland tot aan het Kanaal. De Maginot-linie is nog steeds intact en het 2e Armée houdt nog zijn defensieve stellingen. Aan de linkerflank worden de Aisne en de Somme bezet door het 6e Armée (Gén. Touchon) en het nieuw gevormde 7e Armée (Gén. Frère); de beide Armée's vormen sinds 19 mei de 3e Groupe d'Armées van Gén. Besson.

*

Tegen de avond van de 19e mei wordt Gén. Weygand benoemd tot Opperbevelhebber van de land-, lucht- en zeestrijdkrachten op alle fronten. Hij voorziet meteen 2 gelijktijdige aanvallen: de eerste uit te voeren door de 1er Groupe d'Armées vanaf Arras naar het zuiden, en de tweede door de 3e Groupe d'Armées vanaf de Somme naar het noorden; de verbinding wordt voorzien in de sector van Bapaume. Bij de 1er Groupe d'Armées is een rol weggelegd voor het Belgische leger. Daarom wordt voor de 21e mei een vergadering voorzien te Ieper met Koning Leopold, Admiraal Keyes en Gen. Van Overstraeten. Gen. Weygand voorziet een terugtocht tot achter de Ijzer, vanwaar het Belgisch leger de noordoostflank van de Groupe d'Armées kan beschermen. Het Belgisch leger zal zijn Cav.Korps afstaan in ruil voor het XVI.CA. Gen. Van Overstraeten schetst echter de precaire situatie van de Belgische eenheden aan het Kanaal van Terneuzen en aan de Schelde. Een terugtocht met nachtelijke marsen zou zware nadelige gevolgen hebben. Gén. Weygand stemt er uiteindelijk mee in om het Belgisch leger op haar posities te houden, op voorwaarde dat het op haar recherflank een aantal Britse eenheden aflost. Aldus nemen Franse troepen de sectoren over van de Britse 2nd en 48th Div. ten zuiden van Doornik; de Belgen nemen de sector over van de 44th Div. Deze divisie heeft de omgeving van Oudenaarde reeds verlaten, waardoor de Belgische troepen slechts hun nieuwe posities kunnen innemen aan de Leie, in de regio van Kortrijk.

*

Na verder beraad met Gen. Van Overstraeten is Koning Leopold van mening dat een gefaseerde terugtocht van het Belgische leger tot achter de Ijzer nog de beste oplossing is. Gen. Derousseaux, de onder-bevelhebber van de Generale Staf, wordt belast met de organisatie ervan; het 23e Genie zal de eerste voorbereidende werkzaamheden uitvoeren.
De terugtocht moet niet alleen uitgevoerd worden door de gevechtseenheden, maar eveneens door de diensten-eenheden.

In een eerste fase zal teruggeplooid worden tot achter de Leie en haar afwateringskanaal. Het meest dringende op dit moment is het leeghalen van het depot van Eeklo, waar zich de grootste voorraden munitie bevinden. Normaal zou een dergelijke verhuis 8 dagen in beslag nemen; de ter beschikking gestelde soldaten krijgen er welgeteld 2 !!
De rechterflank van het Belgisch leger zal terugtrekken tot achter de Leie tijdens de nacht van 22 op 23 mei; de linkerflank zal pas haar posities aan het Kanaal van Terneuzen verlaten in de nacht van 23 op 24 mei, zodat het depot van Eeklo kan verhuisd worden.

De volgende maatregelen worden aldus voorzien:

  • het Cav.Korps blijft aan het Kanaal van Terneuzen; 2 van zijn regimenten, namelijk het 2e Karabiniers-Wielrijders en het 2e Gidsen bezetten de sector van het V.LK., dat terugtrekt tot achter het afwateringskanaal;
  • het II.LK. blijft op zijn huidige posities;
  • het I.LK. zal tijdens de nacht zijn 18e en 16e Div. terugtrekken tot in de Gentse agglomeratie, ter hoogte van de haveninstallaties tussen Langerbrugge en Zwijnaarde; de infanterie van de 1e Div. die zich in reserve bevindt in Gent, wordt per vrachtwagen overgebracht naar de sector tussen Menen en Kortrijk om er de 44th Div. af te lossen;
  • het VI.LK. verlaat het bruggenhoofd van Gent; zijn 2e, 4e en 5e Div. plaatsen zich achter de 1e Div.Ard.J. langs de Schelde tussen Zwijnaarde en Eke; later zal de 5e Div. zich tijdelijk vestigen tussen Eke en Astene (aan de Leie);
  • het VII.LK. brengt zijn 9e en 10e Div. achter de Leie.

De 22e mei verloopt vrij rustig. Langs het Kanaal van Terneuzen is er afwisselend contact met de Duitsers. In de noordelijke sector hebben patrouilles van het Cav.Korps Duitse troepen gespot in de regio van Axel. In de zuidelijke sector bereikt een verkenning, uitgevoerd door het 29e Linie, Desteldonk. In Kwatrecht eindigen de gevechten in de loop van de voormiddag. Helemaal in het zuiden drijft de 10e Div. Duitse eenheden terug, afkomstig uit de door de Britten (44th Div.) verlaten sector.

Tijdens de nacht van 22 op 23 mei verloopt de terugtocht volgens plan. Pontonniers hebben 2 noodbruggen gelegd, te Baarle en te Astene.

Op 23 mei beveelt het Belgische Opperbevel nieuwe verkenningen over het Kanaal van Ternneuzen, met indien mogelijk, het nemen van krijgsgevangenen. Aldus steken een 10tal patrouilles over, die allen contact hebben met Duitse troepen.

