<< Menu  


- Fall Gelb -
De campagne in België.

De terugtocht door Vlaanderen.

Het afbrokkelen van de defensielinies van het 9e Armée doet Gén. Billotte (1er Groupe d'Armées) er toe besluiten om versneld terug te trekken achter de Schelde. Het Belgische Opperbevel verwacht zich niet aan dergelijke beslissing. Het opgeven van de Versterkte Positie Namur op 15 mei is een veeg teken, maar de situatie is niet hopeloos. Groot is dan ook de verwondering op de Generale-Staf wanneer Gen. Nuytens de 16e mei omstreeks 10.00 het bevel van Gén. Billotte overmaakt en meldt dat de terugtocht reeds dezelfde avond aanvangt.

Dat brengt grote problemen mee; om het Belgische Leger op een lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te krijgen moet aan het huidige front het contact verbroken worden door 8 divisies, moeten er nachtmarsen voorzien worden en moeten het Kanaal van Mechelen te Leuven overgestoken worden, alsmede de Zenne, het Kanaal van Willebroek, de Dender en tenslotte de Schelde.

Er zijn 3 voorname verkeersassen voorzien:

  • Antwerpen-St Niklaas-Gent;
  • Mechelen-Willebroek-Dendermonde;
  • Vilvoorde-Merchtem-Aalst.

De eerste 2 worden momenteel gebruikt door de Franse gemotoriseerde divisies, de 3e door het Britse II.Corps. Er kunnen nieuwe uitvalswegen uitgestippeld worden, maar er moeten bruggen beschikbaar zijn over de verschillende waterlopen; over de Schelde liggen sinds 10 mei 2 noodbruggen: deze van 12 ton over aken te Hemiksem en deze van 16 ton op palen te Hoboken. Daarnaast bouwt de genie in allerijl een brug te Baasrode. De Intendance krijgt het bevel om onmiddellijk alle depots te ontruimen en alle voorraden te vernietigen die niet vervoerd kunnen worden. De reserve-eenheden en de zware artilleriebatterijen moeten ten spoedigste de wegen vrijmaken.

Het VI. en II. LK., in stelling aan de K.W.-linie tussen Leuven en Antwerpen hebben ongeveer 100km voor de boeg. Er zal teruggetrokken worden in 3 etappes, beginnend vanaf de 16e mei omstreeks 21.00, om de volgende ochtend achter het Kanaal van Willebroek te legeren. De beide legerkorpsen zullen voorzien in hun eigen achterhoede.

Gen. de Krahe wordt belast met de organisatie van een onthaalpositie achter de Rupel en het Kanaal van Willebroek, tussen de Schelde en de Britse 4th Div., gelegerd ten zuiden van Vilvoorde. Om deze taak te volbrengen beschikt het III.LK. over de 10e Div. (Gen. Coppens) die de sector bezet tussen de Schelde en Willebroek en de brigade Grens-Wielrijders (Kol. Jacques) die de sector verdedigd tot Vilvoorde, met de steun van 2 eskadrons gevormd door gendarmes en het enige tankeskadron bestaande uit 8 Renault's. Het 4e Karabiniers-Wielrijders vormt de reserve.

In de nacht van de 17e op de 18e mei trekken de 4 legerkorpsen gelijktijdig terug. Het IV. en het V.LK. vanaf de Versterkte Positie Antwerpen tot achter de Schelde, verdedigd door het Cav.Korps. Het VI. en het II.LK. verlaten het Kanaal van Willebroek onder de bescherming van het III.LK. en vestigen zich ten westen van de Dender, gehouden door de 1e Div.Ard.J.

De volgende nacht tenslotte trekken de 4 legerkorpsen terug op hun nieuwe posities, onder de dekking van het Cav.Korps ten noorden van de Schelde en de 1e Div.Ard.J. in het zuiden. Volgens plan bevinden de VI. en het II.LK. zich in de ochtend van de 17e mei achter het Kanaal van Willebroek. Na de overtocht van de achterhoede springen de bruggen van Vilvoorde om 10.10 en deze van de Verbrande Brug om 13.00.

