Acta Ergotherapeutica Belgica : inhoud


Het abonnement AEB is sinds 2008 gewijzigd naar ‘jaarboek ergotherapie’ voor het Vlaams Ergotherapeutenverbond en ‘Recueil Annuel d’Ergotherapie’ voor de Association des Ergothérapeutes.
U kunt alle modaliteiten betreffende de aanschaf van deze publicaties vinden, op de website www.ergo-ae.be voor de AE en www.ergotherapie.be voor het VE.

2008: Jaarbook Ergotherapie 2008
2007:  nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - nummer 4
2006 : nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - nummer 4
2005 : nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - nummer 4

2004 : nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - numero 4
2003 : nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - numero 4
2002 : nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - nummer 4
2001 :
nummer 1 - nummer 2 - nummer 3 - nummer 4
 

Logo de l'AEBnummer 1 jaargang 2001

Ontslagmanagement: Een brug tussen ziekenhuis en het thuismilieu.
Philip Moons
Samenvatting : De alsmaar kortere verblijfsduur in ziekenhuizen en de trend tot ‘extramuralisering’ noopt de gezondheidszorg tot het ontwikkelen van zorgmodellen waarin actief gewerkt wordt aan het bevorderen van de continuïteit van zorg. ‘Ontslagmanagement’ is een gestructureerde en patiëntgerichte ontslagvoorbereiding, waarbij een sterke interdisciplinaire samenwerking tussen ziekenhuiswerkers onderling en met hulpverleners uit de thuiszorg/nazorg wordt uitgebouwd. Dit artikel beschrijft de definiëring, de concrete uitwerking, de effectiviteit en de meerwaarde van het zorgmodel ‘Ontslagmanagement’.   

"Je suis un soignant maltraitant … malgré-moi!"
Pierre Castelein
Samenvatting : Naast de schrikwekkende realiteit van het fysieke en psychologische geweld dat we kunnen omschrijven als "distorsies" door onevenwichtige individuen, wilde ik u confronteren met een niet minder schrikwekkende realiteit, met name het feit dat we allemaal de kans lopen om op één of ander moment iemand te "mishandelen".
De passieve mishandeling waaraan we onze bewoners kunnen blootstellen, schuilt voornamelijk in de afwezigheid van een reële transdisciplinaire samenwerking.
Informatie inwinnen en verstrekken, deelnemen aan vormingsprogramma’s, … vormen de basis van teamwerk dat uitmondt in een dagelijks handelingsplan voor elke bewoner, dat moet helpen de verwaarlozing en de misbruiken die we onbewust plegen te beperken.
  

De scheiding der machten
Kristof Uvijn
Samenvatting : Deze tekst vertrekt vanuit de eis dat een individu zijn individualiteit moet kunnen behouden wanneer hij nood heeft aan een medische behandeling. Het totaalaspect van de behandeling van een individu mag niet verloren gaan. Binnen de ergotherapie kunnen wij dit enkel nastreven door afstand te doen van een ergotherapeutische dienstverlening die zichzelf reduceert tot zijn middel namelijk occupatie.   

Le terrain d’écriture une forme nouvelle d’atelier d’écriture en milieu psychiatrique
C. Lacoste, I. Marmet
Samenvatting : De "schrijfruimte", opgezet in het daghospitaal van de ziekenhuisgroep " La Ramée  Fond Roy", is bedoeld voor patiënten die problemen hebben met depressies.
De auteurs, schrijver C. Lacoste en ergotherapeut I. Marmet, laten ons kennismaken met de "schrijfruimte" als een ruimte vol avontuur en verbeelding die de deelnemers wil helpen bij het ontdekken en herontdekken van plezier dat men beleefd aan het samen schrijven en het delen daarvan door het lezen van wat ze hebben geschreven.
  

Facteurs de succès et apports d’une activité de création vidéo en centre psychiatrique de jour
Marie Askenasi et Christian Cruyplandt
Samenvatting : Het draaien van fictieve kortfilms in een psychiatrisch dagcentrum kan therapeutisch erg zinvol blijken. Het succes van een dergelijke activiteit is gebonden aan verschillende factoren die wij trachten te onderscheiden. Factoren die door de patiënten aangehaald worden hebben te maken met de sfeer, de relaties, de creativiteit, de afleiding en de kwaliteit van het resultaat.
De therapeuten wijzen op het belang van factoren gebonden aan de institutionele voorwaarden, de aanpassing van de activiteit, de rolverdeling en de doelstellingen die via de activiteit worden nagestreefd. Wij geven toelichting bij de therapeutische waarde van deze factoren.
  

^

Logo de l'AEBnummer 2 jaargang 2001

Ondersteunende technologie voor PC interactie bij intentionele tremor
Peter Feys
, Catholic University Leuven, Kinesiology Department, Motor Learning Lab, Tervuursevest 101, 3001 Heverlee,  E-mail: Peter.Feys@flok.kuleuven.ac.be & National Multiple Sclerosis Centre, Melsbroek
Trefwoorden : PC-interactie, intentionele tremor, ondersteunende technologie
Samenvatting : Intentionele tremor in de bovenste lidmaten bemoeilijkt het efficiënt gebruik van de standaard PC-muis. Interactie met de computer wordt problematisch daar standaard besturingssystemen een grafische omgeving aanbieden. Ondersteunende technologie werd ontwikkeld om de computertoegankelijkheid te verhogen. Het Joystick Systeem is een software programma die het inputsignaal filtert en het gebruik van alternatieve interfaces toelaat. Klinische experimenten toonden aan dat het Joystick Systeem de kwaliteit van PC-interactie verhoogt.

Informatica-interfaces ten dienste van mensen met een handicap
Bruno Plumat (1), Geneviève Bazier (2) et Michel Mercier (3) Centre de Ressources et d’Evaluation des Technologies pour les Personnes Handicapées (4)

(1) Ergothérapeute au Creth (2) Assistante FUNDP, coordinatrice du Creth et du Satih (3) Professeur FUNDP-UCL, directeur du Creth et du Satih (4) FUNDP- département de Psychologie-61 rue de Bruxelles 5000 Namur
Trefwoorden : technologie, integratie, handicap 
Samenvatting : Er zijn steeds meer uiteenlopende informatica-oplossingen voorhanden om bepaalde handicaps te ondervangen. Toch blijft het al dan niet voorschrijven van een technologie sterk afhankelijk van geval tot geval. Het veronderstelt een grondige evaluatie op basis van tests die rekening houden met tal van factoren (motivatie, behoeften, capaciteiten, gebruiksomstandigheden, ondersteuning van anderen,…) De geïnformatiseerde technologie kan pas aan de specifieke problematiek van de betrokkene worden aangepast na analyse van al deze elementen. 
Omwille van de vele factoren waarmee rekening moet worden gehouden, gaat het dus om een complex proces dat een nauwe samenwerking vereist met de betrokkene en met de verschillende hulpverleners en begeleiders. Alleen dan blijven de slaagkansen van het leefproject optimaal.
  

Computer en Communicatiecentrum voor mensen met een handicap. Modem
Wim De Backer (ergotherapeut), Marleen Meermans (informaticus), Dirk Lembrechts (logopedist)
vormen het MODEMteam. Contactadres: MODEM, Doornstraat 331, 2610 Wilrijk, E-mail: modem@stichtingkinsbergen.be
Trefwoorden : Computer, communicatie, advies, technische hulpmiddelen 
Samenvatting : MODEM verleent advies over computer- en communicatiehulpmiddelen aan mensen met een handicap of hun omgeving. In dit artikel wordt beschreven hoe en waarvoor men MODEM kan inschakelen en wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige mogelijkheden van computer- en communicatiehulpmiddelen. Tevens wordt de meerwaarde van deze hulpmiddelen toegelicht.
  

Ervaring met informatica op een afdeling ergotherapie in een dagcentrum voor neurologische revalidatie van volwassenen
Jean-Pierre Mahiant
, Ergothérapeute au CRFN de l’hôpital Erasme –ULB - Bruxelles, Membre fondateur de l’asbl « Le Phénix » - Bruxelles, Chargé de cours à la Haute Ecole Léonard de Vinci – IES Parnasse - Bruxelles 
Trefwoorden : hersenletsel, cognitieve functies, revalidatie, evaluatie 
Samenvatting : Meer dan 10 jaar geleden kwam de eerste computer in onze dienst. Waarom een computer ? Een wondermachine ? Een modetrent ? De dienst telt nu 8 computers. Wat is er gedurende al die jaren gebeurd? We bespreken de dagelijkse praktijk en plaatsen daar bemerkingen bij en we vertellen iets over de resultaten. We beschrijven hoe dit over de jaren heen, nog steeds in evolutie is.
  

Praktijkervaringen met digitale hulpmiddelen bij personen met een ernstige verstandelijke en meervoudige handicap
Jos Sels
, Ergotherapeut , Het GielsBos, Woongemeenschap voor personen met een verstandelijke handicap, Entiteit van de Stichting Gouverneur Kinsbergen - Gehandicaptenzorg Provincie Antwerpen vzw, Vosselaarseweg 1, 2275 Gierle, email: hetgielsbos@stichtingkinsbergen.be
Trefwoorden : computer, digitale hulpmiddelen,meervoudige handicap 
Samenvatting : Meer dan 10 jaar geleden kwam de eerste computer in onze dienst. Waarom een computer ? Een toverachtige machine ? Een wondermachine ? Een modetrent ?De dienst telt nu 8 computers. Wat is er gedurende al die jaren gebeurd? In deze uiteenzetting spreken we van de evolutie over de jaren heen, de dagelijkse praktijk met bemerkingen en resultaten die nu nog steeds vorderen.
  

Informatica en reïntegratie
David Ottogali
, ergothérapeute au CTR à Bruxelles 
Trefwoorden : Informatica - autonomie - aanvaarding
Samenvatting : Informatica: pro of contra ? Er bestaan systemen om de levenskwaliteit van tetraplegiekers te verbeteren. Op welk moment moeten we die systemen introduceren? Is dat financieel haalbaar? Hoever moeten we in die "informatisering" gaan.
  

^

Logo de l'AEBnummer 3 jaargang 2001

Arbeidsrehabilitatie in de geestelijke gezondheidszorg, achtergronden en basisprincipes 
Guido Lissens, coördinator rehabilitatie, Psychiatrisch centrum St-Hiëronimus, St Niklaas
Alda Verbeek, diensthoofd dagactiviteiten en arbeidsrehabilitatie, Psychiatrisch centrum St-Hiëronimus, St Niklaas
Prof. Dr. Chantal Van Audenhove, coördinator LUCAS, K.U. Leuven
Trefwoorden : Arbeidsrehabilitatie, langdurige psychiatrische stoornissen, Supported Employment
Samenvatting : Arbeidsrehabilitatie neemt een steeds belangrijker plaats in in de zorg voor mensen met langdurige psychiatrische stoornissen. In deze bijdrage wordt een specifiek programma voor arbeidsrehabilitatie in de geestelijke gezondheidszorg beschreven.
Deze bijdrage bestaat uit twee delen:
De tekst die in dit nummer gepubliceerd wordt, beschrijft achtergronden en basisprincipes.
Het tweede deel van deze bijdrage, die later zal gepubliceerd worden, zal volgende elementen inhouden: een beschrijving van het ECHOproject als een praktijkillustratie van de hier gepubliceerde tekst en een bijdrage over de rol van ontmoetingshuizen als onderdeel van een zorgprogramma voor mensen met ernstige en langdurige stoornissen.
  

Studie van de realiteit van mensen met fibromyalgie en hun omgeving 
S. Tétreault, Ph.D., Professeure titulaire Université Laval, Département de réadaptation Québec Canada G1K 7P4. email: ergste@hermes.ulaval.ca
M.- E. Gagné, étudiante en ergothérapie Université Laval, Département de réadaptation Québec Canada G1K 7P4
S. Denis, M.Sc., responsable recherche, Centre régional de réadaptation La Ressourse, 325, rue Laramée, Hull, Québec Canada J8Y 3A4
N. Cyr, étudiante en ergothérapie, Université d'Ottawa
C.-J. Dubouloz, Ph.D., chercheur-associée Université d'Ottawa, Faculté des sciences de la santé, 451, chemin Smyth Ottawa, Ontario Canada K1H 8M5
D. Bernate, B.Sc. ergothérapeute Centre de réadaptation La Ressourse, 325, rue Laramée, Hull, Québec Canada J8Y 3A4
Trefwoorden : Fibromyalgie, gezin, behoeften, rolpatronen 
Samenvatting : Doelstelling: Deze studie is gericht op de analyse van de realiteit van mensen met fibromyalgie en hun omgeving. De betrokkenheid van het gezin in het revalidatieproces van de patiënt met fibromyalgie werd besproken met de cliënt, met de familieleden en met de hulpverleners.
Methode: Vier vrouwen met een fibromyalgisch syndroom en vier familieleden hebben binnen een focusgroep meegewerkt om informatie te verzamelen. Om te kunnen terugvallen op een professionele opinie, konden we rekenen op de medewerking van vier hulpverleners die actief zijn in revalidatieprogramma’s voor dergelijke cliënten. Er werd een thematische analyse gemaakt van de inhoud omtrent de impact, de behoeften en de individuele en familiale rolpatronen. 
Besluit: Het is duidelijk dat mensen met fibromyalgie en hun gezin behoefte hebben aan ondersteuning, zonder daarom afhankelijk te willen worden van de aangeboden diensten. In het licht van de bevindingen van de drie groepen deelnemers, werden aanbevelingen geformuleerd om de interventies ten overstaan van dergelijke cliënten en hun familie vlotter te laten verlopen.
  

Theater en realiteit. Het aanvullende als toegang tot het essentiële
Monique Lepomme
Ergothérapeute, Licenciée en psychopédagogie. La petite maison : Hôpital pédopsychiatrique
Trefwoorden : Toneel / kinderpsychiatrie
Samenvatting : Toneel wordt in dit artikel gebruikt om kinderen met een ernstige psychiatrische problematiek met realiteitsstoornissen, de gelegenheid te geven om zich uit te drukken.
Dit expressiemiddel maakt een positieve ervaring mogelijk. De deelnemer wordt niet gereduceerd tot zijn problemen, tot zijn ziektbeeld. Zij tonen zich cratief, in staat om ons te verbazen en te ontroeren. Hierdoor kunnen zij zichzelf ontdekken.
  

Ergotherapie en wonen in een erkend tehuis voor niet-werkenden. De taak van een ergotherapeut in Eigen Thuis, een gemeenschappelijke woonvoorziening voor fysiek gehandicapten
Leen Lava, Ergotherapeut, Eigen Thuis, Schildpadstraat 30, 1850 Grimbergen, e-mail:
eigen.thuis.VZW@pandora.be
Trefwoorden : wonen, reïntegratie, advies, hulpmiddelen en aanpassingen
Samenvatting : Het werkterrein van een ergotherapeut in Eigen Thuis -een gemeenschappelijke woonvoorziening voor fysiek gehandicapten- richt zich op het helpen reïntegreren van de fysiek gehandicapte. Om dit te realiseren houdt de ergotherapeut zich voornamelijk bezig met hulpmiddelen, aanpassingen en rolstoelen. Elk aspect daarvan kan daarbij aanbod komen namelijk adviseren, informeren, aankopen, onderhouden, leren gebruiken, aanvragen van terugbetaling, ontwerpen, opvolgen van nieuwe ontwikkelingen, samenwerken met andere disciplines.
  

^

Logo de l'AEBnummer 4 jaargang 2001

Welke betekenis kan het verhaal (narrative) van een patiënt hebben in de ergotherapie?
Christel Michiels
is als ergotherapeute werkzaam op de afdeling klinische psychiatrie (sectie verslaafdenzorg) en dit in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria, Melverencentrum 111, 3800 St.Truiden,
Trefwoorden : Model of Human Occupation, Levensverhaal (narrative), Occupaties, toxicomanie
Samenvatting : Dezelfde zieke kan zeer uiteenlopende ziekte-ervaringen hebben, afhankelijk van de specifieke levensgeschiedenis van de patiënt en zijn levensmogelijkheden.Als ergotherapeute werk ik reeds meer dan 6 jaar met verslaafden. Elke verslaafde is echter anders. Geen enkele ergotherapeutische behandeling is dan ook hetzelfde. Hoe komt dit? Het antwoord is terug te vinden in de verhalen (narratives) . Ieder mens is uniek. Ieder mens heeft zijn eigen levensverhaal.
  

Ergotherapie op de forensische afdeling in het C.H.P. Les Chênes aux Haies in Bergen
Christine Maquet
, ergothérapeute, Les Chênes aux Haies, Mons
Trefwoorden : Forensische psychiatrie, internering
Samenvatting : In dit artikel vertelt de auteur-ergotherapeute over haar ervaring van een tiental jaar op de een forensische afdeling. Zij maakt deel uit van een multidisciplinair team. De ergotherapeutische begeleiding verloopt via vrije ateliers. Die begeleiding is gebaseerd op een individuele en persoonlijke relatie. De perspectieven zijn gericht op de ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden voor het individu.Bevraging, onderzoek en het steeds opnieuw in vraag stellen van wat zij weten, staat voor alle leden van dit team centraal.
  

Het "Perceive/ Recall/ Plan/ Perform" Systeem: een ergotherapeutisch instrument om cognitieve processen te evalueren 
Annick Van Gils
, ergotherapeut, e-mail: annickvangils@hotmail.com
Trefwoorden : cognitieve processen, assessment
Samenvating: In dit artikel wordt het Perceive/ Recall/ Plan/ Perform (PRPP) systeem voorgesteld. Het is een door twee Australische ergotherapeuten ontwikkeld observatie-instrument dat zich richt op de identificatie van cognitieve problemen. Onderwerp van de observaties zijn activiteiten uit het dagelijks leven van het individu. Het PRPP onderscheidt zich van andere instrumenten door onder andere zijn gestandaardiseerde methode en flexibiliteit.
  

Ergotherapie in het gevangenismilieu
Isabelle Leeuwerck
, ergothérapeute, Rue Théodore Roosevelt, 34, 1030 Bruxelles
Trefwoorden : Gevangenis, autonomie
Samenvatting : Dit artikel is gebaseerd op de ervaringen in een welbepaald gevangenismilieu: de gevangenis van Sint-Gillis. De ergotherapeut wordt geconfronteerd met mensen die hun “autonomie” verloren hebben: verlies van de zelfidentificatie, verlies van de geestelijke autonomie.
Het werk van de ergotherapeut is voornamelijk gericht op het omgaan met die verliezen. De doelstellingen worden gerealiseerd via identificatie, zin voor initiatief en sociale vaardigheden. Dit project is een “nieuwe” ervaring in ons beroep die erkenning en financiële steun verdient.
  

Inspraak en participatie van de oudere en zijn familie: een ergotherapeutische beschouwing
Luc Vercruysse
,Diensthoofd ergotherapie en creatieve therapie Universitair centrum St.Jozef kortenberg, Lector Iris Hogeschool Brussel, departement Parnas, Dilbeek, e-mail: luc.vercruysse@pi.be
Trefwoorden : geriatrie, inspraak, participatie
Samenvatting : Via hun activiteitenaanbod proberen ergotherapeuten de autonomie van de oudere zo hoog mogelijk te houden. Invloed kunnen uitoefenen op zijn omgeving via een zinvolle activiteit kan een verruiming van de autonomie betekenen. Autonomie en invloed uitoefenen zijn gerelateerd aan elkaar. Er is duidelijk een grotere betrokkenheid aan te tonen van de residenten in instellingen waar een waaier activiteiten wordt aangeboden. Ook democratisering van de zorgverlening gekenmerkt door participatie en inspraak leidt tot een verhoogde betrokkenheid van de oudere op zijn omgeving. Binnen de dagdagelijkse zorgverlening moet de cliënt zijn eigen accenten kunnen blijven leggen. Ergotherapeuten moeten waken over het belang en de noodzaak van de betrokkenheid van de oudere zelf in voor hem of haar betekenisvolle activiteiten.
  

