Uitneembare of losse prothesen

Protheses en frames

Er zijn twee soorten gebitsprotheses, n.l. de volledige gebitsprothese en de gedeeltelijke gebitsprothese.
De volledige gebitsprothese wordt meestal kunstgebit genoemd.
Bij de gedeeltelijke gebitsprothese kan nog een onderscheid worden gemaakt tussen een prothese waarvan de basis uit kunsthars bestaat en een prothese waarvan de basis uit metaal bestaat.
De gedeeltelijke gebitsprothese met een basis van kunsthars wordt een partiŽle prothese genoemd, de gedeeltelijke gebitsprothese met een basis van metaal een frameprothese of skeletprothese.

  

Wat is een kunstgebit? 

Als alle tanden van het natuurlijke gebit verloren zijn gegaan, is  het maken van een kunstgebit een mogelijkheid. (Een andere mogelijkheid is het plaatsen van implantaten - zie verder). Het kunstgebit bestaat uit een kunsthars plaat waarop tanden zijn bevestigd. De kunsthars plaat en de tanden worden zo natuurlijk mogelijk aan de mond aangepast.
De vormen en kleuren van de tanden in het natuurlijke gebit kunnen precies worden nagemaakt in het kunstgebit. Daardoor kan het kunstgebit er zo natuurlijk uit zien dat het niemand opvalt.
 

Hoe blijft een kunstgebit op zijn plaats zitten?

De plaat van het kunstgebit ligt op de kaak. Hoe hoger en dikker de kaak is, hoe groter het houvast van het kunstgebit zal zijn. Daarnaast zit er tussen de plaat van het kunstgebit en de kaak een laagje speeksel waardoor het kunstgebit zich vastzuigt aan de kaak. Hoe beter de plaat van het kunstgebit past op de kaak, des te beter de zuigwerking en het houvast. 

Een kunstgebit in de bovenkaak ligt voor een groot gedeelte op het gehemelte. Een kunstgebit in de onderkaak kan niet op de tong liggen. Daardoor is het oppervlak waarop een kunstgebit in de bovenkaak ligt veel groter dan het oppervlak waarop een kunstgebit in de onderkaak ligt. Een kunstgebit in de bovenkaak heeft daardoor meer houvast dan een kunstgebit in de onderkaak.
Daar komt nog bij dat het kunstgebit in de onderkaak van zijn plaats kan worden geduwd door de beweeglijke tong, de lipwerking en de bewegende onderkaak. Klachten over een loszittend kunstgebit betreffen dan ook meestal het ondergebit.

Door de druk van het kunstgebit op de kaak zal de kaak in de loop van de tijd gaan slinken. Daardoor zal het kunstgebit steeds minder goed passen en losser gaan zitten. Dat is een van de redenen dat na verloop van tijd een kunstgebit moet worden aangepast (rebasen genoemd), of dat zelfs een nieuw kunstgebit moet worden gemaakt.

Een overkappingsprothese is een kunstgebit dat niet alleen op de kaak steunt maar ook op enkele wortels of implantaten.
Als er nog enkele goede wortels over zijn van het natuurlijke gebit, kan de tandarts die zodanig behandelen dat zij net boven het tandvlees uitkomen. Het kunstgebit zal dan voor een deel op deze wortels steunen en voor een deel op de kaak. Daardoor zit het kunstgebit beter vast. Omdat de wortels bovendien een deel van de kauwkrachten opvangen, zal de kaak minder slinken. Als er geen wortels meer zijn, bestaat soms de mogelijkheid om enkele kunstwortels, ook wel implantaten genoemd, in de kaak te plaatsen en daar het kunstgebit op te laten rusten. (zie verder bij implantaten)

Totale prothese

Op deze pagina wordt de procedure beschreven, die gevolgd wordt om een voor een patiŽnt een volledige prothese te maken.
In principe verloopt het vervaardigen van een prothese in welke vorm dan ook altijd volgens een dergelijke procedure. Soms wordt er gebruik gemaakt van aanvullende technieken, afhankelijk van de voorkeur van de tandarts of de tandprotheticus.
Voor ieder onderdeel van de procedure wordt een aparte afspraak gemaakt.

