Corbion, Poupehan,
Rochehaut (Frahan, Laviot), Bellevaux (La Cornette, Menuchenet), Dohan, Grand Hez, Les Hayons, Noirefontaine, Sensenruth (Curfoz),
Ucimont (Botassart) en Vivy (Mogimont) zijn deelgemeenten van Bouillon.
Sommige deelgemeenten zijn onder hun eigen naam vermeld in [waarheen-tips].
Bouillon is een gezellig toeristenplaatsje, een van de hoogtepunten van de Ardennen. Een meander van de Semois omarmt de stad die ook nog bekroond wordt met het robuuste middeleeuwse kasteel van
Godfried van Bouillon!
Een eerste indruk van Bouillon?
De gewoonten en anekdoten uit het leven rondom het kasteel, de legenden... in één woord, je krijgt de grote en kleine verhalen te horen terwijl je de oude wijken van de stad, de uitzichtpunten
en de omgeving ontdekt tijdens een rondrit van 40 minuten over 7 kilometer met het toeristisch treintje
(vertrekpunt Pont de France en/of Pont de Liège) .
 Le
Musée Ducal, Rue du Petit 1-3 - tel. +32 (0)61 464189 - courrier@museeducal.be - is ondergebracht in 2 geklasseerde gebouwen.
Het ene is la Maison du Gouvernement Bouillonnais uit de 17de eeuw dat diende als logement voor de officieren van het kasteel,
het andere gebouw dateert uit de 18de eeuw en was destijds de woning van Nicolas-Joseph Spontin, raadsman aan het Soevereine Hof van Bouillon.
Dit museum exposeert over de archeologie van de regio, de ijzerindustrie en de folklore, en huisvest zelf een tweede museum, namelijk het Museum van Godfried van
Bouillon, met voorwerpen uit de tijd der kruistochten zoals wapens uit het Oosten en uit het Westen, religieuze objecten, een kopie van de graftombe van Godfried van Bouillon
(de originele bevindt zich in Jeruzalem).
  Aan
de oevers van de Semois ligt l'Archéoscope Godefroid de Bouillon, Quay des Saulx 14
- tel. +32 (0)61 468303 - info@archeoscopebouillon.be - een bezoekerscentrum dat de modernste technologie koppelt aan
het schitterende decor van een voormalig 17de-eeuws klooster (Zusters van het Heilig Graf).
Je treedt er zo in het voetspoor van de kruisvaarders en je beleeft er de Eerste Kruistocht met Hertog Godfried, Pieter
de Kluizenaar en duizenden strijders, 75 minuten lang, samen op weg naar Jeruzalem...
De ambachtelijke streekbieren met
toepasselijke namen als la Godefroy (blonde, 25cl, 7° of rousse, 33cl, 6°), la Bouillonnaise (brune, 33cl, 7°), la Médiévale (ambrée, 33cl 6°) zijn te verkrijgen in
le Marché de Nathalie, Grand'Rue 22. Proeven kan tijdens je bezoek
aan la Brasserie de Bouillon, Rue de la Giraffe 76,
6832 Bouillon - tel. +32 (0)61 468940 - info@brasseriedebouillon.be.
Aan Quai du Rempart (zichtbaar op de foto's hierboven) zijn diverse eetgelegenheden.
Volg de borden Auberge de Jeunesse om naar het wildpark La Crête des Cerfs te
wandelen (Chemain de Chanteraine - tel. +32 (0)61 467152 - 467149). Dit is een aangename plaats vol ontspanning voor kinderen en volwassenen. Het park heeft enkele exotische dieren en vooral dieren uit de fauna van de Ardennen (wilde zwijnen, edelherten en
damherten, vossen...).
En wandel eens naar de uitkijktoren waar je na het oplopen van 142 treden
in alle rust kan genieten van een adembenemend uitzicht, gratis!
 Nog
dit...
(foto links) de zusters Trappistinnen van l'Abbaye de Cordemois (gesticht in 1936 als herinnering aan l'Abbaye de Clairefontaine
van Autelbas nabij Arlon, door de Fransen vernield in 1794) verkopen lekkere natuurproducten (3 km buiten Bouillon)
(tel. +32 (0)61 229080 - email)
(foto hiernaast) le Pont de Liège nabij la Place Saint Arnould dateert uit 1608 maar werd gerenoveerd na W.O.II
in l'Hôtel de la Poste (Place Saint-Arnould
1) werd keizer Napoléon III vastgehouden na zijn nederlaag nabij Sedan in 1870 tegen de Duitsers
Le Château Fort...
