wpe6.jpg (6487 bytes)

Back ] Home ] Next ]

In lang vervlogen tijden bleven Kaïn en Abel, Abraham, David en Goliath, Johannes de Doper, Jezus v an Nazareth en Jozef de Timmerman strikt persoonlijke namen, ze werden niet op nakomelingen overgedragen. Karel de Grote (742-814) eiste bij wettekst (capitularium) dat het hoofd van ieder gezin een eigen geslachtsnaam zou aannemen... , maar deze verordeningen vervielen na de verbrokkeling van zijn rijk. In de volle Middeleeuwen achtten de land- en leenheren "hun dienstlieden" niet hoger dan hun vee. De tweeledige naam (voornaam met toenaam) die "de kleine man" in de jaren 1200-1300 te beurt viel, had een bet rekkelijke waarde. Waarom? Enerzijds omdat men elkaar voldoende kende in de dunbevolkte dorpen en stadswijken, en anderzijds omdat de identiteit van een persoon desnoods met getuigen werd vastgesteld. De overheid had geen belangstelling voor een wettig e regeling en liet zelfs verandering van naam toe. Zo bijvoorbeeld vestigde in de 15e eeuw een zekere "de witte uit Impe" zich in Gent waar hij de naam "Van Impe" kreeg toegewezen. Onder zijn zonen telde hij een timmerman en een visser die later naar hun beroep werden genoemd, aldus "de Timmerman" en "de Visscher". Ook een door het volk verzonnen bijnaam die aan de gebruikelijke familienaam werd toegevoegd, gaf soms aanleiding tot naamsverandering bij de kinderen. Zo bijvoorbeeld in de 15e eeuw: Olivier van Aelst, alias Vandewiele; Willem Baraet geseyt de Deckere; en "heindricx Sneven kinders diemen hiet baraet bi joncvrauwe kateline van vaernewyck" (de kinderen van Hendrik de Neve die men noemt Baraet). Voor de periode 1200-1595 mogen we terecht spreken van "toenamen" in plaats van "familienamen", want de volksfantasie of een gril van de drager zelf konden volstaan om van naam te veranderen. Koop, huwelijk of vererving van grond kon eveneens een verandering van naam teweeg brengen.

Registratie van onze erfelijke familienaam.

Het initiatief kwam van de katholieke kerk die haar pastoors na het Concilie van Trente (1545-1563) gelastte met het optekenen van doopsels en huwelijken. En al snel bemoeide ook de burgerlijke overheid zich met deze registratie en vaardigde in 1595, 1616 en 1754 maatregelen uit om willekeurige naamsveranderingen uit te sluiten. \par onderscheiden: bijvoorbeeld de Kerckhove de Denterghem, de Kerckhove d'Exaerde, de Maar sommige (adellijke) families bleven hun gewoonte trouw en voegden bij hun familienaam van het familiedomein om hun familietakken te Kerckhove d\rquote Ousseghem. In de 17e en de 18e eeuw hadden onze familienamen reeds een erfelijk karakter, verknoeiing bleef beperkt tot spellingsvarianten. Zelfs de invoering van de burgerlijke stand (decreet van 17 juni 1796) kon achteraf niet beletten dat er nog fouten inslopen: Velter - Velters - Feltern - Develter - Veltère. Toen ook de Nederlanders in 1811 een onveranderlijke en erfelijke "achternaam" in een "naam-aannemingsboek" moesten laten inschrijven, voelden onze noorderburen daar weinig of niets voor en zij toverden leuke namen te voorschijn zoals den Boer", "Schaap", "Koekoek" en "den Uyl".

Nog goed om weten.

- de lidwoorden "de" en "van" werden voor 1796 altijd met een kleine letter geschreven, dit wijst helemaal niet op adellijke afkomst.
- letters van je familienaam mag je niet verwisselen of nieuwe er letters aan toevoegen.
- je mag wel de familienaam van je echtgenoot/echtgenote gebruiken of aan je naam toevoegen.
- een schuilnaam (pseudoniem) is een denkbeeldige naam om je identiteit te verbergen in functie van een bijzondere activiteit; je mag die gebruiken om literair of artistiek werk te ondertekenen, mits derden hiervan geen hinder ondervinden.
- vondelingen krijgen een "speciale" familienaam, maar hun ouders en hun voorouders gaan de mist in.