^

Logo de l'AEBnummer 1 jaargang 2002

Hoe therapeutisch zijn beeldende expressie en vormgeving voor psychiatrische patiënten
Creatieve therapie binnen de psychiatrie.
Truus Wertheim-Cahen
, e-mail: Wertheim.Cahen@dutchnet.nl
Trefwoorden : Beeldende creatieve therapie, trauma
Samenvatting : Aan de hand van haar eigen professionele ontwikkeling beschrijft de auteur wat voor haar de betekenis is van beeldende creatieve therapie in de psychiatrie. Zij gebruikt tekenen, schilderen en verbeelden als therapeutische instrument om traumatische ervaringen af te reageren, er over te communiceren en ze te integreren. Zij helpt haar cliënten hun "gestolde creativiteit" weer leven in te blazen om zo vroegere ellende teverwerken.
Omdat zij als creatief therapeut een vertrouwensband met haar cliënten opbouwt en steeds getuige is van wat zij maken, is zij in staat hen te helpen om de betekenis, die hun werk voor henzelf heeft, te achterhalen. Het beeldmateriaal helpt hen toegang te verkrijgen tot hun, tot dan toe, afgesloten traumatische herinneringen. Hierdoor kunnen zij die in hun dagelijks bewustzijn integreren en kunnen zij weer meer greep krijgen op hun leven.
  

De "geheugenprothese". 
Françoise Coyette
, ergothérapeute, Centre de Revalidation Neuropsychologique, Cliniques Universitaires Saint Luc, avenue Hippocrate 10, 1200 Bruxelles, e-mail: seron@clin.ucl.ac.be
Trefwoorden : Geheugen – Prothese – Hersenletsel
Samenvatting : Geheugenstoornissen zijn een van de meest frequent voorkomende gevolgen van hersenletsels. Uitgaande van de uiteenlopende aard van de geheugenstoornissen, de ernst van de aandoening, de mate waarin bepaalde componenten en functionele systemen al dan niet intact zijn gebleven, de specifieke klachten van de patiënt, zijn problemen in het dagelijkse leven, zijn interesses en voorkeuren, de verwachtingen van zijn omgeving en zo meer, biedt de revalidatie verschillende mogelijkheden. 
Het werken met een "prothese” is een van die mogelijkheden die gebruik maakt van verschillende soorten externe geheugensteuntjes. Ze veronderstelt een methodologie en een reflectie omtrent de toepassing ervan.
  

Belevingstheater, Vreugde beleven aan theater, ook voor personen met een diep mentale handicap.
Katrien Bruers
, Ergotherapeut in het MPI (Medisch Pedagogisch Instituut) en NT (Nursing Tehuis) Zevenbergen
Contactadres: Broekhoven 4/3, 2200 Noorderwijk,
Trefwoorden : Diep mentale handicap, belevingstheater
Samenvatting : Nieuwsgierige lezers die aangetrokken zijn tot de term “belevingstheater” kunnen in deze bijdrage ontdekken wat de activiteit belevingstheater juist inhoudt, hoe de activiteit in zijn werk gaat, van waar belevingstheater afkomstig is, wat de meerwaarde en bedoeling ervan is.In dit artikel wordt een beeld geschetst van de activiteit belevingstheater voor personen met een diep mentale handicap.
  

Communiceren, is net enkel praten (praktijkervaring)
Auteur: Anne Courtejoie, logopède-conseillère en Communication Alternative  

^

Logo de l'AEBnummer 2 jaargang 2002

Ergotherapeutische benadering van hulp van derden, hulpmiddelen en woningaanpassingen
Auteur: Clara Cook, Hoofdergotherapeute UZA, Diensten: - Fysische Geneeskunde en Revalidatie, Wilrijkstraat 10, B-2650 Edegem,  e-mail: clara.cook@uza.be
Zelfstandige in bijberoep sinds 2000 (evaluaties hulpmiddelen, woningaanpassingen en hulp van derden) De Keesrmaecker - Cook, Hof ter Bollen 15, B-2870 Puurs    

Toegankelijkheid van openbare plaatsen voor mensen met motorische mobiliteitsbeperking
Gegevens auteur : Stéphane Camut, Ergothérapeute indépendant ; ‘R Go Dynamic Consulting
Trefwoorden: Toegankelijkheid  Motorische beperkingen  
Samenvatting: Naar aanleiding van herhaalde contacten met een Senator, werd ons gevraagd een rapport op te stellen rond de toegankelijkheid van openbare plaatsen in Brussel. 
Elke renovatie of nieuwbouw van openbare aard is in deze stad inderdaad onderworpen aan een verordening waarin een aantal na te leven normen staan beschreven. Aangezien deze verordening bedoeld is om de toegankelijkheid van de openbare infrastructuur voor andersvaliden te garanderen, leek het ons interessant na te gaan of de betrokkenen in eerste instantie vragende partij, en in tweede instantie gebruikers zijn van dergelijke voorzieningen. In vergelijking met wat we “logischerwijze” zouden kunnen denken, stonden ons een aantal verrassingen te wachten. Zij bewijzen eens te meer dat alle individuen hun eigen leven in handen hebben, en dat we niet mogen toegeven aan onze neiging om in hun plaats veronderstellingen te maken. 
We konden voor deze studie rekenen op de medewerking van een honderdtal personen. Hieronder volgt een overzicht van de verrassende resultaten.  
 

Houvastdoos en Bouwstenenschrift: herstel en integratie vanuit ergotherapie in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Gegevens auteur: Martine Vandevelde ; ergotherapeute ; Dr. Emmanuël NELIS, kinder- en jeugdpsychiater; A.Z. St.- Lucas, 8310 Brugge, 
ene@stlucas.be    

Meervoudige handicap en technische hulpmiddelen voor communicatie
Gegevens auteur : Elizabeth Cataix-Nègre, Bld. Auguste Blanqui 19, 75013 Paris
Trefwoorden : Communicatie, Meervoudige handicap, Technische hulpmiddelen,
Samenvatting: Het gebruik van hulpmiddelen voor communicatie, zoals een communicatiebord, heeft tot doel een kind met een meervoudige handicap de kans te geven zich uit te drukken. Toch zijn heel wat familieleden en begeleiders teleurgesteld in de huidige toepassingsmogelijkheden van apparaten en borden. Dit artikel toont aan dat begeleiding op individuele basis of in groep motiverend kan werken. De overdracht van informatie blijft de doelstelling op lange termijn, maar het op gang brengen van een uitwisseling, het beleven van interactie, het ingrijpen in een lopende actie en de macht van het woord liggen aan de basis van het leerproces. Een kind speelt niet om te leren, maar leert terwijl het speelt. Een kind praat niet om te leren, maar leert terwijl het praat ...
Dit artikel werd geschreven voor de conferenties van de Franstalige vereniging ISAAC. 

Het gebruik van houvastdozen bij borderlinepatiënten
Lief Doms       

^

Logo de l'AEBnummer 3 jaargang 2002

Gedropt in China. Communiceren met afasiepatiënten
Gegevens auteurs: Frank Paemeleire is licenciaat logopedie en specialiseerde zich in de neurologische taal- en spraakstoornissen. Hij is werkzaam als logopedist in het AZ Maria Middelares (Gent) en is verbonden als lector aan de Arteveldehogeschool, opleiding logopedie (Gent). Contact:
frank.paemeleire@arteveldehs.be
Lieve Vercruysse is klinisch neuropsychologe en voorzitster van de Vereniging Afasie vzw. Contact: 
livercruysse@village.uunet.be
Trefwoorden : Afasie, cerebrovasculair accident, communicatie
Samenvatting: Afasie is een verworven taalstoornis tengevolge een hersenletsel. Van de ene dag op de andere verliest de persoon het vermogen normaal met zijn omgeving te communiceren. Ergotherapeuten werkzaam in ziekenhuizen, revalidatiecentra en rust- en verzorgingstehuizen komen in contact met afasiepatiënten omdat ze vaak ook andere functiestoornissen hebben zoals een hemiplegie of een apraxie. In dit artikel wordt het begrip afasie toegelicht en worden de kenmerken van de verschillende afasietypes beknopt besproken. Vervolgens worden praktische communicatietips gegeven die ergotherapeuten kunnen toepassen in het contact met afasiepatiënten. 
 

De patiënt, de ergotherapeut en de expertise: evaluatie en  methodologie
Dominique Casanovas

Trefwoorden: Schadedossier, expertiseopdracht, ICF
Samenvatting: Een expertiseopdracht omvat het opstellen van een rapport, het weergeven van een deskundige mening in een schadedossier, zodat de bevoegde instanties (verzekeringsmaatschappijen, rechters) zich een beeld kunnen vormen en een beslissing kunnen nemen. Na een ongeval, bestaat de opdracht in het opmaken van een balans van het restvermogen dat is aangetast door fysieke en/of cognitieve functiestoornissen. Dit kan ook heel wat sociale, relationele en psychologische gevolgen hebben.
 

Het tijdsbestedingmodel: methodisch handelen om vaardig tijd te besteden
Gegevens auteur: Karine Vandekerckhove, ergotherapeut–tijdsconsulent werkzaam in Psychiatrisch Ziekenhuis H.Hart te Ieper en als zelfstandig ergotherapeut – tijdsconsulent, Lange Meersstraat 22 , B-8900 Ieper, e-mail
karine.vandekerckhove@yucom.be , www.tijdsbesteding.be
Trefwoorden: Vrijetijd, vrijetijdsmanagement, tijdsbestedingmodel 
Samenvatting: Het tijdsbestedingmodel leert de cliënt de hoeveelheid beschikbare tijd zo zinvol en kwalitatief mogelijk in te vullen. Via de trainingsmethode wordt de cliënt zich bewust van zijn tijdsbesteding en verwerft hij kennis en kunde van het model. Hiervoor kan hij beroep doen, in het ziekenhuis of ambulant, op een ergotherapeut–tijdsconsulent. Ook een stap voor stap gids kan een persoon helpen zijn leven meer perspectief, zin en kwaliteit te geven.
  

De psychologische en ergotherapeutische aanpak op de dienst borstchirurgie
Gegevens auteur : Véronique Labalue, ergothérapeute ; Annick Taquet, psychologue, Institut Bordet (Bruxelles), Réhabilitation et Psycho-Oncologie
Trefwoorden : borstkanker
Samenvatting: Sinds twee jaar (maart 2000) heeft de dienst borst- en bekkenchirurgie een aanpak opgesteld voor patiënten met borstkanker en dit zowel op het vlak van revalidatie als op het vlak van psychologische begeleiding.
Het lijkt ons belangrijk om deze patiënten op de hoogte te brengen van het verloop van het therapeutisch proces, voor, tijdens en na de hospitalisatie, met de plaats van de verschillende disciplines daarbinnen (artsen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, sociale assistenten, psychologen, …). 
Er is vastgesteld dat borstkanker ervaren wordt als een bron van ontreddering, angst, wanhoop van zodra de diagnose wordt gemeld. Dat is een moment van extreme druk en belasting. Maar ook daarna blijft men druk ervaren, eerst gedurende de hele behandelingsperiode en uiteindelijk gedurende de jaren die volgen. De schrik voor herval blijft doorleven.

^

Logo de l'AEBnummer 4 jaargang 2002

Schilderijen en woorden: een weg tussen kunst en therapie, schets van een project.
Gegevens auteurs: Dany Bossu, Ergothérapeute; Anne Vigoureux, Ergothérapeute; Hôpital de jour Paul Sivadon, CHU Brugmann, Place Van Gehuchten, 4 1020 Bruxelles.Hôpital de jour P.Sivadon: Dir. J. Snacken.Institut de psychiatrie C.H.U. Brugmann: Dir. Prof. Dr. I. Pelc.
Trefwoorden: Art Therapy, introspectie, communicatievaardigheden, projectgericht werken
Samenvatting: Dit artikel belicht een activiteitencyclus waarbij kunst als uitgangspunt gebruikt wordt. 
Mensen die zich “niet goed in hun vel” voelen, worden aangespoord om door middel van beeldende activiteiten en het verbaliseren ervan inzicht te verwerven in hun eigen functioneren. Bedoeling van deze cyclus is om de verborgen kantjes van het individu naar boven te brengen en stil te staan bij het onbekende, bij wat niet wordt erkend als een aspect van de eigen persoonlijkheid, bij datgene waarvan de betrokkene zich niet bewust is. Iedere sessie bestaat uit twee delen: het eerste is gewijd aan het creëren, het tweede aan het verwoorden.
De cyclus wordt binnen de tijdspanne van één week doorlopen. We laten zien hoe iedere dag wordt ingevuld. We illustreren deze werkwijze aan de hand van concrete casussen. Op het einde van de week toonden de deelnemers zich tevreden, ondanks de intense emotionele belasting.
 

Ergotherpie in een Neuromusculair Referentie Centrum
Gegevens auteur: Hilde Verbiest, ergotherapeut, fysische geneeskunde, Universitair Ziekenhuis Antwerpen.
 

Het RéCi werkt aan begeleiding en integratie op school
Gegevens auteur: Caroline de Biolley, RéCI-Bruxelles, E.mail:
reci-bruxelles@skynet.be
Trefwoorden: dienst voor vroegtijdige begeleiding en hulp, integratie in het gewoon onderwijs, ondersteuning van het kind, de ouders en het onderwijzend personeel.
Samenvatting: Het RéCI (Réseaux de Coordination et d’Intervention, Coördinatie- en Interventienetwerk) is een dienst die gezinnen met motorisch gehandicapte kinderen begeleidt. De rol van de ergotherapeut binnen die dienst bestaat in het adviseren, begeleiden en ondersteunen van het gezin en het kind. Er wordt vooral gewerkt aan integratie in het gewoon onderwijs. De dienst is op verschillende vlakken actief: aanpassing van het materiaal en inrichting van het klaslokaal, sensibilisering van de leerlingen, coördinatie en bemiddeling tussen de verschillende betrokken partijen, preventie, ondersteuning van het kind, de ouders en het onderwijzend personeel.
 

TEMPA: een functionele test voor de bovenste ledematen in de thuissituatie?
Gegevens auteurs: Drs. Daphne Kos, ergotherapeute en bewegingswetenschapper, werkzaam in het Nationaal MS Centrum Melsbroek en verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, contactadres: Vanheylenstraat 16, 1820 Melsbroek, email:
d.kos@pandora.be
Marijke Duportail, diensthoofd dienst ergotherapie, Nationaal MS Centrum Melsbroek
Prof. Dr. Eric Kerckhofs, VUB, Neurologische revalidatie
Prof. Dr. William Duquet, VUB, Faculteit Lichamelijke opvoeding en Kinesitherapie
Dr. Pierre Ketelaer, medisch directeur revalidatie Nationaal MS Centrum Melsbroek
Trefwoorden: TEMPA, multiple sclerose, meetinstrument bovenste ledematen
Samenvatting: De TEMPA is een functionele test voor de bovenste ledematen, die zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie over bewegingen oplevert. De auteur geeft een uitgebreide beschrijving en klinische bevindingen van de test. In het nationaal multiple sclerose centrum van Melsbroek is een studie uitgevoerd die nagaat in welke mate de TEMPA een voorspellende waarde heeft voor de functionaliteit in het dagelijks leven bij personen met multiple sclerose. De resultaten van dit onderzoek worden besproken.
 

Praktijkervaring: Het gebruik van de Libermanmodule bij het werken rond vrije tijd: waarom, hoe en de praktijk
Gegeven auteur: Karlien Delanghe, Ergotherapeut APZ St Lucia St. Niklaas,
Trefwwoorden: Vrijetijdsmanagement, vrije tijd, Libermanmodule 
Samenvatting: Mensen met een chronisch psychiatrische problematiek hebben dikwijls problemen met het invullen van hun vrije tijd. Meer en meer worden methodieken ontwikkeld om deze cliënten daarin te begeleiden. De Libermanmodule ‘Omgaan met vrije tijd’ is een voorbeeld van een dergelijke methodiek. Deze methodiek houdt in dat de vaardigheden die noodzakelijk zijn om op een meer zelfstandige en meer voldoeninggevende manier met zijn vrije tijd om te gaan, systematisch worden aangeleerd. Er worden daarbij huiswerkopdrachten gegeven en de problemen die de cliënt daarbij ontmoet worden besproken.
   

