RUISBROEK EN DE BOERENKRIJG

Toen de Fransen legers ons land binnenvielen, lieten ze de bestaande besturen verder functioneren, het zij soms met andere ambtenaren en met inname van de sleutelposities.

Ruisbroek behoorde tot het DEPARTEMENT VAN DE BEIDE NETEN dat Antwerpen als hoofdplaats had, en het grondgebied van de huidige provincie Antwerpen omvatte. Elk departement was ingedeeld in KANTONS, op 2 maart 1796 werd het kantonbestuur van Willebroek naar Frans model opgericht, het werd samengesteld uit de verschillende vertegenwoordigers van elke gemeente. Voor Ruisbroek waren dit Jan Amandel als municipaal agent en Guilielmus De Pauw als adjoint, later vervangen door Cornelius Addiers.

Krachtens de wet van 1795 waren al de priesters gehouden tot een verklaring van verkleefdheid en onderwerping aan de wetten van de Franse republiek, indien zij deze eed niet aflegden, verloren zij hun ambt. Pasoor Frans Van Der Meerschen en onderpastoor Jan Arents, beide norbertijnen van Grimbergen, weigerden de eed te Willebroek af te leggen. Al de pastoors van het kanton werden afgezet, de kerken gesloten en de klokken buiten dienst gezet, en de goederen van kerken en pastorijen werden onder sekwester gesteld.  

Onze priesters doken onder bij de familie Guilielmus De Pauw, notaris en burgemeester, en het was "de besloten tijd" voor hen. Missen worden in het grootste geheim gelezen,in boerenschuren en zelfs op zolders. De republikeinse kalender was reeds ingevoerd, zon- en feestdagen afgeschaft en de maand in decaden ingedeeld, Godsdienstonderricht is verboden en de tien geboden worden niet meer onderwezen en vervangen door de leer van "rechten van de mens" 

Op 10 juli 1798 verscheen een dekreet waarbij de verbanning naar Cayenne werd uitgevaardigd tegen 10 priesters van het kanton Willebroek, onder hen de 2 priesters van Ruisbroek en een kapucijn Daniel Claes, die te Ruisbroek ondergedoken was, hij was geboortig van Willebroek (1739) wordt later door de Fransen aangehouden, hij overlijd te Mechelen op 2 april 1804. In oktober 1798 werden de twee kerkklokken door de Fransen verbrijzeld, de brokstukken werden maar gedeeltelijk meegenomen.

De wet op de verplichte legerdienst zou ten slotte de maat doen overlopen bij de boerenbevolking, die tot dan de onderdrukking lijdzaam had doorstaan, dit was de onmiddellijke aanleiding tot het uitbreken van de "BOERENKRIJG". Op 12 oktober 1798 brak het oproer los te Overmere, en in de nacht van 21 op 22 oktober stormde in de dorpen bijna overal de klokken en werden de vrijheidsbomen die men bij het binnenkomen der Fransen geplant had, omgehakt. 

Emmanuel Benedikt ROLLIER, afkomstig uit St.Amands en woonachtig te Willebroek was de algemene leider der Boeren voor gans Klein-Brabant, een tiental kapiteins stonden onder zijn gezag, elk met een keurtroep boerenjongens, en onder hen Peer Jan APERS paardenkoopman, uit Ruisbroek. ROLLIER voerde het bevel te Willebroek, samen met APERS, zij broer Juliaan Rollier moest St.Amands en Bornem verdedigen, op 5 november 1798 vertrok vanuit Mechelen een legerkorps. De boerenjongens hadden aan de Zennebrug te Heffen een sterke draaiboom geplaatst. Om 4 uur s'morgens naderden de Fransen. Van uit de kerk werden ze beschoten, en een smid die kort bij de brug woonde werd onder doodsbedreigingen gedwongen de brug vrij te maken. Het huis van de familie Peertsmans werd door kanonvuur vernield, en uit de verslagen bleek dat onze Ruisbroekse kapitein er om kwam in de strijd.

