Inleiding
Paarden in de psychotherapie
Hypotherapie
Waar bevindt zich het therapeutisch paardrijden?
De meerwaarde van een paard binnen de relaxatietherapie
Als Laatste

 

 

1. Inleiding

Toen ik met de opleiding tot relaxatietherapeut startte werkte ik bij een organisatie die vorming geeft aan maatschappelijke kwetsbare jongere. Bij een tweetal vormingsprojecten kreeg ik de kans om met deze jongeren rond paarden te werken. Na elk project viel mij en mijn collega’s op dat deze jongeren op een bijzondere wijze rustiger en handelbaarder waren na 14 weken anderhalve dag met en voor paarden te werken. Het is in die periode dat mijn interesse voor paarden snel gewekt was. Wat maakte deze dieren zo speciaal en wat gebeurde er onder mijn ogen? Aan het feit dat deze jongeren in nabijheid van paarden rustiger werden schreeuwde om mijn aandacht. De link tussen paarden, relaxatie en misschien relaxatietherapie was snel gelegd. Wat maakt het paard zo speciaal, wat is hun therapeutische meerwaarde…

De tijd die daarop volgde was een tijd van zoeken, vinden en twijfelen. Iedereen die ik aansprak in de paardenwereld bevestigde mijn vermoeden dat je wel degelijk kan "relaxen" met en door paarden. Als ik dan de vraag stelde: “Hoe? Hoe werkt dit?”. Kreeg ik bij iedereen dezelfde schouderophalende vertwijfeling, niemand die mij een afdoend antwoord kon geven.

Vanuit een boeiende zoektocht is een eerste poging ontstaan om dit nader te bekijken en was mijn afstudeerproject geboren.
Deze zoektocht heeft mij in de boeiende wereld van paarden gebracht met al zijn facetten van topsport tot de paardenfluisteraars en van de samenvloeiing der geschiednissen van de mens en het paard tot nu. Voor deze studie kon ik er niet omheen dat er al bestaande therapiën bestaan beter gekend onder de noemer van "Hypotherapie".

Om paarden in een therapeutische setting te gebruiken heb ik mogelijkheden gezocht om paarden binnen de relaxatietherapie te loodsen. Het is een bescheiden poging geworden die verre van af is. Een aantal mogelijkheden oefen ik zelf regelmatig uit. Anderen moeten nog verder worden uitgeprobeerd in therapeutische relaxatiesessies.

Therapie met dieren is geen nieuw gegeven. De rage van de behandeling van o.a. autistische kinderen, mensen met een handicap, mensen met depressie via dolfijnen is de laatste jaren nauwelijks uit de actualiteit geweest. Geschiedkundig zijn dieren altijd wel ergens rechtstreeks of onrechtstreeks terug te vinden in het hulpverleningsaanbod. Bij het begin van de psychiatrische behandelingsmethoden in de vorige eeuw, namelijk in de “moral treatment’ beweging, werd het werken op de boerderij, in de gezonde buitenlucht, ten zeerste aanbevolen. De meeste psychiatrische instellingen hadden eigen landerijen en dieren. Ondanks alle vooruitgang die men in de medische wetenschap boekt, wordt er tegenwoordig teruggegrepen naar de historische band die er bestaat tussen mens en paard. Op basis van deze band heeft het paard, een zekere uitstraling en symbolische betekenis die de therapie ten goede komt. Het paard wordt als het ware een hulpzaam medium die tijdens de behandeling wordt aangewend.
Wetenschappelijk wordt dit “medium-zijn” vertaald in de begrippen “intermediair object” en “transitioneel object”. Met intermediair object wordt bedoeld dat het paard zowel voor de patiënt als voor de therapeut een veilige tussenstap kan vormen om bepaalde boodschappen mede te delen en gevoelens te uiten. Het paard is hier als onbevooroordeeld wezen minder bedreigend dan “de mens”, waar men soms allesbehalve goede ervaringen mee heeft. Het is aan de therapeut om deze boodschappen te lezen en over te brengen.
Een transitioneel object is het psychologisch object dat zich bevindt tussen het ik en het niet-ik (bijvoorbeeld de pop, het dekentje, de fopspeen die sommige kinderen overal meeslepen). Met andere woorden de grens tussen iets dat men met een zekere willekeur kan behandelen en iets waarop men geen greep heeft. Patiënten (trouwens iedereen) kunnen hun paard in meerdere opzichten als een transitioneel object gaan beschouwen. De therapeut zorgt ervoor dat de patiënt een veilige relatie kan aangaan met het paard die de patiënt toelaat bewuste en onbewuste gevoelens (woede, angst liefde, verdriet, …) over te dragen op het paard.

