Genealogisch repertorium Nattenhaasdonk 1795-1904 (later Wintam)

De parochie Nattenhaasdonk was door haar ligging aan de Rupel een zeer  belangrijke handels- en strategische plaats. Ondanks de sombere teleurgang van de waterhoek" wordt algemeen aanvaard dat de kerk van Nattenhaasdonk eens de hoofdkerk was van de gemeente, als dochterkerk van Bornem. Het vermoeden dat de kerk van Nattenhaasdonk moederkerk was voor de kerk van Hingene wordt bevestigd door allerlei details: Een oorkonde, in 1487 uitgevaardigd door Maximiliaan van Oostenrijk, verplichtte de gemeentelijke overheid de officile bekendmakingen en verordeningen eerst in de kerk van Nattenhaasdonk en pas daarna in de kapel te Hingene mee te delen. Bijkomende onrechtstreeks bewijs vormt ook nog de interpretatie van twee oorkonden uit 1190 en 1198. Daarin wordt de naam van Haasdonk steeds vermeld vr die van Hingene, en ook bij de ondertekening figureert de handtekening van de pastoor van Nattenhaasdonk vr die van Hingene. 

In 1664 bij gelegenheid van een lang aanslepend rechtsgeding tussen de parochies Hingene en Nattenhaasdonk, omtrent de betwisting van voorrechten tussen beide kerken, haalt de pastoor van Nattenhaasdonk een brief aan van Wenernar, kastelein van Gent en heer van Bornem (1088-1138); daarin is sprake van de aanstelling door zijn grootvader van een priester te Haasdonk. Hieruit kan men met zekerheid besluiten dat Nattenhaasdonk een eigen kerk had in de eerste helft van de 11e eeuw. Van Hingene werd toen nog met geen woord gerept.

De 16e eeuw bracht voor Nattenhaasdonk veel tegenspoed. In 1566 werd de kerk volledig ver woest, vermoedelijk door beeldstormers. Pas veel later werd de wederopbouw aangevat in 1603 begon men aan een nieuwe toren, in 1610 aan het koor en in 1616 werd de beuk gebouwd. Deze periode moet ervoor bepalend geweest zijn dat Hingene Nattenhaasdonk definitief voorbijstak; menig pastoor te Nattenhaasdonk gaf toen zijn bediening op wegens armoedig bestaan. De pastoors van Hingene werden vanaf 1599 desservitor te Nattenhaasdonk. 

Het was de overstroming van 1825 die een einde maakte aan deze woonkern. Deze overstroming, die weken lang gans de omgeving blank zette, was het einde van het kerkelijk Nattenhaasdonk. De inwoners van het nabij gelegen Wintam hadden in het verleden reeds verschillende inspanningen gedaan om een eigen kerk te bekomen. Bij KB van 1827 werd er toestemming gegeven voor het bouwen van een nieuwe kerk op de kouter te Wintam. De eerste steen werd gelegd op 29 mei 1828. De toren kwam er pas in 1862. Het barok meubilair is afkomstig uit de kerk van Nattenhaasdonk. De nieuwe kerk werd toegewijd aan de Heilige-Drievuldigheid en aan Sint-Margaretha die voorheen patrones van Nattenhaasdonk was. 

Deze bewerking van de parochieregisters (1795-1904) is het vervolg op de reeds bewerkte parochieregisters (1600-1797). Er zijn genealogische gegevens van 1795 tot 1828 (Nattenhaasdonk) met aansluitend deze van Wintam tot 1904. Het bestand kent ondertussen reeds 10.860 namen.