In dit voorbeeld ziet u 65-jarige patiŽnte, voor wie een nieuwe volledige prothese wordt vervaardigd in de bovenkaak en een immediaat prothese in de onderkaak. Dat betekent, dat in de zitting waarin de prothese wordt geplaatst eerst de resterende ondertandenn zullen worden verwijderd.

De beginafdruk

Als allereerste wordt een afdruk gemaakt van boven- en onderkaak.
Het afdrukmateriaal is meestal een alginaat, zo genoemd, omdat het van oorsprong uit zeewier werd gemaakt. Alginaat bestaat uit een poeder aangemaakt met lauw water. Het smaakt naar pepermunt en is binnen twee minuten voldoende uitgehard.
De individuele afdruk

Van de beginafdrukken worden in het tandtechnisch laboratorium gipsmodellen gemaakt. Op die modellen wordt een nieuwe afdruklepel gemaakt. Aangezien deze lepel bedoeld is voor gebruik bij deze ene patiŽnt, wordt dit een individuele lepel genoemd.

Met de individuele lepel wordt een zeer nauwkeurige afdruk gemaakt van de kaken Imet een dunvloeibaar afdrukmateriaal gebruikt op basis van slikonen of polyethers.
In een betande kaak wordt alginaat gebruikt.

In het laboratorium worden de individuele afdrukken uitgegoten tot de definitieve modellen.

De vorm van de basis van de prothese ligt nu vast.
De relatiebepaling

Op de definitieve modellen zijn in het laboratorium beetwallen gemaakt.
Op een basisplaat van verwarmde schellak werd een stevige band was gezet.

De beetwallen worden gebruikt om te bepalen hoe straks de kiezen op elkaar komen te staan.

Door de was te verwarmen en te smelten wordt de hoogte van de toekomstige prothese bepaald en de plaats van de tanden vastgelegd.
Ook wordt bepaald hoezeer de lippen en wangen moeten worden opgevuld en waar het midden van de tandbogen ligt.

Als de "beet" is bepaald, worden de waswallen aan elkaar vastgezet en is daarmee de relatie van de bovenkaak ten opzichte van de onderkaak vastgelegd.
Passen in was

Het begint al ergens op te ljken.
De blauwe gipsmodellen zijn met wit gips vastgezet in een artikulator.
De waswallen zijn van elkaar losgemaakt en in de was van de waswallen zijn de tanden en kiezen van de prothese opgesteld.
De ondertanden in dit geval nog niet, omdat die nog in de mond zitten.
Als die er niet meer zouden zijn dan waren ook de ondertanden opgesteld.

De pasprothese kan nu in de mond worden geplaatst en beoordeeld.
Daarbij wordt gekeken naar:

de stand van de tanden
de vullingvanen de lippen en de kaken
de hoogte van het gebit
of de kiezen goed op elkaar komen
de vorm en kleur van de tanden.
Het plaatsen van de prothese

In het laboratorium is de pasprothese omgevormd tot de definitieve kunststof prothese.
Zoals u ziet zijn nu de onderfronttanden ook in de prothese opgenomen. Op het ondermodel zijn de tanden afgesneden en zijn de prothesetanden opgesteld. Daarna is de prothese afgewerkt, in kunststof geperst en gepolijst.

Bij de patiŽnte worden de resterende tanden verwijderd en de wondjes gehecht.
Vervolgens wordt de prothese geplaatst.

 

 

Wennen aan een kunstgebit

Het eerste kunstgebit vraagt de nodige gewenning. Dat geldt ook als het oude kunstgebit wordt vervangen door een nieuw kunstgebit. Vooral het eten en het praten gaan in het begin wat anders dan men gewend was.

