Legende
Home
13 X
Legende
Boeken
Links
FOTOGALERIJ

Op deze pagina vindt u informatie over de legende:

 

 

Inleiding

De legende beschrijft de mysterieuze gebeurtenissen bij de bouw van de kerk dicht bij de Romeinse heirbaan. De legende is een stichtingslegende en heeft te maken met de plaatsbepaling (de oriëntering) en de inwijding ervan.
Ze kadert in de thematiek van kerstening in een plaats met bron.
Voor meer informatie: zie het boek van J.-F. Vinckx,
Sagen en Legenden uit het Hageland.

 

Legende: getuigenis op papier (oorkonde)

Zoals we kunnen lezen in het boek van Pastoor Bets, Geschiedenis der gemeente Hakendover en van dezer mirakuleuze kerk, is de stichting van de kerk gebaseerd op het oudst bekende geschreven verhaal. De tekst ervan werd in 1432 opgesteld door drie kerkmeesters, Walterus van Binkom, van beroep schildknaap, Thomas Thomas, en, Nicolaus Zauwels en ter goedkeuring doorgestuurd naar het Vatikaan. Lang daarna, en na ernstig onderzoek, waarbij de bisschop van Mellipotamos (Kreta) als Referendarius van de paus een belangrijke rol speelde, volgde de officiële goedkeuring in naam van paus Julius II op 10 november 1508. In de goedkeuringsbrief werd het hele verhaal opgenomen zoals we dat nu kennen. Dat was één kant van het verhaal.
 

Legende: getuigenis in hout (retabel)

De andere kant van het verhaal was dat men zich op hetzelfde moment in die vroege 15e eeuw te Hakendover kosten nog moeite spaarde om de legende ook in beelden vast te leggen. Tussen 1401 en 1410 werd er een retabel voor het hoofdaltaar gemaakt door een zeer bedreven meester in de houtsnijkunst. Zijn naam is helaas niet bekend, maar hij wist perfect wat hij deed en hij kon daarenboven zeer vakkundig en gevoelsmatig verantwoord, het kleinste detail vastleggen in het harde eikenhout. Overtuigd en doorleefd in een toverachtige wereld van verstarde en koele gotische soberheid, waar toch al niet veel plaats was voor uitbundige levensvreugde.
Zo had het retabel als doel: voor eens en voor altijd de juiste inhoud van de legende aflijnen zodat men er geen dingen bij zou fantaseren. En bij mijn weten is dat ook nooit gebeurd.

Het retabel toont in gesloten toestand aan de buitenzijde 2 schilderijen uit de 16e eeuw en fungeert als dusdanig als centraal gedeelte voor het hoofdaltaar. Bij speciale gelegenheden kan het opengeklapt worden en ziet men het beeldhouwwerk, 2 rijen met elk in totaal 13 nissen. Ook hier weer het getal 13! In de zijluiken zijn er 3 nissen en in het centrale stuk zijn er 7. In de middelste nis staat Christus Salvator (boven) en er onder, een tafereel met de kruisiging.

Op de onderste rij werd de legende uitgebeeld. Doorheen de jaren kon de volgorde wijzigen, maar men heeft nu getracht om de legende chronologisch weer te geven van links naar rechts.
Zo zien we achtereenvolgens:

  • de 3 maagden op weg naar hun taak in Hakendover
  • de eerste bouw
  • de vernieling van de eerste bouw
  • de aanmoediging van de werklieden door de maagden bij de aanvang van de tweede bouw (let op de zak met geld die de eerste maagd vasthoudt en de sombere gezichten van de weinige werklieden)
  • de vernieling van de tweede bouw (let op de cynische grijns van de linkse engel)
  • de 3 maagden biddend in vertwijfeling
  • (kruisbeeld)
  • de 3 maagden bij de meidoorn (let op de vogel en het papier)
  • de definitieve bouw (let op het enthousiasme en de talrijke werklieden)
  • het omhakken van de meiboom (om het altaar te kunnen bouwen)
  • de betaling aan 12 werklieden (er zijn er exact 12 uitgebeeld, ook hier hebben de maagden hun zak met geld meegebracht)
  • de Goddelijke Zaligmaker in de kerk
  • de 3 bisschoppen (2 zullen pogen om de kerk te wijden) .
     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het retabel geeft ook nog een goede leidraad voor een christelijk leven. De lichtblauwe vakjes geven daarbij het begin van een nieuwe actie aan. Men kan op eigen initiatief iets beginnen (afb.1) of geleid worden door goddelijke inspiratie (afb.7).  Iedere constructieve stap (lichtgeel) wordt meestal gevolgd door een correctie (oranje). Soms is dit zelfs een afstraffing en volledig herbeginnen. Daarbij is dan minstens bezinning of berouw nodig (groen). Vooral de laatste fase is interessant. Hoewel het geld (afb.10) meestal het einddoel is, bestaat er ook een meer spirituele visie en een geheiligd leven dat echter geen garantie is voor onfeilbaarheid  (afb.12). De Goddelijke Zaligmaker in afb.11 kijkt daarbij uitdrukkelijk naar links in de richting van de mensen die het materiële nastreven...

