Met 52 renners stonden we aan de start voor 114 km wedstrijd. Het parcours in Langemark is niet meteen mijn favoriete omloop en dat bleek in de voorbije edities ook telkens in het resultaat. Nog nooit had ik er goed gereden, maar ik was wel vastbesloten om het dit jaar goed te doen.
Zoals de laatste tijd gewoonlijk is, werd er van in de start gedemarreerd. Het tempo lag dus meteen redelijk hoog en vooral op het lange rechte stuk met in de wind in de rug was het gas geven. Ik denk dat ik dit seizoen nog niet veel sneller gereden heb als op dat stuk vandaag. Er geraakte een groep renners weg en bij ons viel het af en toe eens stil om dan opnieuw volle bak door te trekken. Het leek een beetje op een juniorskoers op sommige momenten, vond ik. De ganse wedstrijd lang zat ik goed in het peloton en toen we de leiders weer voor ons uit zagen rijden, besloot ik om ook mijn deel van het werk op te knappen in de achtervolging.
Helaas zaten er teveel slepers tussen en zagen we de vluchters opnieuw van ons weg rijden. Op drie ronden van het einde zaten we nog met een twintig renners in het peloton en waren er 15 voorop. Ik moest er dus vijf achter mij houden om me in de prijzen te rijden, maar ik voelde dat er niet veel meer in de benen zat. De eerste volgende versnelling was er voor mij dan ook teveel aan. Samen met een andere jongen werkte ik de ronde af en op twee ronden van het einde mochten we stoppen. Zo behaalde ik toch nog de 33ste plaats.
Ik ben opnieuw blij met m'n prestatie, want net als vorige week had ik amper getraind gedurende de week. Het lijkt alsof ik beter presteer naarmate ik minder ga trainen. Toch zal ik proberen om deze week wat meer kilometers af te werken op training.
De keren dat ik in Beveren aan de start verscheen, had ik al telkens op een verschillend parcours gereden en vandaag was het niet anders. Met 95 renners werden we op pad gestuurd voor iets meer dan 112 km.
Bij de start schoot ik als derde weg in het wiel van Belgisch kampioen Davy Commeyne. Ik voelde al snel dat ik, althans in het begin van de koers, wat last had van pijnlijke benen. Daardoor zette ik me wat meer in het midden van het peloton. Na twee ronden voelden de benen echter opnieuw perfect aan, maar ik besloot om toch maar op m'n plaats te blijven en niet teveel krachten te verspillen. Ik kon redelijk makkelijk het tempo volgen en reed meestal ook een paar tandjes kleiner dan de rest. Terwijl sommige jongens op hun 11 reden, deed ik dat op m'n 15. En dit ging bij mij heel gemakkelijk. Terwijl de anderen onnodig veel krachten verspilden op die zware versnelling, kon ik m'n benen blijven sparen. Dit was ook nodig
want ik had tijdens de week niet genoeg getraind. Naarmate de wedstrijd vorderde voelde ik natuurlijk ook wel dat het minder en minder begon te gaan bij mij. Toen het peloton splitste, zat ik in de tweede groep. Er zat niet veel meer in om naar de eerste groep te springen. In de sprint van m'n groepje eindigde ik toch nog als vijfde en ik denk dat dit goed was voor de 55ste plaats.
Ik ben tevreden, want zonder training en in de warmte reed ik een uitstekende wedstrijd.
Deze keer stonden er 63 renners aan de start, wat voor deze wedstrijd een record blijkt. Al van in het begin, voelde ik me niet zo comfortabel op de fiets. Ik had niet zozeer last van pijnlijke benen of zo. Het gevoel zat niet zo goed. Het was precies of het niet draaide, nochthans zat ik goed in het peloton en kon ik tamelijk goed volgen. Maar het was precies of ik, bij het optrekken na een bocht, zwaar in het rood ging.
Er raakte een redelijk grote groep weg en een ganse tijd zagen we (het peloton) ze rijden, maar erbij komen deden we niet. Er waren bij ons verschillende ontsnappingspogingen, maar die resulteerden in niets. Het hielp alleszins niet om eventueel nog het gat te dichtten, want iedere keer viel het opnieuw stil. Zelf moeide ik me niet in die debatten, omdat ik me absoluut niet wou forceren. Uiteindelijk kwam er een breukje in het peloton en moesten we met een achttal renners er af. Het gat was niet zo groot en ik moest wel uit m'n pijp komen om nog bij het peloton te blijven. Ik raakte tot op enkele meters, met de rest in m'n zog, maar éénmaal de wind in de zij kwam, was het bij mij helemaal op. Ook de anderen kregen het niet meer dicht.
Toen we hoorden dat voor ons de laatste ronde aanving, besloot er eentje van ons om te demarreren. Ik ging mee met hem en voelde toen al dat er van m'n sprint (normaal een sterk wapen van me) niet veel zou terecht komen. Op het einde viel gans ons groepje nog uit elkaar en elk apart overschreden we de finishlijn, waarvan ik als zesde (van de 8). Ik vermoed dat ik rond de 42ste plaats zit. Het kon eigenlijk iets beter vandaag, indien alles meezat.
Er waren 68 renners die hun rugnummer hadden afgehaald. En net als vorige maandag had ik het nummer 19. Ik hoopte dat dit geen slecht voorteken was, want de vorige keer had ik met dit rugnummer lek gereden.