Lang vóór in 843 het Verdrag van Verdun
werd ondertekend, waarbij Bouillon uitdrukkelijk aan Lotharingen werd toegewezen, was er al sprake van een versterkte nederzetting op de hoogten boven de Semois. In 1050 werd de
vesting herbouwd door Godfried met de Baard en de beroemde Godfried van Bouillon, hertog van Neder-Lotharingen, groeide hier op. Het graafschap Bouillon werd later eigendom van
Otbert, bisschop van het Prinsbisdom Luik en nog later ging het over in de handen van de prinsen van La Marck (Sedan, France). Keizer Karel V liet de burcht
in 1521 vrijwel volledig verwoesten door Louis de Nasseu. Dertig jaar werd het kasteel heropgebouwd en kwam alles terug onder het bestuur van het Prinsbisdom Luik (Verdrag van
Cateau-Cambrésis, 1559). Nog later annexeerde Louis XIV het kasteel en werd het door Vauban versterkt (17de eeuw). Uiteindelijk werd het graafschap toegewezen aan les Pays-Bas
(Verdrag van Paris). De burcht was van 1551 tot 1830 onafgebroken militair bezit maar werd tenslotte in 1839 definitief geïntegreerd in het nieuwe koninkrijk België.
 |
 |
Het kasteel (tel. +32 (0)61 466257) is de oudste en belangrijkste feodale vesting in België en meet 340 m in de lengte en is 40 m breed.
De huidige vorm van het kasteel is grotendeels nog die van 1551 (verschillende bouwstijlen) en omvat de vestingen van la Tour d'Autriche (Oostenrijkse
toren), la Tour de l'Horloge en l'Arsenal. De ingangspoort draagt een inscriptie ter ere van de Franse Zonnekoning Louis XIV.
Sommige delen zijn evenwel ouder: la salle Primitive met de kolossale muren dateert uit de 12de eeuw, la Salle Godefroid de Bouillon
(toegankelijk via het binnenplein) werd in de rotsen uitgehakt in de 13de eeuw. Hier bevindt zich een raadselachtig oud houten kruis, verzonken in de vloer...
In het kasteel hangen de wapens van de verschillende kasteelheren, o.a. van
koning Willem I.
Je ziet in de onderaardse gewelven nog een vergeetput en in de folterkamer de martelwerktuigen waarmee de slachtoffers werden gepijnigd.
Beklim de massieve Tour d'Autriche en geniet van het prachtig uitzicht op de vesting, de stad en de drie bruggen over de Semois.
(na 1 maart) Er is de adembenemende show 'Ballet der Roofvogels'! Al eens de machtige condor uit de Andes
met open vleugels gezien? Indrukwekkend! Door onze gasten meestal eerst vermeld
als ze het hebben over hun bezoek aan het kasteel.

|
Volgens
sommige bronnen werd Godfried rond 1060 geboren in Baisy, bij Genappes (Genepiën). Maar ook het vermoeden bestaat dat Godfried
ten noorden van Bilzen werd geboren, op Jonckholt, een versterkt Loons slot te Hoelbeek, waarvan de fundamenten pas in de jaren '70 van de
vorige eeuw werden teruggevonden via luchtfotografie.
Godfried IV van Bouillon werd in 1082 beleend met Neder-Lotharingen vanwege zijn trouwe legerdienst bij Hendrik IV, de Keizer-Koning van het
Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en verkreeg het hertogdom Bouillon omdat zijn oom hem adopteerde en aanwees als erfgenaam.
Godfried IV van Bouillon overleed aan de pest op 18 juli 1100 in Jeruzalem, alwaar hij begraven ligt in de Basiliek van het Heilig Graf.
Kruisvaarder komt van
kruis, het teken dat de 'Beschermheer van het Heilig Graf' op zijn kleding liet naaien na het afleggen van de kruisvaartgelofte (crucesignatus).
Dit zogenaamde Jeruzalemkruis staat symbool voor de 5 wonden van Christus, is opgenomen in het wapenschild van de Orde van het Heilig Graf en is ook het wapenschild
van de stad Jeruzalem.
Het Jeruzalemkruis wordt meestal rood op witte of zilveren achtergrond afgebeeld.
Na de eerste en mislukte volkskruistocht
werd een nieuwe, goed voorbereide militaire expeditie opgezet, de eerste ridderkruistocht, onder de geestelijke en politieke leiding van de
pauselijke legaat Adhemar van Monteil, bisschop van Le Puy.