^

Logo de l'AEB Nummer 1, jaargang 2003

 Beroepsidentiteit en taken van de ergotherapeut in algemene ziekenhuizen en revalidatiecentra. Een klein onderzoek.
Auteur: Bie Op de Beeck is docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen,
bie.op.de.beeck@khk.be
Trefwoorden:
Beroepsidentiteit, taak van de ergotherapeut, autonomie
Samenvatting:
Wat doen ergotherapeuten binnen een dienst voor fysische revalidatie; hoe omschrijven zij zelf hun taak; hoe grenzen zij hun taak af tegenover andere disciplines; hoe gaan zij om met grensoverschrijdingen? Vanuit een kleinschalig onderzoek wordt er getracht hier antwoordt op te geven. Vanuit de resultaten wordt de vraag gesteld of ergotherapeuten -die toch zo makkelijk beweren dat ze vanuit een holistische visie werken- zich niet te veel beperken tot het revalideren van lichamelijke, motorische problemen. Vanuit een omschrijving van het begrip autonomie worden daar kantekeningen bij geplaatst.
Aantal woorden:
3300
   

Het herstel van automatische bewegingspatronen bij ouderen
Auteurs:
F. Nouvel, JM. Jacquot, M. Abric, Unité de suite et de réadaptation gériatrique sous la direction du Dr Jacquot. Département de Médecine Physique et de Réadaptation ( Professeur Pelissier), CHU de Nîmes, F-3000 Nîmes
Trefwoorden:
bewegingspatronen, zelfredzaamheid, ouderen
Samenvatting;
Dit artikel wil aantonen dat technieken voor het heraanleren van automatische bewegingspatronen de zelfredzaamheid bij ouderen kan bevorderen. Deze vorm van revalidatie wordt nog onvoldoende toegepast in revalidatiecentra.
De ontleding van de bewegingen geeft ouderen de kans om goede bewegingen uit te voeren en dagelijkse activiteiten opnieuw aan te leren. Dit wordt gerealiseerd in doelgerichte therapiesessies door middel van aangepast materieel en omgeving. Via bewuste, gewilde bewegingen evolueren we naar automatische bewegingen die de zelfredzaamheid bij de ouderen bevorderen.
Aantal
woorden: 2400
   

De plaats van het praktijk onderwijs in de vorming van ergotherapeuten in Europa.
Dit is de vertaling van: La place de l'enseignement pratique dans la formation des ergothérapeutes en Europe
De Franstalige versie verscheen al in vorig nr maar de vertaling naar het Nederlands was toe niet klaar.
Auteurs:
Gaynor Sadlo (UK), coordinateur du projet
Marie-Chantal Morel (F) , représentant le Bureau Directeur d'ENOTHE
Sabine Dehnerdt
(D) , Manuela Ferreira (P), Mary Gilbert (UK), Mieke Le Granse (NL), Imke Winkelman (D)
Paul Himschoot
(B), ergotherapeut, lector provinciale hogeschool Limburg,
paul.himschoot@phlimburg.be
Samenvatting:
De vaardigheidsontwikkeling en het verwerven van specifieke professionele competenties, gebaseerd op theoretische achtergronden bij studenten is van wezenlijk belang voor de toekomstige opleiding van ergotherapeuten in Europa. Het opnieuw evalueren van het praktijkonderwijs binnen de opleidingsprogramma’s wordt beïnvloed door verschillende elementen. Een eerste element is: door de aanbevelingen vanuit de Bologna-akkoorden kunnen een aantal belangrijke veranderingen verwacht worden. Andere stimulerende elementen: de publicatie vanuit ENOTHE van directieven voor opleidingsprogramma’s in Europa, het verschijnen van recente rapporten in het Verenigd Koninkrijk en het voorstel voor nieuwe minimumcriteria vanuit het WFOT. Eveneens een van de opdrachten van ENOTHE is het verspreiden van goede praktijkvoorbeelden over Europa.
In de schoot van ENOTHE is een projectgroep, getiteld ‘Vaardigheidsonderwijs binnen de opleidingen voor ergotherapie in Europa’, begonnen met een onderzoek. Deze projectgroep wil nagaan hoe de opleidingen binnen de verschillende landen omgaan met de ontwikkeling van de praktische vaardigheden van studenten. Het beroep heeft behoefte aan reflectie over praktische vaardigheden. Reflectie over de verschillende soorten vaardigheden, de objectieven en het beheersingsniveau nodig voor de uitoefening van ergotherapie in de 21ste eeuw.
Aantal
woorden: 3500
     

Communicatiemoeilijkheden bij palliatieve zorg: implicaties voor en weerslag op gezinsleden en hulpverleners
Auteur:
Marie-Claude Audétat, Psychologe op de afdeling Palliatieve Zorgen " La Chrysalide" in het Zwitserse La Chaux-de-Fonds. Lid van het Instituut voor Psychoanalyse en Psychotherapie "Charles Baudouin" in Genève.
Trefwoorden:
communicatie,  palliatieve zorgen
Samenvatting:
Aan de hand van de situatie van een patiënte die lijdt aan Multiple Systeem Atrofie, reflecteert de auteur op de gevolgen van een dergelijke ziekte. Ze heeft daarbij aandacht voor alle communicatieproblemen die daaruit voortvloeien, zowel voor familieleden als voor hulpverleners. Haar ervaringen kunnen ook interessant zijn voor onze ergotherapeutische benadering. 
Aantal
woorden: 2500 
   

Muziek op schoot.
Auteur: Tine Vandamme, kinesitherapeut en ergotherapeut, RVT Paradijs, Kanunnik Davidlaan 31, 2500 Lier.
Trefwoorden:
dementie
Samenvatting:
Het is niet eenvoudig om mensen met een zware vorm van dementie te bereiken. Hoe zeer begeleiders zich ook inspannen, men botst op een muur. Toch zijn er mogelijkheden. Deze praktijkervaring probeert daar een beeld van te schetsen. Er wordt getoond dat activiteiten met baby’s en peuters opnieuw kunnen zorgen voor interactie met personen met een dementie.
Aantal
woorden: 1300
   

UK Challenge: Living and Working in the UK as an Occupational Therapist
Auteur:
EvaVanLoock, Contact adres: 64, The Roundway, Claygate, Surrey, KT10 ODW, UK, EvaVanLoock@yucom.be, eloock@kingstonhospital.nhs.uk
Inhoud:
Informatiepakket over Wonen en Werken als ergotherapeut in het Verenigd Koninkrijk.  
Mijn beginnende ervaringen van Wonen en werken in Londen waren van de aard van: To be thrown into the deep end. Omdat ik zelf vrij avontuurlijk ben aangelegd, vond ik dit alles ook heel spannend. Ik begrijp echter dat er toch mensen zijn die deze grote stap niet zo makkelijk zetten. Ik ben er echter van overtuigd dat mijn steun enorm drempelverlagend kan zijn. 
Op deze manier kunnen heel wat meer ergotherapeuten genieten van een gelijkaardige boeiende ervaring.
Daarom zou ik als raadgever en contacten-legger kunnen optreden om deze toch heel uitdagende ervaring te helpen verwezenlijken.
Aantal
woorden: 1400
   

De Zwanenhalsorthese net iets anders!
Auteur
: Inge van Eupen, Ergotherapeut, docent Arteveldehogeschool
Werk: Arteveldehogeschool, Campus Sint Lievenspoort, St. Lievenspoortstraat 143, 9000 Gent, tel: 09 269 91 91, e-mail:
inge.vaneupen@arteveldehs.be
 Aantal woorden: 450
   

^

Logo de l'AEB

   nummer 2, jaargang 2003

Interdisciplinair werken in functie van de diagnostiek van dyscalculie
Auteurs:
Lectoren Arteveldehogeschool Campus St Lievenspoort, Sint-Lievenspoortstraat 143, 9000 Gent
Diane Van De Steene: diane.vandesteene@arteveldehs.be
Anke Van Acker: anke.vanacker@arteveldehs.be
Jonny Peeters: jonny.peeters@arteveldehs.be
Annemie Desoete: annemie.desoete@arteveldehs.be
Mia Van Haute: mia.vanhaute@arteveldehs.be
Trefwoorden:
dyscalculie
Samenvatting:
Binnen deze bijdrage willen we een aanzet geven om een aantal vragen ten aanzien van de definiëring en diagnostiek van kinderen met dyscalculie te helpen oplossen. In dit kader beschrijven we diverse subtypes van dyscalculie en beschrijven we de kenmerken van risico-kleuters en de problemen van lagere school kinderen en jongeren in het middelbaar en voortgezet onderwijs met dyscalculie. Tenslotte geven we een aanzet tot het ontwikkelen van protocollaire diagnostiek.
Aantal
woorden: 8800
   

Aanknopingspunten voor "ruimte-tijd". Of hoe de voorstelling van tijd kan leiden tot symboolvorming.
Auteur: Elisabeth Cataix Nègre, Ergothérapeute, A.P.F. - R. N.T. - D.T.N. Cadre de Vie. elisabeth.cataix-negre@apf.asso.fr
Trefwoorden: C
ommunicatie, meervoudige handicap
Samenvatting:
Communicatie is reeds aanwezig voor de taal zich stap voor stap ontwikkeld. Het kind met een meervoudige handicap heeft niet altijd toegang tot taal. Het is dan belangrijk om die ontwikkeling nadrukkelijk te ondersteunen.
In dit artikel worden hulpmiddelen voorgesteld om het begrip tijd toegankelijk te maken. 
Door deze hulpmiddelen wordt het kind geholpen om zijn omgeving te vatten en te komen tot het gebruik van symbolen.
Aantal
woorden: 2500
   

Assessment v/d Occupationele Performantie (AOP): de structurele basis voor het proces van ergotherapeutisch methodisch handelen (Assessment of Occupational Performance)
Auteur:
Patrick Hellin, Ergotherapeut in het MPI Dominiek Savio te Gits, (Medisch Pedagogisch Instituut - Type 4)
Contactadres: Kerkhofblommenstraat 22, B-8840 Staden, E-mail: patrick.hellin@tijd.com
Samenvatting:Een ergotherapeutische interventie is veel meer dan enkel een assessment van de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt. Het bepalen van concrete doelstellingen en het middel (de activiteit) waarmee die doelstellingen kunnen worden nagestreefd, is van zeer groot belang. Daarenboven is het objectiverend kunnen bepalen van het effect van de interventie, een belangrijke feedback die aangeeft of de ergotherapeut het middel, de situatie en/of de werkvorm nog beter moet afstellen.
Op heden bestaan veel assessments, die desondanks standaardisatie, zelden gebruikt worden in de ergotherapiepraktijk. Deze assessments hebben een gemeenschappelijk kenmerk: ze maken het mogelijk om een analyse te maken van het probleem, maar bieden geen antwoord op de vraag: ‘hoe kunnen de concrete doelstellingen het best worden nagestreefd?’. De ergotherapeut beschikt niet over een receptenboek waarin het te gebruiken middel voor de te behalen doelstelling wordt aangegeven. Om bijgevolg niet te vervallen in de ‘natte vinger strategie’, heeft ergotherapeut nood aan een structurele basis, waarop niet enkel het assessment, maar ook de daaropvolgende elementen van het ergotherapeutisch methodisch handelen kunnen worden opgebouwd.
Aantal
woorden: 6300
   

Visuo-spatiale dyspraxie.
Auteur:Dominique Holvoet, Ergothérapeute, CBIMC, Rue Père Eudore Devroye, 1040 Bruxelles
Trefwoorden:
visuo-spatiale dyspraxie, centraal motorische stoornis, visus
Samenvatting: Een aanzienlijk aantal van de kinderen met een centraal motorische stoornis vertoont een visuo-spatiale dyspraxie. De auteur toont aan dat een wisselwerking tussen visusstoornissen en stoornissen in de constructieve praxis kenmerkend zijn voor deze vorm van dyspraxie. Tevens worden in dit artikel een aantal richtlijnen gegeven om de stoornissen te verminderen door aanpassingsstrategieën in de plaats te stellen.
Aantal
woorden: 1230
   

^

Logo de l'AEB nummer 3 jaargang 2003

Het gebruik van het genogram als individuele therapeutische benadering
Auteur:
Jacques Lambiotte
Trefwoorden :
genogram, psychiatrie, identiteit, familie
Samenvatting: Dit
artikel beschrijft een experiment rond het gebruik van het genogram binnen een psychiatrische kliniek. Als doel wordt vooropgesteld: de patiënt helpen bij het (terug)vinden van de betekenis die zijn verleden voor hem heeft; de patiënt helpen om in eigen woorden zijn persoonlijk verhaal te (her)ontdekken, de patiënt helpen zijn ware plaats te (her)vinden in de opeenvolging van generaties.
Er wordt een grafische voorstelling gemaakt van het genogram. Dit schema is een spiegel van de persoonlijke levensgeschiedenis en een middel om de therapeutische relatie uit te bouwen, een verbinding te leggen met de patiënt. Het geeft aan de patiënt eveneens de mogelijkheid om beter inzicht te verwerven in bepaalde essentiële aspecten van zijn handelen en van zijn persoonlijk traject.
 

Vroegtijdige orthesenbehandelingen van brandwonden van de dorsale handzijde bij kinderen
Auteur:
Laurent Vanhove, ergotherapeut, universitair diploma in revalidatie en orthesenbehandelingen in handchirurgie., Revalidatiecentrum " Marc Sautelet" 64-66 rue de la Liberté, BP 119, 59652 Villeneuve d'Ascq, France.
Trefwoorden :
Brandwonden –Orthesenbehandelingen – Hand – Kind
Samenvatting :
De orthesenbehandeling van brandwonden aan de handrug bij kinderen is en blijft problematisch.
De vraag is hoe men de vroegtijdigheid van de behandeling kan verzoenen met efficiëntie, de huidgevoeligheid met posturale orthesen en de evolutie van het litteken met activiteiten van het dagelijks leven van een kind.
Er zijn heel wat verschillende orthesen beschikbaar en oneindig vele aanlegtechnieken, maar telkens moet men rekening houden met de zeer kleine handsegmentjes, het risico voor verwondingen, en de problematiek van het correct aanleggen door de verschillende andere paramedici om en rond het kind. De wondheling op zichzelf is al een hele uitdaging.
Men heeft echter geen recht op falen, noch omwille van een woekerende wondheling noch omwille van een dubieuze functionele prognose.
Wij hebben dus getracht de techniek van posturale verbanden over te brengen naar orthese met aanpassingen van het draagregime. Het is belangrijk de functionele activiteiten van het dagelijks leven zo vlug mogelijk te laten hervatten.
We zijn hierbij verplicht geweest sterk af te wijken van de originele permanente posturale houdingen.
 

Neuropscyhologische achtergrond functiestoornissen: Waarom we spreken van vaardigheidstraining en niet van functietraining
Auteur
Dominique Van de Velde, Lector Arteveldehogeschool, campus Sint Lievenspoort, Sint Lievenspoortstraat 143, 9000 Gent, dominique.vandevelde@arteveldehs.be
Trefwoorden:
neuropsychologie, vaardigheidstraining, functiestoornis.
Samenvatting:
Het is als ergotherapeut niet eenvoudig om op een wetenschappelijk verantwoorde manier aan neuropsychologische vaardigheidstraining te doen. Waarom zou het zinvol kunnen zijn om een pakweg 70-jarige man een puzzel te laten maken. Soms moet je dit ook nog uitleggen aan je revalidatiearts, die er misschien van uitgaat dat ergotherapie bezigheidstherapie is. Nochtans zijn er reeds voldoende boeken en artikels voor handen die de zinvolheid van neuropsychologische vaardigheidstraining aantonen. Er wordt in dit artikel een leidraad aangereikt om op een zinvolle, wetenschappelijk verantwoorde manier aan vaardigheidstraining te doen, aangepast aan het niveau en de leeftijd van de cliënt. Eén zaak staat wel vast, als je het grondig wil doen, dan is een goede voorkennis vereist van de neurologie en de bijhorende neuropschychologische functies.  

Naar autisme als geaccepteerde problematiek in het hoger onderwijs
Auteurs:
Liesbeth Kappert, student natuurkunde Universiteit Utrecht, l.kappert@phys.uu.nl
Paul Himschoot
, ergotherapeut, kwaliteitscoördinator Provinciale Hogeschool Limburg en voorzitter Auctores vzw ( http: www.auctores.be ), paul.himschoot@phlimburg.be
Joke van Dijk, studiementor faculteit Natuur- & Sterrenkunde UU, j.vandijk@phys.uu.nl
Ewout Pool, student geschiedenis Universiteit Utrecht, e.c.l.pool@students.let.uu.nl

Trefwoorden:
Autismespectrumstoornissen, Inclusief onderwijs
Samenvatting:
Het onderwijslandschap in Vlaanderen wijzigt traag maar zeker, de inclusiegedachte sijpelt ook hier naar binnen. Inclusief onderwijs is trendy. Sommige ouders vragen, anderen eisen dat hun kinderen worden opgenomen in het normale onderwijscircuit. We moeten de vraag stellen of inclusief onderwijs een recht is of eerder een mogelijkheid. Een mogelijkheid die enerzijds afhangt van de aard van de handicap en van de ernst van de daarbij horende hulpvraag, en anderzijds van de omkadering die kan geboden worden. Zorgcoördinatoren (en ook ergotherapeuten komen in aanmerking voor deze baan) zullen het bindteken vormen tussen de noden van de jongere en het onderwijs.
Autisme is een van de vele handicaps die voor inclusie in aanmerking komen. Autisme verbergt vaak een getalenteerd kind, dat gemaskerd door zijn autisme niet op waarde wordt geschat. In dit artikel zien wat dat zelfs hoog begaafde jongeren, met autisme, het moeilijk hebben om zich te handhaven in het onderwijs, hier het universitair onderwijs. Inclusie betekent  dat naast de bereidheid de jongeren op te nemen in het "normaal"  onderwijs, er ook de wil moet aanwezig zijn om zich grondig te informeren over de handicap, om zich aan te passen aan de soms sterk afwijkende manier van denken, handelen en houding van de student.
 

Logo de l'AEB^

 nummer 4 jaargang 2003

Valide Meting van Beperkingen in Vaardigheden en Participatieproblemen bij Chronisch Vermoeidheid Syndroom Patiënten
Auteurs: Jo Nijs e-mail: Jo.Nijs@vub.ac.be), Doctor in de Motorische Revalidatie & Kinesitherapie, Master of Science Manuele Therapie. Verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel – Faculteit Lichamelijke Opvoeding & Kinesitherapie – Vakgroep Menselijke Fysiologie, en aan de Hogeschool Antwerpen – Departement Gezondheidszorg – Afdeling Ergotherapie & Kinesitherapie.
Kenny De Meirleir, Intern geneesheer – cardioloog, Professor in de geneeskunde en fysiologie – Vrije Universiteit Brussel – Faculteit Lichamelijke Opvoeding & Kinesitherapie en Faculteit Geneeskunde & Farmacie.
Trefwoorden: Chronisch Vermoeidheid Syndroom, beperkingen, participatieproblemen, vragenlijst
Samenvatting : Een ernstige vermindering van het premorbide activiteitenniveau is één van de hoofdkenmerken van Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS) patiënten. Een meetinstrument dat de voor CVS-patiënten relevante beperkingen in activiteiten / participatieproblemen op een valide wijze meet, kan van pas komen bij de ergotherapeutische evaluatie van de CVS-patiënt. Deze bijdrage geeft een overzicht van de constructie, gebruiksaanwijzing en het volledige valideringsproces van de Nederlandstalige Chronic Fatigue Syndrome Activities and Participation Questionnaire (CFS-APQ).

De aanpak van seksuele problemen van CVA-patiënten in de ergotherapie.Een onderzoek
Auteur: Bie Op de Beeck is docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen, bie.op.de.beeck@khk.be
Trefwoorden: seksualiteit, CVA
Samenvatting: Heel wat personen die geconfronteerd worden met een CVA ervaren nadien ook problemen rond seksualiteit. Het lijkt dan ook evident dat er aan deze problematiek aandacht geschonken wordt in de revalidatie van deze groep patiënten. Maar gebeurt dit wel? Dit is de centrale vraag van waaruit dit artikel vertrekt. Oa volgende deelvragen komen daarbij aan bod: In welke mate worden de problemen rond seksualiteit bespreekbaar gemaakt en begeleid binnen revalidatie? Gebeurt dit occasioneel -op vraag van de patiënt - of is dit een vast onderdeel van de begeleiding? Wordt er een bepaalde procedure gevolgd om de begeleiding rond seksualiteit te structureren? Is er bij de patiënten zelf behoefte aan ondersteuning? Wie doet de begeleiding en heeft de ergotherapeut daar een taak in? Zijn daarover afspraken gemaakt binnen het team? Welke redenen hebben ergotherapeuten om seksuele problemen niet aan te pakken, zij beweren immers toch graag dat ze de problematiek van de patiënt in zijn totaliteit willen benaderen? Waarom dan dit aspect buiten beschouwing laten?

Het lichaamsbeeld bij kinderen met hertsenletsel in een atelier voor beeldende expressie

Auteur : Cathy Van Laethem Persoons, Ergothérapeute au Centre d’Aide à l’Enfance,  Rue de Haerne 216, 1040 Bruxelles – 02/ 648 51 36, Maître de formation pratique à la HELB Ilya Prigogine, Département paramédical – section ergothérapie
Trefwoorden: Lichaamsschema, hersenletsel, expressieve activiteiten
Samenvatting : Dit artikel toont hoe ergotherapie kan bijdragen in het tot stand komen van het lichaamsbeeld bij middel van activiteiten (beeldende) expressie. Deze manier van werken werd gerealiseerd bij kinderen met een hersenletsel.
De doelen die nagestreefd worden zijn: stimuleren van de kennis van het lichaam, werken aan de gestoorde functies, ontwikkelen van affectieve en de gedragsmodaliteiten. De activiteiten die gebruikt worden zijn het pictodrama, collages en schilderactiviteiten (fresco's). Ze worden in groep uitgevoerd wat een dynamisch aspect geeft aan de behandeling.
Het experiment werd als positief ervaren en stimuleert de ergotherapeut om op de ingeslagen weg door te gaan.