De sector van hypotherapie (en relaxatie met en door paarden) is nog steeds aan het evolueren. Binnen het algemene kader ontwikkelen zich steeds meer stromingen en richtingen in een razend snel tempo. Soms heb ik het gevoel dat ook deze sector last heeft van charlatanisme. Ik kan me best voorstellen dat het voor een leek zeer moeilijk wordt om degelijk opgeleide therapeuten te herkennen van de “wanna-be’s” en amateurs.
Op Europees niveau werden er samenwerkingsverbanden opgericht om dit amateurisme te weren. In België is de vereniging Pegasus gestart met degelijke cursussen te organiseren onder toezicht van dit samenwerkingsverband.

 

Top

 

2. Paarden in de psychotherapie

Bij het gebruik van paarden in de psychotherapie (PTP) kan men vanuit verschillende therapeutische strekkingen vertrekken (zoals gestalt-therapie, analytische psychotherapie, psychodynamische modellen, Individualpsychologie volgens C.G.Jung, lichaamsgerichte psychotherapie, gedragstherapie, cliëntcenter-therapie, systeemtherapie, biodynamica, psychomotore therapieën, psychologische psychotherapie), afhankelijk van de achtergrond van de therapeut, het instituut waar deze therapieën plaatsvinden, en de doelgroep. De functie van het paard binnen het therapeutische proces en de toegepaste hypologische technieken worden aangepast aan het daaraan ten grondslag liggende therapeutische model en de toegepaste therapeutische interventietechnieken.
De met hulp van het paard te bereiken gewenste cliëntenreacties richten zich dan precies op het individuele therapiedoel. Ze kunnen, hoe paradoxaal dat ook moge klinken, zich tussen de twee polariteiten bevinden zoals:

- losmaken van spieren (ontspanning) versus spiertonus verhogen (activeringsniveau)
- blokkades bewustmaken en blokkades weghalen
- almachtsideeën verstoren versus zelfvertrouwen opbouwen
- grenzen leren kennen versus helpen grenzen te verleggen
- dubbele boodschappen ontmantelen
- faciliteren versus confronteren
- individuele onvoorspelbaarheid van andermans reacties helpen tolereren versus andermans reacties voorspelbaar maken
- lichaamstaal bewust maken versus lichaamstaal relativeren

De analoge communicatie met het paard, het fysieke aspect in de omgang en het bewegen met het paard geven extra mogelijkheden voor therapeutische doelen zoals:

- incongruentie tussen lichamelijk en verbaal gedrag ontmantelen
- harmonie van het lichaam en lichaamsgevoelens bewuster maken
- verbale uitingen bevorderen
- gevoelig maken voor plaats in de ruimte, emoties en impulsen
- via het lichaam emoties opsporen en toelaten
- het lichaam in de voorgrond van zelfexploratie stellen
- vanuit ontspanning de geest laten "wandelen"

Zo kunnen blokkades en allerlei "verdringingsmechanismen" die in uitsluitend verbale therapieën moeilijk te overwinnen zijn, makkelijker worden omzeild.

