Vladimir Pletser geeft de moed niet op!

De selectie van Frank De Winne als ESA-astronaut heeft niet alleen gelukkigen gemaakt. Onvermijdelijk vielen andere kandidaten buiten de prijzen. Met één van hen zouden wij u nochtans graag willen laten kennismaken wegens zijn niet-aflatend enthousiasme en optimisme. Zijn naam is Vladimir Pletser en zoals zijn naam het laat vermoeden, is hij een wel heel internationale Belg. Thomas Goethals en Mathieu de Meyer van de Jeugdwerkgroep Ruimtevaart spraken met hem in de lente van 1998.

JWR: Vladimir Pletser, dat is nu niet bepaald een alledaagse naam voor een Belg!
VP: Pletser wijst op Duitse voorouders, maar mijn ouders zijn afkomstig uit Rusland. Ik ben in Brussel geboren, ik ben met een Engelse getrouwd en ik woon en werk in Nederland.

JWR: Welke taal spreek je dan, thuis?
VP: Frans en Engels met mijn vrouw, en Nederlands met mijn zoon Dimitri. En soms spreek ik ook wat Russisch, en Lingala, dat is de taal die ze in de streek van Kinshasa spreken.

JWR: Kinshasa ??
VP: Ja, daar heb ik ook een tijdje gezeten. Ik was er assistent fysica en sterrenkunde aan de universiteit van Kinshasa.

JWR: Een echt internationaal man dus. Wat doe je precies als werk, vandaag dan?
VP: Ik werk nu in Noordwijk bij het ESTEC, het onderzoekscentrum van de ESA. Daar ontwikkel en bouw ik experimenten voor Spacelab en voor het Internationaal Ruimtestation. Ik voer ook zélf experimenten uit, maar dan wel tijdens paraboolvluchten, waarmee we de gewichtloosheid nabootsen.

JWR: de grote vraag die iedereen zich stelt: wanneer ga je nu de ruimte in? En verkies je met de Amerikanen mee te vliegen, of met de Russen?
VP: Haha, dat vraag ik mij ook af! Zolang ik geen assignment krijg, heb ik geen enkele zekerheid. En de kans wordt kleiner naarmate ik ouder word (nvdr: Pletser is geboren in 1956, één jaar voor de lancering van de Spoetnik). Of dat met de Amerikanen is of met de Russen, doet er niet toe: als ik maar vlieg!

JWR: vroeger heeft het al eens niet veel gescheeld, of je had gevlogen?
VP: Klopt: ik was geselectionneerd voor een shuttlevlucht. Dat was in 1995. De NASA had toen een nieuw project, waarbij ze die vlucht in 18 maanden helemaal voorbereid wilden hebben, en hiervoor hadden ze nog een Payload Specialist nodig. Life and Microgravity Spacelab was de naam, kortweg LMS. Ze hebben daar een regel, dat een groep wetenschappers, de Investigator Working Group, de Payload Specialist mag kiezen. En zo werd ik gekozen, net zoals Dirk Frimout indertijd. Dat was dus als Belg, niet als ESA-astronaut. Maar omdat er geen akkoord kwam tussen België, de NASA en de ESA, hebben ze hun plannen veranderd en toen was er voor mij geen plaats meer.

JWR: maar die kans bestaat nog?
VP: Ja, zolang ik door de medische tests geraak. Voor de rest is er nog altijd geen Belgische ESA-astronaut geweest, en dat heeft België nochtans tegoed, gezien haar belangrijke bijdrage aan de programma's van het Europese Ruimte-agentschap.

JWR: inderdaad, Dirk Frimout vloog als Belg en niet als ESA-astronaut. Maar hoe zit dat dan met Marianne Merchez? VP: Die was bijna geselectionneerd, maar haakte op het laatste ogenblik zélf af.

JWR: dus nu sta je nummer één?
VP: Neen, ik ben niet alleen: er is ook nog een gevechtspiloot, Frank De Winne. (N.v.d.r. : ondertussen is inderdaad Frank De Winne in oktober 1998 geselecteerd).

JWR: hoelang ben je eigenlijk al met ruimtevaart bezig? En wat boeit je daar het meest in?
VP: ruimtevaart heeft me altijd geboeid. Ik herinner me nog hoe ik, toen ik 8 was, een spreekbeurt hield in de klas, met een vergelijking tussen de Russen en de Amerikanen die toen volop strijd leverden tegen mekaar. Mijn geluk is dat mijn twee ouders wetenschappers waren: van kindsbeen af werd ik dus gecon-fronteerd met wetenschappelijke gesprekken, en dat heeft me zeker in die richting gebracht. Wat mij het meest boeit, is te zien hoe de mens erin slaagt zichzelf te overstijgen. Kijk eens hoe wij geëvolueerd zijn, hoe wij eerst het land hebben veroverd en nu ook de zwaartekracht overwinnen. Kijk eens hoeveel nieuwe dingen wij ontdekken, die we vroeger niet zagen: radiogolven, bijvoorbeeld.

JWR: en hoe heb je dat doorgetrokken naar je studies?
VP: ik studeerde eerst voor ingenieur, en daarna volgde ik nog een speciale licentie in astronomie.

JWR: komt die sterrenkunde nu nog terug in je werk?
VP: niet onmiddellijk meer: ik ben veeleer met fysica bezig. In het begin was dat vooral vloeistoffenfysica; nu onderzoek ik de kristallisatie van proteïnen als toepassing daarvan.