Logo de l'AEB^

 nummer 1 jaargang 2004

“Terug in harmonie met jezelf ”. Muziektherapie binnen een gerontopsychiatrische setting
Auteur:
Johan Sebrechts, ergotherapeut, PC Bethanië te Zoersel

Letterkaarten op basis van de letterfrequenties
Auteur: Dirk Lembrechts., Rogiest, Wim De Backer en Marleen Meermans zijn medewerkers van MODEM, Stichting Gouverneur Kinsbergen
Correspondentieadres: MODEM, Doornstraat 331, 2610 Wilrijk, modem@stichtingkinsbergen.be  www.modemadvies.be
Trefwoorden: Communicatie, letterkaarten
Samenvatting: Het gebruik van letterkaarten bij personen met een communicatieve handicap is voor de hand liggend. Bij ernstige motorische beperkingen worden dergelijke letterkaarten ‘scannend’ gebruikt. Dit betekent een zeer grote beperking van de communicatiesnelheid. In het kader van dit onderzoek werden de klassieke ABC-letterkaarten herschikt op basis van de letterfrequenties van het Nederlands. Het resultaat van deze herschikking zijn ENA-letterkaarten. Door het gebruik van deze kaarten wordt het aantal scanningsselecties gereduceerd met 30 % tot 39 %, afhankelijk van de scanningsmethode. Er werd maar een beperkt verschil vastgesteld tussen de ‘ENA-letterkaarten’ op basis van het gesproken of het geschreven Nederlands.

Verslag van de studiedag: Revalidatie na een CVA, waar zijn we mee bezig? Katholieke Hogeschool Kempen 17.10.2003
Auteur: Bie Op de Beeck en Antje Vanzeir, lectoren aan de Katholieke Hogeschool Kempen,
Trefwoorden: CVA, Revalidatie na een beroerte’
Samenvatting:
Op 17 oktober 2003 organiseerde de Katholieke Hogeschool Kempen een studiedag voor ergotherapeuten werkzaam in de CVA-revalidatie. Het centrale thema was een publicatie van de Nederlandse Hartstichting: Revalidatie na een beroerte, richtlijnen en aanbevelingen voor zorgverleners. Op vraag van enkele collega’s volgt hier een kort verslag.

Tien jaar en een paar honderd spalken later!
Auteur: Paul Buxant, Ergothérapeute, C.H.R. Notre-Dame et Reine Fabiola, Avenue du Centenaire 73, B-6061 Charleroi

Naar een nieuwe aanpak van chronische pijn binnen de functionele revalidatie. Een cognitief-gedragsmatige benadering
Auteur: Sophie Corbrion Carli, Ergothérapeute, Unité du Dr. Morel Fatio, COUBERT Médecine Physique et Réadaptation, Route de Liverdy –Coubert, F-77257 BRIE COMTE ROBERT CEDEX
Trefwoorden: pijn, cognitief-gedragsmatige aanpak
Samenvatting: Hoe moeten we ons gedragen bij en omgaan met een patiënt met chronische pijn, die als belangrijkste doel het terugdringen van zijn problemen vooropstelt? Chronische pijn is, in tegenstelling met acute pijn, geen symptoom, maar een syndroom, een ziekte die reeds meer dan drie maand aan de gang is en die beïnvloed wordt door vroegere levenservaringen. De aanpak van chronische pijn moet dus grondig zijn en moet biopsychosociaal gericht zijn. Een cognitief-gedragsmatige aanpak is hier dus op zijn plaats. Het is daarom noodzakelijk aandacht te hebben voor zowel de oorzaak als het gevolg van de pijn, die als beperkend en zelfs als handicap ervaren wordt.

^

Logo de l'AEBnummer 2 jaargang 2004

De ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ (ICF), een referentiekader om de ‘fraile oudere’ te beschrijven
Auteur: Leen De Coninck, ergotherapeute-orthoptist-gerontologe, lesgever ergotherapie aande Arteveldehogeschool en lesgever orthoptie aan het CVO-HIPB te Gent
Trefwoorden: frailty, ICF, handicap, ouderen
Samenvatting: Vanuit een literatuurstudie wordt het begrip ‘frail elderly’ (‘fraile oudere’ ‘frailty’) omschreven. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van begrippen uit de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’, in het Nederlands vertaald als ‘Internationale Classificatie van het Menselijk Functioneren’, en in beide talen afgekort als ‘ICF’.Door gebruik te maken van dit ICF-model kan het functioneren van de fraile oudere geanalyseerd worden vanuit een biopsychosociale benadering. Een correcte taxatie van de mogelijkheden van de ‘fraile oudere’ moet deze oudere behoeden voor stigmatisering en sociale uitsluiting.

Onderzoek naar de Begripsvaliditeit van een Nederlandstalige Activiteiten en Participatievragenlijst voor Chronisch Vermoeidheid Syndroom Patiënten
Auteurs: Jo Nijs (Jo.Nijs@vub.ac.be) is doctor in de motorische revalidatie en kinesitherapie en master of science in de manuele therapie, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (Vakgroep Menselijke Fysiologie, Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie) en de Hogeschool Antwerpen (departement Gezondheidszorg, opleiding Ergotherapie en Kinesitherapie).
Tine Sansen is ergotherapeute, op het moment van het onderzoek verbonden aan Hogeschool Antwerpen (departement Gezondheidszorg, opleiding Ergotherapie en Kinesitherapie).
Kenny De Meirleir is intern geneesheer / sportarts / cardioloog en Professor in de fysiologie en de geneeskunde aan de Vrije Universiteit Brussel (Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie en Faculteit Geneeskunde).
Nadine Callewaert is ergotherapeute, verbonden aan Hogeschool Antwerpen (departement Gezondheidszorg, opleiding Ergotherapie en Kinesitherapie).
Steven Truyen is doctor in de wetenschappen en wetenschappelijk coördinator van het departement Gezondheidszorg, Hogeschool Antwerp
Trefwoorden: chronische vermoeidheid, chronisch vermoeidheid syndroom, activiteiten, participatie, begripsvaliditeit
Samenvatting: In deze bijdrage beschrijven we het onderzoek naar de begripsvaliditeit van de Nederlandstalige versie van de ‘Chronic Fatigue Syndrome Activities and Participation Questionnaire’ (CFS-APQ), een ziekte- en tijdspecifieke vragenlijst die tot doel heeft het meten van de voor Chronisch Vermoeidheid Syndroom (CVS) meest relevante beperkingen in activiteiten en participatieproblemen. Verscheidene psychometrische karakteristieken (betrouwbaarheid en verschillende aspecten van validiteit) van de CFS-APQ zijn reeds onderzocht en goed bevonden. In dit onderzoek vulden 63 opeenvolgende CVS-patiënten de CFS-APQ in, om daarna tenminste één activiteit, opgenomen in de vragenlijst, uit te voeren. De uitvoering van de activiteiten werd aan de hand van 17 gedragscriteria door dezelfde onderzoeker beoordeeld, hetgeen resulteerde in een gedragsscore voor iedere activiteit. De geobserveerde statistisch significante (p<0,01) correlaties tussen de (gecorrigeeerde) gedragsscores enerzijds, en de verschillende (deel)scores op de CFS-APQ anderzijds (r varieerde tussen 0,29 en 0,55), ondersteunen de begripsvaliditeit van de Nederlandstalige versie van de CFS-APQ. Verder onderzoek naar de responsiviteit van deze vragenlijst blijft aangewezen.

Ergotherapie en assessment: hand in hand op de Vlaamse G-diensten? Kwantitatief onderzoek naar het gebruik van testen en schalen bij de diagnosestelling van dementie
Auteurs: Leen Bouckaert: ergotherapeute, studente enige kanidatuur medisch sociale wetenschappen, leenbouckaert@hotmail.com,
Patricia De Vriendt: ergotherapeute, gerontologe, lesgeefster opleiding ergotherapie Arteveldehogeschool, coördinator postgraduaatsopleiding Gezondheidszorg voor Bejaarden,
Philippe Snauwaert: psychiater
Trefwoorden: dementie, G-dienst, diagnose, testen en schalen
Samenvatting: Dit onderzoek ging na welke testen en schalen men gebruikt op de Vlaamse G-diensten bij de diagnosestelling van dementie en wat het aandeel van de ergotherapeut daarbij is. De ergotherapeut bleek een aandeel groter dan 50% te hebben bij de afname van de AMPS, FIM, NPI, Lawton, Kloktest en MMSE. Deze zijn toereikend om de taak van de ergotherapeut op de G-dienst, vooropgesteld in de literatuur, uit te voeren.

Opvolging van de voedingstoestand van oudere patiënten
Auteur: Solange Goffin directrice de la résidence Les Sorbiers, Rue Joseph Bouché 66, 5310 Bolinne Trefwoorden: Bejaarden, voeding, welzijn
Samenvatting: In dit artikel legt de auteur uit hoe het komt dat bejaarden in rusthuizen hun voeding verwaarlozen of zelfs weigeren te eten. Ze reikt ons eveneens elementen voor reflectie aan rond manieren om van de maaltijd opnieuw een aangenamer moment in het dagelijks leven te maken. Dit artikel kan ons als ergotherapeuten helpen in de wijze waarop wij vanuit ons vak ouderen begeleiden tijdens de maaltijd.

Een verkennende studie omtrent visueel functioneren van RVT-bewoners
Auteurs:
Ann Vandesteene, ergotherapeute-orthoptiste, werkzaam als orthoptiste in het UZGent en lesgever orthoptie aan het CVO-HIPB te Gent
Leen De Coninck, ergotherapeute-orthoptistegerontologe, lesgever ergotherapie aan de Arteveldehogeschool en lesgever orthoptie aan het CVO-HIPB te Gent
Samenvatting: In kader van het behalen van het diploma gegradueerde in de orthoptie, stelde ergotherapeute Ann Vandesteene een checklist op om bij de RVT-bewoner (1) veranderingen omtrent het zicht, (2) de meest voorkomende problemen ten gevolge deze veranderingen en (3) de hulpmiddelen en/of aanpassingen die reeds gebruikt worden, vast te leggen. Ze maakte hierbij gebruik van zowel haar kennis als orthoptist, als haar kennis en ervaring als ergotherapeut in een RVT. Dit verkennend onderzoek is een eerste oproep naar aandacht voor het visuele functioneren van de residentiële oudere. Momenteel wordt in een vervolgscriptie aandacht besteedt aan sensibilisatie van het meso-niveau in het RVT.

Ergonomie, ergologie, ergotherapie,… What’s in a word ?
Auteur: Huget Desiron, Act Desiron Bvba, Vredestraat 51, 3500 Hasselt, email : info@act-desiron.be     website : www.act-desiron.be

^

Logo de l'AEB

nummer 3 jaargang 2004

Een specifieke aanpak voor de Ziekte van Parkinson
Auteurs: Marianne Dhem, ergothérapeute - Pierre Lambert, kinésithérapeute
Trefwoorden:
Ziekte van Parkinson- levenskwaliteit- revalidatie
Samenvatting: In dit artikel staan een aantal bedenkingen beschreven over de begeleiding van de Parkinsonpatiënt die zich in een vergevorderd stadium bevindt ( stadium III en IV). Na een aantal jaren werd het team van het Functionele Revalidatiecentrum te Fraiture-en-Condroz er zich van bewust dat de aanpak van deze patiënten aan een heroriëntatie toe was.
Vandaag wordt een nieuwe revalidatieaanpak toegepast die gebaseerd is op de groepsaanpak, globale en specifieke training met het oog op de verbetering van de functionele mogelijkheden en levenskwaliteit.
Activiteiten worden samen met de patiënt gekozen in functie van zijn wensen en noden zoals: turnoefeningen, relaxatietherapie, bekijken van video gevolgd door discussie, hydrotherapie, keukentherapie, cognitieve oefeningen, ADL-activiteiten, stem-en zangoefeningen.
De gunstige gevolgen van deze aanpak betekenen een aanmoediging zowel voor de patiënt als voor het multidisciplinair team. .

Arbeidsrehabilitatie bij personen met een niet-aangeboren hersenletsel: een follow-up studie
Auteurs: Lode Sabbe, adj. Hoofdergotherapeut – arbeidstrajektbegeleider -  CLNR UZ Gent (lode.sabbe@Ugent.be), Anneleen Lamaire, ergotherapeut
Trefwoorden: Niet aangeboren hersenletsel, arbeidsrehabilitatie, follow
Samenvatting: Binnen het Centrum voor Locomotorische en neurologische revalidatie van het UZ Gent werken we sinds jaren met personen met niet aangeboren hersenletsel. In oktober 1995 hebben we voor die doelgroep, in het kader van een Europees project, een programma ontwikkeld dat specifiek gericht is op reïntegratie op arbeidsniveau. In een follow-up studie willen we een poging doen om zicht te krijgen op de uiteindelijke resultaten van dergelijke aanpak. In de loop der jaren hebben we kunnen vaststellen dat indien er een specifieke en deskundige begeleiding voor handen is, er zelfs voor deze heterogene doelgroep slaagkansen zijn op de arbeidsmarktDe gebruikte enquête heeft tot doel om beter zicht te krijgen op de problemen die de doelgroep ervaart rond tewerkstelling. Op die manier kan in de toekomst het programma waar nodig bijgesteld worden. .

Belevingsgerichte begeleiding bij personen met een ernstige mentale handicap en een dementie
Auteur: Lieve Vandecasteele, Ergotherapeute, nursingtehuis St. Jan de Deo Handzame
Trefwoorden: Dementie, belevensgerichte begeleiding, mentale handicap
Samenvatting: In onze voorziening - een nursingtehuis voor mensen met een ernstige mentale handicap - worden we bij een aantal bewoners geconfronteerd met een vermoeden van dementie. Op de zoektocht naar steun in onze manier van begeleiden, kwamen we in contact met de visie van Rien Verdult. In onze voorziening werd een studienamiddag georganiseerd en wat hier volgt is een samenvatting van het gedeelte over belevingsgerichte begeleiding.

Mantelzorgers en ergotherapeuten, partners in de zoektocht naar zinvolle dagbesteding voor ouderen met een dementieel syndroom
Auteur: Griet Braeckman
Trefwoorden: Zinvolle dagbesteding, dementie
Samenvatting: Zinvolle activiteiten zijn vaak antwoorden van dementerende personen zelf op hun verlangen naar autonomie, hun zoeken naar veiligheid en houvast. Heel vaak zijn het overlevingsmechanismen in hun strijd tegen de verwoestende ziekte. De essentie van goede hulpverlening is misschien wel, om de activiteiten die van binnenuit ontspringen te zien, te herkennen, te ondersteunen en te stimuleren.
Denken we maar aan heen en weer lopen, op de tafel wrijven, enz. Mogen we deze activiteiten beoordelen als onzinnig en moten we ze dus afremmen? Moeten wij op zoek gaan naar levensvreemde therapieën of kinderachtige spelletjes? Misschien moet het gewone weer ‘herontdekt’ worden. Daarin ligt zeker de kracht van het thuismilieu.
We slagen in ons opzet wanneer we de mantelzorger kunnen laten ontdekken welke activiteiten er nu reeds gebeuren, wanneer we samen nieuwe ideeën voor mogelijke activiteiten vinden, wanneer we de activiteiten zoveel mogelijk kunnen laten groeien vanuit de dementerende persoon en wanneer we gewoon "niets doen" óók als zinvolle activiteit kunnen beschouwen.
Wanneer we samen kunnen kijken door deze nieuwe bril zijn we reeds samen op weg om te zoeken naar een zinvolle dagbesteding voor ouderen met een dementieel syndroom.
website : www.act-desiron.be

^

Logo de l'AEB

nummer 4 jaargang 2004

Qualité de l’évaluation des activités de la vie quotidienne en gériatrie.
Auteurs:
Laurence Decorte, Ergothérapeute, Service de Gériatrie, CHU Brugmann – Site Brien, 36 Rue du Foyer Schaerbeekois, 1030 Bruxelles, marie-laurence.decorte@chu-brugmann.be
David De Bels :
Anesthésiste-Réanimateur, Service des Soins Intensifs, CHU Brugmann, 4 Place Van Gehuchten, 1020 Bruxelles
Trefwoorden :
Kwaliteitszorg, Adl, Geriatrie, Methodologie
Samenvatting:
Dit artikel toont in de eerste plaats aan dat een weloverwogen keuze voor een meetinstrument enerzijds, en de psychometrische kwaliteiten van dat instrument anderzijds, een kwalitatieve dimensie verlenen aan de evaluatie. In het tweede gedeelte van de tekst worden 4 klassieke instrumenten voor de evaluatie van activiteiten van het dagelijkse leven in de geriatrie toegelicht en geanalyseerd:
Geen enkele schaal is perfect en het is moeilijk uit te maken op welke criteria we ons moeten baseren om voor een bepaalde schaal te kiezen. Ze werden aanvankelijk allemaal ontwikkeld met een precies doel voor ogen en binnen een subgroep van de algemene populatie. Hun psychometrische eigenschappen moeten worden geïnterpreteerd in het licht van de specifieke context waarbinnen ze zijn ontstaan.
We kunnen de kwaliteit van ons werk onder meer waarborgen door te vermijden dat we ze voor andere doelstellingen zouden gaan gebruiken dan waarvoor ze in essentie zijn bedoeld. Op die manier vermijden we ook een vertekende interpretatie van de resultaten.

Qualité et identité en ergothérapie: se reconnaître d’abord comme un professionnel à part entière pour offrir une prestation clinique optimale
Auteurs 
: Pierre-Yves Therriault, Ph.D., ergothérapeute, Professeur adjoint de clinique, Université de Montréal, Programme d’ergothérapie, C.P. 6128 succursale Centre-ville, Montréal, Québec, H3C 3J7 (pierre-yves.therriault@umontreal.ca)
Sylvie Scurti, ergothérapeute, Chargée d’enseignement de clinique (sylvie.scurti@umontreal.ca)
Trefwoorden : kwaliteitszorg, professionele identiteit, pedagogie
Samenvatting : Een opleiding moet betekenisvolle pedagogische ervaringen aanreiken die de basis moeten vormen voor de opbouw van een professionele identiteit. Zij moet de studenten de mogelijkheid bieden om een methode van klinisch redeneren te ontwikkelen die noodzakelijk is om een kwaliteitsvolle dienstverlening te realiseren. Binnen deze context vertegenwoordigen de kennis en het hanteren van elementen die verbonden zijn met het beroepsspecifieke een sleutelrol.Dit artikel wil, via een specifiek pedagogisch project, aantonen hoe men bij studenten in een opleiding ergotherapie kan werken aan de consolidatie van de grondslagen die van belang zijn voor de opbouw van een professionele identiteit.