De therapeutische interventietechnieken om deze doelen te bereiken, variëren sterk, afhankelijk van het onderliggende concept (bijvoorbeeld bewegings- en houdingscorrecties, non-verbale technieken, werken met beelden, modelleren, cliëntcentered, steunende interventies, openleggende interventies, confronterende interventies, technieken afkomstig vanuit de biodynamica, van de Feldenkrais methodiek, de Alexander techniek, Methode Sally Swift). Daarom variëren ook de opleidingseisen die aan de therapeut (en eventueel de co-therapeut) én paard gesteld moeten worden. Daarbij maakt men in hypologische zin op verschillende manieren gebruik van het paard, waaronder bijvoorbeeld: loslopend in de kudde, loslopend in paddock of hal, loslopend in contact met de therapeut of cliënt, aan de longe of onder de man, met of zonder zadel, bestuurd door therapeut of cliënt, aan de lange teugel bestuurd door de therapeut, of aan de handteugel bestuurd door de cliënt.
Doordat de functie van het paard binnen het therapeutische proces niet gekoppeld is aan "paardrijden" (in het zadel zitten en het paard besturen) in de letterlijke zin, spreekt men daarom ook niet meer over therapeutisch paardrijden maar over hypotherapie (dit begrip staat voor: mensen die psychische en/of fysieke problemen hebben, planmatig helpen door middel van het paard). Dit betekent, dat het paard bewust binnen het therapeutische proces wordt ingezet en daar een centrale functie vervult. Men werkt in een soort driehoeksrelatie: therapeut, paard en cliënt. De functie van de interactie en de relatie tussen de cliënt en het paard, binnen het therapeutische proces, wordt sterker naarmate de therapeut zelf meer naar de achtergrond stapt, om het proces te begeleiden.

 

ontmoeting sixteinse kapel

Top

 

3. Hypotherapie

3.1. Inleiding

De internationale benaming voor hypotherapie is Equine Assisted Therapy (EAT), als we dit letterlijk vertalen zou het als volgt klinken: therapie met behulp van paarden.

Hypotherapie wordt onderverdeeld in drie richtingen:
- de fysiotherapeutische richting
- de psychotherapeutische richting
- de orthopedagogische richting

Zeker niet alle situaties waarin mensen met beperkingen, gedrags- en/of psychische problemen iets doen met of op paarden, zal gezien worden als een mogelijke vorm van hypotherapie. Daar waar het wezenlijk om therapie gaat, wordt het paard heel doelgericht ingezet,rekening houdend met die aspecten van diens wezen waarvan de therapeut weet dat deze de cliënt op de gewenste manier vooruit helpen in zijn totale functioneren. De therapie zal dan ook gecoördineerd moeten worden met eventuele andere behandelingsprogramma’s die de cliënt doorloopt. Het gaat hier om een werkveld dat wezenlijk anders is dan het over het algemeen recreatief paardrijden (waarvan de therapeutische -neven-effecten overigens volledig erkend en gewaardeerd blijven) zoals dat over het algemeen bekend is.


3.2. De mogelijke doelgroepen voor de hypotherapie

Hypotherapie is niet alleen voor mensen die ervaring hebben met paarden. Iedereen kan leren relaxeren met paarden.

De hypotherapie is bedoeld voor mensen met:
- een verstandelijke handicap en/of gedragsproblemen
- pervasieve ontwikkelingsstoornissen (stoornis binnen het autistische spectrum)
- ADHD
- een psychomotorische achterstand ev. met taalontwikkelingsstoornissen
- leerstoornissen of leerachterstand
- psychosociale problemen zoals, faalangst, agressie, …
- mensen die het om welke reden dan ook even moeilijk hebben


3.3. De algemene doelstellingen van de hypotherapie

De doelstellingen van hypotherapie zijn:
- verbeteren van motivatie en waarnemingsvermogen
- een bijdrage leveren tot het versterken van of herwinnen van (zelf-)vertrouwen
- afbouwen van angsten, agressies en antipathieën
- aanleren van de juiste zelfinschatting
- verbeteren van concentratie en uithoudingsvermogen
- ontwikkelen van sociale vaardigheden en met daarbij positief sociaal contact
- verbeteren van communicatieve vaardigheden
- verbeteren van ritmegevoel
- vergroten van gevoel voor tijd en ruimte
- v erbeteren van de sensomotorische integratie

3.4. De invloed op gedrag en persoonlijkheid van de cliënten

De hypotherapie heeft, waar het al wordt toegepast, grote invloed op het gedrag en de persoonlijkheid van de cliënten, hierna verder aangeduid met ‘kinderen’, hoewel er ook ‘jongeren en volwassen’ gelezen kan worden. Hier volgt een greep uit de mogelijkheden die hypotherapie kan bieden:


3.4.1. Het overwinnen van angst

Door het scheppen van een vertrouwensband tussen de triade begeleider - paard - cliënt, kunnen aanwezige angsten worden overwonnen.