In het centrale paneel staan op de bovenste rij de 12 apostelen (2 per nis).
In het linkerzijluik vinden we 6 mannelijke heiligen (eveneens 2 per nis). Van links naar rechts: Benedictus, Antonius Abt, Bisschop Aegidius (Gilles), Dionysius, Laurentius en Johannes de Doper. In het rechterluik vinden we op analoge manier 6 vrouwelijke heiligen: Maria Magdalena, Agnes, Apollonia, Barbara, Katharina en Gertrudis.
Er werd gestreefd naar een symmetrische opstelling. Centraal staan bijbelse figuren (Johannes De Doper en Maria Magdalena). Uiterst links staat abt Benedictus en uiterst rechts abdis Gertrudis. De martelaars zijn Dionysius en Laurentius, hun vrouwelijke tegenhangers, Apollonia en Agnes. Antonius en Gilles zijn de kluizenaars. Katharina en Barbara zijn hun vrouwelijke tegenhangers omdat zij als duo het contemplatieve en actieve religieuze leven voorstellen. Merkwaardig, dit duo vormt samen met Maria Magdalena de zgn. "3 Santinnen", een personificatie van Geloof (Barbara), Hoop (Katharina) en Liefde (Maria Magdalena). Een zinspeling op de Drie Maagden misschien?

Men kan zich de vraag stellen of de makers ook als doel hadden om de legende duidelijk te maken voor de ongeletterde bedevaarder. Het antwoord is waarschijnlijk dat de meeste mensen onvoldoende dicht het hoofdaltaar konden naderen om de details van het retabel nauwkeurig te bestuderen... Jammer.
Maar eigenlijk is dit nu ook nog zo. Gelukkig bestaan er andere methoden. Een link naar het
KIK-beeldarchief vind je op de Links-pagina. Aan de hand van deze archieffoto's kan men het retabel zeer gedetailleerd bestuderen.
Helaas heeft de 600 jaar oude beeldjeskast flink wat te lijden gehad van de houtworm die er lelijk huisgehouden heeft. Normaal is dit niet en men kan dus vermoeden dat er een gebrek aan onderhoud was (waslaag) en dit in combinatie met een organische besmetting (dierlijke mest). Mogelijk heeft het ooit lang in een schuur of stalling gestaan...  Er is dus reeds heel wat restauratiearbeid nodig geweest.

Retabelaltaren waren plots uit de mode na de renaissance en de godsdienstonlusten in onze streken op het einde van de 16e eeuw. Ze werden vervangen door barokke portiekaltaren. Een voorbeeld in een breder kader geschetst is het hoofdaltaar van de Leuvense St. Michielskerk.

Legendefeit 1: plaatsbepaling van de kerk

Drie zussen, jonkvrouwen verwant met Keizer Octavianus (Augustus) hadden in het jaar 690 besloten om een kerk en een woonhuis te bouwen. De bouwwerf van de eerste op de Hooibout werd 's nachts door engelen vernield. Men begon opnieuw te bouwen op een andere plaats, de Steenberg, maar daar gebeurde hetzelfde.

In wanhoop begonnen de zussen te bidden. Toen kwam er een engel en deze toonde hen de gewenste plaats. Het was de 13e dag na driekoningen. Het had zwaar gesneeuwd maar de plaats van de kerk baadde in het zonlicht en bomen en struiken bloeiden alsof het lente was.
Op de plaats van het altaar stond een spikboom. En alsof dit alles nog niet klaar genoeg zou zijn, was er ook een vogel die met zijn rechterpoot een blad papier toonde met de tekst: dit is de plaats door God gekozen, aan de 3 jonkvrouwen geschonken om een kerk te bouwen aan de Heiland toegewijd. En de engel voegde er aan toe: kies 12 werklieden en God zal de dertiende zijn.

En de bouwwerken verliepen vanaf dan vlot en zonder problemen en men telde steeds 13 bouwvakkers in plaats van de aangeworven 12. Voordelig was het wel want bij de maaltijden en de loonbetaling, kon men er maar 12 tellen.

 

Legendefeit 2: inwijding van de kerk

Deze taak was zeer moeilijk. Want toen de kerk af was, verscheen de Heer zelf en sprak: "Dit is de plaats die ik heilig verklaar in mijn naam; niemand zal ze nog wijden. Aan iedereen die hier komt met berouw over zijn zonden en degelijk biecht, zal ik zoveel gunsten en aflaten verlenen dat hij of zij hier gezegend en gezond zal vertrekken".
Toch waren er twee bisschoppen die per se de kerk zelf wilden wijden. De eerste bisschop die dit probeerde werd blind, de tweede werd lam en versteende met de kwispel in de hand.
De reden was klaar: wat God gewijd had, kon de mens niet meer wijzigen.
Die bisschoppen werden overigens onmiddellijk weer gezond toen zij hun fout inzagen en berouw toonden. In andere versies van de legende zal men wat overdrijven en zeggen dat zij pas gezond werden na een heel leven van boete en berouw.