In het begin eet men wat ongemakkelijk en voorzichtig maar men merkt al snel wat wel en niet gedaan kan worden met het kunstgebit. Het is verstandig om in het begin vooral zacht en vloeibaar voedsel te nemen. Na enkele dagen probeert men wat steviger voedsel te eten.
Na een aantal weken gaat men ook de wat lastigere voedselsoorten zoals een appel of vlees eten. Met een kunstgebit kan men beter geen grote stukken voedsel afbijten omdat daardoor het kunstgebit los kan laten.

De spraak kan in het begin gestoord zijn. Het is net alsof men met een volle mond spreekt.
Dat gaat meestal over na verloop van enkele dagen. Daarbij kan het helpen om extra te oefenen op de woorden die problemen opleveren. Soms duurt het echter wel 6 tot 8 weken voordat men weer kan spreken zoals men gewend was.

Een nieuw kunstgebit kan in het begin soms pijnlijk zijn. Door onvolkomenheden in de pasvorm kan de harde kunsthars op sommige plaatsen teveel op het zachte slijmvlies drukken en dat beschadigen. Er ontstaan dan zogenaamde drukplaatsen op het slijmvlies die erg pijnlijk kunnen zijn. Bij ernstige klachten kan het kunstgebit het beste worden uitgedaan.

De tandarts kan de klachten verhelpen door het kunstgebit aan te passen. Voordat men naar de tandarts gaat om het kunstgebit te laten aanpassen, dient men het kunstgebit weer in te doen zodat de tandarts duidelijk kan zien waar de drukplaatsen op het slijmvlies zitten. Ga in ieder geval nooit zelf schuren of vijlen aan het kunstgebit.
Wij raden af om bij klachten aan het nieuwe kunstgebit het oude kunstgebit weer te gaan dragen omdat dan nooit gewenning aan het nieuwe gebit zal optreden.

Ook de omgeving zal soms moeten wennen aan het nieuwe kunstgebit en daardoor negatief kunnen reageren. Men dient zich daardoor niet van de wijs te laten brengen. Na verloop van tijd zal iedereen gewend zijn aan de nieuwe situatie.

 

Het onderhoud van het kunstgebit

Een veel gestelde vraag is hoe een kunstgebit moet worden verzorgd. Wij zullen hierna een aantal tips geven om het kunstgebit op de juiste wijze te onderhouden. 

Reinig het kunstgebit na iedere maaltijd. Etensresten en tandplak kunt u het beste met een speciale protheseborstel en water en zeep verwijderen..
Als het niet goed lukt om het kunstgebit met water en zeep te reinigen, reinig dan met een speciaal reinigingsmiddel voor protheses dat verkrijgbaar is bij de drogist of apotheek.
Het kunstgebit kan het beste worden gereinigd boven een wasbak die half gevuld is met water. Het water zal de val van het kunstgebit breken als dat per ongeluk uit de handen schiet.
Gebruik in ieder geval nooit een schuurmiddel, leg het kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekmiddelen om het kunstgebit te reinigen. De prothese kan daardoor onherstelbaar beschadigd worden.
Om de harde kalkaanslag of tandsteen van een kunstgebit te verwijderen, legt men het enige minuten in lauwe azijn waarna de aanslag er af kan worden geschraapt met de botte kant van een lepeltje. Lukt dat niet dan kan de tandarts de aanslag verwijderen.
Ook de kaken en het gehemelte moeten goed worden gereinigd door ze tweemaal per dag met een zachte tandenborstel te poetsen. Poets met weinig kracht om beschadiging te voorkomen. Voor een frisse smaak kan met tandpasta worden gepoetst.