Bij de omgang met een paard krijgt het kind de mogelijkheid om zelf in de hand te hebben:

- hoe dicht hij bij het paard komt
- wanneer hij ernaartoe gaat
- op welke manier hij het paard benadert

 

3.4.2. Groei naar zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid

Als een kind met een (verstandelijke) handicap of met gedragsproblemen ondervindt dat hij gedurende de sessies steeds meer kan, hij de verzorging steeds beter en preciezer kan uit voeren, als hij steeds meer controle krijgt over het paard, zal zijn gevoel van eigenwaarde worden gestimuleerd. Hij heeft zijn aanvankelijke angst overwonnen, hij kan controle uitoefenen over een zo groot dier als het paard en kijkt vanop het paard met een geheel ander perspectief naar zijn (eigen) omgeving.

Het verzorgen van een paard kan een groot gevoel van verantwoordelijkheid geven. Het paard heeft immers verzorging nodig om gezond te blijven. Het gevoel van ‘verzorgen’ wordt door het kind vaak als nieuw ervaren. Meestal zijn de rollen omgekeerd en is het kind zelf die verzorging nodig heeft. Door zelf de verzorgende taak op zich te nemen, kan dit stimulerend en motiverend werken om ook op andere vlakken meer verantwoordelijkheid op zich te nemen en daardoor zelfstandiger te worden.

3.4.3. Het gewaardeerd voelen

Indien een kind het paard goed behandelt, zal deze het kind aanvaarden en gehoorzamen en zo het gevoel van gewaardeerd zijn bij het kind verhogen. Tijdens de verzorging groeit er een band tussen het paard en het kind, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect, wat kan uitgroeien tot waarderen van / door beide partijen.


3.4.4. Verbeteren van de motivatie

Contact met dieren binnen een therapie kan heel stimulerend werken, omdat het meer als spel, sport of hobby ervaren wordt. Het werken met een levend dier is op zich al een uitdaging en prikkeling, vooral voor personen met een handicap die uit een overbeschermend milieu komen. Ze zullen niet zo snel opgeven en worden verder gestimuleerd om zich tijdens andere therapieën beter in te zetten.

 

3.4.5. Ontspanning

Door de belangstelling te vestigen op het paard wordt de aandacht afgeleid van de dagelijkse problemen en kan het kind zich na een tijdje ontspannen en tot rust komen. Een ontspannen toestand beïnvloedt het positief denken. Daarnaast verlopen bewegingen gemakkelijker en efficiënter met als gevolg een grotere vrijheid van bewegen. Door een combinatie van beide aspecten kan het kind zich (even) beter in zijn vel voelen, wat nogal eens doorwerkt in de situatie buiten de therapeutische sessies.

 

3.4.6. Beter omgaan met problemen

Het paard kan tijdens de sessies de functie van een echte vriend krijgen. Hierdoor kan het kind geneigd zijn om zijn problemen tegen het paard te vertellen. Het paard luistert en zal niet oordelen of bestraffen, ook al vertelt het kind onrealistische dingen of fantasieverhalen. Het kunnen vertellen aan een luisterend, niet-oordelend oor. Het onbekommerd kunnen verwoorden enuiten van problemen, helpt bij de verwerking ervan.

 

3.4.7. Positieve aandacht

De sessies met het paard bieden een uitstekende gelegenheid om positieve ervaringen op te doen, zeker bij kinderen met gedragsstoornissen. Het paard geeft over het algemeen positieve feedback. In het werk met paarden kunnen opdrachten zeer eenvoudig gehouden worden en van dien aard zijn dat ze positieve bekrachtiging opleveren. Kinderen blijken zich in de nabijheid van een paard rustiger en positiever te gedragen en komen als vanzelfsprekend in een opwaartse positieve spiraal terecht.


