![]() |
De legende beschrijft de mysterieuze gebeurtenissen bij de bouw van
de kerk dicht bij de Romeinse heirbaan. De legende is een stichtingslegende en heeft te maken met de plaatsbepaling (de oriëntering) en de inwijding ervan.
Legende: getuigenis op papier (oorkonde) Zoals we kunnen lezen in het boek van Pastoor Bets, Geschiedenis der gemeente Hakendover en van dezer mirakuleuze kerk, is de stichting van de kerk gebaseerd op het oudst bekende geschreven verhaal. De tekst ervan werd in 1432 opgesteld door drie kerkmeesters, Walterus van Binkom, van beroep
schildknaap, Thomas Thomas, en, Nicolaus Zauwels en ter goedkeuring doorgestuurd naar het Vatikaan. Lang daarna, en na ernstig onderzoek, waarbij de bisschop van Mellipotamos (Kreta) als Referendarius van de paus een belangrijke
rol speelde, volgde de officiële goedkeuring in naam van paus Julius II op 10 november 1508. In de goedkeuringsbrief werd het hele verhaal opgenomen zoals we dat nu kennen. Dat was één kant van het verhaal. Legende: getuigenis in hout (retabel) De andere kant van het verhaal was
dat men zich op hetzelfde moment in die vroege 15e eeuw te Hakendover kosten nog moeite spaarde om de legende ook in beelden vast te leggen. Tussen 1401 en 1410 werd er een retabel voor het hoofdaltaar gemaakt door een zeer
bedreven meester in de houtsnijkunst. Zijn naam is helaas niet bekend, maar hij wist perfect wat hij deed en hij kon daarenboven zeer vakkundig en gevoelsmatig verantwoord, het kleinste detail vastleggen in het harde eikenhout.
Overtuigd en doorleefd in een toverachtige wereld van verstarde en koele gotische soberheid, waar toch al niet veel plaats was voor uitbundige levensvreugde. Het retabel toont in gesloten toestand aan de buitenzijde 2 schilderijen uit de 16e
eeuw en fungeert als dusdanig als centraal gedeelte voor het hoofdaltaar. Bij speciale gelegenheden kan het opengeklapt worden en ziet men het beeldhouwwerk, 2 rijen met elk in totaal 13 nissen. Ook hier weer het getal 13! In de zijluiken zijn er 3 nissen en in het centrale stuk zijn er 7. In de middelste nis staat Christus Salvator (boven) en er onder, een tafereel met de kruisiging.
Op de onderste rij werd de legende uitgebeeld. Doorheen de jaren kon de volgorde wijzigen, maar men heeft nu getracht om de legende chronologisch weer te geven van links naar rechts. |
|
Het retabel geeft ook nog een goede leidraad voor een christelijk leven. De lichtblauwe vakjes geven daarbij het begin van een nieuwe actie
aan. Men kan op eigen initiatief iets beginnen (afb.1) of geleid worden door goddelijke inspiratie (afb.7). Iedere constructieve stap (lichtgeel) wordt meestal gevolgd door een correctie (oranje). Soms is dit zelfs een
afstraffing en volledig herbeginnen. Daarbij is dan minstens bezinning of berouw nodig (groen). Vooral de laatste fase is interessant. Hoewel het geld (afb.10) meestal het einddoel is, bestaat er ook een meer spirituele visie en
een geheiligd leven dat echter geen garantie is voor onfeilbaarheid (afb.12). De Goddelijke Zaligmaker in afb.11 kijkt daarbij uitdrukkelijk naar links in de richting van de mensen die het materiële nastreven...
In het centrale paneel staan op de bovenste rij de 12 apostelen (2 per nis). Men kan zich de vraag stellen of de makers ook als doel hadden om de legende duidelijk te maken voor de ongeletterde bedevaarder. Het antwoord is waarschijnlijk dat de
meeste mensen onvoldoende dicht het hoofdaltaar konden naderen om de details van het retabel nauwkeurig te bestuderen... Jammer. Retabelaltaren waren plots uit de mode na de renaissance en de godsdienstonlusten in onze streken op het einde van de 16e
eeuw. Ze werden vervangen door barokke portiekaltaren. Een voorbeeld in een breder kader geschetst is het |
|||
Legendefeit 1: plaatsbepaling van de kerk Drie zussen, jonkvrouwen verwant met Keizer
Octavianus (Augustus) hadden in het jaar 690 besloten om een kerk en een woonhuis te bouwen. De bouwwerf van de eerste op de Hooibout werd 's nachts door engelen vernield. Men begon opnieuw te bouwen op een andere plaats, de
Steenberg, maar daar gebeurde hetzelfde. In wanhoop begonnen de zussen te bidden. Toen kwam er een engel en deze toonde hen de gewenste plaats. Het was de 13e dag na driekoningen. Het had zwaar gesneeuwd maar de plaats van de
kerk baadde in het zonlicht en bomen en struiken bloeiden alsof het lente was.
En de bouwwerken verliepen vanaf dan vlot en zonder problemen en men telde steeds 13 bouwvakkers in plaats van de aangeworven 12. Voordelig was het wel want bij de maaltijden en de loonbetaling, kon men er maar 12 tellen.
Legendefeit 2: inwijding van de kerk Deze taak was zeer moeilijk. Want toen de kerk af was, verscheen
de Heer zelf en sprak: "Dit is de plaats die ik heilig verklaar in mijn naam; niemand zal ze nog wijden. Aan iedereen die hier komt met berouw over zijn zonden en degelijk biecht, zal ik zoveel gunsten en aflaten verlenen dat hij
of zij hier gezegend en gezond zal vertrekken".
Een goede gedachtengang vindt men in het boek van Siegfried Grabowski ("Die Magie der Kirche"): het oprichten van kerken in eeuwenoude sacrale plaatsen was geen sinecure en gaf
dus regelmatig ook problemen.
Deze doen sterk denken aan de cultus van de "drie heilige gezusters", in praktisch
heel Europa bekend, en verwant aan de Germaanse Nornen, Keltische Triple Matronen, Romeinse Parcen, en Griekse Moiren. In Vlaanderen spreekt men meestal van de heiligen Bertilia, Genoveva en Eutropia. In Hakendover
zouden deze adelheiligen uit de kersteningsperiode volgens de overlevering begraven zijn in de kapel van Grimde.
In België vindt men er maar twee: een in Brugge en een in Hakendover! Voor meer informatie over het beeld van de Goddelijke Zaligmaker: zie het boek van Hans Geybels,
Deze kwam
van Maastricht en Tongeren en liep samen met de heirbaan naar Keulen. In Hakendover wordt ze nu nog Oude Heerweg genoemd. Lang was dit de enige grote toegangsweg tot het dorp. Vanuit Hakendover liep ze verder naar Grimde, Tienen en
vervolgens naar Leuven. Er waren natuurlijk ook belangrijke aftakkingen. In Tienen ging er een grote weg naar Meldert (Sint-Ermelindusklooster),
Sluizen (l'Ecluse) en Beauvechain, om vervolgens op de heerbaan Mechelen - Leuven - Namen te komen. In Asse was er een baan naar Bavay in Frankrijk, het vroegere Bagacum, de hoofdstad van de Nerviërs.
De meidoorn is een belangrijke boom in Hakendover. Hij wordt ook spikkeboom of hagendoorn genoemd. Hij mag niet verward worden met een sleedoorn (of wilde pruimelaar). |
|||
|
|
|
|
|
|
|