Hugo le Vermandois, broer van koning Filips I van Frankrijk, vertrok eerst naar Constantinopel, spoedig gevolg door 4 andere legers: Bohemund I van Tarente, zoon
van Robert Guiscard, leidde de Noormannen van Zuid-Italië, het leger van de Provençalen werd aangevoerd door Raymond IV, graaf van Toulouse (Raymond de Saint-Gilles,
Seigneur de Monzon), het bevel over de ridders uit Noord-Frankrijk en Vlaanderen werd gevoerd door de neven Robert van Normandië (de oudste zoon van Willem de Veroveraar) en
graaf Robrecht II van Vlaanderen, het Lotharingse leger volgde Godfried van Bouillon, hertog van
Neder-Lotharingen, die zijn fort in Bouillon verliet op 15 augustus 1096, samen met zijn broers Boudewijn (met vrouw en kinderen) en Eustace van Boulogne.
Einde 1096 verenigden de 4 legeraanvoerders zich aan de Bosforus en vertrouwden het opperbevel toe aan Godfried van Bouillon, die naast zijn opmerkelijke persoonlijke
kwaliteiten ook Diets en bastaard Latijn sprak. Godfried van Bouillon moest in Constantinopel (Istanbul) onderhandelen met keizer Alexius Comnene I van Byzantium om
de doortocht doorheen Turkije te bekomen. Alexius wilde echter de kruisvaarders niet overzetten naar Klein-Azië voordat ze beloofd hadden zijn soevereiniteit als keizer
over de te heroveren gebieden in Klein-Azië te erkennen. Godfried kon dus niets anders dan leenhulde brengen aan de Byzantijnse keizer.
In mei 1097 kwam het leger in beweging in Anatolië, zakte af naar Antiochië en veroverde de eerste steden en gebieden voor Alexius.
Ondertussen was de goede verstandhouding tussen de Frankische baronnen verbroken. Bohemund van Tarente en Raymond van Toulouse twistten onderling over
het bezit van Antiochië. Boudewijn van Boulogne, wiens vrouw en kinderen onderweg overleden waren, liet zich door de kinderloze en onpopulaire Thoros,
heerser van Edessa, adopteren. Toen Thoros door het volk werd vermoord, huwde Boudewijn met een rijke Armeense prinses, overleefde een
samenzwering opgezet door zijn schoonvader, verdreef de samenzweerders en stichtte rond Edessa een graafschap.
Pas in januari 1099 kon men oprukken naar
Jeruzalem dat intussen in handen van de Egyptenaren was gevallen. Na herhaalde bestormingen veroverden de kruisvaarders de Heilige Stad op 15 juli 1099 met de pauselijke strijdkreet
"Deus lo volt" (God wil het). In hun overmoed lieten ze zich verleiden tot onmenselijke wraakneming op de onschuldige bevolking, ook op de joden. Kort nadien overleed Urbanus II.
Aan Godfried van Bouillon bood men op 22 juli de koningskroon van de Heilige Stad aan, maar hij weigerde deze te aanvaarden 'daar waar Christus met doornen was gekroond'. Hij verkoos de titel
'Beschermheer van het Heilig Graf' en werd vanaf dan beschouwd als de edelste ridder aller tijden...
Na zijn zege op de sultan van Egypte werd Godfried van Bouillon heerser over heel Palestina maar zijn gezag werd door het vertrek van vele ridders en door de
geestelijke overheid ondermijnd. Hij werd verplicht de opperheerschappij van de patriarch van Jeruzalem te aanvaarden, wat bijdroeg tot de spoedige ondergang van het koninkrijk.
Toen Boudewijn, het overlijden van zijn broer Godfried IV van Bouillon vernam, herinnerde hij zich zijn crucesignatus weer, verliet Edessa en liet zich op Kerstdag 1100
tot koning Boudewijn I van Jeruzalem kronen.
Na de eerste officiële ridderkruistocht volgden er nog 6 (met de volkskruistocht erbij, in totaal 8). De heerschappij over Jeruzalem kwam afwisselend in handen
van christenen en moslims, maar geleidelijk aan verloren de christenen al hun veroveringen...
   In
de sacristie van de Basiliek van het Heilig Graf in Jeruzalem hangt een (foto links) kastje met het zwaard en de sporen van Godfried van Bouillon.
Op de gedenksteen staat: "Van Bouillon naar Jeruzalem, een steen van zijn kasteel, aan onze Hertog Godfried, Beschermer van het Heilig Graf. Moge hij
binnen deze muren in vrede rusten. 17-11-1986".
Uiteraard staat ook in Bouillon (foto hiernaast) een standbeeld van haar beroemde telg!
Voor het eerst in bijna 1000 jaar verliet het zwaard van Godfried van Bouillon Jeruzalem om tijdelijk uitgeleend te worden aan België. Het werd hier
getoond ter gelegenheid van de tentoonstelling 'Visionair België", naar aanleiding van 175 jaar België.