De ‘ecologische validatie’ van het neuropsychologische bilan. Wat is het belang van dagdagelijke handelingen bij de opmaak van het neuropsychologische bilan. Wat is de rol van de ergotherapeut daarbinnen
Auteur 
Jean-Pierre Mahiant, Ergothérapeute, CRFNA – Hôpital Erasme - ULB – Bruxelles, Route de Lennik 806 – 1070  Bruxelles, jmahiant@ulb.ac.be
Trefwoorden :

Samenvatting :
De revalidatie van patiënten in de ambulante neurologie impliceert vaak dat aandacht moet besteed worden aan de cognitieve stoornissen. Het gaat om patiënten die het slachtoffer werden van een Cerebrovasculair Accident (CVA), een hersentrauma, een encephalopathie of een andere verworven aandoening van het centrale zenuwstelsel.
De cognitieve stoornissen kunnen bij deze patiënten verschillende vormen aannemen, aangezien ze kunnen zorgen voor uiteenlopende stoornissen bvb. van de concentratie, het geheugen, de uitvoerende vaardigheden, de taalvaardigheid, het uitvoeren van doelgerichte handelingen, de zintuigen of het oriëntatiegevoel. Deze stoornissen kunnen zowel selectief als gelijktijdig aanwezig zijn.
Een behandeling van die stoornissen kan pas starten na een zo volledig mogelijke evaluatie vooraf. Men moet eerst een beeld krijgen van de stoornissen en van de beperkingen die eruit voortvloeien.
In het kader van ons multidisciplinair team moet hoe dan ook tijd worden uitgetrokken voor een evaluatie van de cognitieve mogelijkheden door alle vertegenwoordigde disciplines (ergotherapie, kinesitherapie, logopedie en neurolinguistiek, neuropsychologie en psychologie). Ieder gebruikt daarbij eigen instrumenten, sommige elementen van de evaluatie zijn terug te vinden bij de verschillende disciplines.

‘Kwaliteit van Leven van ouderen’ versus ‘Kwaliteit van Ergotherapie’?
Auteur : Patricia De Vriendt, Ergotherapeut – gerontoloog, Lesgever Arteveldehogeschool Gent
Trefwoorden:
Kwaliteit van leven, Geriatrie, kwaliteitszorg Samenvatting: We zijn er van overtuigd dat de ergotherapeut een belangrijke rol heeft in de gerontologie en geriatrie. Dit omwille van de principiële uitgangspunten die de ergotherapie als paramedische discipline - reeds van oudsher – huldigde. Met name een holistische ingesteldheid en de client-centred practice, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van de oudere cliënt. De ergotherapeut neemt  het functioneren van de oudere als uitgangspunt en werkt vanuit een interdiscipliniare en teamgerichte ingesteldheid.
Centraal in het ergotherapeutisch handelen staat het begrip kwaliteit van leven, staan de elementen die de kwaliteit van leven bepalen en staat de manier waarop ouderen de kwaliteit van hun leven percipiëren. Het ergotherapeutisch handelen vanuit een client-centred visie is perfect te situeren binnen de nieuwe visie op de gezondheidszorg voor ouderen, bvb. wat betreft het aansluiten bij de behoeften van de cliënten, de vraaggestuurde dienstverlening.
Uiteraard is de client-centred practice bij ouderen niet altijd evident en kunnen heel wat factoren deze manier van werken beïnvloeden. Deze factoren situeren zich zowel op het niveau van het management als van de individuele ergotherapeut. De oplossingen richten zich daarom ook best op deze verschillende niveaus.
 

 

Evidence-based practice en ergotherapeuten,  Duel of duet
Auteurs:
Chris Kuiper, ergotherapeut, professor Kenniskring Arbeid en Gezondheid Hogeschool Rotterdam. C.H.Z.Kuiper@hro.nl
Joan Verhoef
, ergotherapeut, bewegingswetenschapper, onderzoeker Kenniskring Arbeid en Gezondheid en docent ergotherapie Hogeschool Rotterdam. J.A.C.Verhoef@hro.nl
Trefwoorden: Evidence-based practice, occupational therapy
Samenvatting: In dit artikel wordt beschreven wat evidence-based practice is. De vijf stappen van de methodiek worden toegelicht. Er wordt kort stilgestaan bij de implementatie van de methodiek en bewijs in het beroepsmatige handelen. In een beschouwing wordt ingegaan op de vraag of ergotherapie en evidence-based practice goed samengaan. Leidt de combinatie van het beroep en de methodiek tot een duel of een duet?

^Logo de l'AEB

nummer 1 jaargang 2005

Editoriaal: Kwaliteitszorg
Auteur: Huget Désiron

 Kwaliteit in onze ergotherapeutische begeleiding
Auteur : Marc Dufour, Ergothérapeute, Ligue belge de la sclérose en plaques, Rue des Linottes 6, 5100 Namur, marc.dufour@skynet.be ; Chargé de cours à la Haute Ecole Léonard de Vinci, Institut d’Enseignement Supérieur Parnasse – Deux-Alice, Avenue Mounier, 84 – 1200 Bruxelles
Trefwoorden : Kwaliteitszorg
Samenvatting : Tegenwoordig wordt kwaliteitszorg in onze therapeutische begeleiding steeds belangrijker. Die trend is ongetwijfeld overgewaaid uit de bedrijfswereld. Of werd die evolutie in gang gezet toen we beslisten de “patiënt” voortaan als “cliënt” te benaderen?  
Dat streven naar kwaliteit roept echter een aantal vragen op rond. Bijvoorbeeld de vraag rond de financiële vergoeding en de tevredenheid van de patiënt. En er blijft de essentiële vraag: op welke manier kunnen we een kwalitatieve prestatie leveren?

Tot slot moeten we de tekenen van die kwaliteit in onze aanpak op het spoor komen: persoonlijke en relationele tevredenheid, beoordeling, methodologie,…
 

Professioneel redeneren en ergotherapie.
Auteur: Luc Vercruysse, diensthoofd ergotherapie en creatieve therapie Universitair centrum St.Jozef Kortenberg, lector Europese Hogeschool Brussel, campus Nieuwland, Brussel
Trefwoorden: Professioneel redeneren
Samenvatting: Dit artikel gaat in op het belang van professioneel redeneren en beschrijft waarin het professioneel redeneren van beginnende ergotherapeuten verschilt met dat van meer ervaren ergotherapeuten.

Kwaliteitszorg: het voorbeeld van een revalidatiecentrum in Frankrijk. Of: hoe 33 specialisten samenwerken om hetzelfde doel te bereiken
Auteurs : Amélie Guibert, Référente Assurance Qualité, membre du COPIL d’Accréditation, CRRF Villa Notre Dame
Catherine Herniotte, Cadre de Santé, Présidente du Comité des Soins et membre du COPIL d’Accréditation, CRRF Villa Notre Dame
Claire Jamet, Ergothérapeute et, membre du Comité des Soins, CRRF Villa Notre Dame
François Vlemincx, Masseur Kinésithérapeute, membre du Comité des Soins et du COPIL d’Accréditation, CRRF Villa Notre Dame
Adresse : CRRF Villa Notre Dame, BP 619 – 45, Av. Notre Dame, F-85806 Saint Gilles Croix-de-Vie Cedex  

Trefwoorden: Kwaliteitszorg, Interdisciplinaire aanpak
Samenvatting: Het kwaliteitsbeleid heeft in de Franse gezondheidszorg een revolutie veroorzaakt. Net als zoveel andere instellingen, heeft het Verpleeg- en Revalidatiecentrum (VRC) Villa Notre Dame de Saint Gilles Croix de Vie in de Vendée een koerswijziging moeten doorvoeren. De onvermijdelijke accreditatie bracht soms pijnlijke veranderingen met zich mee. Alle disciplines werden erbij betrokken. Eén jaar later maken we de balans op van alle belevenissen, de moeilijkheden die opdoken en de nieuwe verworvenheden.

Kwaliteitszorg en ‘good practice’
Auteur: Marc Warlop is lesgever en kwaliteitscoördinator in de opleiding ergotherapie van de Arteveldehogeschool, Gent.
Trefwoorden: Kwaliteitszorg
Samenvatting: Met de bedoeling kwaliteitszorg zichtbaar te maken op de werkvloer en de betrokkenheid van elkeen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij het onderwijsgebeuren in ruime zin te garanderen, heeft onze opleiding ergotherapie een aantal ‘instrumenten voor ‘good practice’ ontwikkeld.
De instrumenten die hier exemplarisch worden aangereikt, helpen de opleiding om bij te dragen tot kwaliteitsborging, kwaliteitsverbetering en rapportering over deze eerste twee aspecten. Het blijven hoe dan ook slechts instrumenten die de zorg voor kwaliteit van het ganse team illustreren. Toch zijn ze belangrijk in het op gang brengen en onderhouden van het kwaliteitsproces in de opleiding.

Kwaliteit in ergotherapie. Flow of de optimale ervaring: methodologie en theorie.
Auteur : Marie-Chantal Morel, Ergothérapeute Cadre de Santé, Directrice Technique, Institut de Formation en Ergothérapie du CHU de Bordeaux, Rue Francisco Ferrer, 33076 Bordeaux cedex,  courriel : marie-chantal.morel@chu-bordeaux.fr
Trefwoorden: Levenskwaliteit, Human Occupation, Flow
Samenvatting: Ergotherapie is een vak waarin we trachten mensen vaardig te maken in activiteiten die voor hen zinvol zijn en die hun levenskwaliteit verbeteren. De Science of Human Occupation gaat op zoek naar de verbanden tussen activiteit, gezondheid en levenskwaliteit. De Flow theorie van Csikszentmihalyi werpt een licht op de concepten die aan de basis liggen van ergotherapie. In die context reikt dit artikel werkmethodes aan waarmee we in de ergotherapie aan de slag kunnen gaan.

De ergotherapeut als medewerker aan kwaliteitszorg. Het opstellen van een fixatiebeleid in een woon- en zorgcentrum.
Auteur : Annelies Vansteenland
Trefwoorden: fixatiebeleid, kwaliteitszorg
Samenvatting: Fixeren of niet fixeren: wat is de meest kwaliteitsvolle oplossing? In het kader van een eindwerk (Vansteenland A., 2002-2003) werd het project rond het fixatiebeleid in Woon- en zorgcentrum Herdershove te Brugge opgestart. Het doel van het project is uniformiteit brengen in het handelen van het personeel in verband met fixatie van een bewoner. Deze uniformiteit wordt vastgelegd in een procedure waarbij het nemen van een weldoordachte beslissing wordt ondersteund. Aan de hand van een stroomdiagram wordt duidelijk gemaakt welke de te nemen stappen zijn.

^Logo de l'AEB

nummer 2 jaargang 2005

Het “Disability Creation Process” model: methodologie voor de uitwerking van een geïndividualiseerd interventieplan
Auteur : Pierre Castelein, Ergothérapeute, Maître-assistant et coordinateur section ergothérapie, Haute Ecole Libre de Bruxelles – Ilya Prigogine, Directeur Centre de Recherches et d’Etudes Appliquées de la HELB-ISCAM
Trefwoorden: « Disability Creation Process »

 De ergotherapeutische inbreng in de revalidatie van CVA-patiënten in het Centrum voor Locomotorische en Neurologische Revalidatie (UZ Gent) 
Auteur: Jos Coolen, ergotherapeut CLNR UZ Gent
Trefwoorden: CVA, Functionele therapie, holistische aanpak, integratie
Samenvatting: Hoewel de behandeling van CVA-patiënten meer en meer voorwerp wordt van wetenschappelijk onderzoek zijn er voor ergotherapeuten nog weinig echte zekerheden en moet ieder zijn weg zoeken in de verschillende aanpakken en methodes. Daarom leek het ons interessant om onze  aanpak van deze patiënten in het CLNR te communiceren naar collega’s. Naast het wetenschappelijk onderzoek lijkt ons ook het uitwisselen van ervaringen en het discussiëren hierover immers een belangrijke manier om de kwaliteit te verhogen.

Ergotherapie op een dienst voor vroegbegeleiding
Auteurs : Serge Dalla Piazza, Docteur en Psychologie, Neuropsychologue, coordinateur des services d’aide et d’intervention précoces de 4630 Soumagne, 250 rue de l’Egalité et de 4300 Waremme, 49 Avenue Joachim.
Sheba Chasseur, ergothérapeute, psychomotricienne en formation au service d’aide et d’intervention précoces de Waremme
Trefwoorden: Vroegbegeleiding, ICF
Samenvatting: Na kort het actieterrein van diensten voor vroegbegeleiding in België te hebben geschetst, staan de auteurs stil bij het belang en de mogelijke inbreng van de ergotherapie. Ze benadrukken met name het belang van evaluaties bij het stellen van een diagnose.

Euregionale samenwerking van opleidingen ergotherapie rondom expertiselijnen
Auteurs : Astrid Kinebanian, adviseur faculteit ergotherapie Hogeschool Zuyd Heerlen (Nederland)
Ramon Daniels
, lector faculteit ergotherapie Hogeschool Zuyd Heerlen (Nederland)
Mieke Desimpelaere
, lesgever, namens de werkgroep Creativiteit, opleiding ergotherapie, Arteveldehogeschool Gent (België)
Huget Desiron
, lector ergotherapie, Provinciale Hogeschool Limburg (België)
Patricia De Vriendt
, lesgever, namens de werkgroep Ergotherapie in de Thuiszorg, opleiding ergotherapie Arteveldehogeschool Gent, (België)
Dominique Van de Velde
, lesgever, namens de werkgroep Ergotherapie in de Thuiszorg, opleiding ergotherapie Arteveldehogeschool Gent, (België)
Berte Van Hoey
, lesgever, namens de studiegroep Ergotherapeutische praktijkmodellen, opleiding ergotherapie Arteveldehogeschool Gent (België)
Christine Smeets, opleidingshoofd ergotherapie Provinciale Hogeschool Limburg (België)
Trefwoorden: Intenationalisering, Hoger onderwijs, expertiselijn
Samenvatting: Internationalisering is een tendens die duidelijk aanwezig is binnen het hoger onderwijs. Dit artikel beschrijft een stap in de samenwerking tussen 3 hogescholen. De samenwerking is gebaseerd op het uitwisselen van deskundigheid. Daartoe worden expertiselijnen ontwikkeld binnen de verschillende opleidingen.  

^Logo de l'AEB

nummer 3 jaargang 2005

D.R.I.F.T.S. Invloed van het gebruik van een statische orthese op het optreden van tremor
Auteur: Stéphane Camut, ergothérapeute, service d’ergothérapie, CUB – ULB, Hôpital Erasme, Bruxelles, Belgique Courriel: scamut@ulb.ac.be
Trefwoorden : tremor, orthesen, zelfstandigheid
Abstract: Een tremor wordt vaak beschouwd en beschreven als een gestoorde beweging die de patiënt sterk belemmerd in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. 
We stelden aan 16 patiënten voor een orthese te dragen aan de onderarm, om de hinderlijke trillingen te beperken waarvan ze door een tremor al jaren last hebben. In de betrokken populatie vonden we de verschillende types tremor terug, zoals die in de literatuur worden beschreven.
De deelnemend patiënten maakten dagelijks gebruik van een gepersonaliseerde statische orthese, en dat gedurende 5 weken à rato van 3 periodes per dag. 
We hebben de resultaten gemeten op het vlak van tolerantietijd, zelfstandigheid, uitvoeringsniveau en tevredenheidsniveau. 
Uit de resultaten konden we geen duidelijke trends afleiden. Hoe dan ook, de patiënten leken, in functie van hun type tremor, niet allemaal op dezelfde manier te reageren op een “gedwongen” externe blokkage.

Ingrijpende verlieservaringen bij opname in een woon- en zorgcentrum (WZC). Stelt de ergotherapeut reactiveren en resocialiseren als doel bij het verwerkingsproces?
Auteur: Marleen Vanhee, ergotherapeut, WZC St.- Jozef Nachtegalenlaan 38 8400 Oostende Tel 059/551030  Fax 059/809823  e-mail msi@skynet.be
Trefwoorden: verlieservaringen, verwerkingsproces, woon- en zorgcentrum

 De professionele verantwoordelijkheden verbonden aan ergotherapeutische begeleiding bij het autorijden
Auteur : Pierre-Yves Therriault, Ph.D., ergothérapeute, Professeur adjoint de clinique, Université de Montréal, Programme d’ergothérapie, Expert consultant, Les ergonomes associés du Québec; Programme d’ergothérapie, École de réadaptation, Faculté de médecine, Université de Montréal, C.P. 6128, Succursale Centre-Ville, Montréal, Québec, Canada, H3C 3J7, pierre-yves.therriault@umontreal.ca ; Les ergonomes associés du Québec, 5075 avenue Charlemagne, Montréal, Québec, Canada, H1x 2H4
Trefwoorden: autorijden, professionele verantwoordelijkheden, expertise
Samenvatting: Ergotherapeutische begeleiding moet worden verleend door geschoolde professionals die over de nodige kennis en vaardigheden beschikken om deze dienstverlening te kunnen verzekeren. Dat geldt zeker wanneer het gaat om autorijden: tijdens die praktijkgerichte oefening moet de ergotherapeut zich als expert kunnen profileren. Gezien de context waarbinnen de activiteit van het autorijden verloopt, hangen de competenties van de ergotherapeut direct samen met het adequaat vaststellen van de vaardigheden van de bestuurder maar daarnaast ook met het inzicht in de omgevingsgebonden context waarin de activiteit zal worden uitgevoerd. Een ergotherapeut die toekomstige chauffeurs begeleidt, moet zich dan ook bewust zijn van de verantwoordelijkheden die hij daarbij als professional draagt. Het concept “professionele verantwoordelijkheid” moet centraal staan tijdens iedere therapeutische begeleiding van patiënten. Wanneer het gaat om autorijden, reikt die professionele verantwoordelijkheid vaak verder dan het inschatten van mogelijkheden en de behandeling. Er moet namelijk ook aandacht besteed worden aan aanpassingen. In Quebec wordt ergotherapeutische begeleiding bij het autorijden verstrekt binnen het kader van de klassieke klinische praktijk en expertise, met een duidelijk voelbare invloed vanuit het wettelijk kader. In dit artikel willen we ingaan op de relatie tussen het statuut van de professional binnen diensten die betrokken zijn bij de begeleiding van het autorijden en het wettelijk kader dat deze begeleiding regelt. Verder willen we de aandacht vestigen op een aantal paradoxale situaties die voortvloeien uit de begeleiding van autorijden. In die optiek wordt het begrip “professionele verantwoordelijkheid” in verband met autorijden verder toegelicht aan de hand van een reële situatie. Tot slot wordt er stof tot discussie aangereikt omtrent een aantal ethische overwegingen, de eisen die aan professionele prestaties kunnen worden gesteld en de weerslag daarvan op de betrokkenen.

Omgaan met vermoeidheid in het dagelijks leven bij personen met multiple sclerose: een pilootstudie
Auteur: KOS Daphne, ergotherapeute en bewegingswetenschapper, Doctorandus in de Revalidatiewetenschappen, Vrije Universiteit Brussel, Faculteit LK, Onderzoeksgroep Revalidatie Research Laarbeeklaan 103, B-1090 Brussel, tel: 02-477.45.30, fax: 02-477.45.29, e-mail: Daphne.Kos@vub.ac.be ; Nationaal Multiple Sclerose Centrum, Dienst ergotherapie, Vanheylenstraat 16, B-1820 Melsbroek,
tel: 02-753.16.93, fax:02-753.21.16, e-mail: daphne.kos@ms-centrum.be

Trefwoorden: multiple sclerose, energiemanagementprogramma, vermoeidheid, onderzoek
Samenvatting: Personen met multiple sclerose (MS) kunnen bij het omgaan met vermoeidheid worden begeleid door een multidisciplinair energiemanagementprogramma. Zeven personen met MS volgden het programma gedurende vier weken. Drie deelnemers vertoonden een duidelijke verbetering van de impact van vermoeidheid op het dagelijks leven. Behalve de vragenlijsten, zijn dagboeken met vermoeidheids- en activiteitenniveaus bruikbaar om te evalueren of deelnemers de aangeleerde strategieën werkelijk toepassen in hun situatie. Onderzoek met een groter aantal deelnemers is reeds gestart.  