De Duitse troepenbewegingen worden eveneens gespot door artillerie-waarnemers. Het XXVI.AK. maakt zich klaar om het kanaal over te steken tussen Sas van Gent en Terdonk. De 256.ID. en de 208.ID. rukken op met telkens 2 regimenten in de frontlinie en 1 in reserve. Het IR.481, 476, 337 en 338 zullen de Belgische posities aanvallen, gehouden door het 2e Karabiniers-Wielrijders, het 2e Gidsen en het 32e en het 37e Linie. Het IR.456 en 309 kunnen als versterking gestuurd worden.

Het precisievuur van de Belgische artillerie hindert de positionering van de Duitse troepen. Rond 10.30 begint een Duits artillerievuur, dat vanaf 12.30 ondersteund wordt door bommenwerpers.

Omstreeks 13.00 begint de infanterie-aanval met rubberbootjes. In de noordelijke sector wordt de 256.ID. tot staan gebracht door het 2e Karabiniers-Wielrijders en het 2e Gidsen. In de zuidelijke sector wordt de 208.ID. aanvankelijk tot staan gebracht, maar slaagt er later in om de posities van het 37e Linie te overrompelen. Hierdoor worden de flanken van het 32e Linie en het 2e Gidsen bedreigd. Het I/32e Linie krijgt het bijzonder moeilijk; Maj. Gerling wordt gedood, de 1e Cie. gaat verloren. De 2e Cie. vertraagt de opmars en met de hulp van het II/32e Linie wordt de aanval gestopt. Aan de andere kant is het 2e Gidsen te verspreid om over een reserve te beschikken. Aldus moet Kap. Waucqiez van het 18e Art. zijn kanonniers omvormen tot infanteristen om de Duitse opmars af te stoppen.

Vanuit de 11e Div. worden 2 bataljons van het 14e Linie als versterking gestuurd. De tegenaanval wordt ingezet ondanks hevig artillerievuur en luchtbombardementen. Het I/14e Linie (Maj. Goormachtigh) bereikt het Kanaal en duwt het IR.309 terug tot in de gebouwen van de Kuhlmann-fabrieken. Het II/14e Linie (Maj. Eppe) slaat het IR.358 terug over het Kanaal. In Terdonk wordt Kap.Cdt. Boits van het 37e Linie bevrijd met de resten van zijn 1e Cie. Tegen de avond blijft nog slechts een beperkt aantal Duitse soldaten op de Belgische oever. Vanaf 22.30 zullen de Belgische troepen beginnen terugtrekken, zonder hierbij gehinderd te worden door Duitse eenheden, die zich herstellen van de vrij zware verliezen.

In het depot van Eeklo wordt koortsachtig verder gewerkt. Tegen de ochtend van de 24e mei is het depot zo goed als leeg; de Duitsers zullen er nog enkel de niet meer gebruikte obussen van 40' aantreffen, alsmede granaten met toxische gassen.

Meer ten zuiden verloopt de 23e mei veel minder positief. Zoals voorzien heeft het I.LK. zich tijdens de nacht teruggetrokken tot in Gent. De bevolking verwacht de erkenning van "open stad" en is dus helemaal niet opgezet met de komst van de 18e en de 16e Div. die de stad zullen verdedigen. De burgers proberen de installatie van de troepen te verhinderen en weigeren hun huizen te verlaten. Het schepencollege komt tussenbeide en omstreeks 11.00 worden politiemannen uitgestuurd om de troepen te ontwapenen.

Een verkenningseenheid van de 56.ID. heeft contact met de 10/3e Karabiniers. Lt. Schönenberger, vergezeld van een burger met een armband met de Belgische driekleur eist de overgave van de stad. De burger zegt een vertegenwoordiger te zijn van de gemeente Ledeberg; de Duitse officier schijnt over geen enkele procuratie te beschikken; toch wordt hij naar het Belgische hoofdkwartier geleid.

Inmiddels blijft het in de stad onrustig; de burgers mengen zich met de militairen, de officieren weten er geen raad mee en verscheidene soldaten beginnen hun post te verlaten. Hiervan maakt de verkenningseenheid gebruik om de stad binnen te trekken langs de gedeeltelijk vernielde brug aan de Brusselse baan. Enkele pogingen om de Duitsers terug te slaan mislukken door de aanwezigheid van de burgers en de schrik om hen te treffen.

In de sector van het 39e Linie (Lt.Kol. Coeckelbergh) wordt de CP van het III.Bat. bestormd door politiemannen en Duitse soldaten. De Belgische weerstand doet de Duitsers vluchten en het inderhaast toegesnelde verkenningspeleton ontwapent de politie-agenten.

Inmiddels worden toch maatregelen getroffen om de infiltraties te stoppen. Rond 16.00 laten Geniesoldaten van de 18e Div. de bruggen springen over de Coupure. Hierdoor wordt voor een groot aantal Belgische soldaten de terugtocht afgesneden. Om die manschappen toch te laten oversteken bouwt de 15e Genie in 2u tijd een drietal kleine noodbruggen; aldus kan het gros van het 39e Linie en een aantal Karabiniers terugkeren.

In de omgeving van het station St Pieters nemen de Wielrijders van de 16e Div. posities in. Het 41e Linie heeft reeds veel manschappen verloren, voornamelijk uit haar II. en III.Bat.; enkel het I.Bat. blijft zo goed als intact.

Tijdens de nacht trekt het I.LK. zich verder terug; verschillende bataljons zijn verloren gegaan, alsmede 17 treinen met materiaal, ingevolge de ongelukkige vernietiging van een aantal bruggen.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


De KW Linie

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.