3.4.8. Verwerven van sociale vaardigheden

Nadat het kind, via individuele sessies, met het paard heeft leren werken kan het overgaan naar groepssessies. Hierbij moet er rekening worden gehouden met meerdere paarden en kinderen.
In een groepssessie blijkt het paard een gemeenschappelijk interessepunt te zijn. Anders dan bijvoorbeeld in een leefgroep gaan ze met elkaar praten zonder zich bedreigd te voelen. Het paard staat centraal in de gesprekken en niet zijzelf of hun problemen.


3.4.9. Het creëren van communicatiebehoefte

Het paard kan een natuurlijke aantrekkingskracht hebben voor sommige kinderen. Daarnaast nodigt het paard uit tot communicatie, omdat de sensoriele communicatie gestimuleerd wordt op visueel, auditief en olfactorisch (reuk) gebied. Deze vorm van archaïsche communicatie vereist geen verbale taal.
De gelaatsuitdrukking van het paard blijkt een onmisbaar element in de hypotherapie te zijn. Door de blik kan zowel het kind als de therapeut uitnodigen, aandacht onderhouden of aanmoedigen, maar soms kan het kind er ook mee afstoten of intimideren.
Het paard zelf heeft echter de blik van herbivoren die een breed veld bedekken zonder iemand te fixeren. Hierdoor heeft het een zachte blik, een blik die niet veroordeelt maar vertrouwen blijkt te geven.

Eenmaal in de omgeving van het paard zijn drie manieren van communicatie mogelijk:

- préverbaal (aanraken, contact, gelaatsuitdrukking, reacties op vb. auditieve prikkels)
- non-verbaal (houding, mimiek, gebaren)
- verbaal


3.4.10. Gevoelsontwikkeling

Paarden kunnen een belangrijke rol spelen in de gevoelsontwikkeling en de uiting van gevoelens. Het kind heeft de mogelijkheid een hechte band op te bouwen met het paard. Door herhaling en ervaring wordt deze band niet alleen sterker, maar gaat het kind zich ook zekerder voelen en krijgt het meer houvast. Daardoor, alsook door de duidelijke en herkenbare reacties van het paard op de stem van het kind, kan het kind leren omgaan met emoties zoals blijdschap, verdriet, mislukking, slaan, aanvaarding, het wel en wee van anderen enz.

Mijn ervaring heeft geleerd dat kinderen die gedrag vertonen dat als agressief wordt gekenmerkt, door het omgaan met, rijden op, een paard hun gedrag beter kunnen beheersen en dat het gedrag duidelijker in banen kan worden geleid.


3.4.11. Middel tot integratie

Binnen de verschillende gelaagdheden in het onderwijs is het werken met paarden, op een (reguliere) manege buiten de instelling of binnen de schooltijd, nog niet ingeburgerd.
Daar waar het wel gebeurt, kan het werken met paarden en de sociale contacten op de manege als een uitstekend integratiemiddel fungeren. Indien de kinderen ook rijden in groepsverband, kunnen de ruiters, zowel de reguliere als de therapiegebonden, een groep vormen waarin het paard een gemeenschappelijk interessepunt is. Daarnaast kan het opleiden van kinderen in de leeftijdgroep 14-18 jaar met ADHD, gedragsproblemen, faalangst en zelfs met een crimineel verleden tot “erkend paardenbegeleider” uiterst zinvol zijn omdat deze kinderen met succes kunnen worden ingezet bij het paardrijden met personen met een lichamelijk en/of meervoudig handicap en bij beginnende doelgroepgenoten.