Deze vergissing vinden we terug in verschillende historische werken over de boerenkrijg, APERS vond die dag de dood te Klein-Willebroek. Na de verovering van Klein-Willebroek, rukte de troepen op naar Ruisbroek om zo naar Wintam en Hingene te geraken. Van uit de eerste huizen in de Hoogstraat worden de soldaten beschoten en aanstonds wordt geschut opgesteld en een tiental huizen vliegen in brand, ook de molen op het Eikerveld brand volledig af. De weerstanders slaan op de vlucht en bataljonoverste Striffler meldt: "Deze gemeente wordt door ons ingenomen na een aanval die veel lichter was dan de vorige, vanuit Ruisbroek zond ik de helft der kolommen naar de Schelde, de andere kolom vergezelde ik naar Hingene "

Dat het dorpscentrum gespaard bleef is mede te danken aan burgemeester Guilielmus De Pauw, die door zijn goede kennis der Franse taal, de Fransen wist de overreden, dat er bijna geen dorpsgenoten aan de opstand hadden deelgenomen, terwijl hij maar al te goed wist dat het tegenovergestelde wel waar was. De avond van de 5 de november ziet de torenwachter van St.Rombouts te Mechelen de brand te Willebroek, Klein-Willebroek en Ruisbroek hoog oplaaien. 's Anderdaags verlaten de legereenheden de streek en op 10 november 1798 wordt te Ruisbroek weer een vrijheidsboom geplant. Spiette, commissaris van het kanton Willebroek, terug in dienst, schrijft " Ik durf nog niet naar Ruisbroek gaan, de bevolking aldaar heeft het ergst aan de opstand deelgenomen, zonder lijfwachten is het mij nog te gevaarlijk". 

Op 13 juni 1799 kregen de opstandige dorpen een zware schadevergoeding te betalen, het kanton Willebroek moest 6000 goudfranken betalen: Tisselt 715 fr - Blaasveld 285 fr - Willebroek 1.150 fr - en Ruisbroek 1.770 fr. De namen van de 11 gesneuvelde Ruisbroekse brigands zijn opgetekend in het parochieregister van Ruisbroek, op 5 november 1798 vielen te Klein-Willebroek in de strijd tegen de Fransen.

Thomas Aquina Van De Vijver, zoon van Jan Baptist en van Anna Catharina De Keersmaecker - 33 jaar. Philippus Driessens uit Antwerpen. Augustinus Sleebus, zoon van Melchior en van Isabella Magnus - 20 jaar. Joannes Fhilippus Verhulst, zoon van Egidius en van Anna Catharina De Schrijver - 20 jaar. Josephus De Pauw, zoon van Franciscus en van Isabella Geerts - 20 jaar. Cornelius De Pauw, zoon van Adrianus en van Catharina Van Breedam.Petrus De Jonghe, zoon van Egidius en van Petronella Willems. Jacobus De Pooter, zoon van Joannes Baptist en van Elisabeth Cools. Joannes Apers, zoon van Joannes en van Joanna Catharina Van Overloop. Petrus De Buyser, zoon van Joannes Baptist en Maria Claes. Petrus Joannes De Blezer, zoon van Josephus en Joanna Huygelen.

Joachim Siebens, zoon van Henricus en van Joanna Valckaerts, zwaar gekwetst te Klein-Willebroek en overleden te Ruisbroek op 11 november 1798, aan zijn verwondingen. 

Op 19 maart 1799 heeft Petrus Van Cauwenbergh te Antwerpen een poging ondernomen om de pastorie in te kopen, dit was geen gemakkelijke opdracht daar ze nog publiek verhuurt was. In 1801 komt Napoleon aan de macht en sluit met Paus Pius VII het concordaat, waarbij de uitoefening van de katholieke godsdienst weer mogelijk was en in ruil voor de aangeslagen goederen zouden voortaan de geestelijkheden door de staat betaald worden. In de lente van 1801 herneemt pastoor Van Der Meerschen zijn bediening, onderpastoor Arents is ondertussen pastoor te Wemmel, en op 28 mei kregen wij een nieuwe onderpastoor, norbertijn J.B Haevermans.