Een praktische benadering voor bovenste lidmaatorthesen bij Cerebral Palsy (CP)
Auteurs:
Eddy Mellaerts, ergo- en kinesitheratpeut COS UZ Leuven / UZ Pellenberg, docent KHK Geel, Upper Limb Unit Cerebral Palsy, CTO Pellenberg / Wetteren.
Wim Sevenants, orthopedisch technicus UZ Pellenberg, Upper Limb Unit Cerebral Palsy, CTO Pellenberg / Wetteren. C.T.O. N.V. Weligerveld 1, 3212 Pellenberg
Samenvatting:
De start van de C.P. conventie U.Z. Pellenberg onder leiding van Prof. dr. Molenaers en Prof. dr. De Cock ligt aan de basis van dit artikel. Naast een consultatie eenheid omvat de C.P.-conventie ook de Upper Limb Unit die de weg vrijmaakte voor een klinisch bewegingslabo voor het bovenste lidmaat. In samenwerking met deze eenheden verrichten wij reeds gedurende een zevental jaar onderzoek naar de ontwikkeling van bovenste-lidmaat-orthesen.

^

Logo de l'AEBnummer 4 jaargang 2005

De School AMPS. Een ergotherapeutisch assessmentinstrument bij leerlingen in een schoolse omgeving
Auteur:
Annemie Engelen is ergotherapeut en docent aan de hogeschool Gent, departement gezondheidszorg Vesalius
Trefwoorden: Assessment, motorische vaardigheden, procesvaardigheden
Samenvatting: De School AMPS is een assessmentinstrument dat afgeleid is van de AMPS (Assessment of Motor and Process Skills). De School AMPS is zeer specifiek ontwikkeld om leerlingen in een schoolse omgeving te observeren. Het doel van dit assessmentinstrument is zicht krijgen op de kwaliteit van functioneren in schoolse activiteiten. Dit gebeurt door inzicht te verwerven in twee groepen van vaardigheden namelijk de motorische vaardigheden en de procesvaardigheden.
Dit artikel start met het beschrijven van een aantal algemene uitgangspunten die aan de basis liggen van het assessmentinstrument. Deze uitgangspunten zijn gemeenschappelijk voor de AMPS en de School AMPS. Daarna worden de specifieke kenmerken van de School AMPS beschreven. Aan de hand van een casus wordt concreet inzicht gegeven in de informatie die bekomen kan worden door het gebruik van het instrument.

Ergotherapie en opvoedingsmoeilijkheden voor ouders met beperkte mobiliteit
Auteurs:
Eddy Bouffioulx: Ergothérapeute, responsable du département d’Ergothérapie de la Haute Ecole Charleroi – Europe, assistant à l’Unité de Médecine physique et de Réadaptation, Université catholique de Louvain
Valérie Grasser: Ergothérapeute

Trefwoorden:
Ouderschap, ouders met beperkte mobiliteit, opvoedingsmoeilijkheden
Samenvatting: Aandacht voor problemen rond ‘ouderschap’ kan deel uitmaken van de ergotherapeutische begeleiding van personen met een fysieke handicap.
Deze aandacht kan gericht zijn op de meest uiteenlopende aspecten die te maken hebben met de opvoeding van kinderen. 
In het kader van een eindwerk aan de Hogeschool Charlerloi werd een
onderzoek opgezet rond problemen die ouders met een motorische handicap ondervinden bij het opvoeden van hun kinderen. Het doel van de studie was: het participatieniveau van de ouder met een handicap met betrekking tot de opvoeding te kwantificeren. Daarnaast werd nagegaan welke omgevingsfactoren de sociale participatie beïnvloeden.

Disability Management in België: een verkennend onderzoek
Auteurs:
Marthe Verjans en Karen Everaet, Prevent vzw
Trefwoorden:
tewerkstelling van personen met een arbeidsbeperking, reïntegratie , arbeid
Samenvatting: Disability Management (DM) wil de tewerkstelling van personen met een beperking vergemakkelijken door een gecoördineerde inspanning die rekening houdt met individuele noden, werkplekomstandigheden en wettelijke verantwoordelijkheden. 
Prevent onderzocht in door middel van een vragenlijst welk beleid Belgische bedrijven voeren op het vlak van reïntegratie van personen met een beperking (1)

Stagebegeleiding: on-linevorming met een multidisciplinair karakter
Auteurs : Manon Tremblay, erg (c), étudiante au doctorat interdisciplinaire en sciences de l’éducation, coordonnatrice de projets Consortium National de formation en santé/volet Université d’Ottawa
Lucie Couturier, inf., coordonnatrice de projets Consortium National de formation en santé/volet Université d’Ottawa
Lynn Casimiro, physiothérapeute, étudiante au doctorat en éducation coordonnatrice de projets Consortium National de formation en santé/volet Université d’Ottawa
JoAnne Paradis, orthophoniste, directrice des opérations, Consortium National de formation en santé/volet Université d’Ottawa

Trefwoorden: stage, klinische vorming, begeleiding, bijscholing, afstandsonderwijs
Samenvatting: Zes on-lineworkshops rond “stagebegeleiding: een kunst” worden georganiseerd voor alle hulpverleners uit de gezondheidszorg die zich inzetten voor de Franstalige minderheid in Canada. Door middel van die workshops wil men de hulpverleners ondersteunen in hun taak als stagebegeleider. Sinds 2001 hebben meer dan tweehonderd hulpverleners gebruik gemaakt van deze gratis vorm van permanente vorming. Dit artikel biedt een overzicht van de doelstellingen en de inhoud en van de principes en procedures die bij de organisatie van de workshops worden gebruikt. Een eerste evaluatie lijkt aan te tonen dat de workshops beantwoorden aan de behoeften van de hulpverleners. Dit geldt zowel voor de hulpverleners die nog maar net in het vak zitten als voor de hulpverleners die al jaren ervaring hebben.

Ergonomie, een waardevolle partner in de zorgsector voor het welzijn van het personeel, dus ook van de klant
Auteur: Freddy Willems, Coördinator Training & Consultancy Prevent , Erkend Europees Ergonoom

 Omgaan met agressie in de thuisgezondheidszorg: een praktische reflectie
Auteur:
Leo Jans, docent U-Gent en Arteveldehogeschool (opleiding ergotherapie en verpleegkunde)

^

Logo de l'AEBnummer 1 jaargang 2006

L’ergothérapeute: sapiteur … mais pas sans reproche ...
Auteur: Eddy Bouffioulx, A Lebeau, F. Beauthier
Trefwoorden: assessment, evidence-based occupational therapy
Samenvatting: Ergotherapeuten beschouwen zichzelf als deskundigen met betrekking tot het inschatten van mogelijkheden en beperkingen van cliënten in hun dagelijks functioneren.
De vraag kan echter gesteld worden of ergotherapeuten bij dit inschatten van mogelijkheden en beperkingen wel altijd de correcte instrumenten gebruiken. In welke mate zijn de specifieke, bruikbare evaluatie-instrumenten die waar mogelijk ook gevalideerd en gestandaardiseerd zijn, gekend en worden ze ook effectief gebruikt door ergotherapeuten in de praktijk?
In dit artikel worden de resultaten van een beperkt onderzoek gepresenteerd over het gebruik van evaluatie-instrumenten bij ergotherapeuten die betrokken worden bij een medisch-juridische expertise.

Klinische Paden
Promotor: Prof. W. Sermeus, CZV-KUL 
C
o-promotoren: Prof. B. Aertgeerts, CEBAM, Prof. E. Demeulemeester, ETEW-KUL, Prof. D. Ramaekers, CEBAM,
Wetenschappelijke medewerkers: Lic. L. De Bleser, CZV-KUL,Dr. J. Vlayen, CEBAM,
Faculteit Geneeskunde, Centrum Voor Ziekenhuis- En Verplegingswetenschap, Kapucijnenvoer 35, B-3000 Leuven
Toelichting vooraf:Jonny Peeters, voorzitter VE
 
In de periode 2003 tot 2005 werd op vraag van de Federale Overheid een beleidsondersteunend studie uitgevoerd over het gebruik van klinische paden. De coördinatie van dit project gebeurde door het Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap (K.U. Leuven). Het finale doel is de Federale Overheid te adviseren over haar rol m.b.t. de introductie van klinische paden in het gezondheidszorgbeleid.
Ergotherapeuten zijn daarin uiteraard betrokken partij. Het centrum voor ziekenhuis- en verplegingswetenschappen heeft daarom aan de beroepsvereniging voor ergotherapie een vraag tot medewerking geformuleerd. Het betrof een enquête die peilde naar de perceptie van ergotherapeuten over het gebruik van klinische paden. Een link vanuit de website van het VE werd gelegd naar de enquêtepagina op de website van het onderzoekscentrum.
In het totaal hebben slechts 4 ergotherapeuten de enquête beantwoord. Deze resultaten zijn dan ook niet expliciet verwerkt in de studie. 
Op 1 december 2005 werd het document voorgesteld op een symposium over ‘Klinische paden in het ziekenhuis: een antwoord voor de coördinatie van zorg.’
We willen uitdrukkelijk vermelden dat de aanbevelingen in de studie geformuleerd werden door de onderzoeksequipe (KULeuven) en niet door de overheid. 
Graag willen we omtrent deze essenties een discussie openstellen via ons forum op de Website van het VE (www.ergotherapie.be).

D.R.I.F.T.S. – Gebruik van intelligente orthesesystemen om tremor tegen te gaan
Auteur : Stéphane Camut, ergothérapeute, service d’ergothérapie, CUB – ULB, Hôpital Erasme, Département de revalidation neuropsychologique, Route de Lennik 808, 1070 Bruxelles – Belgique, Courriel: scamut@ulb.ac.be
Trefwoorden :
Tremor, intelligente orthesen, uitoefening van weerstand, hinder, bewegingsradius, pols, elleboog
Samenvatting:
Het voorschrijven van statische orthesen aan patiënten die last hebben van tremor, werd al eerder in de literatuur beschreven. In het kader van deze studie stellen wij het gebruik van intelligente dynamische orthesen voor bij gezonde proefpersonen die een tremor nabootsen ter hoogte van het polsgewricht.
Het is de bedoeling gegevens te verzamelen omtrent de ervaren hinder én eventuele wijzigingen in de bewegingsradius van pols en elleboog.
Dit werk leverde bijzonder interessante resultaten op, die doen vermoeden dat bepaalde strategieën - met name het dragen van verzwaarde band - ten behoeve van patiënten met tremor functionele implicaties kunnen hebben, aangezien zij leiden tot een wijziging in de bewegingen ter hoogte van andere lichaamsgewrichten.

 Autisme en empowerment: een concreet voorbeeld
Auteur: Regine Van den Bogaerde, Ergotherapeut, Praktijklector Arteveldehogeschool, regine.vandenbogaerde@arteveldehs.be
Trefwoorden: Autisme, Sociaal netwerk
Samenvatting: Onze samenleving is een dynamisch geheel dat voortdurend in beweging en verandering is. Deze veranderingen hebben invloed op alle facetten van de samenleving en dus ook op gezondheidszorg en de zorgbeweging die daarmee gepaard gaat. De manier waarop wij kijken naar mensen met beperkingen, zoals bijvoorbeeld mensen met autisme, wordt daar niet van gespaard. We volgen de evolutie van de laatste decennia op vlak van gezondheidszorg in het algemeen, en op autisme in het bijzonder. Daarbij staan we stil bij het antwoord dat de VVA (1) (Vlaamse Vereniging Autisme) hierop geeft in hun ondersteuning voor mensen met autisme en hun omgeving.

Occupation in old age: a European perspective, Project ‘preventieve ergotherapie in Vlaanderen’, Met steun van European Network of Occupational Therapy in Higher Education (Enothe)
Auteurs: Greet Steyaert, Patricia De Vriendt, lesgevers aan de opleiding ergotherapie van de Arteveldehogeschool, Gent
Wie graag meer informatie wil, kan terecht bij patricia.devriendt@arteveldehs.be, lid van de Enothe-groep en
greet.steyaert@arteveldehs.be .
Inleiding: In het vorige nummer van Acta Ergotherapeutica Belgica verscheen een oproep betreffende preventieve ergotherapie. Ergotherapeuten uit verschillende Europese landen, onder de vleugels van het ‘European Network of Occupational Therapy in Higher Education’ (kortweg Enothe (1), hebben het plan opgevat om een preventieve ergotherapeutische interventie te ontwikkelen in de betrokken Europese landen. Het ontwikkelen van deze interventie zal gebeuren op basis van de resultaten van een Amerikaans project, met name ‘The Well Elderly Study’. De deelnemende landen zijn Nederland, Noorwegen, Engeland, Portugal, Georgië en België. Dr. Gail Mountain coördineert het project in Engeland en leidt de Enothe-werkgroep. In dit artikel willen we het project zoals het gepland is in Vlaanderen toelichten. Het ligt in de bedoeling om regelmatig te berichten over het verloop van dit project.
 

^

Logo de l'AEB

nummer 2 jaargang 2006

Het zou goed zijn als u thuis wat meer rust nam ...”Even nadenken over advisering
Auteur : Bie Op de Beeck, ergotherapeut, lector aan de Katholieke Hogeschool Kempen
Trefwoorden :
Advisering – Gedragsverandering – Motivatie - ASE-model
Samenvatting :
Als ergotherapeut adviseren we veel. Soms gebeurt dat zeer expliciet, maar veel vaker doen we dat ‘langs onze neus weg’. Zeker in dat laatste geval hebben we er doorgaans weinig zicht op of ons advies ook daadwerkelijk opgevolgd wordt. Onderzoeken naar ‘therapietrouw’ doen vermoeden dat dat behoorlijk tegenvalt. In plaats van dan te kankeren op die ongemotiveerde cliënten, doen we er goed aan te kijken hoe we onze eigen aanpak kunnen verbeteren om de effectiviteit van onze adviezen te vergroten. In dit artikel worden in dat verband drie items uitgewerkt: de formule van Maier die stelt dat het effect van ons advies het product is van de kwaliteit én de acceptatie ervan door de cliënt (E=KxA); het ASE-model dat ons meer inzicht kan geven in de beweegredenen van de cliënt om een bepaald gedrag al dan niet te stellen; het stappenplan van Mc.-Guire dat goed beschrijft aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om tot een blijvende gedragsverandering te komen.
Aantal woorden: 4300
 

Ervaring:concept, meting en ...ergotherapie
Auteur
: Eddy Bouffioulx, OT. Responsable du département d’Ergothérapie de la Haute Ecole Charleroi-Europe.
Trefwoorden : Ervaring - Concept
Aantal woorden:
2700 

Adviseren op ‘De Luchtbal’,Het geven van advies in een dienstverleningscentrum voor jongeren en volwassenen met een motorische en/ of mentale beperking
Auteurs : Luc Pauwels, werkzaam als verstrekker van behandelingscentrum binnen Sint Jozef - Greet Van Puyenbroeck, werkzaam binnen de vroeg en thuisbegeleidingsdienst De Kleine Beer - Veerle Janssens, Katya Verstraeten, Katrijn Janssens, ergotherapeuten in het Dienstverleningscentrum Sint Jozef in Antwerpen.
Trefwoorden : adviseren – hulpmiddelen - motorische en mentale beperking
Samenvatting : In dit artikel wordt beschreven hoe de ergotherapeuten te werk gaan bij het geven van advies in het St.-Jozefinstituut (‘de luchtbal’) te Antwerpen.
Er wordt advies gegeven rond verschillende onderwerpen en vanuit verschillende structuren. Overeenkomsten en verschillen worden besproken.
Daarnaast worden een aantal belangrijke peilers met betrekking tot het geven van advies op een rij gezet en worden enkele praktische tips gegeven.

Aantal woorden: 2100

 Synthèse et réflexions du colloque: Fonctions exécutives et rééducation
Auteurs : Jocelyne Lejeune, Françoise Corvilain
, Ergothérapeutes au Centre  Neurologique William Lennox - 1340 Ottignies - 010/ 43 02 95
Aantal woorden: 2100
 

Traditionele aanpak en educatieve software in de behandeling van ‘inversies’ bij omgaan met getallen
Auteur : Contactadres: annemie.desoete@arteveldehs.be, Arteveldehogeschool logopedie en ergotherapie St Lievenspoortstraat 143  9000 Gent
Trefwoorden : inversies - educatieve software - lezen en schrijven van getallen - remediëren
Aantal woorden: 2400
 

De middelen van het AWIPH
Auteur : Bénédicte Van Smevoorde, Ergothérapeute du service aide matérielle de l'AWIPH
Samenvatting: : Deze tekst is een vertaling van het Franstalige artikel “Les ressources de l’AWIPH”, verschenen in dit nummer. Deze tekst geeft informatie over het AWIPH. Het AWIPH is voor Wallonië wat het VFSIPH voor Vlaanderen is (Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap’ nu het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap)
De diensten die hier beschreven worden zijn specifiek gericht op Wallonië maar wij vonden het toch interessant om deze tekst te vertalen zodat Vlaamse zorgverleners ook zicht hebben op de manier waarop bepaalde aspecten van zorg georganiseerd zijn in Wallonië.

Aantal woorden: 1100 

^

 

Logo de l'AEB

nummer 3 jaargang 2006

Het pusher-syndroom
Auteurs: Christof Lambrecht, Patricia Van Vooren (EHSAL), Dirk Smits (EHSAL)
Samenvatting: Het ipsilateraal pushen, een symptomencomplex binnen de CVA-populatie en gekarakteriseerd door het duwen naar de hemiplegische zijde, blijft een moeilijk begrijpbaar onderwerp. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden door de lage incidentie en het gebrek aan overeenstemming tussen verschillende wetenschappelijke studies. Dit artikel heeft het inventariseren, vergelijken en analyseren van deze wetenschappelijke studies ivm. het pusher-syndroom als doel. Kenmerken van het pusher-syndroom, incidentie, etiologie, behandelvisies worden achtereenvolgens besproken.
Zowel op etiologisch, incidentieel en symptomatologisch vlak zijn er grote accentverschuivingen terug te vinden in de literatuur. Een eenduidige visie is nochtans cruciaal wil men een adequate (protocollaire) behandeling voor deze groep patiënten kunnen uitbouwen.

