Nationale Belgische Federatie van de Ergotherapeuten
Statuten : ergotherapeut

8 juli 1996 - Koninklijk besluit betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van ergotherapeut en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties. (B.S. 04.09. 1996)

Gelet op het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, inzonderheid op artikel 22bis, ingevoegd bij de wet 19 december 1990 en artikel, 23 gewijzigd bij de wet van 19 december 1990;
Gelet op het advies van de Nationale Raad van de Paramedische Beroepen van 8 oktober 1992;
Gelet op het eensluidend advies van de Technische Commissie voor de Paramedische Beroepen van 4 mei 1995;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Het beroep "Ergotherapie" is een paramedisch beroep in de zin van artikel 22bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies.

Art. 2. Het in artikel 1 bedoelde beroep wordt uitgeoefend onder de beroepstitel "ergotherapeut".

Art. 3. Het beroep van ergotherapeut mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :

1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs, waarvan het leerprogramma op zijn minst omvat :

a) een theoretische opleiding in:

  • Recht en Wetgeving;
  • Statistiek;
  • Algemene Fysiologie en Fysiologie van de beweging;
  • Biometrie;
  • Systematische en topografische Anatomie;
  • Geriatrie en Gerontologie;
  • Psychologie en Pedagogie;
  • Algemene en bijzondere Pathologie (met inbegrip van Psychopathologie en Neuropsychologie);
  • Deontologie van de ergotherapeut;
  • Algemene, mentale en sociale hygiëne;
  • Noties van pluridisciplinair werken;

b) een theoretische en praktische opleiding gericht naar ergotherapie in:

  • Analyse van de beweging;
  • Bewegingsopvoeding;
  • Psychomotoriek en relaxatie;
  • EHBO;
  • Methodiek en Didaktiek binnen de ergotherapie;
  • Studie, analyse en evaluatie van het functioneren van het individu binnen zijn woon-, werk- en ontspanningssituatie;
  • Het ontwerpen en de realisatie van tijdelijke orthesen, vervaardigd uit op lage temperatuur thermo-vervormbaar materiaal en van technische hulpmiddelen;

c) Studie en praktijk van aktiviteiten en technieken die geschikt zijn om een optimaal functioneren te verwerven, te herwinnen of te behouden binnen de persoonlijke, schoolse, professionele, socio-culturele en vrijetijdssfeer;

d) stages :

Een met vrucht doorlopen stage van minstens 1000 uren binnen verschillende domeinen van de ergotherapie met verschillende leeftijdsgroepen en verschillende dysfunkties, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden;

e) een eindwerk :

Dit eindwerk bestaat uit een verhandeling die in verband staat met de opleiding en de stages en waaruit blijkt dat de betrokkene in staat is tot een analytische en synthetische activiteit in het vakdomein, en dat hij zelfstandig kan werken.

2° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.

De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.

Art. 4. § 1. De lijst van de technische prestaties, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Het geheel van de technische prestaties van de ergotherapeut dient gekaderd in het totale revalidatieplan van de patiënt, opgemaakt door een multidisciplinair team onder de leiding van een arts.

Wanneer deze revalidatie zich beperkt tot de specifieke activiteiten van een ander beroep, mag ze slechts uitgevoerd worden in overleg en samenwerking met de beoefenaar van dat beroep.

§ 2. De technische prestaties bedoeld in § 1 vereisen een omstandig geneeskundig voorschrift.

Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel 8 juli 1996.

ALBERT

Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
Marcel COLLA.


BIJLAGE

Lijst van de technische prestaties die door de ergotherapeuten mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid,van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.

1. Observatie

Onderzoek of deelname aan onderzoek van de funktioneringsmogelijkheden en -beperkingen van de persoon

  • in de aktiviteiten van het dagelijks leven (zoals de persoonlijke verzorging, het zich voeden, de interpersoonlijke relaties, het zich verplaatsen);
  • met betrekking op zijn/haar persoonlijke, schoolse, professionele, socio-culturele activiteiten en vrijetijdsbesteding;
  • op fysisch, sensomotorisch, intellectueel en relationeel vlak en op het gebied van het gedrag;
  • in zijn/haar fysische, sociale en culturele omgeving en een geschreven technisch verslag van de uitgevoerde onderzoeken, gericht aan de voorschrijvende arts.

2. Interventie

Ergotherapeutische interventie met een schriftelijk, aan de voorschrijvende arts gericht, tussentijds technisch verslag betreffende de evolutie van de patient onder deze voorgeschreven interventie;

deze ergotherapeutische interventie bestaat uit :

2.1.1. Begeleiding en functionele training :

  • door middel van activiteiten uit het dagelijkse, het professionele, schoolse of sociale leven,
  • door middel van activiteiten in spelvorm, met ambachtelijk en expressief karakter,
  • door middel van specifieke technieken, begeleiding bij en functionele training in het gebruik van orthesen, prothesen en technische hulpmiddelen, met als doel het verwerven, herwinnen of in stand houden van
    1. de funktionele en relationele mogelijkheden en het ontwikkelen van aanpassings- en compensatietechnieken
    2. de motorische, psychomotorische, proprioceptieve, sensorische en cognitieve functies
    3. de functionele mogelijkheden met als doel het hernemen van schoolse, beroepsmatige en sociale activiteiten en deze van het dagelijks leven
    4. het ondernemings- en creativiteitsvermogen,
    5. de persoonlijke identiteit, de sociale rol en de creatieve mogelijkheden.

2.1.2. Begeleiding en functionele training :

  • door middel van activiteiten uit het dagelijkse, het professionele, schoolse of sociale leven;
  • door middel van activiteiten in spelvorm, met ambachtelijk en expressief karakter, met als doel het uiten en oplossen van innerlijke psychische problemen.

2.2. Het onderzoek, het ontwerp en de realisatie van aanpassingen aan de omgeving en van functionele hulpmiddelen.

2.3. Het onderzoek, het ontwerp en de realisatie van tijdelijke revalidatiehulpmiddelen, noodzakelijk voor de specifieke ergotherapeutische behandeling en uitsluitend vervaardigd uit op lage temperatuur thermo-vervormbaar materiaal.

2.4. Het geven van informatie, advies en opleiding in het gebruik van aanpassingen aan de omgeving, van orthesen, van prothesen en van functionele hulpmiddelen.

2.5. Het adviseren en opleiden van familie, het sociale, schoolse, professionele en vrijetijdsmilieu met het oog op het optimaliseren van de sociale reïntegratie.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 8 juli 1996.

Van Koningswege : ALBERT
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen : Marcel COLLA.