Het parcours in Boezinge is nogal ambetand, vind ik. Je hebt er verschillende kasseistroken, maar je kunt er wel in het gootje rijden. Maar in de bochten moet je dan toch die kasseien op en die breken het ritme volledig. Ook verloor ik op de kasseistrook één van m'n drinkbussen. Van in het begin had ik al gevoeld dat ik me vandaag zou moeten beperken tot volgen. Meewerken in de achtervolging op de vluchters zat er vandaag absoluut niet in. Integendeel, met de wind op de zij was het er alles uitpersen om goed uit de wind te kunnen zitten.
Op het einde van de tiende ronde, moest ik een klein gaatje laten. Ik kon op dat moment niet beter en zag de rest (of wat er nog van overschoot) langzaam maar zeker van me wegrijden. Ook twee andere jongens moesten loslaten en ik probeerde om nog bij hen te geraken. Even leek het me te gaan lukken, maar ik kon uiteindelijk de aansluiting niet maken. Dit vooral omdat ik alleen tegen de vele wind, niet veel kon inbrengen tegen twee anderen die goed samenwerkten.
Na de twaalfde ronde zat m'n wedstrijd er op en behaalde ik de 38ste plaats. Al bij al nog niet zo slecht uiteindelijk. Vandaag had ik echt niet de benen als maandag en kan ik dus redelijk tevreden zijn.
Met ongeveer 78 renners stonden we aan de start in de gietende regen. Ik hou wel van dit weer en de eerste ronde bevond ik me dan ook in de voorste regionen van het peloton. Ik had een heel gevoel in de benen, ook toen ik wat achteraan in het peloton zat, had ik niet veel moeite en voelde ik me echt wel super.
Ik had het gevoel dat ik een echte superdag had, misschien wel m'n beste dag van het seizoen en dan nog met de profs. Helaas liep het mis op technisch vlak. In de vierde ronde voelde ik dat ik met een leegloper zat. Net op het moment dat ik een signaal wou geven dat ik lek reed, reed de neutrale wagen mij voorbij. Hierdoor mocht ik meteen een kruis maken over m'n wedstrijd.
In het begin was ik serieus ontgoocheld, want ik had echt het gevoel dat ik de koers zou uitrijden. Ik troost me met de gedachte dat ik goed kon volgen.
Vandaag waren we met 46 renners. Ook stond er opnieuw veel wind, en die stond voor het grootste deel van het parcours op de zijkant.
Al van in de start was er een demarrage van Patrick Cocquyt. Aan het einde van de eerste ronde had hij een voorsprong van 20 seconden. Alleen in de wind was het echter niet te doen, waardoor hij op enkele anderen wachtte. Een tiental renners ging in de achtervolging op hem en vond aansluiting. In het peloton (waar ik me bevond), hadden ondertussen toch al enkele jongens moeten loslaten. Ik besloot om mee te draaien in de achtervolging. Als ik over goeie benen beschik, kan ik namelijk niet stilzitten en voel ik mij verplicht om mijn deel van het werk te doen. Met een aantal draaiden we goed rond en onze achterstand van 33 seconden werd in één ronde terug gebracht naar 18 seconden.
Dan is het natuurlijk de bedoeling om het gat helemaal te dichten, maar een ronde later was het verschil terug 22 seconden. Uiteindelijk leek het ons te gaan lukken om het gat te dichtten, tot er iemand van onze groep besloot om te gaan demarreren. Hij had wellicht gedacht dat hij er zo naartoe zou kunnen springen, maar helaas voor hem lukte dat niet. En door zijn manoeuvre was ons radarwerk helemaal naar de vaantjes. Het duurde een tijdje vooraleer we opnieuw georganiseerd geraakten en zo waren de vogels definitief gaan vliegen. Ik zag meteen dat het niet meer ging lukken om het gat te dichten en besloot om me wat verder in de groep te gaan zetten en het werk eens over te laten aan de jongens die nog geen meter kop gedaan hadden.
Net voor aanvang van een verschrikkelijke stortbui, barstte ons groepje in stukken. Ik zat natuurlijk te ver, maar ik had ook al gevoeld dat ik al heel wat van m'n krachten verspild had. De enorme stortbui zorgde ervoor dat het tempo er wat uitging en ik dus bij een groepje gelosten kwam te zitten. Toen de zon terug uitkwam, had ik het lastig met de warmte. Vooral ook door de verdamping van het water op de grond.
Uiteindelijk legde ik beslag op de 29ste plaats. De plaats zegt misschien niet zoveel, maar ik ben opnieuw heel tevreden met de manier waarop ik vandaag gekoerst heb.
We stonden met 85 renners aan de start, waaronder ook Frank Vandenbroucke. Er stond heel veel wind, dus was het de bedoeling om vooraan te zitten, zodat je achteraan niet te snel in de problemen kwam.
Ik maakte een goeie start en kon me redelijk goed vooraan in het pak houden. Er waren veel ontsnappingspogingen en heel vaak mochten er renners zo maar wegrijden. Iets voor halfweg de wedstrijd brak het peloton in enkele stukken. Mijn stuk leek stil te vallen en behield het hoge tempo die er heerste. Samen met Abel (van Allé Allé Zimbabwe) kon ik wegrijden op zoek naar de renners voor mij. Helaas waren we niet sterk genoeg, maar de anderen hadden ondertussen ook al het gevaar gezien en snelden ons voorbij en zo werd het peloton opnieuw een ietwat grotere groep.