Aantal woorden: 5800

Implementatie van Ergotherapierichtlijn Beroerte. Een inventarisatie van belemmerende en bevorderende factoren
Auteurs: Wendy de Haas, Martin Heine en Laura Karsten zijn allen in juli 2006 afgestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam en streven nu hun universitaire ambitie na in de gezondheidswetenschappen en bewegingswetenschappen aan de VU.
Eric Tigchelaar
is docent aan de Hogeschool van Amsterdam en geeft de cursus COPM bij pro eductation.
Merel van Uden
is beleidsmedewerker bij de NVE en tevens opdrachtgever voor dit onderzoek.
Samenvatting:
Een jaar na het verschijnen van de Ergotherapierichtlijn Beroerte is er, in het kader van een afstudeeropdracht, onderzoek gedaan naar de implementatie van deze richtlijn en welke bevorderende en belemmerende factoren hierbij een rol hebben gespeeld. Het blijkt dat per kerndomein de implementatie meer of minder goed is. Er kan geconcludeerd worden dat er een goede start gemaakt is binnen alle kerndomeinen, maar dat op de domeinen; ‘cliëntgerichte benadering’, ‘betekenisvolle activiteiten’, ‘naastbetrokkenen’ en ‘transmurale zorg’ nog veel te verbeteren valt. Het kerndomein ‘multidisciplinaire samenwerking’ lijkt goed geïmplementeerd. In alle domeinen doen zich problemen voor, afhankelijk van de mate van implementatie dienen interventies anders ingevuld te worden. De cursus ‘Implementatie Ergotherapierichtlijn Beroerte’ is een goede stap om zowel op afdelingsniveau als regionaal niveau bewust met de implementatie bezig te zijn en vooruitgang te boeken.
Aantal woorden
: 2400

Ergothérapie et clinique du lien précoce. Une expérience de travail en unité thérapeutique « mère-bébé ».
Auteur: M. Docquir
Aantal woorden: 3000
Opmerkingen: geen vertaling

Rekenfouten van dichterbij bekeken
Auteurs: Annemie Desoete, Diane Van de Steene, Anke Van Acker, Annemie De Bondt, Valérie Van Hees
A
antal woorden: 8000
Opmerkingen: geen samenvatting, geen vertaling

 Terugbetalingsmodaliteiten voor een mobiliteitshulpmiddel
Auteur: Bart Mistiaen
Vanaf 1 oktober 2005 is een nieuwe stap gezet in de terugbetaling van de rolstoelen. Voor bepaalde terugbetalingen dient er een uitgebreid advies te gebeuren door een MultiDisciplinair Team. Deze MDT’s komen in grote trekken overeen met de gekende MDT’s bij het Vlaams Fonds. Onderstaand artikel geeft een overzicht hoe de verstrekking van een mobiliteitshulpmiddel gebeurt vanaf 01 oktober 2005 en waar de ergotherapeut zich daarin situeert. Bij deze nieuwe regeling wordt het begrippenkader dat door het ICF in leven werd geroepen gebruikt. Alle terminologie moet dus in dat kader worden gelezen en begrepen.
Aantal woorden: 3000

^

Logo de l'AEB

nummer 4 jaargang 2006

De familie als patient, de verzorgende rol de familie : welke plaats krijgt de familie ?
Auteur : Nadine Bosman, psychologue clinicienne et psychothérapeute
Aantal woorden:            490O

Beoordeling van kinderhandschrift
Overeenkomst tussen het oordeel van de leerkrachten en het resultaat op de beknopte beoordelingsmethode voor kinderhandschriften
Auteurs : Prof dr Johan Simons, PhD, PT, PMT, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen. Karen Thijs, MSc, PT, PMT
Trefwoorden: schrijfmotoriek, handschrift
Abstract : Inleiding: Sommigen beweren dat de klasleerkracht ideaal geplaatst is om het handschrift van hun leerlingen te evalueren, anderen beweren dat zij daartoe niet of onvoldoende voor geschoold en of opgeleid zijn. Het doel van deze studie is dan ook te onderzoeken of het oordeel van de leerkrachten over het handschrift van hun leerlingen overeenstemt met de resultaten op een schrijftest.
Methode: De 108 proefpersonen (54 jongens en 54 meisjes) waren leerlingen uit het derde leerjaar afkomstig van vier scholen in Vlaanderen, verspreid over zes verschillende klassen. De leerkrachten beoordeelden de handschriften aan de hand van de Schoolvragenlijst voor Leerkrachten 1. Om de schrijfmotoriek te evalueren werd in dit onderzoek de Beknopte Beoordelingsmethode voor Kinderhandschriften (BHK )2 gebruikt.
Resultaten: Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat meisjes significant beter schrijven dan jongens, zowel volgens de leerkrachten als volgens de BHK. De overeenkomst tussen het oordeel van de leerkracht en de resultaten op de BHK bedraagt 59,3 % voor de jongens en 35 % voor de meisjes.
Discussie: Mogelijk oordelen leerkrachten te eng over het handschrift van hun leerlingen in die zin dat zij oog hebben voor bepaalde aandachtspunten eerder dan op de motorische aspecten van het schrijven op zich.

Aantal woorden:
3900 

Implémentation de la directive ergothérapeutique « Apoplexie » Inventaire des facteurs perturbateurs et stimulants
Auteurs : Wendy de Haas, Martin Heine, Laura Karsten, Eric Tigchelaar et Merel van Uden

De rijgeschiktheidsbeoordeling van oudere bestuurders in België. Een taak voor de ergotherapeut?
Auteur: Lieven Baeten ( Gegradueerde in de ergotherapie, Licentiaat in de gerontologie, Postgraduaat Management voor de Social Profit Sector), Werkzaam bij HICT (Health Information Communication Technology), legt zich toe op de gezondheidszorg in de brede zin van het woord. www.hict.com.Contactgegevens: Lieven.baten@hict.be; Lieven.baten@belgacom.net
Trefwoorden: Rijgeschiktheidsbeoordeling, actief ouder worden
Samenvatting : Autorijden laat ouderen toe om ‘actief en autonoom’ te functioneren in onze maatschappij. Het verliezen van een rijbewijs kan ouderen beperken in het uitvoeren van hun rollen oa. ten aanzien van familie, maar ook ten aanzien van andere activiteiten.
Binnen de westerse maatschappij is de auto niet alleen uitgegroeid tot een symbool van vrijheid en onafhankelijkheid maar draagt ook effectief bij tot mobiliteit en autonomie.
In België gebeurt tot nu toe geen systematische screening van oudere bestuurders rond rijvaardigheid. In de toekomst zal dit waarschijnlijk wel ingevoerd worden. We zien echter dat ook nu reeds meer en meer ouderen hun rijvaardigheid laten testen aan de hand van een rijgeschiktheidsbeoordeling. Dit artikel gaat in op een aantal aspecten van de rijgeschiktheidsbeoordeling: wat houdt een degelijke beoordeling in, wat is de taak van CARA (Centrum voor Rijgeschiktheid en VoertuigAanpassing) in de beoordeling en welke perceptie heeft de oudere bestuurders ten aanzien van de beoordeling.
Ook wordt de vraag gesteld of ergotherapeuten een rol kunnen spelen in een nog braakliggend domein van mobiliteitsadviseur.

Aantal woorden:            2900

Reflecties over en pedagogishe uitgangspunten voor de opleiding ergotherapie aan het ISEK
Auteurs: Edith Jaspart, ergothérapeute et maître de formation pratique. Virginie Verdier, ergothérapeute et maître assistante, Campus Universitaire de l’Hôpital Brugmann, Haute Ecole Paul Henri Spaak, ISEK
Trefwoorden : ervaringsgericht leerproces
Samenvatting : De tekst stelt vragen bij de opleiding tot het beroep van ergotherapeut.Uit observaties rond het curriculum toekomstige ergotherapeuten worden onderwezen, zijn een aantal vragen gerezen. Kunnen we uit het lessenrooster afleiden wat van een toekomstig ergotherapeut wordt verwacht? Volstaat het vergaren van al deze kennis om ergotherapeut te kunnen worden? We formuleren enkele reflecties en geven toelichting bij de pedagogische uitgangspunten die aan het ISEK worden gevolgd om studenten actief bij hun opleiding te betrekken, zodat ze zich een professionele identiteit eigen kunnen maken.

 Vloeiend, staccato, chaos lyrisch, stilte. Dansen volgens de vijf ritmes van Gabriëlle Roth bij personen met een verstandelijke beperking met bijkomende psychische en/of gedragsproblemen
Auteur: Judith Rosseel
Samenvatting : In hoeverre is dansen volgens de ritmes van Gabriëlle Roth een meerwaarde om volwassenen met een verstandelijke beperking met bijkomende psychische en/of gedragsproblemen bewust te maken van eigen gevoelens en om deze te uiten? Aan de hand van zes danssessies met twee groepen deelnemers en met een smiley-lijst als evaluatie-instrument hebben we een antwoord gezocht op deze vragen.De 5 ritmes volgens de methode van Gabriëlle Roth vormden de basis van de danssessies.Wat hebben de danssessies teweeggebracht? De deelnemers hebben gedanst en zich afgereageerd, ze hebben gelachen en gezongen, ze hebben hun gedachten verzet, ze zijn soms heel stil geworden maar ook heel uitbundig geweest, ze voelden zich er goed bij of juist niet, ze hebben bij zichzelf stilgestaan.
De resultaten van de smiley-lijsten tonen aan dat de deelnemers zich in het algemeen na een sessie beter voelden dan er voor. Ze waren meer bewust van zichzelf. Uit de resultaten blijkt dat er sprake is van een effect op korte termijn. Elke sessie heeft tijdelijk iets veranderd. Dit is voor mij waardevol omdat je op deze manier - stap voor stap - verlichting en verrijking brengt in de dag van de mensen die aan je zorgen zijn toevertrouwd.
Deze tekst is gebaseerd op het eindwerk “Vloeiend, staccato, chaos, lyrisch, stilte. Dans bij verstandelijk gehandicapten met bijkomende psychische en/of gedragproblemen”. Dit eindwerk  ergotherapie werd uitgewerkt in het departement gezondheidszorg van Hogeschool Antwerpen.

Aantal woorden: 1350

Het gebruik van een Fabrifoamvest en een arm/hand segment ter bevordering van de positionering van de hand bij het stappen met een Kaye-walker
Case study
Auteurs: Eddy Mellaerts, Jos De Cat, Wim Sevenants
Aantal woorden: 700

Logo de l'AEB^

      nummer 1 jaargang 2007

Lokale dienstencentra: meer dan 30 jaar jong
Auteurs: Frank Vervaet, centrumleider LDC Gent, voorzitter VVDC
Bart Denys, coördinator LDC Kortrijk, secretaris VVDC
Filip D’Haene , hoofd diensten ouderen- en thuiszorg OCMW Kortrijk, lid van de stuurgroep, Ouderenbeleid van VVSG
Trefwoorden: Lokale dienstencentra, Ouderenzorg, informatie- en advies, thuiszorg, Vrijwilligerswerk
Samenvatting: Naast een korte schets van het ontstaan en de ontwikkeling van dienstencentra voor ouderen in Vlaanderen gaat dit artikel in op de taak van de lokale dienstencentra en de visie die aan de basis ervan ligt.
Beschreven wordt welke plaats de lokale dienstencentra innemen in de thuiszorg. Aandacht wordt oa besteed aan de niet-categoriale benadering, het belang van de welzijnscomponenten binnen de thuiszorg, het lokale dienstencentrum als ankerplaats binnen de thuiszorg, de wegwijsfunctie, de ondersteuning van mantelzorgers, het vrijwilligerswerk als hoeksteen voor de werking en de prioritaire aandacht voor het versterken van het sociaal netwerk.
Aantal woorden: 3900

 “Welke knelpunten bestaan binnen de revalidatie van CVA-patiënten op gebied van motoriek en mobiliteit?” Een inventarisatie in functie van richtlijnontwikkeling
Auteurs: Karen Van de Putte, Gegradueerde in de ergotherapie, Licentiate in de medisch-sociale wetenschappen, Lesgever / onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, opleiding Bachelor in de ergotherapie Karen.vandeputte@arteveldehs.be
Griet De Smet, Gegradueerde in de logopedie, Gegradueerde in de audiologie, Lesgever / onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, opleiding Bachelor in de logopedie en audiologie, afstudeerrichting audiologie, Griet.desmet@arteveldehs.be
Marleen D’hondt, Gegradueerde in de logopedie, Lesgever / onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, opleiding Bachelor in de logopedie en audiologie, afstudeerrichting logopedie, Marleen.dhondt@arteveldehs.be
 Joris De Schepper, Gegradueerde in de podologie, Lesgever / onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, opleiding Bachelor podologie, Joris.deschepper@arteveldehs.be
Trefwoorden: Cerebro-vasculair accident, richtlijnen, evidence-based
Samenvatting: In functie van de richtlijnontwikkeling van paramedische, evidence-based richtlijnen voor de revalidatie na CVA werd nagegaan wat voor verschillende zorgverleners in het werkveld de meest voorkomende, inhoudelijke en procesmatige, knelpunten zijn op gebied van motoriek en mobiliteit na CVA. 

Psychomotorische desadaptatie van senioren? Revalidatiestrategieën, gestuele en relationele benadering in ergotherapie
Auteur: Claire Joris, Ergothérapeute-Coordinatrice Unité 3 10, Médecine Gériatrique, Hôpital St Pierre, 322, rue haute 1000 Bruxelles, Gsm: 0473 676 191, Tel: 02 506 71 81, E-mail : jorisclaire@hotmail.com
Trefwoorden : Psychomotorische desadaptatie, Fragiele ouderen
Samenvatting : In het kader van mijn werk als ergotherapeut op de afdeling geriatrie van een ziekenhuis, word ik vaak geconfronteerd met psychomotorische desadaptie bij senioren en de ernstige, complexe gevolgen daarvan voor de kwaliteit van hun autonomie. Binnen de specifieke context van de geriatrie - waar we rekening moeten houden met de zo kenmerkende, reeds aanwezige kwetsbaarheid - krijgen we te maken met een specifieke problematiek. Deze problematiek manifesteert zich zowel op lichamelijk vlak - door een functionele decompensatie - als op psychologisch vlak - door een regressieve houding, remmingen, terughoudendheid en angstaanvallen tijdens het rechtop staan. Gezien de diversiteit in de symptomen en de wederzijdse beïnvloeding tussen enerzijds de tastbare gevolgen qua motoriek, houding en psychologisch gedrag, en anderzijds een gewijzigd gangpatroon en neurologische signalen, lijkt zich een gestructureerde therapeutische begeleiding op te dringen die verder gaat dan de klassieke, globale motorische stimulatie. Onze ervaring tijdens het wassen en aankleden (een activiteit die veelal aan de basis ligt van de motorische herprogrammering) lijkt te wijzen op de nood aan specifieke knowhow aangaande de zoektocht naar de meest aangewezen en meest rendabele benadering van het reeds zwaar op de proef gestelde individu, wiens zelfvertrouwen we willen herstellen.

Onderwijs voor personen met een motorische handicap
Auteur : Valérie Weber, psychologue, RéCI-Bruxelles asbl, Bd Lambermont 61, 1030 Bruxelles. Tél & Fax 02 538 25 67   www.Reci.be
Trefwoorden: Onderwijs / Motorische handicap
Samenvatting : Om te leren lezen, schrijven en rekenen, moet het kind al van bij de geboorte verschillende ontwikkelingsfases doormaken. De vaardigheden die het kind zich eigen maakt, zullen bepalend zijn voor zijn latere scholingsgraad. De kindertijd is een belangrijke basis voor de verdere ontwikkeling, en de gezinssituatie beïnvloedt de evolutie van het kind. Moeilijkheden op school kunnen aan de hand van verschillende hypotheses worden verklaard. Tot slot gaan we dieper in op de diagnose van leerproblemen. Ook een aantal revalidatiestrategieën die daaraan trachten te verhelpen, komen aan bod. 

 Du graduat … au master en ergothérapie, mais où sont passées nos activités?
Auteur : Pierre Castelein, Coordinateur de la section ergothérapie, Département paramédical de la Haute Ecole Libre de Bruxelles Ilya Prigogine
Samenvatting: Dit artikel gaat in op de evolutie die het onderwijs in ergotherapie heeft doorgemaakt. Het vertrekt daarbij van het concept activiteit. Voor 1990 ging men er van uit dat activiteiten een intrinsieke therapeutische waarde hebben. De holistische visie bleef op de eerste plaats gericht op de patiënt. Na 1990 werd vanuit het model van Kielhofner benadrukt dat deze kijk beperkingen inhoudt. Een gezond individu weet een harmonieuze relatie aan te gaan met zijn omgeving. De activiteit speelt daarin een intermediërende rol.
Dit artikel gaat ook in op recente onderwijshervormingen: de overgang van graduaat naar bachelor en master. 

^

Logo de l'AEB

 nummer 2 jaargang 2007

Drie functies onder één pet: Ergotherapeut, coördinator animatie en vrijwilligerscoördinator in een woon- en zorgcentrum, een boeiende combinatie
Auteur: Inge Melis,
ergotherapeut in WZC Nottebohm, Contactgegevens: ingemmelis@hotmail.com
Trefwoorden:
woon- en zorgcentrum, functieprofiel ergotherapie
Samenvatting:
Dit artikel beschrijft de taak van een ergotherapeut in een klein woon- en zorgcentrum. Het coördineren van de animatieactiviteiten en het vrijwilligerswerk maakt onderdeel uit van deze taak.
Eerst wordt de functieomschrijving van de ergotherapeut toegelicht. Daarna worden de voor- en nadelen van de combinatie van taken tegen elkaar afgewogen.

La Fratrie autour du Handicap’
Auteur:
Valérie Weber, psychologue à ‘RéCI-Bruxelles’ Service d’accompagnement et d’aide précoce pour enfants et adolescents ayant un handicap moteur
Trefwoorden :
Handicap, Famillie
Samenvatting:
Over de zussen en broers van kinderen met een handicap wordt weinig gepraat. Hoe beleven zij die handicap, die uitsluitend een zaak van de ouders en de artsen lijkt te zijn? De handicap van een kind raakt echter ook diens broers en zussen. We willen samen nadenken over de manier waarop zij omgaan met hun gehandicapte broer of zus én over de plaats die zij in het gezin krijgen.  

Zoom: “Zinvol Ouder worden Op Maat”. Inzoomen op wat ouderen belangrijk vinden
Auteurs:
Patricia De Vriendt, ergotherapeut, lesgever Arteveldehogeschool
Greet Steyaert, ergotherapeut, lesgever Arteveldehogeschool

Trefwoorden:
Ouderenzorg, Zorg op maat, Behoefteanalyse
Samenvatting:
Dit artikel brengt verslag uit van de werkzaamheden van de werkgroep‘ZOOM - Zinvol Ouder worden Op Maat’. Deze werkgroep stelt zich tot doel om een Amerikaanse studie rond dit onderwerp aan te passen aan de Vlaamse situatie. Deze bijdrage beschrijft het afnemen van behoefteanalyses. De behoefteanalyse werd overgenomen uit de USA manual maar werd aangepast aan de Vlaamse cultuur. De behoefteanalyse gebeurt onder de vorm van een semi-gestructureerd interview dat in een één-één relatie met de oudere werd afgenomen.
Uit de behoefteanalyse wordt informatie verzameld nodig voor het verdere verloop van het project.

Empowerment
Auteur :
Ergotherapeut kinder- en jeugdpsychiatrie, Emamnuel Nelis, Martine Vandevelde, tel: 050 36 97 37   martine.vandevelde@stlucas.be, Medeauteur van het boek: ‘Houvastdoos en Bouwstenenschrift’, creatieve ergotherapie in de kinder-en jeugdpsychotherapie, Garant Leuven Apeldoorn (2001)
Samenvatting :
Dit artikel is een neerslag van en reflectie op de lezing binnen de workshop: ‘De plaats van de ergotherapie in het samenbundelen van krachten bij jongeren.’ 25 jaar Kinder- en Jeugdpsychiatrie Assebroek-Brugge,
Empowerment is een strategie die gericht is op emancipatie en competentieverhoging. Cliënten kunnen in belangrijke mate zelf stappen zetten, zelf het heft in handen nemen om een veranderingsproces te realiseren.
Deze tekst gaat er van uit dat empowerment ook in de werking met kinderen en jongeren én hun omgeving een sleutelbegrip is.