 

De kaken worden zwaar belast door het kunstgebit. Een gevolg daarvan is dat de kaken slinken waardoor het kunstgebit op den duur minder goed zal passen. De onderkaak slinkt sneller dan de bovenkaak. Het slinken kan worden tegengegaan door het kunstgebit niet te dragen als dat niet nodig is. Daarom is het beslist aan te raden om het kunstgebit 's nachts uit te doen. Als dat vervelend wordt gevonden, dient in ieder geval het ondergebit uit te worden gedaan. Als men echter absoluut niet zonder kunstgebit wil slapen, zullen de kaken sneller slinken. Het reinigen van de kaken en het gehemelte vraagt dan extra aandacht.

Controle, aanpassing en vervanging van het kunstgebit door de tandarts

Wij hebben je al verteld dat in de loop der tijd de kaken zullen slinken waardoor het kunstgebit minder goed gaat passen en los gaat zitten. Een kunstgebit dat loszit is niet alleen vervelend, het versnelt ook het slinken van de kaken. Daarom dient de tandarts eens in de 2 jaar het kunstgebit te controleren en zonodig aan te passen. Als men het kunstgebit 's nachts niet uitdoet, dient de tandarts zelfs eens per jaar te controleren. Tijdige controle en aanpassing van het kunstgebit voorkomt ongemak en onnodig slinken van de kaken. De tandarts past het kunstgebit aan door een nieuw laagje kunsthars in het kunstgebit aan te brengen dat precies aansluit op de kaken. Het gebruik van kleefpasta's om de prothese op zijn plaats te houden, is slechts een noodoplossing. Het zelf aanbrengen van een zogenaamde voering of watjes onder het kunstgebit kan zelfs schadelijke gevolgen hebben voor de kaken. Daarom adviseren wij om bij een slecht zittend kunstgebit dit altijd door de tandarts te laten controleren en te laten aanpassen.

Over het algemeen zal een kunstgebit na een jaar of zeven aan vervanging toe zijn omdat het dan niet meer mogelijk is om de pasvorm nog aan te passen, of omdat de tanden versleten of lelijk zijn geworden.

Een tweede reden waarom het belangrijk is om regelmatig naar de tandarts te gaan, is dat dan de slijmvliezen en de tong onderzocht kunnen worden. Afwijkingen aan de slijmvliezen of de tong kunnen vervelende en soms ernstige gevolgen hebben. Tijdige ontdekking geeft een grotere kans op genezing.

De partiŽle kunstharsprothese

Als er een aantal tanden ontbreekt in de mond, kunnen die worden aangevuld met een partiŽle prothese.
Een partiŽle prothese bestaat uit een plaat van kunsthars die precies past op het gedeelte van de kaak waar de tanden ontbreken. Op de kunsthars plaat zijn tanden bevestigd.

Het houvast van een partiŽle prothese is meestal beperkt. Daarom worden aan de partiŽle prothese vaak kleine haakjes bevestigd die om de natuurlijke tanden komen te zitten. Daardoor wordt het houvast van de partiŽle prothese vergroot.

Een nadeel van een partiŽle prothese is dat het vaak op de rand van het tandvlees van de natuurlijke tanden drukt. Daardoor wordt dat tandvlees naar beneden gedrukt waardoor het tandvlees terugtrekt. De natuurlijke tanden hebben daardoor vaak te lijden van een partiŽle prothese. Een ander nadeel van een partiŽle prothese is dat het, net zoals een kunstgebit, drukt op de kaak waardoor de kaak in de loop van de tijd zal slinken.

Een partiŽle prothese is dus zeker geen ideale oplossing om ontbrekende tanden te vervangen. Betere oplossingen zijn een frameprothese of, indien mogelijk, een of meerdere bruggen.
Als tijdelijke oplossing, bijvoorbeeld in het geval dat er een voortand is uitgeslagen en de kaak eerst moet genezen voordat een definitieve oplossing mogelijk is, voldoet een partiŽle kunstharsprothese prima.
Ook in die gevallen waarbij verwacht mag worden dat in de toekomst een volledige prothese zal moeten worden gemaakt, kan een partiŽle prothese een oplossing bieden.