JWR: wat heb je in al die tijd zien veranderen in de ruimtevaart?
VP: de vervuiling! Op de grond én in de ruimte. Op de grond, dat getuigen de astronauten al sinds het begin van de ruimtevaart. Je ziet die vervuiling meer en meer vanuit de ruimte. En in de ruimte zelf heb je ook al een hele boel rotzooi. Ik ben dan ook helemaal niet voor die grote projecten zoals een compleet nutteloze ring die ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Eiffeltoren moest worden gelanceerd, en catastrofaal zou zijn geweest voor de sterrenkunde. En dan heb je nog die constellaties, met tientallen satellieten in een vergelijkbare baan: als één van die satellieten ontploft, dat verspreid hij een wolk van brokstukken, die de andere satellieten kunnen raken en zo voor een ware kettingreactie zorgen, die het hele netwerk stillegt!

JWR: ook van het Internationale Ruimtestation wordt vaak gezegd dat het weggesmeten geld is, of tenminste dat het veel te duur is voor wat het opbrengt. Wat denk jij daarvan, als wetenschapper?
VP: Ja, het kost inderdaad veel geld. Maar toch ben ik niet akkoord: om te beginnen gaat het om een project op planetair niveau. Ook is het nu meer en meer normaal geworden dat er heel veel moet geïnvesteerd worden, alvorens je iets terugkrijgt. En hoeveel nuttige output ISS uiteindelijk zal leveren, dat kan niemand voorspellen.

JWR: ok, maar de budgetten zijn nu eenmaal beperkt, en dus zeggen sommigen, zoals die Franse minister die Europa's project van bemande capsule wegwil, dat het beter is om aan - automatisch, dus onbemand - wetenschappelijk onderzoek te doen. Heeft hij niet een beetje gelijk?
VP: Neen! Bemande ruimtevaart blijft onontbeerlijk, omdat er daarboven ook heel wat menselijk onderzoek nodig is! Denk maar aan het osteoporose-onderzoek, dat beenontkalking probeert tegen te gaan: nu al wordt dat nuttig toegepast op de grond, bijvoorbeeld voor oude mensen. En dat levert heel wat besparingen op in de verzorgingskosten, dus krijg je dat geld terug.

JWR: je blijft dus voorstander van bemande ruimtevaart. Voor welke ruimtevaarder heb je het meeste bewondering en waarom?
VP: dat zijn er verschillende: Neil Armstrong, Story Musgrave, Claude Nicollier; Neil omdat ie de eerste mens op de maan was. Story, bijgenaamd "ET" omdat hij kaal is, omdat hij aan zowat alles geraakt heeft in zijn leven: die man kent gewoon geen grenzen: als ik me niet vergis heeft ie vijf of zes verschillende universitaire diploma's. Hij doet me denken aan Leonardo da Vinci, nog zo'n humanist. Ik hou van mensen die zo breeddenkend zijn. Claude is eigenlijk ook zo iemand. En die heeft bovendien net als mij heel lang moeten wachten op z'n eerste vlucht. Veertien jaar, als ik me niet vergis. Maar hij is altijd even enthousiast gebleven en daarvoor is ie nu al met verschillende vluchten beloond.

JWR: in oktober komen vele tientallen astronauten van het Association of Space Explorers naar België voor een congres over space education, ruimtevaartopvoeding zeg maar. Wat is jouw ervaring met space education?
VP: zoals je weet ben ik nog assistent geweest aan de universiteit van Kinshasa. Daar hield ik me onder andere bezig met het organiseren van tentoonstellingen, en trokken we er regelmatig op uit om de bevolking op straat in te lichten. Daar heb ik kunnen kennismaken met twee verschillende werelden. Een leuke anekdote is die van die student die wegliep uit de klas toen ik bliksem had nagebootst met een proef. Toen ik hem vroeg wat er aan de hand was, bleek dat hij mij voor een tovenaar nam, omdat in zijn ogen enkel een tovenaar de bliksem kon nabootsen!

JWR: en dan is er nog die paraboolcampagne bij de ESA, natuurlijk. Maar nu we over Afrika bezig zijn: daar wordt weinig of niet aan ruimtevaart gedaan, of toch?
VP: niet veel, je hebt gelijk, maar toch zijn er belangrijke dingen. Bepaalde Afrikaanse instituten, bijvoorbeeld uit Nigeria, hebben al deelgenomen aan het ruimte-onderzoek. Afrika gebruikt ook meer en meer de toepassingen van de ruimtevaart. En in de tijd van Mubutu, was er in Zaïre een lanceerplatform van een Duits consortium, maar dat heeft maar enkele weken geduurd. En dan heb je nog het lanceerplatform San Marco van de Italianen, dat sonderingsraketten lanceert niet ver van de Keniaanse Kust.

JWR: en als we nu terugkeren naar de jongeren: welke boodschap heb je voor hen om af te sluiten?
VP: werk (met je hoofd), kijk, zoek, ontdek! Zoals een maag moet gevoed worden wanneer hij honger heeft, moet ook het brein gevoed worden, met kennis namelijk! Er is zoveel te doen, in zovele domeinen - niet alleen in de ruimtevaart. We hebben wetenschap nodig, en het is boeiend ook! Het is heel belangrijk om zich voor vele dingen te interesseren. Ruimtevaart is trouwens veel méér dan alleen techniek en wetenschap. Ruimtevaart raakt alle beroepen en alle sociale klassen. Iedereen krijgt ermee te maken. Ruimtevaart is niet meer voorbehouden aan een kleine elite van supermensen, maar is werkelijk de toekomst van de hele mensheid!