 

Hoe dit te verklaren?

Een goede gedachtengang vindt men in het boek van Siegfried Grabowski ("Die Magie der Kirche"): het oprichten van kerken in eeuwenoude sacrale plaatsen was geen sinecure en gaf dus regelmatig ook problemen.
Ook in het boek,
De Keltische Erfenis kan men de nodige informatie vinden om een en ander te begrijpen en te verklaren.

 

De drie gezusters

Deze doen sterk denken aan de cultus van de "drie heilige gezusters", in praktisch heel Europa bekend, en verwant aan de Germaanse Nornen, Keltische Triple Matronen, Romeinse Parcen, en Griekse Moiren. In Vlaanderen spreekt men meestal van de heiligen Bertilia, Genoveva en Eutropia.

In Hakendover zouden deze adelheiligen uit de kersteningsperiode volgens de overlevering begraven zijn in de kapel van Grimde. Pastoor Bets (1907, blz. 43) verwijst hier naar Van Gestel die in "Historia archiepiscopatus Mechlin. I" vermeldt dat er in de kapel van Grimde drie grafkelders zijn  waarin de drie maagden begraven liggen.
Waarschijnlijk vond Bets dit niet meer bewijsbaar en formuleert vervolgens zelf een andere mooie oplossing. Want door archeologisch onderzoek in 1893 zou de begraafplaats van de drie maagden in de tommen niet ver van de kapel duidelijk bewezen zijn. Er zijn drie tommen, elk met een grafkamer. En hoewel twee leeg waren, vond men in de derde overduidelijk grafgiften die verwezen naar het graf van een vrouw: een spiegel, blanketsel en ander vrouwengerief. Momenteel zijn deze tommen gekend als tumuli van Marcus Probius Burrus.

 

Salvatorkerken

In België vindt men er maar twee: een in Brugge en een in Hakendover!

Voor meer informatie over het beeld van de Goddelijke Zaligmaker: zie het boek van Hans Geybels, Komt ende Besieget. Marketing op 17e- en 18e-eeuwse bedevaartsvaantjes.

 

De oude heirbaan

Deze kwam van Maastricht en Tongeren en liep samen met de heirbaan naar Keulen. In Hakendover wordt ze nu nog Oude Heerweg genoemd. Lang was dit de enige grote toegangsweg tot het dorp. Vanuit Hakendover liep ze verder naar Grimde, Tienen en vervolgens naar Leuven.
In Vossem werd ze gesplist, een baan liep naar Elewijt, Mechelen en Antwerpen, en een andere naar Tervuren, Brussel, Gent, om in Boulogne-sur-Mer (met het Romeinse fort Gesoriacum) toe te komen. Zo werden de Rijn en de Maas in Leuven en Tienen economisch verbonden met Vlaanderen en de Noordzee.

Er waren natuurlijk ook belangrijke aftakkingen. In Tienen ging er een grote weg naar Meldert (Sint-Ermelindusklooster), Sluizen (l'Ecluse) en Beauvechain, om vervolgens op de heerbaan Mechelen - Leuven - Namen te komen. In Asse was er een baan naar Bavay in Frankrijk, het vroegere Bagacum, de hoofdstad van de Nerviërs.

 

De meidoorn

De meidoorn is een belangrijke boom in Hakendover. Hij wordt ook spikkeboom of hagendoorn genoemd. Hij mag niet verward worden met een sleedoorn (of wilde pruimelaar).

Deze foto geeft de beroemde meidoorn van Hakendover weer in de jaren '20. Hij was toen ongeveer 150 jaar oud en men zei dat hij nog afstamde van de meidoorn die op de plaats van het altaar gestaan had in 690. De foto komt uit het boek van J. Chalon, Fétiches, Idoles et Amulettes, 1921.

Er bestaat een oud gebruik dat de bedevaarders op paasmaandag een takje meenemen. De plukzucht was op sommige momenten zelfs zo erg dat de boom afgeschermd moest worden.
Het gebruik bestaat nog altijd en men kan nog takjes van de meidoorn bekomen op paasmaandag.
 

Merkwaardig is dat de bedevaarders enkel de takjes nemen met een doorn. De reden is dat deze doorn eigenlijk het speldje vervangt dat lang geleden (vóór WOI) verkocht werd aan de bedevaarders op de markt. Men kon dat een genezende kracht geven door het in de voeten of onderbenen van het beeld van Christus op de koude steen in de kerk te prikken. De schade aan het beeld kan men nu nog zien.
Zulke gebruiken bestonden er vroeger relatief veel, bvb. in de Leuvense St. Pieterskerk (de bruine Christus - zie foto), te Huy (St. Kristoffel), in de begijnhofkerk van Tongeren, in Bretagne,…

Leuven St.-Pieterskerk: de bruine Christus

Copyright © 2009-2012 Guido Abts - Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 28/9/2011