Enkele ronden later zat ik iets te ver achteraan en werden er gaten gelaten in het stuk met de wind op zij. Hierdoor geraakte ik dus in een groepje gelosten, maar ik wou me niet zo snel naar de slachtbank laten leiden en trok een eerste keer stevig door om opnieuw bij het peloton te geraken. Ik kwam iets dichter, maar ook de anderen raakten opnieuw bij mij. Bij het opdraaien van de grote baan richting finish, zag ik dat het peloton wat aan het stilvallen was. Net op een lastig stuk met de wind op kop, was dit. Bij ons liet de rest blijkbaar de moed wat zakken, want ook wij vertraagden.
Toen de wagen van de koersdirecteur naast ons kwam rijden, om onze nummers op te schrijven, besloot ik om nog eens door te zetten. Deze keer geraakte ik alleen weg en al snel had ik de achterstand op het peloton gehalveerd, maar toen bleef ik een beetje op dezelfde afstand hangen. Ik wou nog voor de wind achter er bij geraken, omdat de snelheid dan te hoog ligt om er alleen bij te komen. Ik slaagde er niet in om voor de windachter het gat te dichten. Maar ik zette een tandje bij en slaagde er in om terug aansluiting te vinden. Net op dat moment moesten er echter opnieuw enkele jongens af, want we waren opnieuw in de zijwind gekomen. Ik kon er gelukkig bij blijven.
Een ronde later liet er echter opnieuw iemand een gat en ik kon echt het gat niet dichtkrijgen, door de vorige inspanning. Aan de aankomst mochten ik stoppen na 1 uur en 35 minuten.
Ik ben wel tevreden, want op karakter reed ik een gat dicht, waarvan ik vroeger wellicht het hoofd ging laten hangen. Ik maak dus vooruitgang.
Het was twee weken geleden dat ik nog een wedstrijd gereden had en ik wist dus niet goed hoe ik het er ging van afbrengen vandaag. Van in de start had ik wel meteen een goed gevoel in de benen en ik kon redelijk makkelijk volgen halfweg het peloton. De snelheid lag redelijk hoog, maar zo heb ik het wel graag. Voor mij moet het niet te vaak stilvallen.
In het begin van de wedstrijd waren er enkele valpartijen maar ik probeerde om er niet teveel aandacht aan te besteden. Met nog zo'n zes ronden te gaan, ging het al wat moeilijker voor mij. Ik had een zeer zwak moment en verzeilde achteraan in het peloton. Ik hing echt aan de rekker en een ronde later begaf ik. Het was helemaal op bij mij en met nog vier ronden te gaan, mocht ik stoppen. Ik vermoed dat ik op de 57ste plaats op 83 eindig.
Ik ben wel tevreden want ik kon na een tijdje inactiviteit toch meer dan 2 uur en 10 minuten rijden.
We stonden met 51 renners aan de start voor een criterium over 40 ronden ofwel 70 kilometer. Al van in het begin voelde ik dat ik niet echt super was. De benen waren nochthans goed, maar ik zat af te zien van de warmte (moet altijd eerst wat acclimatiseren) en ook m'n geblesseerde schouder speelde opnieuw op. Na iedere bocht had ik het lastig om op te trekken. Het duurde dan ook niet lang vooraleer ik voeling met het peloton verloor. Van dat peloton bleven er trouwens al niet meer zoveel over, want er waren al een deel renners die hadden moeten loslaten.
Met een drietal reden we samen, waarvan er nog eentje wegreed. Toen we mochten sprintten voor onze plaatsen, zat er bij mij echter niks meer in om nog snedig uit het zadel te komen. Ik moest me vandaag tevreden stellen met een 38ste plaats. Was het nu iets minder warm geweest en had m'n schouder het uitgehouden, dan had ik wellicht nog wat langer kunnen rijden. Maar bon, dat is nu éénmaal koers zeker.
Vandaag was het een beetje een halve thuiswedstrijd. Ik woon op een 15-tal kilometer van Veurne en ik ken de stad redelijk goed.
We stonden met 77 renners aan de start en de eerste ronde kwam ik goed vooraan in het peloton door. Bij het opdraaien van de grote weg werd wel duchtig de gashendel opengetrokken en deze leek niet meer stil te gaan vallen. Het werd een snelle koers die door de hitte ook nog eens extra lastig gemaakt werd. In de eerste ronde had ik trouwens ook een dosis geluk, want ik geraakte (in de kleine wegen) van de weg af, maar kon zonder problemen terug het asfalt op.
Het parcours was ook nog redelijk gevaarlijk, want het betonweggetje is helemaal kapot met spleten in het wegdek die voor gevaarlijke toestanden kunnen leiden. Gelukkig bleven ongevallen uit. In de zesde of zevende ronde viel het peloton in stukken uiteen en zat ik net iets te ver. In mijn groepje deed ik duchtig m'n deel van het werk en toen we onze laatste ronde ingingen werd er gedemarreerd om toch maar weg te geraken. Daardoor kwam er opnieuw een breukje in ons groepje en zat ik natuurlijk weer in het tweede deel. Ik won nog vrij gemakkelijk de spurt van dat deel, maar baalde een beetje dat ik niet bij die anderen zat op dat moment. Vooral
omdat ik weet dat ik over een goeie spurt beschik.
