Harry Mulisch: "Siegfried – een zwarte idylle"

 

Harry Mulisch "Siegfried – een zwarte idylle" – Uitgeverij De Bezige Bij, 2001 – 213 blz. – ISBN 90-234 6215-7 – NLG 39,90

VerbijsterenHarry Mulisch: "Siegfried - een zwarte idylle"d. Adembenemend. Als een locomotief dendert het verhaal over de lezer heen. Wanneer Rudolf Herter (de hoofdpersoon en een alter ego van Mulisch), verneemt dat Hitler een zoon had, is het hek van de dam. Het relaas ontrolt zich daarna ‘als vanzelf’. Het grijpt je bij de strot en laat je niet meer los. Adi heeft bij Eva Braun een kind verwekt. Twee jonge mensen worden als ‘ouders’ aangewezen. Als ‘uitlekt’ dat Siegfried (Germaans voor ‘beschermer van de overwinning’ en bekend door de Ring der Niebelungen van de door Hitler bewonderde antisemiet Richard Wagner) joods bloed heeft moet de ‘vader’ hem op bevel van de Fűhrer doodschieten. Niets kan, mag en zal Hitler in de weg staan. Het eerste zwakke punt in het boek is dat de Fûhrer niet op het idee komt om daarna de ‘ouders van Siegfried’ te laten doden, maar hen overplaatst naar Den Haag.

Hoewel het boek is genoemd naar de zoon van Hitler, dient voor Mulisch dit gegeven een veel belangrijker doel: bewijzen dat Hitler Alles is wat tot vernietiging leidt, dat hij de Vleeswording van het Niets is. De vrouw van Herter vraag zich dan ook af of hij krankzinnig is geworden, als hij zijn theorie ontvouwt. Het tweede zwakke punt van het boek - het quasi-filosofische bewijs van Hitler’s Nietsheid - is paradoxaal genoeg het literaire fort van het verhaal. Mulisch heeft Hitler definitief overwonnen op het terrein waar hij, Mulisch, meester is – de literatuur, de fictie. Hij beschrijft de consequentie van Hitler’s vaderschap tot in het uiterste; bis zum Teufel. De gevolgen blijven niet uit: Herter sterft op het moment dat hij triomfeert over Hitler en het Raadsel ontraadselt. Zijn laatste woorden zijn het geheimzinnige "…hijhijhij is hier…".

Mulisch heeft opnieuw een boek van formaat geschreven. Een fictief uitgangspunt wordt uitgewerkt tot een verhaal dat meesleept. Hitler is met de gebruikelijke psychologische, historische of sociologische methoden niet afdoende te verklaren. Mulisch poneert daarom de stelling dat hij het mensgeworden Niets is en daarmee brandpunt, hoogtepunt, dieptepunt en eindpunt van een filosofische evolutie. Een ‘zwart gat’ in mensengedaante, dat alles en iedereen vernietigt. Terwijl elke dictator altijd ook acteur is, is Hitler alleen acteur. Of nee, een activiteit, een rol, zonder acteur, een masker zonder gezicht. Zou hij in de spiegel kijken, dan zou hij niets – het Niets – zien. Daarom kan alleen literaire fictie deze ultieme niet-mens beschrijven. De realiteit van de fictie overwint de realiteit.

Mulisch’ bewering dat Nietzsche krankzinnig werd toen Hitler verwekt werd - omdat Hitler verwekt werd - is meer dan een literaire vondst. Mulisch reikt hiermee het handvat aan waarmee de onbegrijpelijkheid van het fenomeen Hitler is te ‘be-grijpen’. In zekere zin valt Hitler’s optreden, zijn bestaan als mens, ‘buiten de geschiedenis’. Hij is het volslagen tegenovergestelde van de eveneens buiten de geschiedenis optredende ‘godmens’ Jezus.

En passant rekent Mulisch af met het misverstand dat Friedrich Nietzsche (1844-1900), de filosoof met de hamer, de beschrijver van het nihilisme, antisemiet was. "Hitler was het die die voorspelde "monsterachtige beslissing" nam: het bleek zijn centrale obsessie: de Endlösung der Judenfrage – hun fysieke uitroeiing, waar Wagner (1813-1883, JB) hen als eerste mee bedreigd had en wat Nietzsche nu juist zo in hem verachtte."

Na lezing blijft de beangstigende vraag: was "het verschijnsel Niets" uniek of kan Het op een onzalig moment opnieuw opduiken en alles absorberen?

 

© Jan Bontje 2001

 

 

 

 HOME

Terug naar RecensiesTerug naar Recensies

naar top van pagina

Jan Bontje
© 1999-2001

Laatst gewijzigd op:  21 februari 2001
Niets van deze electronische uitgave mag worden vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.