wpe5.jpg (6531 bytes)

Home ] Next ]

Geschiedenis van de genealogie.

Het Oude Oosten:

De genealogie is een van de oudste wetenschappen. Om de goddelijke oorsprong te beklemtonen van hun vorsten, maakte ieder volk in de Oudheid stamreeksen op. Voor de Egyptenaren was de vooroudervereniging van groot belang. Het huwelijk was voornamelijk gericht op het krijgen van een nakomelingschap. Kinderen zijn een levensdoel van de ouders. Het is daarom hun plicht te zorgen voor de dodencultus om zo een gelukkig bestaan in het hiernamaals te verzekeren. Thoetmosis II liet in zijn graf een "Zaal van de grootouders" schilderen. Eťn van de eerste personen van wie de vier grootouders met zekerheid gekend zijn, is die van de farao Amenofis IV, beter gekend als Echnaton (ca. 1355 voor Christus). Dit is een van de oudste gekende kwartierstaten. In de Bijbel komen eveneens uitvoerige geslachtslijsten voor.

Griekenland:

Iedereen die de Ilias van Homerus las weet dat de Grieken zin hadden voor genealogie. Afstammen van een Griekse held uit de Trojaanse oorlog was een grote eer. Hoe dit werd bewezen is natuurlijk een ander paar mouwen. De Griekse dichter Hesiodius (8ste eeuw voor Christus) stelde in zijn Theogonie genealogieŽn van de Olympische godenwereld samen. De Grieken kenden al een zekere vorm van registratie. Een Atheens burger moest op de derde dag van de Apatouria, het feest van de vaders, zijn pasgeboren kind inschrijven bij de fatria. Deze maatregel staafde de wettigheid van geboorte. Vanaf dit ogenblik nam het kind ook deel aan de huiselijke eredienst in afwachting van het tijdstip waarop het zou ingeschreven worden in de registers van de burgerlijke stand.

Rome:

Omstreeks het jaar 1000 voor Christus woonden de Italische volkeren in dorpsgemeenschappen, die zich aaneensloten om stamstaten of pagi te vormen. Een eenheid die tussen de pagus en het individuele gezin lag, was de gens, die oorspronkelijk een vereniging van families voor het gemeenschappelijk bezitten van land schijnt te zijn geweest. Later verliest de gens alle praktische beteke nis, maar blijft verder leven in de typische Italische gewoonte een nomen gentilicum te voeren naast een persoonsnaam. De Romeinse voornamen waren weinig fantasie rijk. Slecht zestien voornamen werden gebruikt. Later voegden ze er een individuele bijnaam aan toe. De Pater Familias had in het oude Rome quasi priesterlijke functies en beschikte zelfs over leven en dood van zijn familieleden. De voorouders van een geslacht werden betrokken bij de cultus. Hun dodenmaskers waren in het atrium van de woning opgesteld naast het altaar van de huisgoden. De voorouderverering was aanvankelijk meer op maatschappelijke of militaire gronden gebaseerd. Later liet ook hier de Griekse invloed zich gelden en werd het een modeverschijnsel prat te gaan op een goddelijk afstamming. Keizer Augustinus, die toch eigenlijk slechts via adoptie van de Julii afstamde, was bijzonder ingenomen met zijn afstamming van de godin Aphrodite. Begrijpelijk dat er nogal een loopje werd genomen met de waarheid. Biologische verwantschap was voor de Romeinen trouwens van ondergeschikt belang. Genealogie had voor de Romeinen ook zijn praktisch nut. Een Romeins burger kende zijn zestien betovergro otouders omdat hij immers zijn Romeins burgerschap moest kunnen bewijzen. De Romeinen kenden dan ook een zekere vorm van registratie.

Germanen:

De bloedverwantschap speelde bij de Germanen wel een eerste rol, dit kunnen we zien bij de vele genealogische gegevens in hun sagen. De hele verwantschapskring, zowel in vrouwelijke als in mannelijke lijn (de zwaard- en de spillezijde) noemden de Germanen sibbe, de leden waren de magen. Hierbij denk je aan woorden zoals maagschap, vermaagschappen, zijmagen, ... die tot de Nederlandse taal horen. De sibben leven enigszins verder in de Schotse clans. Clans zijn afstammingsgroepen, waarvan de leden menen af te stammen van een gemeenschappelijke voorouder. Hier rond ontstonden vele legenden. Clan betekent in het Keltisch eenvoudig "kinderen" of "nakomelingen". De "Clann Eoghain" bijvoorbeeld, zijn de kinderen van Owen over acht of meer generaties. Deze clans beheersten het politieke en sociale leven in Schotland tot de slag bij Calloden (1745) een einde aan hun macht maakte. Ook de Noorse sagen begonnen meestal met een genealogie van hun helden. De skalden bezongen de heldendaden van de jarls op de feesten van de Vikingerkoningen (9de - 10de eeuw). Een Noorman kon zijn zeven vooraf gaande generaties opsommen. Iets wat bij veel volkeren terug te vinden is. Hoevelen van ons kennen nog de afstammelingen van onze vier paren overgrootouders?, acht paren betovergrootouders? Toch is ieder van hen een bloedverwant en genetisch met ons verwant. Hoever staan we van de NormandiŽr Are de Wijze (1067 - 1148) die in staat was zijn 16 kwartieren op te sommen of zijn verwantschap te bewijzen met Rollo, de eerste hertog van NormandiŽ?