Uiteindelijk pakte ik dus de 47ste plaats. Die uitslag zegt misschien niet veel, maar de manier waarop ik vandaag reed, doet het beste verhopen voor de toekomst.
Deze keer stonden we met 75 renners aan de start. Van in het begin, had ik al meteen gevoeld dat ik over goeie benen beschikte. Ik kon als vierde vertrekken en ging meteen in de reactie op een eerste aanval. Ik nam hard over en zag dat ik alleen zat. Nog voor de eerste bocht werd ik echter al gewild opgeraapt door het peloton. Ik had meteen door dat het er redelijk nerveus aan toeging en bedacht bij mezelf dat het wel eens slecht zou kunnen aflopen voor sommigen. Helaas kreeg ik gelijk, maar was ik ook één van de slachtoffers.
Net voor de tweede bocht was er een stuk haag die over de weg ging. Een paar plaatsen voor mij ging er een renner vol in en kwam ten val. Hij kwam terug in het peloton (op de grond) vlak voor m'n neus en ik reed vol op hem in. Gelukkig ging het niet zo snel op dat moment, maar toch voldoende om met een serieuze koprol tegen de grond te smakken. Ik stond terug recht en had moeite om m'n ketting terug op te leggen. Vooral door de kwaadheid die zich over mij meester maakte. Na een tijd lukte het toch en kon ik m'n weg terug verder zetten. Helaas niet voor lang. Ik werd de verkeerde weg opgestuurd door een seingever en besloot dan maar meteen om op te geven. Het zat me heel hoog en ik was echt woest. Er moest niet direct iemand dicht bij me in de buurt komen.
Hopelijk is het nu gedaan met de pech, want ik begin het beu te worden.
Er stonden amper 32 renners aan de start. En dit is heel erg lastig. Zodra er aangevallen wordt, moet je maken dat je meegaat of de koers is over nog voor hij goed en wel begonnen is. Ik maakte een goeie start en met een drietal reden we eventjes voor het peloton uit. We werden al snel terug bijgebeend. Het was ook niet meteen de bedoeling om al meteen het hazepad te kiezen.
De ene aanval na de andere volgde elkaar op wat het er alleen maar lastiger opmaakte. De eerste rondjes zat ik dan ook met wat problemen, maar geleidelijk aan kwam ik er door. Met het peloton haalden we halfweg de wedstrijd een groepje achtervolgers in en meteen werd opnieuw de gashendel opengetrokken. Het deed pijn aan de benen en voor het eerst in de koers (na 1 uur een half) begon ook m'n schouder op te spelen. Maar ik besloot om er geen aandacht aan te besteden. Net zoals ik ook niet veel aandacht besteedde aan een zware valpartij enkele plaatsen voor mij. Ik wou niet dat ik opnieuw met schrik op de fiets zat, zoals de voorbije wedstrijden blijkbaar wel het geval was. Uiteindelijk moest ik met nog vier andere renners uiteindelijk de anderen laten rijden.
Op vier ronden van het einde mochten we sprintten voor onze plaatsen. Ik zat in tweede positie, maar stond enkele tandjes te groot om aan de sprint te beginnen, waardoor m'n voorganger enkele lengtes kon nemen. Ik dreigde eventjes om ook die tweede plaats te verliezen, maar schakelde op m'n grootste versnelling en kon afstand nemen. Ik kwam nog redelijk kort om de sprint te winnen, maar ik werd tweede van m'n groepje. De kramp was wel tot bijna achter m'n oren geschoten.
Uiteindelijk haalde ik de 21ste plaats, maar ik ben vooral tevreden over hoe ik gereden heb. Ik heb meegewerkt in het peloton, ik heb aangevallen en ik heb goed gesprint (behalve het kleine foutje in het begin dan). Alles lijkt terug normaal te gaan worden.
Met 128 renners werden we op weg gestuurd op een lastig parcours. De aankomst lag na een hellende strook en ook het parcours was nooit echt plat. Zo heb ik het wel graag.
Al in de eerste ronde ging het hard en kwamen al heel wat renners in de problemen. Ik zat weer veel te snel achteraan, maar de eerste ronde kon ik goed overleven. In de tweede ronde ging het nog harder en opnieuw werden heel wat gaten gelaten. Op een bepaald moment moest ik helemaal alleen proberen het te dichten. Ik hangde op zo'n tien meter, maar ik kwam geen meter dichter. Ik keek herhaaldelijk achterom op zoek naar steun. Maar het groepje achter mij kwam ook niet dichter op mij. Ik wist dat ik alleen het gat niet zou dichten, dus moest ik wel op hen wachten. Ondanks een goeie samenwerking kwamen we niet meer erbij. We raapten heel wat renners op, maar op het einde van de zesde ronde mochten we voor onze plaatsen sprinten. Een pijnscheut in de geblesseerde schouder belette me echter om er vol voor te gaan. Zo werd ik
geklopt en moest ik vrede nemen met de derde plaats van ons groepje van een tiental renners.
Ik heb er geen idee van op welke plaats ik uiteindelijk eindigde, maar ik kan wel zeggen dat er amper 18 renners de volledige afstand aflegden. Zelf reed ik een uur.