* * *

Van hun kant blijven de Duitse troepen niet inactief. Eens zij de Belgische terugtocht ondervinden gaan zij in de achtervolging en pogen ze in de namiddag en de avond van de 17e mei het Kanaal van Willebroek over te steken. We gaan de situatie na in de verschillende sectoren, te beginnen met de meest noordelijke.

In Antwerpen zijn sinds de vooravond de opslagplaatsen geledigd en het niet noodzakelijke materiaal weggebracht. De algemene terugtocht is voorzien voor 20.00. De speciale vestingstroepen zullen vanaf 23.30 afhaken, samen met de achterhoeden. De oude forten zijn immers niet meer in staat om autonoom door te vechten.

In de zone van het V.LK. wordt de sector van de Schelde langs de Nederlandse grens gehouden door de 17e Div. Daartegenover staat de 225.ID. (Gen. Schaumburg); tijdens een verkenningsopdracht uitgevoerd door het IR.376 wordt Oberst von dem Haage gedood. De Duitsers dringen niet meer aan, zodat de Belgische divisie vrijwel ongehinderd kan terugtrekken langs de tunnel onder de Schelde.

In de sector van Brasschaat wordt de 13e Div. belaagd door 2 Duitse divisies: bij de 256.ID. (Gen. Kauffmann) wordt het IR.481 tot staan gebracht aan het fort van Brasschaat, terwijl het IR.476 door de verdediging van het 33e Linie breekt aan de weg Breda-Antwerpen en het dorp Maria-ter-Heide bezet. De 208.ID. (Gen. Andreas) valt ten oosten van dit dorp aan, waarbij haar IR.309 het bruggenhoofd verbreedt. Het IR.337 wordt gestopt aan het fort van Schoten, in de sector van het 34e Linie. De Duitse opmars wordt vertraagd door de 8 mitrailleurs van de versterkte positie van de Dryhoek, bezet door de 7e Cie. Speciale Vestingstroepen (Kap. de la Lindy) die zich slechts 's anderendaags zal overgeven, na het verschieten van al haar munitie. De 13e Div. steekt tijdens de nacht de Schelde over langs de noodbrug van Hoboken.

In de zone van het IV.LK. trekt de 12e Div. zonder veel problemen terug, ondanks de druk van de oprukkende 216.ID. (Gen. Boettcher), naar de noodbrug van Hemiksem. Door de snelle Duitse opmars wordt de brug van Wijnegem vernietigd, vooraleer de achterhoede er kan overtrekken. Gelukkig zijn de sluizen nog intact, langswaar manschappen en zelfs de paarden kunnen oversteken; de stukken van de 1e Batterij van het 7e Art. moeten echter in het Albertkanaal gekieperd worden.

Voor de 15e Div. ligt de situatie anders. Sinds het opgeven van de dekkingspositie bezet ze de sector tussen het Albertkanaal en Lier. Haar front wordt nog uitgebreid tot Boom wanneer de 6e Div. het Kanaal van Willebroek heeft overgestoken. Dit nieuwe front wordt gedekt door de Nete en de Rupel, maar wordt slechts verdedigd door 3 bataljons. Daartegenover bevindt zich de 56.ID. Haar rechtervleugel rukt op ten zuiden van de Nete, waarbij op verschillende plaatsen wordt geprobeerd om over te steken. Het III/IR.171 wordt omstreeks 13.30 gestopt te Lier door het III/42e Linie (Kap.Cdt. Renier). Gen. Kriebel stuurt onderhandelaars naar de Versterkte Positie Antwerpen met een vraag tot overgave, maar zonder succes evenwel. Daarop gaan de Duitsers tot de aanval over, maar ze slagen er niet in de rivier over te steken. Tussen Lier en Walem wordt de Belgische defensie echter doorbroken te Duffel, waar het II/42e Linie noordwaarts wordt teruggeslagen door het I/IR.171. Het als versterking gestuurde wielrijderseskadron van de 12e Div. (Kap. 't Serstevens) werpt de Duitsers terug tot in Duffel; de wielrijders zullen slechts terugtrekken met de achterhoede van de 15e Div.

