Anton Constandse: "Leven tegen de stroom in"
Bert Gasenbeek, Rudolf de Jong, Pieter Edelman (redactie) "Anton Constandse – Leven tegen de stroom in" – Uitgeverij Papieren Tijger, Breda, en Het Humanistisch Archief, Utrecht, 1999 – 268 blz. ISBN 90 6728 099 2 – NLG 30,00 - EURO 13,61
Sommige mensen vergeet ik nooit. Anton Constandse (1899-1985) is een van die onvergetelijke persoonlijkheden. Ik bewaar goede herinneringen aan de keren dat ik hem mocht ontmoeten. Een markante, briljante, bescheiden "ambachtsman van het vrije woord".
Individualisme
Constandse was weliswaar anarchist, maar zag al in 1938 in dat dit ideaal niet te verwerkelijken is en nam afscheid van het (politieke) radicaalanarchisme. We kunnen, met hem, ‘het anarchisme’ echter ook opvatten als een (in allerlei vormen en varianten optredende) vrijheidlievende geestelijke stroming die een ‘sociaal individualisme’ nastreeft. Als we de maatschappelijke betrekkelijkheid én de sociale betrokkenheid ervan op hun juiste waarde schatten, blijkt dit individualisme een inspirerende levenshouding en zelfs een onmisbare factor in de maatschappelijke evolutie te zijn. Kropotkin (1842-1921), de anarchistische Russische prins, noemde dit verschijnsel ‘wederkerig dienstbetoon’, dat hij even onontkoombaar achtte als ‘de strijd om het bestaan’. Constandse's ‘anarchisme’ werd na 1938 dan ook meer cultureel en literair dan ‘politiek’ van inhoud. Kunst en literatuur zijn in wezen ‘anarchistisch’ (individualistisch). Op talloze manieren beelden kunstenaars dit vrijheidsstreven uit of brengen het onder woorden. Kunst: een daad van verzet. Constandse heeft hier belangwekkende dingen over gezegd en geschreven.
Over het individualisme als geestelijke houding en maatschappelijke stroming schreef hij:
"Geestelijk was het individualisme van grote betekenis voor de evolutie. Maar zijn denkbeelden en idealen konden slechts worden bevorderd voorzover collectiviteiten daartoe bereidheid en vermogen toonden te bezitten. En aldus is individuele vrijheid toch een sociaal ideaal." (Cursief van mij, JB)
Dit citaat uit "Het souvereine ik - Het individualisme van Lao-tse tot Friedrich Nietzsche" (Uitg. Meulenhoff, 1983) is, zoals de schrijvers van dit boek terecht stellen, "… het credo van Constandse's atheïsme en anarchisme. En is de laatste zin ook niet het credo van elke vrijdenker en elke humanist?" De juiste dynamische balans vinden tussen individu en samenleving: Constandse’s levenshouding in een notendop.
Atheïsme, humanisme
Voor Constandse waren atheïsme en humanisme synoniemen. Tegenwoordig is dit geen vanzelfsprekendheid meer. Ook Anton begreep dit. Hoewel enkele opvattingen niet veranderen, evolueerden ook zijn opvattingen in de loop der jaren. Zo zag hij het hedendaagse humanisme en "het Humanistisch Verbond als de erfgenaam van drie geestelijke stromingen, die elk op hun eigen wijze tot een bovengodsdienstige ethiek waren gekomen: naast de vrijdenkers waren dat de socialisten en de vrijzinnig-protestanten." (In het blad "Rekenschap, Driemaandelijks tijdschrift voor wetenschap en cultuur", 1966). Zo vertegenwoordigde de VPRO in zijn ogen een uitermate belangrijke culturele rol. En dat met socialisme niet het zitvleessocialisme wordt bedoeld maar het historisch diep gewortelde emancipatiestreven van de werkende klasse(n) in sociale, politieke, geestelijke en culturele zin, moge duidelijk zijn. Het zitvleessocialisme is van deze emancipatie helaas een bijverschijnsel.
Constandse schreef meer dan honderd boeken en vele duizenden artikelen over evenzoveel onderwerpen. Een greep: anarchisme, seksuele hervorming, de dichter Herman Gorter, de wijsgeer Spinoza, Spaanse literatuur, Dada, het ‘sociale individualisme’ en het asociale iktijdperk, Vietnam, Latijns-Amerika, de tweede wereldoorlog, de koude oorlog, imperialisme, neokolonialisme. Hij leverde zowel bijdragen aan de Groene Amsterdammer en Vrij Nederland als aan de Vrije Gedachte. Voor het Handelsblad (het latere NRC Handelsblad) schreef hij zijn vaste rubriek en voor de VPRO radio las hij zijn commentaren. Het mooie van Constandse was, dat ook als je het niet met hem eens was, hij je toch wist te boeien.
Een onvermijdelijk zeer uitgebreide ‘beredeneerde bibliografie’ en een (evenzeer onvermijdelijk) uitermate beknopte biografie, alsmede een bijzonder handig register, besluiten dit boek. Iedereen wil ik dit boek aanbevelen. Nu 'ayatollahs' van diverse pluimage hun kans schoon zien om hun enge en benauwende ideeën opnieuw op te leggen, kan een stem als die van Constandse niet luid en duidelijk genoeg klinken. Constandse’s denken noopt niet tot na-apen, wel tot nadenken.
© Jan Bontje 2001
Jan Bontje
© 1999-2001
Laatst
gewijzigd op: 01 juli 2001
Niets van deze electronische uitgave mag
worden vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van
de auteur.