In Gullegem zijn er altijd veel renners en vandaag was niet anders. We stonden met 235 renners aan de start, met zogoed als alle Belgische toppers (Tom Boonen, Stijn Devolder, Greg Van Avermaet, Jurgen Roelandts, enz.) Ik stond wat te ver achteraan in de start en had er lichtjes op gehoopt dat ze wat traag zouden vertrekken, zodat ik een kansje maakte om op te schuiven. Die hoop werd al meteen gekelderd. Na de eerste bocht ging de gashendel helemaal open en er werd niet meer van het gas gegaan. Het parcours telt nogal wat bochten en op dit moment heb ik miserie met de linkse bochten. Dan is het net alsof m'n gekneusde schouder uit elkaar valt. Op dit parcours was meer dan de helft van de bochten naar links. Je kunt dus begrijpen dat ik op twee fronten afzag. De snelheid en m'n schouder.
Ook de wind speelde z'n rol. In het stuk langs de autosnelweg was het bij ons op het kantje rijden. Het was een brede baan, maar iedereen zat op het fietspad te vlammen. In de tweede ronde was er op dat stuk van het circuit een akkefietje een paar plaatsen voor me. Iemand ging van de weg af en ik dacht dat ik Aartrijke terug zag komen (m'n val). Gelukkig hield hij zich recht en kon ik, net als de rest van de groep, zonder veel moeite passeren. De volgende ronde kreeg ik het daar al wat moeilijker, maar ik was duidelijk niet de enige. Het regende er ook lekke banden en ik hoopte om van pech gespaard te blijven. In de vierde ronde viel er echter een gat en ik kon het niet dicht krijgen. Enkele andere jongens trouwens ook niet. Zo raakten we tussen de auto's terecht.
Daar is het altijd gevaarlijk. Er wordt getoeterd en geroepen dat het een lieve lust is. Dit maakt volgens mij niet alleen de renners zenuwachtig, maar ook de sportdirecteurs. Op een bepaald moment moesten we met een vijftal tussen de twee auto's door rijden. We werden bijna gesandwicht, maar op dat moment moet je echt je verstand op nul zetten en er vol voor gaan. Ons groepje brak in twee stukken en het eerste stuk kon de aansluiting met het peloton opnieuw maken. Wij raakten er ook bijna bij, maar toen kwam opnieuw het stuk langs de autostrade en brak de veer. Met nog drie anderen maakte ik die ronde af en besloot dat m'n ronde er op zat. Ik had wellicht nog verder kunnen rijden, maar door het vele publiek op het parcours was dit levensgevaarlijk.
Desondanks ben ik toch tevreden. Het had wel wat langer mogen duren, maar ik heb toch een uur volle bak moeten geven. Laten we zeggen dat ik een redelijke training achter de rug heb.
Er waren amper 46 renners. Eigenlijk is dit een redelijk normaal deelnemersveld, maar de laatste wedstrijden waren we zo goed als altijd met meer dan 100. Omdat er 50 prijzen waren, was ik dus al zeker dat ik in de prijzen ging rijden.
Van in de eerste ronde voelde ik al dat het lastig zou worden. Het was wind op de kop of wind in de rug. In normale omstandigheden is dit goed te doen, maar er stond vandaag wel heel veel wind. In de kleine weggetjes was het ook ambetand rijden, omdat er heel wat putten lagen. Iedere schok voelde ik in m'n sleutelbeen en zorgde er voor dat ik me nog oncomfartabeler ging voelen dan dat ik al was.
Uiteindelijk moest ik de groep laten rijden (weet niet meer welke ronde). Maar voor me waren er nog twee renners die in de problemen zaten. Ik moest heel lang achtervolgen, maar in de windop reed ik eindelijk het gaatje dicht. Ik nam meteen over en één van de twee kon niet meer overnemen. Met twee reden we dus nog twee ronden elk op z'n toer, met bij ons dus die andere jongen die niet meer kon meewerken. Aan het einde van onze wedstrijd (na 1 uur 10 minuten) eindigde ik als eerste van de drie. Dit was nog goed voor de 36ste plaats.
Ik kan tevreden zijn, want ik heb toch ferm afgezien met m'n sleutelbeen. Ik had een beetje moeite om te ademen daardoor. Volgende dinsdag bij de profs hoop ik dat het iets beter gaat.
Met 121 renners stonden we aan de start, voor wat weer een snelle wedstrijd zou worden. Er waren ook veel bochten, maar vandaag leek ik dit nog goed te verdragen.
Aan het einde van de eerste ronde was er al meteen een valpartij schuin achter me. Het typische geluid deed me eventjes huiveren, maar al snel was de concentratie weer helemaal terug. Maar goed ook, want in de tweede ronde lagen er opnieuw enkele renners tegen de vlakte. Het tempo lag heel hoog en in de vierde ronde had ik wat problemen, maar ik kwam er al snel terug door. In de zevende of achtste ronde (heb er geen idee meer van) liep het echter helemaal mis bij mij.