De 15e Div. zal samen met de 1e Div. terugtrekken. Deze bevindt zich nog met de brigade grens-wielrijders aan de Rupel en aan het Kanaal van Willebroek. De brigade begint met de terugtocht nadat op haar rechterflank de Britse 4th Div. omstreeks 19.00 heeft afgehaakt. Aangezien Gen. Coppens (1e Div.) toch verplicht is om te wachten voorziet hij een linie tussen Willebroek en St Amands a/Schelde, waardoor een egelstelling gevormd wordt tussen de Rupel en de Schelde; de 15e Div. kan de stelling binnen langs de brug van Boom en verlaat ze langs de spoorwegbrug van Temse. Weldra zijn de verschillende eenheden van de beide divisies gemengd. De brug van Boom wordt opgeblazen op 18 mei, omstreeks 11.00, wanneer de achterhoede van het 42e Linie er over is. De spoorwegbrug van Temse wordt vernietigd omstreeks 19.00 door het II/4e Linie.

Het noordelijke deel van het Kanaal van Willebroek wordt over een lengte van 4km gehouden door de 1e Div.; het III/3e Linie bezet de stad. In de nacht van 17 op 18 mei valt het IR.234 aan (56.ID.). De sluizen gehouden door de 10e Cie. gaan verloren; ze worden herroverd door een tegenaanval van de 9e Cie., na een voorbereidende artilleriebeschieting. Omstreeks 04.30 trekt het bataljon terug nadat vernomen is dat meer zuidwaarts het Kanaal is overgestoken door Duitse eenheden.

De sector gehouden door de grens-wielrijders telt 7 bruggen en is 16km lang. Kol. Jacques vertrouwt de noordelijke sub-sector toe aan het 1e Grens-Wielrijders en de zuidelijke sub-sector aan het 2e Grens-Wielrijders. Aangezien deze beide regimenten slechts bestaan uit 2 bataljons, krijgen ze de versterking van de 8 Renault-tanks en enkele eskadrons behorende tot het 1e en het 2e Lichte Reg.
In de ochtend van de 17e mei nemen al deze troepen defensieve stellingen in; 1 tank wordt naar de brug van Tisselt gestuurd, 2 naar Kapelle o/d Bos en de rest blijft in stand-by voor anti-parachutistenopdrachten.
Omstreeks 14.30 bereiken verkenningseenheden van de 56.ID. het Kanaal te Kapelle o/d Bos. De tank van Adj. Pulings wordt vernietigd; deze van Wachtm. Dumoulin kan blijven schieten door zich constant te verplaatsen.

Aan Het Sas probeert de voorhoede van de 30.ID. met artilleriesteun het Kanaal over te steken. De 2/1e Grens-Wielrijders biedt weerstand, maar trekt zich terug na het verschieten van haar munitie. Meteen steekt het IR.26 over langs de gedeeltelijk vernielde sluizen en bereikt de legerplaats van de rustende 2e Div.; het II/5e Linie lijdt zware verliezen te Humbeek. Het II/2e Jagers te Voet (afkomstig van de 5e Div.) en het 5e Esk./2e Licht Reg. stoppen gezamenlijk de Duitse opmars. De Duitsers zwenken noordwaarts af en bereiken het Gravenbos, waar ze worden gestopt door de 11/14e Linie (afkomstig van de 11e Div.).