Hoewel het is bewezen dat dit zwaard dateert uit de 11de eeuw, toch twijfelen sommige wetenschappers aan de authenticiteit ervan...
De oorkonde (1096) is het oudste stuk uit het
Rijksarchief Limburg, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw, te Maastricht (inv.nr. 640. - foto: H.L. Mordang).
Na de oproep van Paus Urbanus II tot de Eerste Kruistocht voelden veel edelen zich geroepen om deel te nemen aan de expeditie die het Heilig Land op de heidenen moest heroveren.
Zo ook Godfried van Bouillon. Om zijn legermacht te kunnen betalen had Godfried veel joden kunnen overtuigen hem financieel te steunen, maar dat was onvoldoende. Godfried had meer
geld nodig en besloot enkele van zijn goederen te gelde te maken. Hij verkocht met recht op terugkoop zijn burcht in Bouillon aan Obertus, de toenmalige bisschop van het
Prinsbisdom Luik, voor de toen belangrijke som van 1300 zilverstukken, 3 goudstukken en een pond goud (1300 marcs d'argent fin, ainsi que 3 marcs et une livre d'or).
vertaling:
In de naam van de Heer, onze God, die van eeuwigheid en tot in de eeuwigheid is, en blijft van geslacht tot geslacht.
Ik, Obertus, bisschop van Luik, aan alle tegenwoordige en toekomstige gelovigen van deze zetel.
Omdat wij allen, mensenzonen, maar kort leven, in de ochtend als gras voorbijgaan, 's ochtends bloeien wij en vergaan wij, en 's avonds
vallen wij, worden wij hard en droog, daarom moeten wij hetgeen wij nuttigerwijze zeggen en doen, toevertrouwen aan het schrift, en bevestigen met
het gezag van de eeuwige en eeuwigdurende God, opdat de billijkheid blijve, en de waarheid voor de mensen die komen eeuwig bewaard blijve.
Daarom moet het u bekend zijn, dat ik, tot nut van de kerk, om de draagkracht en de inkomsten van dit land te behouden, de burcht van
Bouillon en andere goederen van waaruit de zeer edele hertog Godfried en andere groten naar Jeruzalem vertrokken zijn, gekocht heb, waardoor ik mij sindsdien en
daardoor tot grote zorgen en tot grote schulden verbonden heb, dat ik, zoals ik andere goederen heb gegeven, overgenomen of geruild, zo ook in wettige
overdracht twee molens gelegen in die stad op de rivier de Jeker, heb overgedragen aan de Heilige Maria te Maastricht, door de hand van de voogd
Wilhelmus, met goedkeuring van proost Steppo en van alle broeders van die plaats, opdat zij daartoe de 50 zilvermarken die vanwege de overdracht in
borgstelling voor een landgoedje bij Houthem vóór Valkenburg hebben betaald aan Engerannus van Horpmaal of aan zijn schoonzoon Boso van Barse, afstaan aan
Gozuinus van Hinneberg. Tussen hem en de genoemde Boso is immers overeengekomen dat, als hij, Gozuinus, die borgstelling aflost, hij het goed in volle eigendom
zal bezitten. Voor het gemeenschappelijke nut zal ik echter voor diezelfde Gozuinus de schuldenaar zijn, en ter aflossing van die 50 marken heb ik daarom
de genoemde molens aan de Heilige Maria overgedragen.
Opdat niets door onze opvolgers door kracht of geweld vernietigd of verbroken kan worden, heb ik dit bekrachtigd met de bevestiging
van ons tegenwoordig zegel en met de dreiging van excommunicatie, opdat degene die dit waagt te verbreken anathema maranata, geëxcommuniceerd zij.
Gedaan te Luik, in het jaar van de Menswording van de Heer 1096, vierde indictie, tijdens de regering van Keizer Hendrik IV, in het 41e
jaar van zijn regering, en in het 5e jaar van mijn episcopaat.
Dit zijn degenen die als getuigen aanwezig waren: de broeders Steppo, deken, Gozelo, Froricus, Adelo, Tegano, Andreas, Reinerus, Hillinus,
Bernardus, Winricus, Tegenradus, Reinerus; de vrije mannen Wilhelmus, voogd, Gozuinus, Gerardus, Gozemarus, Arnosus, Gislebertus, Vulbertus, Sigerus,
Tiebaldus; de burgers Imezo, Fulquinus, Barun, Heinricus, Azo, Theodericus, Walterus, Adelgodus, Alesteinus, Cuno, Heinricus, Franco, Arnufus, Winricus,
Bernolfus, Lifridus, Tammo, Bruno, Bertolfus, Udescalcus.
|
|