Het ging er snel aan toe en het was op het kantje rijden. Plots maakt de renner voor m'n neus een zwieper, waardoor ik naast de weg geraak. Het niveauverschil tussen weg en berm was veel te groot en ik had geen andere uitweg meer. Ik wist dat een valpartij m'n gevolg zou zijn. Dit alles gebeurde in een fractie van een seconde. Ik knalde hard op m'n linkerkant en maakte een koprol. Nog enkele anderen gingen vol over me heen. Eventjes bleef ik liggen, maar ik krabbelde toch redelijk snel terug recht. Ik kreeg enkele verwijten over me heen, maar ik kon er echt niks meer aan doen. Ik wou zo snel mogelijk terug weg, maar zag dan dat m'n fiets zwaar beschadigd is. Het versnellingsapparaat is afgebroken en ook de rechterremgreep had een serieuze deuk.
Er was dus geen sprake meer om verder te rijden. Ik moest dus noodgedwongen de ambulance in richting de aankomstlijn. Daarna werd ik verzorgd in de eerstehulp-post en begon de eerste pijn tot me door te dringen. Ik ben serieus geschaafd aan de linkerkant en heb ook een kneuzing aan m'n linkerschouder. M'n fiets moet dus rare capriolen gemaakt hebben, want daar is rechts de meeste schade.
Hopelijk heb ik de volgende koers meer succes.
Er waren opnieuw veel deelnemers. Er stonden exact 100 renners aan de start.
Van in het begin werd er duchtig de pees opgelegd. Het parcours leende zich er ook wel toe, want echt veel remmen moest er niet gedaan worden. Zoals je wellicht wel weet, heb ik het graag op die manier. Van in de tweede ronde kon een negental een kloof slaan. Daarbij waren enkele kleppers zoals Iljo Keisse, Patrick Cocquyt, Franky Van Oyen, enz. Die negen moeten enorm snel gereden hebben, want ook bij ons viel het amper stil. Maar erbij komen deden we niet meer. Zelf deed ik ook een beetje werk, maar al snel had ik door dat ik me niet teveel mocht bemoeien. Het zou me toch maar teveel krachten gekost hebben.
Bij het ingaan van de laatste ronde zat ik terug helemaal vooraan van het peloton (in de eerste tien), maar in de laatste bocht liep het mis. De ganse wedstrijd lang had ik daar het fietspad gekozen, omdat het er sneller ging en je zo enkele plaatsen kon winnen. In de laatste ronde echter, dacht bijna iedereen er zo over en stropte het er dus op. In plaats van nog plaatsen te winnen, verloor ik er meer dan me lief was. Zo kon ik niet meer op de eerste rij sprintten. Nochthans zat ik nog goed, want ik sprintte nog redelijk snel. Zat ik vooraan in het peloton hadden ze wellicht moeite met me gehad.
Ik ben heel tevreden, want de linkerknie is nog geen 100%, met dit resultaat. Binnen twee dagen staat de volgende koers op het programma.
Vroeger was de aankomst in Oedelem op kasseien, maar dit jaar was dit niet het geval. De weg werd namelijk heraangelegd en de kasseien zijn vervangen door een mooie laag asfalt. Er werden ook wat wegversmallingen aangebracht, zodat het onmogelijk was om daar nog de aankomst te houden. De aankomst lag nu op een andere plaats en het circuit moest in de omgekeerde richting worden afgelegd.
We stonden met 68 renners aan de start voor een wedstrijd van 120 km. Al van in het begin werd er de beuk ingegooid. De eerste drie ronden werden heel snel afgelegd. De wind zat dan ook ambetand op het parcours, waardoor je bijna de ganse tijd op de kant moest rijden. Er werden gaten gelaten, er werden gaten dichtgereden.
Het was een vreemde wedstrijd. Een aantal renners raakte weg en in het peloton werd de ene keer vol doorgereden dan weer niet. We verloren snel enkele minuten en al heel snel kreeg het peloton te horen dat de laatste ronde werd aangevat. Opnieuw konden enkele renners wegrijden. Ik had echter de kracht en de moed niet om zelf aan te vallen. Ik had namelijk al een paar keer op m'n eentje een gat moeten dichtten en dat kruipt natuurlijk in de kleren. Van een echte sprint was dan ook geen sprake meer. Ik eindigde op de 47ste plaats en kon zo eindelijk eens een prijsje meepikken. Er waren namelijk 50 prijzen.
De wedstrijd zat er dus na 1 uur en een kwart al op voor het grootste deel van het deelnemersveld. Er bleven nog zo'n 17 renners over die de rest van de koers mochten afwerken. Uiteindelijk reden maar 10 renners de wedstrijd uit.
Vorig jaar stonden er amper 30 renners aan de start. Vandaag was het echter anders. Deze keer waren we met 128.
De eerste helft van de koers kon ik me goed vooraan houden. Aan het einde van de eerste ronde zat ik zelfs rond de 20ste positie. De ganse wedstrijd lang waren er aanvalspogingen, maar niemand geraakte weg. Dit had verschillende redenen. Er stond wel wind, maar die stond zodanig op het parcours dat het eigenlijk onmogelijk was om weg te rijden. Het was ofwel windachter ofwel windop. Onmogelijk dus om een goeie ontsnapping op poten te zetten. Ook was er aan het einde van iedere ronde serieus wat premiegewin. Iedereen had wel zin om zo'n premie mee te graaien.
