Lode Craeybeckx



24.11.1897 - 25.07.1976


"Antwerpen laat Brussel niet los"

Op 24 november 1897 werd François Ferdinand Louis Craeybeckx - die zich al vrij jong 'Lode' liet noemen - geboren te Antwerpen (Klapdorp) uit een vader die afkomstig was uit een Limburgse fruittelersfamilie en een Luikse moeder, dochter van een Duits herbergier. Thuis werd Frans gesproken, maar de kinderen onder elkaar drukten zich uit in het Nederlands.
De jonge Lode Craeybeckx volgde het middelbaar onderwijs aan het Atheneum van Antwerpen, waar hij de Grieks-Latijnse volgde en sterk werd beïnvloed door een aantal flamingante leerkrachten. Met uitzondering van Nederlands, Duits en Engels werden alle lessen toen nog in het Frans gegeven. Aan deze school maakte hij kennis met het werk van de utopist Frederik Van Eeden, die hem zijn leven lang zou beïnvloeden. Door hem ontdekt hij het pantheïsme, het hindoeïsme en het werk van Spinoza en komt, vanuit een zeer christelijk ideaal van gelijkheid en broederlijkheid, later in zijn leven terecht in het socialisme. Op 16-jarige leeftijd stapt hij uit de kerk, die hij 'niet katholiek genoeg' vindt, maar hij blijft zijn leven lang een gelovig man.
Lode zit nog in het middelbaar als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, en hij ziet hoe de Franstaligen in België daar misbruik van maken om te trachten Vlaanderen in diskrediet te brengen. Gesteund door de Duitse bezetters, die onder andere de vervlaamsing van de Gentse universiteit in het vooruitzicht stellen, bloeit het Vlaamse studentenleven op. Een rijk cultureel en literair leven mengt zich met taalactivisme, Albrecht Rodenbach is het lichtende voorbeeld. In dit Vlaamsgezinde studentenleven speelt de jonge Craeybeckx een bijzonder actieve rol : hij is de oprichter van de 'Jeugdgemeente', een jongerenorganisatie die streeft naar cultuurautonomie.
Na de oorlog volgt echter de repressie en hij wordt veroordeeld tot 5 jaar waarvan hij 2 jaar en 2 maanden effectief uitzit, aanvankelijk in Antwerpen, later in Vorst en tenslotte in Leuven waar hij de cel deelt met Lodewijk Dosfel.
Vanuit de gevangenis blijft hij de 'Jeugdgemeente' leiden tot na de Guldensporenviering 1920 op de Antwerpse Grote Markt één van de veelbelovende leden van deze organisatie, Herman Van Reeck, door de politie wordt doodgeschoten. Geleidelijk aan begint hij zich meer te concentreren op zijn studies omdat hij heeft ontdekt dat een goede intellectuele basis belangrijk is om een maatschappelijke rol van betekenis te kunnen spelen. Zijn vrienden uit de beweging blijven hem in de gevangenis bezoeken, onder hen ook de mooie, roodharige Irma Lauwers waarmee hij in 1925 zal huwen en hem een dochter en een zoon zal schenken.
Na zijn ontslag uit de gevangenis en zijn legerdienst gaat Craeybeckx gedurende enkele jaren werken bij de Volksgazet, onder de bezielende leiding van Camille Huysmans. In die periode is de socialistische beweging bijzonder Vlaamsgezind en de jonge Craeybeckx voelt zich er bijzonder goed thuis. Hij wordt lid van de BWP (Belgische WerkliedenPartij). Ondertussen studeert hij nog steeds verder en behaalt in 1928 zijn doctoraat in de rechten.
In 1932 komt hij op voor de verkiezingen en wordt zowel verkozen tot burgemeester van Deurne als tot Volksvertegenwoordiger. Met daarbovenop nog een goed draaiend advocatenkantoor wordt het wat al te druk zodat Craeybeckx in 1937 ontslag neemt als burgemeester.