 

De frameprothese

Een beter alternatief voor de partiŽle kunsthars prothese is een frameprothese (ook wel skeletprothese genoemd)

Bij een frame is de kunsthars plaat vervangen door een metalen plaat die een geheel vormt met de haakjes die om en op de natuurlijke tanden vast komen te zitten. Doordat de plaat van metaal is gemaakt, is deze sterker dan een partiŽle prothese en kan het dunner en kleiner worden uitgevoerd. Daardoor is het vaak mogelijk om, in tegenstelling tot een partiŽle prothese, niet het hele gehemelte te bedekken met de plaat. Dat is comfortabeler en bovendien geeft het minder verlies van smaak en gevoel dan bij een partiŽle prothese. Omdat de haakjes een geheel vormen met de metalen plaat, passen zij beter om en op de tanden waardoor het frame meer houvast biedt dan een partiŽle prothese. 

 

Bovendien is het zo dat, omdat de haakjes ook op de kauwvlakken van de tanden rusten, de kauwkrachten daarop worden overgebracht, en niet op de kaak. De kaak zal daardoor veel minder slinken dan bij een partiŽle prothese.

Al met al kunnen wij stellen dat een frame beter vastzit dan een partiŽle prothese, comfortabeler is en minder aanleiding geeft tot het slinken van de kaken. Een frame geniet dus de voorkeur boven een partiŽle prothese. Een frame is helaas wel duurder.

 

De partiŽle prothese

Op deze foto's ziet u, dat in de linkeronderkaak een aantal kiezen ontbreken.

Om de opening op te vullen werd een gedeeltelijke plaatprothese gemaakt.
Het metalen draadbeugeltje zorgt ervoor, dat het plaatje aan de linkerzijde nog enigszins blijft zitten.

 
Op deze foto ziet u de gedeeltijke prothese op zijn plaats.

De kauwkrachten worden volledig door het tandvlees gedragen. Dat betekent, dat bij het kauwen  het tandvlees door de plaatprothese enigszins wordt indrukt.
Dit is met name het nadeel van de gedeeltelijke plaatprothese.
Het frame

Deze constructie is geheel van metaal gemaakt. Op de plaatsen van de kiezen, die moeten worden vervangen, zit een deel kunststof met daarin de tanden en kiezen.
Zo'n constructie met "ankers", die zorgen voor het houvast aan een aantal kiezen, wordt een frame genoemd.
Hier ziet u het frame op zijn plaats.
In de kiezen, waaromheen een anker zou komen, waren eerst groeven gemaakt.
De steuntjes in het frame vallen daar precies is in.
De kauwkrachten worden nu geheel opgevangen door de kiezen en in dit geval de rechter onderhoektand.
Doordat het tandvlees niet meer wordt ingedrukt bij het kauwen is een frame veel comfortabeler dan een plaatprothese.

In de hoektandstreek is een anker soms zichtbaar. Daarom werd op deze hoektand rechtsonder een wat bijzonder anker vervaardigd.

Toevallig werd het metaal van dit frame van een goudkleurige coating voorzien. Dit was op verzoek van de patiŽnte.

 

Het onderhoud van een partiŽle prothese of een frame

Voor het onderhoud van een partiŽle prothese of een frame gelden ongeveer dezelfde regels als voor het kunstgebit. In tegenstelling tot het kunstgebit dient men echter, indien mogelijk, na iedere maaltijd het frame of partiŽle prothese te reinigen met een tandenborstel en zeep of een speciaal prothesereinigingsmiddel.
Een frameprothese moet u altijd heel voorzichtig behandelen. De haakjes van het frame zijn kwetsbaar en zijn na verbuiging of breuk moeilijk of niet meer te herstellen.
Denk daaraan bij het in- en uitdoen en bij het bewaren van het frame buiten de mond. Bewaar het frame bij voorkeur in een bakje of een glas met schoon water.