Op zes ronden van het einde (totaal 15 ronden) kreeg ik even een moeilijk moment. Zonder enige aanleiding moest ik echt harken om m'n plaats te houden. Daardoor zakte ik er eventjes door en geraakte helemaal achteraan in het peloton. Ik beet echter door, iets wat me in de vorige koers niet lukte, en bleef bij het peloton en kon opnieuw gaan opschuiven richting voorste regionen.
Tijdens de laatste ronde waren twee renners weg, maar ik was ervan overtuigd dat het een massasprint zou worden. Zo geschiedde ook. Ik zat veel te ver en kon me niet echt mengen in de sprint. Ik wist dat er vijftig prijzen waren en hoopte dus dat ik me nog bij de eerste vijftig kon plaatsen. Ik sprintte nog een pak renners voorbij en eindigde op de 51ste plaats. Net buiten de prijzen dus. Had ik me iets meer vooraan geplaatst bij aanvang van de sprint zat een prijs er in.
Ik ben dik tevreden met dit resultaat. Ik had het niet echt verwacht dat ik m'n koers ging uitrijden. Vorige week zat ik nog in Koeweit en van veel trainen is er dus niet sprake geweest. Ik hoop dat het zo mag blijven duren.
We stonden met 91 renners aan de start voor een wedstrijd van 28 ronden van 4 km. Ook waren er 60 prijzen en ik had er een goed oog in dat ik me wel bij de eerste zestig zou plaatsen.
Van in het vertrek werd de gashendel opengezet, maar ik kon me goed handhaven vooraan in het peloton. Ik vond het wel leuk om te vechten voor de goeie plaatsen, want dat was het wel. Constant kwamen er jongens opzetten, waardoor ik me moest schrap zetten om m'n goeie plaats in het pak niet te verliezen. In de derde ronde gebeurde er enkele plaatsen voor mij echter een valpartij. Een tweetal renners had de bocht gemist. Ik zat op dat moment aan de buitenkant van de bocht, maar enkele andere renners aan de binnenkant kwamen te rap op de plaats van de crash ingevlogen, waardoor ze mij nog verder naar buiten duwden. Ternauwernood kon ik een duik in de gracht vermijden, terwijl er al iemand aan het uitkruipen was. Even was er een gaatje maar dit werd
snel gedicht door de renners voor mij. In de achtste ronde was er opnieuw een klein (piepklein) akkefietje. Een renner vond het nodig om in de bocht nog voorbij te gaan. Zo kwam hij twee plaatsen voor mij te zitten, maar hij kreeg het moeilijk om het opgelopen gaatje te dichten. Voor hem werden er nog gaten gelaten waardoor het heel snel moest gaan om erbij te blijven. En dat allemaal terwijl ik nog goed geplaatst zat. Toen had ik al een eerste keer gevoeld dat ik me niet teveel meer zou mogen laten doen en altijd goed in het wiel van m'n voorganger zou moeten blijven. Een ronde later ging het echter heel snel. De ganse koers lag het tempo al hoog, maar nu ging het er nog wat harder aan toe. Het peloton werd in stukken uiteen getrokken Ook ik kreeg het opnieuw moeilijk, maar ik had geluk dat ik halfweg de groep zat op dat moment. Andere groepjes reden me voorbij, maar uiteindelijk
viel het dan toch eens stil. Zo kwam alles opnieuw samen. Ik voelde dat ik het echt wel moeilijk begon te krijgen en een ronde later ging het licht helemaal uit. Ik kon niet meer rapper rijden en moest de groep laten gaan. Ik kon nog aansluiting maken bij een andere renner en samen raapten we nog iemand anders op. Op het einde van de twaalfde ronde (1 uur 15 minuten) zat het er echter op. Ik heb er geen idee van de hoeveelste dat ik eindigde (wel eerste van het groepje van drie), maar dat ik niet bij de allerlaatsen was, kon me op dat moment niet veel schelen.
Ik ben zwaar ontgoocheld na deze koers. In de beginfase liep het lekker, maar plots bereikte ik precies m'n snelheidslimiet en kon ik geen meter rapper meer rijden. Nochthans had ik me redelijk gespaard (ondanks het vooraan rijden). Ik reed niet eens in de prijzen, iets wat me nog nooit overkwam in deze wedstrijd. De troostende woorden van pa hielpen niet echt. Ik heb het er moeilijk mee en ben kwaad op mezelf dat ik niet langer kon volhouden. Even nadat ik gelost werd, bleek dat het tempo in het peloton normaliseerde, en dat maakt me nog extra ontgoocheld. Had ik iets langer kunnen volhouden, reed ik de koers uit. Ik heb het gevoel dat ik blijf aanmodderen en daar kan ik niet echt mee leven. Normaal kom ik rond deze tijd van het jaar in een betere periode terecht en nu lijk ik achteruit te gaan. Er zullen een paar nachtjes moeten overgaan eer ik dit zal vergeten, vrees ik.
In Dikkebus zijn er nog redelijk wat bochtjes. Normaal gezien heb ik dit niet zo graag, maar in Dikkebus valt het reuze mee omdat er ook goed kan doorgevlamd worden. Daarom had ik er voor de start ook wel een goed oog in, dat het vandaag wel zou meevallen.