Meer zuidwaarts van Het Sas geraakt de 19.ID. voorlopig niet over het Kanaal: haar IR.73 wordt gestopt aan de Verbrande Brug, het IR.74 te Vilvoorde, met de hulp van het 2/Royal Fusiliers. Het Britse bataljon zal omstreeks 18.00 afhaken met de rest van de 4th Div.
Vanaf 21.00 beginnen de Belgische troepen terug te trekken in de richting van Dendermonde, onder de bescherming van de verschillende achterhoeden. Dit order bereikt echter de troepen niet die zich rond het Duitse bruggenhoofd van Het Sas-Humbeek bevinden, namelijk het II/2e Jagers te Voet (Maj. Richard) en het 5e Esk./2e Licht Reg. (Kap.Cdt. Giliaux). Omstreeks 05.45 besluiten de beide officieren om op hun beurt af te haken; de Duitse troepen rukken echter steeds verder op, waarbij sommige vluchtwegen afgesneden worden. Aldus wordt het II/2e Jagers te Voet bijna integraal gevat te Wolvertem.

Het Belgische Opperbevel verkrijgt van Gen. Gort dat Britse troepen niet alleen de terugtocht achter de Rupel zullen dekken van hun eigen troepen, maar eveneens van de Belgische. Hiertoe zal een achterhoede in stelling blijven te Asse; deze achterhoede wordt gevormd door de 2nd Armored Reconnaissance Brig. (Brigadier Clifton) en is samengesteld uit 2 regimenten lichte tannks, een regiment artillerie, een anti-tankregiment en een bataljon mitrailleurs. Het bevel dat Brig. Clifton ontvangt is echter zodanig onduidelijk opgesteld dat hij meent te begrijpen dat zijn troepen de ganse dag van de 18e mei moeten weerstand bieden. Door hun verzet raken de Britse troepen stilaan ingesloten door de 30.ID. langs het noorden en door de 19.ID. langs het zuiden. De Britten kunnen enkel met vrij grote verliezen de omsingeling doorbreken.

*

De laatste stap van de terugtocht zal plaatshebben in de nacht van 18 op 19 mei. De dekking wordt verzorgd door het Cav.Korps (nu onder het bevel van Gen. Keyaerts) aan de Schelde en door de 1e Div.Ard.J. (Gen. Descamps) aan de Dender. De 8 gemotoriseerde groepen van het 17e, 18e en 19e Art. worden verspreid achter dit front.
Het Cav.Korps voorziet de 1e Cav.Div. (Gen. Bernaerts) in de noordelijke sector en de 2e Cav.Div. (Kol. Serlez) in de zuidelijke. Tussen de beide divisies ligt de sector van Kallo die wordt gehouden door de Wielrijdersgroep van de 15e Div. (Maj. de Ryckman de Betz). Meer ten westen bevindt zich de achterhoede van de 17e en de 13e Div.; langs dit front liggen de 3 gedeklasseerde forten vann St Maria, Zwijndrecht en Kruibeke. Na de doortocht van de laatste Belgische troepen worden de beide tunnels onder de Schelde vernietigd; om 05.25 de verkeerstunnel en om 06.25 de voetgangerstunnel.

De voorhoede van de 208.ID. verschijnt aan de kades van Antwerpen op 18 mei, rond 08.00; de Duitsers bestoken meteen de Belgische posities met mitrailleurs en mortieren. Een verkenningsgroep dringt de onvoldoende vernietigde voetgangerstunnel binnen en bereikt omstreeks 14.00 het dorp van St Anna. Inmiddels wordt de achterhoede van de 17e en de 13e Div. afgelost door het 4e Lansiers (Lt.Kol. Jooris).
's Anderendaags, vanaf 08.00, rukt het IR.309 massaal op vanaf St Anna naar Zwijndrecht, dat wordt bereikt omstreeks 10.30. Het dorp wordt verdedigd door de wielrijdersgroep van de 15e Div.; Lt. de Géradon, de commandant van het 2e Eskadron, wordt gedood en de wielrijders worden gestadig teruggedreven tot aan de stellingen van het 4e Lansiers, die op hun beurt worden gebombardeerd. Het IR.309 versterkt zich onophoudelijk, terwijl het aantal Belgische gesneuvelden snel stijgt; onder hen Kap.Cdt. Cartuyvels de Collaert, de commandant van het 6e Eskadron.