 

3.4.12. Middel tot remedial teaching

Wanneer een kind met een paard bezig is, worden de hersenen extra geactiveerd en treedt er een hoger alertheidsniveau op. Dit zou kunnen inhouden, dat een kind zich makkelijker kan concentreren op schrijf-, reken- of klokkijktaken. Leren lezen, schrijven of klokkijken kan een andere dimensie krijgen, door letters, getallen en uren van de klok uit te voeren samen met of op een paard. Rekensommen maken samen met een paard kan betekenen dat opeens de frank valt. Daarnaast kan het gevoel voor ruimte en afmeting worden vergroot. Door de extra impulsen is het mogelijk dat tot nu toe moeilijk te bevatten leerdomeinen toegankelijk worden.

 

3.5. Wat kan de meerwaarde zijn binnen de hulpverlening?

De meerwaarde van het paard, situeert zich op verschillende domeinen. In het hiernavolgende gedeelte probeer ik deze te situeren. Deze zijn verre van volledig. Het is ook niet mijn bedoeling om hier een volledig beeld op te hangen. Veel hangt af van de individuele accenten die een therapeut legt en de gedane zelfstudie die elke individuele (hypo)therapeut nodig heeft.

Het paard heeft een sterke symbolische waarde. We vinden paarden terug doorheen alle eeuwen en standen. Het symboliseert een zekere macht en wordt dikwijls verbonden met oorlogen. Het straalt kracht uit en is verbonden met werken. Ook in de kunst en de communicatie vinden we paarden terug. Denk maar aan de gebruikte paardekracht of PK voor het uitdrukken van het vermogen van een wagen. In de Nederlandse taal vind je ook ontelbare spreuken en zinsneden waar het paard in verwerkt zit. (bijvoorbeeld: Hij zit op zijn paard. Een gekregen paard mag je niet in de mond kijken,…)

Het paard biedt heel wat relationele mogelijkheden binnen de hulpverlening. Er zijn vergelijkbare basisbehoeften zoals verzorging en eten. Het paard als spiegel van de mens die voor het paard staat. Hoe de mens omgaat met andere mensen weerspiegelt hij ten dele in zijn omgang met paarden. Er zijn zeker fysieke aspecten die de mens aanspreken en respect afdwingen, o.a. zijn grootte, zijn kracht, zijn elegantie, zijn aaibaarheidsfactor,… Over de aaibaarheidsfactor van een paard gesproken wil ik opmerken dat de zachtheid en warmte die uitstraalt van zijn vacht heel wat mogelijkheden biedt. Het paard is onvoorwaardelijk in zijn relatie en laat zich niet beïnvloeden door sekse, ras of andere overwegingen.

We kunnen op verschillende manieren gaan communiceren met paarden. Enerzijds via de hulpen (teugels, benen en voeten) die gegeven worden aan het paard tijdens het rijden, maar ook via psychologische weg kan men communiceren met paarden. Denk maar aan Monty Roberts.

De mogelijkheden van het paard situeren zich ook op het lichamelijk vlak. Het werken met paarden op welke manier ook stimuleert alle zintuigen. Zijn ritmische bewegingen kunnen zowel stimulerend als ontspannend aangewend worden. De verzorging van een paard is een hele klus, die op verschillende manieren kan inwerken.

Het feit dat het beweegt maar ook de bewegingen op zich, maken het paard bruikbaar binnen de hulpverlening. Het is een drie dimensionale beweging. Een paard beweegt steeds in een bepaald ritme, dit zal sterk afhangen van paard tot paard en van de gang (stap, draf of galop) die het paard heeft. Als laatste wil ik ook de temperatuur van een paard niet achterwege laten. Meestal heeft een paard een aangename lichaamstemperatuur.

 

paard aan longe

Top

 

4. Waar bevindt zich het therapeutisch paardrijden?

Therapeutisch paardrijden omvat alle werkvormen waarbij het paard als medium wordt gebruikt met het doel de levenskwaliteit van personen met een handicap of met problemen te verbeteren.
Het doel kan zich richten op verschillende domeinen: op het fysische, sensorisch, psychisch, emotioneel, gedragsmatig, cognitief, communicatief en sociaal vlak.