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertrekt het parlement in ballingschap, maar in de late herfst van 1940 keert Craeybeckx terug naar Antwerpen. Deze keer stelt hij zich fel anti-Duits op en moet tegen het einde van de oorlog zelfs onderduiken.
In 1946 wordt Craeybeckx voorzitter van zijn partij, die nu is omgedoopt tot BSP (Belgische Socialistische Partij), in 1947 burgemeester van Antwerpen. Hij richt meteen de 'Conferentie van de burgemeesters der Antwerpse agglomeratie' op om intercommunale kwesties gemakkelijker te kunnen regelen, en begint ook te werken aan het tienjarenplan voor de Antwerpse haven, dat ervoor zal zorgen dat deze haven van eerder regionaal belang tot een echte wereldhaven kan uitgroeien.
In 1954 wordt een duidelijk gemanipuleerde talentelling gepubliceerd op basis waarvan Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem bij de agglomeratie Brussel worden gevoegd. Craeybeckx is daar zeer verontwaardig over en eist op zijn 11 julitoespraak van dat jaar een vaste taalgrens. Op 6 september wordt in de Handelsbeurs in Antwerpen door het Comité voor Cultuurverspreiding een driepartijenvergadering georganiseerd (christen-democraten, liberalen en socialisten) onder het motto 'Antwerpen zal Brussel nooit loslaten'. Daar houdt Craeybeckx een bezielende toespraak en hoewel de letterlijke uitspraak "Antwerpen laat Brussel niet los" niet van hem is van maar Ger Schmook, één van de andere sprekers op deze vergadering, wordt ze vaak aan hem toegeschreven en zal hij ze in latere toespraken steeds weer hernemen.
Door de uitbreiding van de haven stijgt in Antwerpen de nood aan geschoolde arbeidskrachten en Craeybeckx wordt één van de voorvechters voor de oprichting van een eigen Antwerpse universiteit. In 1959 begint hij zijn lobbywerk dat uiteindelijk in 1965 zal leiden tot de oprichting van het RUCA (rijksonderwijs, exacte vakken) en de erkenning van het UFSIA (katholiek onderwijs, menswetenschappen) en tenslotte tot de oprichting in 1971 van de gemeenschappelijke bovenbouw UIA.
In 1964 krijgt Craeybeckx in een café op de Grote Markt ruzie met enkele Joodse klanten en doet daar een uitspraak die door de Joodse gemeenschap als bijzonder kwetsend wordt ervaren. De reacties zijn zo hevig dat hij zijn ontslag aanbiedt als burgemeester, maar op een bijzondere partijvergadering waar Mathilde Schroyens hem zeer fel verdedigt wordt tenslotte besloten hem te handhaven als Antwerps kopman en burgemeester.
Vanaf eind 1966 zet hij zijn schouders onder een grootscheeps steunactie voor het Nederlandstalige onderwijs te Brussel, wat resulteert in de oprichting op 16 mei 1967 van de VOC (Vlaamse OnderwijsCentrale). Ook binnen de nog steeds unitaire socialistische partij bestaat daar onenigheid over, de Waalse socialist Henri Simonet heeft het voortdurend over de 'onomkeerbare verfransing van Brussel' en voor de verkiezingen van 1968 staat geen enkele Vlaming op een verkiesbare plaats op de socialistische lijst. Tenslotte dienen de Vlaamse socialisten een eigen lijst in. Dat jaar handelt de 11 julitoespraak van Craeybeckx eens te meer over Brussel…
In 1973 overlijdt zijn echtgenote en drie jaar later sterft ook Lode Craeybeckx, op dat moment 29 jaar burgemeester in Antwerpen. Uit de talloze reacties op zijn overlijden blijkt nog maar eens de enorme populariteit bij de bevolking van deze bijzonder Vlaamsgezinde, diep christelijke, utopische socialist die na zovele jaren beroepspoliticus te zijn geweest nog niets aan idealisme had ingeboet.