Middeleeuwen:

In de Middeleeuwen stelde men ook afstammingslijsten van vorstelijke dynastieŽn op. Deze genealogieŽn zijn zeker voor de oudste gedeelten niet betrouwbaar en ook hier kwam het vooral neer op het aansluiten bij beroemde personen. De eerste genealogieŽn zijn droge opsommingen. Geleidelijk worden meer en meer gegevens vermeld over de daden van de beschreven personen. Zo was het mogelijk dat rond een genealogisch skelet langzaam aan een landsgeschiedenis ontstond. In Vlaanderen kennen we een dergelijke ontwikkeling waar de Flandria Generosa, een volwaardige kroniek van Vlaanderen, gegroeid is uit enkele genealogische gegevens uit de 10de eeuw. Eťn van de tussenstadia is een Genealogia in verzen gaande van 1119 en bewaard in het Liber Floridus, een soort geÔllustreerde encyclopedie. Hierin werd ook de Genealogia comitum Flandriae van Lambert van Sint-Omaars opgenomen (1120 - 1128). Van een wetenschappelijke beoefening van de genealogie was er nog geen sprake.

Moderne tijden:

De stichter van de wetenschappelijk bewerkte genealogie was de Fransman Andrť Du Chesne (1584 - 1640). Hij bestudeerde systematisch de afstamming op basis van oorkonden en eventijdige bronnen die hij als bewijsmateriaal opnam in zijn genealogische studies. Burggraaf van Terwaan, Philippe de l'Espinoy (geboren ca 1552 - overleden 1633) zocht vooral de oorsprong van Vlaamse adellijke geslachten. Zijn werk "Recherches des Antiquitťz et Noblesse de Flandres werd uitgegeven in 1631 in Dowaai. In de 18de eeuw zagen de eerste genealogische handleidingen het daglicht. Johann Gatterer (1727 - 1799) gaf de eerste bruikbare definitie van de genealogie: "Darstellung aller von einem und ebendemselben Vater abstammenden Personen, entweder der mšnnlichen allein oder der mšnnlichen und weiblichen zusammen". In zijn in 1776 uitgegeven Tables des ancŤtres de Fadrique de Toledo Osorio gebruikte de Spanjaard HiŽronymus de Sosa de methode van nummering van de kwartierstaten van von Aitzing. In onze gewesten lieten de genealogen zich evenmin onbetuigd. In de Zuidelijke Nederlanden nam Joannes Baptist Houwart (1626 - 1688), schepen en later secretaris van zijn geboortestad Brussel, een vooraanstaande plaats in. Hij bestudeerde de schepenregi sters en bundelde het resultaat van zijn opzoekingen in meer dan honderd registers. Het fonds Houwaert bevindt zich momenteel in de Koninklijke bibliotheek. Door de vernietiging van het Brussels archief bij het bombardement in 1695 kregen de handschriften van Houwart een grote waarde.

De moderne genealogiebeoefening in ons land:

In de negentiende eeuw werd de beoefening van de genealogie in een meer wetenschappelijke baan geleid. De 19de eeuw was trouwens op genealogisch gebied een ware bloeiperiode. Jan Jacob Gailliard, Felix-Victor Goethals , Arthur Mergherlynck en F. Van Dycke zijn bekende genealogen. Het accent bleef evenwel liggen op adellijke en patriciŽrsfamilies. Een belangrijk feit op genealogisch gebied, die ook in ons land weerklank vond, was de verschijning in 1898 in Berlijn van het werk van Dr. Ottokar Lorenz (1832 - 1904). Dit "Lehrbuch der gesammten wissenschaftlichen Genealogie" is een heel uitgebreide verhandeling. Hij beklemtoonde de natuurwetenschappelijke richting van de genealogie (onder invloed van de theorieŽn van Darwin), die echter door haar bijdrage aan de nazistische rassentheorieŽn de genealogie een tijdlang in een slecht daglicht plaatsten. Tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw bleef de beoefening van de genealogie een bedoening van een elite, behorende tot de adel en bij ons vooral tot de Franssprekende burgerij. Geleidelijk zal tijdens en na de tweede wereldoorlog het accent worde n verplaatst naar de werkelijke familiegeschiedenis, genealogiebeoefening voor iedereen.

wpeF.jpg (1256 bytes)

HH01515A.GIF (970 bytes)

(Deze en de volgende teksten komen uit Handleiding voor genealogisch onderzoek in Vlaanderen door Johan Roelstrate. Dit boek is een must voor iedere genealoog)