Tast toe! Afnemen en aanpassen van de verkorte versie van het observatie-instrument Tactiel Profiel bij kinderen met een visuele beperking
Auteurs :
Julie De Paepe. Dit is een verslag van een eindwerk van Julie De Paepe student opleiding ergotherapie, KHBO, Promotor: Lieve Meeus (KMPI Spermalie), Interne begeleider: Annemie Denolf (opleiding ergotherapie, KHBO).
Trefwoorden :
Assessment Tactiel profiel, Tactiel functioneren, Visuele handicap
Samenvatting :
In het KMPI Spermalie te Brugge wordt het observatie-instrument "Tactiel Profiel” gebruikt om het tactiel functioneren van kinderen met een visuele handicap in kaart te brengen. In het KMPI van Spermalie werd een lange versie van dit instrument afgenomen bij alle leeftijdsgroepen. Het grote nadeel van deze versiewas de lange afnameduur. Daarop ontwikkelde Visio een verkorte versie.
Dit artikel beschrijft een onderzoek waarin wordt nagegaan of met die verkorte versie toch nog voldoende informatie wordt verkregen over het tactiel functioneren van de kinderen. Voldoende informatie om daar de therapie op te baseren. Daarnaast werd ook gekeken naar de gebruiksvriendelijkheid van het instrument. Het observatie-instrument werd afgenomen bij 3 kinderen van 6 tot 9 jaar.Er werd ook oefenmateriaal ontwikkeld dat aansluit op de verkregen informatie over het tactiel functioneren van de kinderen. Het oefenmateriaal werd gemaakt op basis van de map “Tast Toe”.

^

Logo de l'AEB

                    nummer 3 jaargang 2007

 Leer levenslang in ondersteunende technologie
Auteurs
Dorien Vandenborre, Lic. Logopedie, projectmedewerkster K.U.Leuven en Modem, dorien.vandenborre@stichtingkinsbergen.be, 03/8206350
Dirk Lembrechts, Lic. Logopedie, coördinator Modem, communicatie- en computercentrum, dirk.lembrechts@stichtingkinsbergen.be, 03/8206350
I
nge Zink, Prof. Dr. Logopedie, Exp ORL, Dept. Neurosciences, K.U.Leuven en MUCLA, U.Z.Leuven, inge.zink@med.kuleuven.be, 016/330485
Trefwoorden: vorming, ondersteunende technologie, onderzoek
Samenvatting: Geschikte technologieën kunnen het leven van personen met een handicap grondig beïnvloeden. Ze ondersteunen hen om zelfstandig te participeren in onze maatschappij. Professionelen moeten zich bewust zijn van de opportuniteiten die technologie hen biedt en de kans hebben zich hierin bij te scholen. Het “Keeping Pace with Assistive Technology”-project stelde Richtlijnen en voorbeeldprogramma’s op om een brug te slaan tussen de hulpmiddelen en de kennis en kunde hieromtrent bij professionelen.
Aantal woorden: 3000

 Arbeidsparticipatie van ex-kankerpatiënten. Verkennende literatuurstudie over de inbreng van ergotherapie bij ondersteuning van herstel van (arbeids)participatie voor ex-kankerpatiënten
Auteurs:
Huget Désiron: Ergotherapeut / eur. ergonoom; dra. Arbeid & Gezondheid. Adviseur-ergonoom (ACT Désiron bvba); Docent ergotherapie (PHL). Contactgegevens: Departement Gezondheidszorg, Guffenslaan 39, B-3500 Hasselt, Tel: 0032/11 24 99 64
Barbara Kok: Ergotherapeut / ergonoom, lic. Medisch Sociale Wetenschappen; Docent ergotherapie (PHL). Contactgegevens: Departement Gezondheidszorg, Guffenslaan 39, B-3500 Hasselt, Tel: 0032/11 24 92 44
Bert Willems: doctor in de Psychologische Wetenschappen; Coördinator Onderzoeksinstituut ArcK (PHL). Contactgegevens: Departement Architectuur en Beeldende kunst, Universitaire Campus, gebouw E, B-3590 Diepenbeek, Tel: 0032/11 24 99 64
Bert Op’t Eijnde: doctor in de Bewegingswetenschappen, Opleidingshoofd Opleiding Kinesitherapie (PHL); Geaffilieerd onderzoeker Biomedisch Onderzoeksinstituut (UHasselt). Contactgegevens: Departement Gezondheidszorg, Guffenslaan 39, B-3500 Hasselt, Tel: 0032/11 29 49 52
Raf Meesen: doctor in de Kinesitherapie; Coördinator Onderzoeksinstituut REVAL (PHL). Contactgegevens: Departement Gezondheidszorg, Guffenslaan 39, B-3500 Hasselt, Tel: 0032/11 29 49 52
Guido Claes: geneesheer specialist fysische geneeskunde en revalidatie, diensthoofd revalidatiecentrum Virga Jesse ziekenhuis Hasselt 0032/11 30 96 50
Trefwoorden: arbeidsre-integratie, kanker in remissie, arbeidsparticipatie
Samenvatting: In deze literatuurstudie wordt aangetoond dat een aantal factoren invloed hebben op het al dan niet (gemakkelijk) behouden of herstellen van arbeidsparticipatie.
Deze factoren zullen moeten opgenomen worden in de hulpverlening die door ergotherapeuten wordt georganiseerd. Veelal is die hulpverlening wel nuttig maar wordt nog te weinig op een gestructureerde wijze wordt aangeboden.
Uit de literatuurstudie blijkt dat herstel van levenskwaliteit als doelstelling van een ergotherapeutische aanpak mede gerealiseerd kan worden door herstel van arbeidsparticipatie.
Aantal woorden: 5000 (6400)

In het beroepsleven stappen met een handicap: mythe of realiteit
Auteur:
T. Delmay, Ergotherapeute
Trefwoorden: Arbeid, Beschutte werkplaats, Professionele integratie, Professionele doorstroming
Samenvatting: In het kader van een studie rond beschutte werkplaatsen, besloten we ons te verdiepen in de manier waarop we als ergotherapeuten het arbeidsmilieu benaderen. Al te vaak, gaan we ervan uit dat de voorbereiding van iemand met een handicap op tewerkstelling zich beperkt tot de aanpassing van de natuurlijke omgeving. Aan de hand van onderzoek in de praktijk, hebben we getracht een aantal denkpistes te bewandelen die ongetwijfeld niet de enig mogelijke zijn, maar die hopelijk onze manier van denken rond de plaats van personen met een handicap op de arbeidsmarkt zal sensibiliseren en oriënteren. Het gaat om een andere kijk op de arbeidsdynamiek binnen beschutte werkplaatsen en de doorstromingsmogelijkheden die ze aan hun gebruikers bieden.
Aantal woorden: 6000   

Evenwicht en multitasking. Belang van ergotherapeutische revalidatie
Auteurs :
Fabrice Nouvel Ergothérapeute DE, Mylène Blot Ergothérapeute DE, Unité de suite et de réadaptation gériatrique, Hôpital Carémeau CHU de Nîmes 30029 Nîmes, Association Française des Ergothérapeutes en Gériatrie, Fabrice.nouvel@chu-nimes.fr
Trefwoorden: Evenwicht, Multitasking
Samenvatting:
De moeilijkheden die senioren ondervinden om verschillende taken tegelijk uit te voeren, verhogen het risico op valpartijen, vooral bij meer kwetsbare patiënten. De integratie van activiteiten in de evenwichtsrevalidatie van fragiele ouderen lijkt dan ook bijzonder pertinent.
We kunnen de aandacht van de patiënt immers volledig richten op bewuste handelingen. Op die manier kunnen we hem/haar stimuleren om het stappen, het corrigeren van de houding en het vermijden van valpartijen zoveel mogelijk opnieuw als een automatisme aan te leren. Het nut van het uitvoeren van activiteiten gaat verder dan de problematiek rond multitasking. Ook de impact van andere tekorten op het valrisico (onachtzaamheid, frontale aandoeningen, cognitieve stoornissen,…) wordt zo duidelijk.
Aantal woorden: 2200 
 

 De ergotherapeut als brug tussen twee culturen
Auteur:
Anja Vermeire Bijdragen studenten
Dit artikel is gebaseerd op het eindwerk ’De ergotherapeut als brug tussen twee culturen’ dat werd uitgewerkt in het Lokaal Dienstencentrum De Thuishaven in Gent en begeleid door de promotoren, Nancy De Baets en Filip Dejonckheere.
Trefwoorden:Turkse ouderen, mantelzorg, vergrijzing
Samenvatting: In het kader van een eindwerk over de vergrijzingsproblematiek van Turkse ouderen, werd het belang van de rol van de ergotherapeut als mantelzorgondersteuner onderzocht. Aangezien de meeste Turkse ouderen nog niet open staan voor residentiële zorg, is het belangrijk dat men hun familie op een juiste manier begeleidt in het bieden van informele zorg. Binnen de Turkse cultuur zijn het meestal de dochters en schoondochters die deze zorg op zich nemen.
De beschreven werkwijze sluit aan bij het mantelzorgproject ‘Transculturele familiezorg thuis’ van de Provincie Oost-Vlaanderen.
Aantal woorden: 2000  
 

 Ergotherapie in de gevangenis?!
Auteur:
Evelien Callewaert, Bijdragen studenten
Aantal woorden: 860  

 Ergo in overall
Auteur:
Marjolein Deramoudt, Bijdragen studenten
Conclusies uit stage-ervaringen op de Kooise Zorgboerderij Camping in de provincie Gelderland, Nederland.Biedt een ergotherapeut een meerwaarde?
Aantal woorden: 900 
 

Logo de l'AEB ^

   nummer 4,  jaargang 2007

Interdisciplinaire samenwerking tussen gezondheidswerkers bij revalidatie
Auteurs:
Prof. Dr. Andre Vyt is doctor in psychologische en pedagogische wetenschappen en als docent gedragswetenschappen werkzaam binnen het samenwerkingsverband Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie Gent. Hij is ook voorzitter van de werkgroep Interdisciplinair samenwerken in gezondheidszorg binnen de Associatie Universiteit Gent. Contact: Andre.Vyt@arteveldehs.be of Andre.Vyt@UGent.be
Drs. Dominique Vandevelde is Master of Medical Science in Occupational Therapy (Karolinska Institutet), Doctorandus aan de vakgroep Revalidatiewetenschappen en kinesitherapie (Universiteit Gent), lesgever en curriculumvoorzitter van de opleiding bachelor in de ergotherapie (Arteveldehogeschool Gent). Contact: Dominique.vandevelde@arteveldehs.be of Dominique.vandevelde@ugent.be
Samenvatting:
Dit artikel gaat in op de noodzaak tot interdisciplinair samenwerken, om vervolgens een aantal essentiële karakteristieken ervan aan te geven. De voorwaarden voor kwalitatief goed interdisciplinair samenwerken omvatten verschillende aspecten, ook op het vlak van zorgmanagement. Het werken met een interdisciplinair zorgplan op basis van gedeelde zorg (shared care) kan hierbij een belangrijke ondersteuning bieden. Bij de verschillende gezondheidswerkers zijn dan ook interdisciplinaire competenties nodig, en is ook een goed begrip nodig over wat deze inhouden, in functie van training en opleiding.

 De belangrijke kenmerken van een interdisciplinair team
Auteur:
Els Van den Eynde, MBA OTRL CBIT, Masters in Business Administration, Gegradueerde in de Ergotherapie. Brain Injury Specialist Instructor, CARF surveyor Therapie Manager Children’s Healthcare of Atlanta, Comprehensive Inpatient Rehabilitation Unit, 1001 Johnsonferry Road, Atlanta, GA 30309, els.vandeneynde@choa.org
Trefwoorden : interdisciplinair team, management, beroepsidentiteit
Aantal woorden: 2000

Een transdisciplinaire aanpak in een centrum voor cognitief-functionele revalidatie van personen met een hersenletsel
Auteurs:
Sandrine Vandenplas – Ergothérapeute, Dominique Lejeune – Ergothérapeute, Le Ressort, 3 rue Marsannay-la-Côte, 5032 Mazy, Tél.: 081 634052  Site Internet: www.leressort.be , Email: sandrine.vandenplas@leressort.be; dominique.lejeune@leressort.be
Aantal woorden: 2400

Op weg naar interdisciplinair teamwerk
Auteur :
Geert Deschacht, Ergotherapeut, Directeur Woon- en zorgcentrum Nottebohm, Teambegeleiding G- dienst Monica ziekenhuis, Contact: g.deschacht@telenet.be
Trefwoorden: Interdisciplinaire samenwerking , complexe zorgsituaties
Samenvatting: De toenemende complexiteit van zorg vraagt om meer en beter samenwerken. De keuze voor een bepaalde samenwerkingsvorm is van diverse factoren afhankelijk. Het is belangrijk om te kunnen vertrekken van een gezamenlijke zorgvisie die gestuurd wordt vanuit het perspectief van de cliënt. Hier realistisch en bewust mee omgaan verhoogt de kans op een kwalitatieve zorgverlening. Samenwerken in groep is steeds zowel een ontwikkelings- als een leertraject.

Aantal woorden: 3000

Preventie van functionele achteruitgang bij gehospitaliseerde ouderen. Rol van de ergotherapeut binnen een multidisciplinair team
Auteur:
Lydie Bossaert, ergothérapeute, Hôpital Universitaire Erasme-ULB, Haute Ecole Libre de Bruxelles Ilya Prigogine
 Samenvatting: Bij geriatrische patiënten kan het gebrek aan stimuli leiden tot een functionele achteruitgang tijdens het uitvoeren van ADL-activiteiten.
De gevolgen daarvan kunnen zowel op de patiënt zelf als op diens omgeving zwaar doorwegen.
Het is belangrijk dat het team de patiënt van bij de opname in het ziekenhuis stimuleert om zijn/haar functionele mogelijkheden te gebruiken.
Dit artikel gaat dieper in op 2 vragen. Waarom maken ouderen tijdens een ziekenhuisopname op de afdeling geriatrie geen gebruik van hun mogelijkheden? Waarom worden dergelijke patiënten niet bewust gestimuleerd? Het antwoord op die vragen lijkt belangrijk omdat de functionele mogelijkheden die niet worden benut stilaan afnemen. Dit kan leiden tot een functionele achteruitgang. Het behoort tot de taken van de ergotherapeut om de patiënt de mogelijkheid te geven om tijdens zijn dagelijkse activiteiten een zo groot mogelijke autonomie en zelfstandigheid te verwerven en te vrijwaren.
Aantal woorden: 3000

Interdiscciplinaire : L’interdisciplinarité s’enseigne-t-elle?
Auteurs:
Christine Bauwin-Mattheeuws, Maître Assistant en ergothérapie et chef du département ergothérapie à l’IES Parnasse-Deux Alice, Haute Ecole Léonard de Vinci
Bénédicte Dayez, Maître Assistant en ergothérapie, IES Parnasse-Deux Alice, Haute Ecole Léonard de Vinci
Trefwoorden: Interdisciplinaire aanpak, Onderwijs
Samenvatting: Studenten ergotherapie vertrouwd maken met een interdisciplinaire aanpak is een noodzaak geworden. Als ergotherapeut komen we immers terecht in heel wat situaties waarin we, om zo goed mogelijk in te spelen op de problematiek van het individu dat we begeleiden, nood hebben aan interactie tussen verschillende vakgebieden om samen een actieplan te kunnen uitwerken.
Gezien die realiteit, moeten studenten van bij de start van hun opleiding vertrouwd worden gemaakt met een interdisciplinaire aanpak.
Dit artikel gaat dieper in op ervaringen die verder gaan dan “interdisciplinair onderwijs”. Een interdisciplinaire aanpak krijgt vorm tijdens lessen, studiedagen en stagebegeleiding. Dit pedagogisch project werd gerealiseerd binnen een hogeschool (Leonardo Da Vinci Hogeschool, IES Parnasse-Deux Alice) en steunde op de wisselwerking tussen 5 afdelingen.

Aantal woorden: 2700

10-jarig bestaan van de ‘Interdisciplinary Course on Health Care Issues’ (ICHCI). ‘Example of good practice’
Auteur:
Filip Dejonckheere
Trefwoorden:
Interdisciplinaire competenties
Samenvatting: De methodiek die hier beschreven wordt om studenten interdisciplinaire competenties aan te leren, kan gezien worden als een ‘Example of good practice’ van wat beschreven wordt in het artikel “Interdisciplinaire samenwerking tussen gezondheidswerkers bij revalidatie”. Wat hier gepresenteerd wordt kan dus gelezen worden in het verlengde van dit artikel.

Aantal woorden: 1200

 ^

Jaarbook Ergotherapie 2008
1. Gebruik van het handelingsdiagnoseformulier in de ergotherapeutische setting
   
Auteurs: R. Ghysels en V. Schroyen
2. Kwaliteitsvolle zorg op een bedje van empowerende ergotherapie

   Auteur:
K. Geenen
3. Een contextuele bril op de neus van de ergotherapeut. Implementatie van een contextuele visie in het dagelijks werken met mensen met dementie en hun familie

   Auteurs:
S. Kruyner, L. De Vos
4. Executieve functies. Een verkenning van het begrip en mogelijke implementatie binnen de ergotherapeutische psychiatrische praktijk

   Auteur:
S. Van Geel
5. Het belang van activiteiten voor het cognitieve functioneren van ouderen en voor de preventie van dementie

   Auteurs:
F. De Groot, M. Snels, B. Quirijnen
6. De taak van een ergotherapeut in geriatrische dagziekenhuizen Inventarisatie in Vlaanderen
  
Auteur:s N. Creemers, A. Van Zande
7. Beschrijvend onderzoek naar de plaats van ergotherapie in de gezondheidszorg en de thuiszorg in Oost-Vlaanderen
   Auteurs: D. Van de Velde, W. Peersman, P. De Vriendt, A. Florus, M. Verbeke
8. De ergotherapeut professional in de zorgmodaliteit ‘psychiatrische zorg in de thuissituatie’?
   Auteur: P. Vaes
9. Aandacht voor KOPP bij het werken aan de ouderrol met psychiatrische patiënt. Een ergotherapeutische benadering
   Auteurs: K. De Feyter, L. Vercruysse
10. Internet Inclusief. Internet voor de doelgroep volwassen personen met een verstandelijke beperking
   Auteurs: J. Daems, A. Hannes, E. Torfs, J. Dekelver
11. De CO-OP methode bij kinderen met Developmental Coordination Disorder
   Auteur: A. Vandeput
12. Prematuren op de NICU/Neonatologie een taak voor de ergotherapeut?
   Auteur: K. Van Rumst
13. Dyscalculie. Wat weten we ervan?
   Auteurs: A. Desoete, D. Vandesteene, A. Van Acker, C. Van Vreckem, R. Vanderswalmen, A. De Bondt, V. Van Vooren, V. Van Hees
14. Anamnesegesprekken met ouders van meertalige kinderen. Een leidraad voor een aanvullende anamnese
   Auteurs: H. Roeyers, H. De Smedt, N. De Vos, A. De Buysser, V. Depré, G. Maes
15. ‘Goalsetting’ voor personen met MS. Een beoordelingsmethode voor functionele taken uit het algemeen dagelijks leven: aan- en uitkleden
   Auteurs: G. Alders, D. Gijbels, R. Ghysels, C. Smeets, P. Feys

 ^