Inmiddels zet Kol. Serlez een tegenaanval op, uit te voeren door de Ie Groep van het 2e Lansiers (Maj. Balestrie), met de steun van de Ie en de IVe Groep van het 19e Art. De eenheden van het 2e Lansiers rukken op vanaf 13.50; het 5e Esk. ten noorden en het 1e Esk. ten zuiden van de weg van Beveren naar de tunnel. Het 1e Esk. bereikt de zuidkant van Zwijndrecht met zware verliezen, terwijl het 5e Esk. de noordkant bereikt na de dood van haar commandant, Kap.Cdt. Van Dooren.

Aangezien de aanval schijnt stil te vallen zet Kol. Serlez zijn Renault-tanks in; Lt. Gailly zal met zijn 1e Pel. uitrukken, bestaande uit 3 tanks. Enkele ogenblikken later valt een eerste uit met motorpech. Omstreeks 18.15 bereiken de 2 anderen het dorp van Zwijndrecht. In het centrum wordt de tank van Lt. Gailly vernietigd door een obus van een 37' PAK. De tank van Wachtm. Frankinet houdt met zijn mitrailleur de Duitse infanterie op afstand, waarna hij terugkeert naar de Belgische posities. Op dat ogenblik krijgt Lt.Kol. Jooris te horen dat de artillerie nog amper beschikt over 200 obussen. Hij beschouwt derhalve zijn opdracht als beeindigd en geeft het order tot terugtrekken omstreeks 18.35.

Meer ten zuiden kennen de verschillende pogingen om de Schelde over te steken geen succes. In de sub-sector van het 2e Karabiniers-Wielrijders worden in Hemiksem de petroleumtanks in brand geschoten door het 18e Art. De sub-sector van het Groot Zand wordt gehouden door het 1e Jagers te Paard.
In Dendermonde worden de bruggen opgeblazen en vatten de eenheden van het 2e Jagers te Paard post langs de wallen van de stad.
Meer zuidwaarts wordt de Dender over een afstand van 14km gehouden door de 1e Div.Ard.J.: in de noordelijke sector het 1e Ard.J., in het centrum het 2e Ard.J. en in het zuiden het 3e Ard.J., dat in verbinding staat met de Britse 3th Div.
Voor de terugtocht van de achterhoeden wordt een akkoord gesloten met de Britten: hun infanterie trekt terug om 10.00 en hun achterhoede om 11.00, samen met de Ard.J-Wielrijders.

In de ochtend van de 19e mei heeft een zwaar lucht- en artilleriebombardement plaats op de Belgische en de Britse stellingen. De 56.ID. valt op 2 plaatsen aan, maar zonder succes: de eerste wordt gestopt door het 3e Ard.J. te Aalst en de tweede door het 2e Ard.J. te Wieze. Omstreeks 10.00 trekt de 3th Div. zich zoals voorzien terug. Reeds om 11.30 wordt de Dender overgestoken te Erembodegem door het IR.26, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor de 30.ID.

Rond 11.30 krijgt Gen. Descamps zijn bevel tot de terugtocht; de eenheden zetten zich om 12.30 in beweging en nemen posities in achter de Meulebeek. Omstreeks 18.00 verschijnt de Duitse voorhoede. Zonder de gevechten af te wachten trekt de 1e Div. verder achteruit tot voorbij de Maalbosbeek, in de omgeving van Wetteren, die wordt bereikt rond 20.00. De Belgen houden hun posities tot 23.00, wanneer Gen. Descamps zijn troepen terugbrengt tot in het Bruggenhoofd van Gent.

Al deze achterhoedegevechten stellen de betrokken divisies in staat de hun toegewezen nieuwe stellingen te betrekken langs het front Kanaal van Terneuzen-Gent-Boven Schelde. De meeste infanterie-eenheden hebben echter marsen van 80 tot 120km in de benen, zodat een rustpauze van 1 tot 2 dagen welkom zou zijn. De oprukkende Duitse troepen denken daar echter anders over.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


De KW Linie

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.