Therapeutisch paardrijden omvat:
- hypotherapie
- orthopedagogisch paardrijden en therapie met paarden bij psychiatrische en psychische problemen
- aangepast paardrijden

Onder hypotherapie verstaan we in het algemeen een doelgericht therapeutisch (be)handelen met het paard als medium. Er is ook een interventie met behulp van paarden mogelijk voor een educatief doel, ook wel het orthopedagogisch paardrijden genoemd. Het paard wordt hier gezien als medium, als partner naast andere therapeutische en educatieve werkvormen.
Wanneer paardrijden wordt aangeboden als recreatieve activiteit aan personen met een handicap of met allerlei problemen spreekt men van aangepast paardrijden. Hierbij is vaak ook hulp nodig van speciale begeleiders, aangepast materiaal en hulpmiddelen. Therapeutische effecten blijven hier uiteraard ook doorwerken maar zijn niet het doel van de activiteit. De plezierervaring van het paardrijden alleen of in groep, samen met andere ruiters staat hier voorop. Integratie en inclusie kunnen hier een rol spelen.
Aan de hand van onderstaand schema kunnen we zien dat therapeutisch paardrijden binnen de hulpverlening zich over drie domeinen strekt, namelijk de bewegingstherapie of fysionomie, de psychotherapie en de orthopedagogie.

Therapeutisch paardrijden
Recreatief paardrijden
Fysionomie Orthopedagogie en psychotherapie

Aangepast paardrijden

Integratie
Inclusie

Hypotherapie

Neurologisch en neurofysiologisch effect

 

 

Orthopedagogisch paardrijden

Pedagogisch effect
Orthopedagogisch effect
Reëducatief effect
Sociaal effect

Hypotherapie in de bewegingstherapie

Psychomotorisch effect
Sensomotorisch effect
Orthopedisch / reumatologisch effect
Respiratoir en circulatoir effect
Reëducatie, rehabilitatie

Therapie met het paard bij psychiatrische en psychische problemen

Psychotherapeutisch
psychomotorisch

 

Paarrijden als sport

Recreatief
competitief

 

 

 

In voorgaand schema kan je de drie grote stromen binnen het algemene kader van de hypotherapie terugvinden. Met elk hun eigen onderverdeling. Deze indeling toont aan waar men paarden binnen een bepaalde therapie en met welk doel kan inschakelen.
We spreken voornamelijk over “hypotherapie” en “hypotherapie in de bewegingstherapie” binnen de bewegingstherapieën en de kinesitherapie. De nadruk licht hier zeer sterk op het lichamelijk vlak.
Het begrip orthopedagogisch paardrijden vinden we dan weer heel vaak terug in instellingen voor personen met een handicap of voor kinderen en jongeren binnen het jeugdrecht.
We spreken over therapie met paarden bij psychiatrische en psychische problemen, voornamelijk binnen gespecialiseerde instellingen waar patiënten worden opgenomen.
Buiten deze gespecialiseerde instellingen en de verschillende therapeuthen spreekt men over aangepast rijden of paardrijden als sport.

 

verzorgingverzorging hoeven

Top

 

5. De meerwaarde van een paard binnen de relaxatietherapie

De meerwaarde die een paard geeft bij hypotherapie blijft binnen de relaxatietherapie behouden.

Deze moeten we zoeken in:

- Het feit dat er meer verwacht wordt van de cliënt. Het is niet niets om ontspannen “op” of ontspanningsoefeningen uit te voeren op een paard. Het vergt van de cliënt enerzijds een overgave aan en anderzijds een vertrouwen in het paard. Het vertrouwen van de cliënt in de therapeut en het zelfvertrouwen is doorslaggevend. Bij statische oefeningen in de gewone relaxatietherapie gaat de cliënt meestal liggen of zitten op levenloze materialen.
- Werken met paarden is een dynamischer gegeven. Het kan ervoor zorgen dat de cliënt de therapie niet onmiddellijk ervaart als therapie.
- Het paard kan voor een veilige omweg zorgen, zeker bij cliënten die hun vertrouwen in de “traditionele” hulpverlening hebben verloren.
- Het paard geeft duidelijk aan in welke toestand de cliënt op zijn rug zit of ligt. Als een cliënt niet ontspannen is zal het paard zelf ook onrustig zijn. Omgekeerd is even waar. Het is aan de therapeut die in het begin deze signalen moet zien. Later als de cliënt vertrouwd is met zijn eigen ontspanning kan hij dit zelf controleren door middel van het paard. De cliënt zal zelf voelen hoe het paard op zijn ontspanning reageert. Men heeft als het ware een betrouwbaar controlemiddel. In een eindfase kan de cliënt zelf zeggen of hij ontspannen is zonder op een paard te moeten gaan liggen.
- Het paard weerspiegelt het gedrag en de daaraan gekoppelde emoties van de cliënt, niet de therapeut. De therapeut zal in het begin het gedrag verklaren van het paard. Maar het is nog steeds het paard die de boodschap geeft. Dit maakt het in vele gevallen gemakkelijker voor de cliënt om deze informatie te aanvaarden. Na enige tijd hoeft de therapeut geen informatie meer te geven aan de cliënt over zijn emoties en gevoelens. De cliënt weet onmiddellijk van het paard hoe het zit. Werken binnen relaxatietherapie met paarden kan het zelfonderzoek naar de eigen emoties en gevoelens bevorderen.
- Het paard fungeert als een natuurlijk, betrouwbaar, non-bedreigend controlemiddel
- De ritmische en monotone bewegingen van een paard kunnen bijdragen tijdens de inductiefase van de ontspanning en tijdens de verdieping van de ontspanning.
- Een paard is een stilzwijgend dier, zonder vooroordelen, zonder oordeel.

 

op een paard liggen

Top

6. Als Laatste

Uit eigen ervaring met maatschappelijk kwetsbare jongeren ben ik ervan overtuigd dat paarden een therapeutische waarde hebben.
Als we paarden, onder welke vorm van therapie dan ook, gebruiken binnen een therapeutisch kader weten we dat we een heel andere setting creëren dan de klassieke setting in één of ander kabinet. Dit gegeven op zich is al een boeiend gegeven.
Paarden en paardrijden worden heden ten dage geassocieerd met ontspanning en recreatie. Dit geeft een indicatie dat er een spontane associatie is tussen paarden en ontspanning. Heel wat paardenliefhebbers geven tenandere aan dat hun paard hun dagelijkse portie ontspanning is.
Als we paarden gebruiken binnen het domein van de relaxatietherapie zal dit van de therapeut een open visie vergen. De therapeut zal zijn grenzen moeten verleggen om creatief om te gaan met deze nieuwe setting. Hij zal ook bereid moeten zijn om van de paarden zelf te leren. Een absolute basisvoorwaarde waar de therapeut zal moeten aan voldoen is een degelijke opleiding volgen in een erkend centrum tot hypotherapeut. Pas dan kan er een kruisbestuiving ontstaan tussen hypotherapie en relaxatietherapie. Een goede tussenstap kan de samenwerking zijn tussen een hypotherapeut en een relaxatietherapeut.
Volgens mijn mening liggen er zeker openliggende kansen in een combinatie van deze twee afzonderlijke therapieën. De kruisbestuiving bevindt zich voornamelijk op de psycho-sociale aspecten. Angsten worden overwonnen, er worden terug banden gelegd in een triade van cliënt-paard-therapeut, er wordt gewerkt aan het zelfvertrouwen en communicatie,… Het zijn stuk voor stuk gemeenschappelijke domeinen die op geheel eigen wijze worden benaderd.
Wat beide therapieën gemeen hebben zijn hun wortels in de fysiotherapie en de psychotherapie. De holistische visie op de mens wordt samen gedeeld.
Laten we zeker niet vergeten dat beide therapieën er zijn om de medemens, die uit zijn evenwicht is, te helpen een vernieuwd evenwicht te vinden. De weg naar evenwicht tussen lichaam en geest is van ondergeschikt belang, zolang het doel wordt bereikt.
Buiten het feit dat deze therapieën naadloos bij elkaar aansluiten. Wil ik van de gelegenheid gebruik maken om te vermelden dat paarden buiten therapie zeker ook bruikbaar zijn binnen het domein van de teambuilding.

Top