We stonden met 72 renners aan de start (tweede keer dit seizoen <100). Ik stond goed vooraan en maakte een goeie start. Ik bevond me goed vooraan in het peloton. In het stuk bergop viel het tempo helemaal stil en daar liet ik me een eerste keer wat naar achteren drummen. Op het kantje kon ik echter terug vooraan postvatten in het pak. Een ronde later was het opnieuw van dat. Het viel stil en ik liet me weer doen en zakte naar achteren. Ik zat wel niet helemaal achteraan, maar toch vond ik me iets te ver zitten. Deze keer kon ik echter niet zo goed opschuiven. Een paar
ronden lang bevond ik me daar. En dit is nu niet meteen de meest geschikte plaats om te zitten. Zeker niet als er gaten worden gelaten. In deze wedstrijd wordt er vaak op het kantje gereden en een gat dichtrijden zorgt alleen maar voor nutteloos krachtenverlies. Een eerste keer moest ik ferm aan de bak op het moment dat er serieus doorgevlamd werd. Ik had niet veel moeite om het gaatje dicht te rijden, maar ik voelde dat dit niet te vaak mocht gebeuren. Twee ronden later was het echter opnieuw van dat. Ik kon wel in het wiel van iemand anders zitten, maar het laatste stukje kreeg hij niet dicht
waardoor ik opnieuw op kop moest sleuren om het dicht te rijden. Toen voelde ik al dat een derde keer wellicht fataal zou kunnen zijn. Ik schoof opnieuw op en zat terug vooraan in het peloton. Helaas was dit niet voor lang, want enkele bochten verder bevond ik me terug achteraan. Zelfs met de beste wil van de wereld kon ik me niet vooraan in de groep handhaven. Toen er enkele ronden later opnieuw een gat viel in het stuk bergop hoopte ik op de renner voor mij dat hij het zou dichtrijden, maar hij keek om en maande me aan om het dicht te trekken. Ik nam gewoon over en keek meteen opnieuw om en zag enkele andere jongens van achter m'n rug wegspringen. Dit was voor mij de dooddoener. Ik kon niet meteen reageren en samen met enkele anderen was ik er aan voor de moeite. We mochten nog een
ronde verder rijden, maar na de tiende ronde (vermoed ik, ben niet helemaal zeker) mochten we sprinten voor onze plaatsen. In een groepje met vier werd ik derde. Dit is ook iets wat me normaal gezien nooit overkomt. Ik word meestal eerste of tweede.
In het begin was ik wel serieus ontgoocheld want ik had meer verwacht van deze wedstrijd. Maar in de auto naar huis liet m'n pa me inzien dat ik niet teleurgesteld moet zijn. Door de zadelbreuk van vorige week heb ik een gans paasweekend aan m'n neus zien voorbijgaan, waaronder twee dagen zonder fiets. Hierdoor miste ik belangrijk koersritme en ook kilometers. En met het werk heb ik ook niet kunnen trainen zoals het hoort. Volgende week beter dan maar zeker.
Rond de 130 renners stonden aan de start voor een wedstrijd waar ik altijd wel graag terug kom. Er zit een snedig klimmetje in en dat heb ik wel graag. Maar zoals je bij het nieuws kon lezen, was ik al serieus gehandicapt. Verschillende factoren speelden mee. Ik heb een verstopte neus. Het was vandaag voor de eerste keer echt warm, en daar moet ik altijd aan aanpassen. En natuurlijk het zadelprobleem (zie nieuws).
Bij de eerste ronde zat ik nog redelijk, maar ik kon niet rijden zoals het moest. Ik zat te laag en mocht niet teveel wringen op m'n zadel. In de tweede ronde zat ik al achteraan en net na de derde beklimming ging het licht uit.
Met de benen is alles in orde, meer dan in orde zou ik zelfs durven zeggen. Maar ook de ademhaling en het materiaal speelt een rol en dat zat vandaag niet mee.
Ik hoop dat de fiets hersteld geraakt tegen maandag, want dan staat de koers in Boezinge-Pilkem op het programma. Maar ik vrees er een beetje voor dat ik er niet zal kunnen starten.
Er stonden opnieuw een pak renners aan de start. We waren met 240 voor een wedstrijd die bestaat uit lange rechte stukken en drie bochten. En de snelheid ligt er altijd heel hoog. De wedstrijd staat ook wel bekend voor z'n valpartijen, maar wonder boven wonder ging er vandaag niemand tegen de vlakte.
Ik stond goed vooraan aan de start en dit was wel een plus-punt vandaag. Alhoewel, achteraan kon je ook wel uitrijden, maar dan gaat het moeilijker natuurlijk. Bijna de ganse wedstrijd zat ik in de eerste helft van het peloton. Naar het einde toe zat ik er wat door en raakte ik in de achterste regionen van het pak. Maar ik haalde de finish in de groep.
Meer is er eigenlijk niet te zeggen over deze wedstrijd. Ik heb er trouwens ook geen idee van op welke plaats ik eindigde. De officials konden maar de eerste dertig renners opschrijven. Voor de rest was het te moeilijk en er was ook geen fotofinish. Ik eindigde achteraan in het peloton, maar ben er wel tevreden over.
Voor het eerst dit seizoen (buiten het clubkampioenschap dan) stonden er minder dan 100 renners aan de start. Het parcours in Wervik is op zich al heel lastis, maar vandaag kwam daar nog eens de vele wind bij. Het was ook redelijk koud, maar éénmaal in koers heb je daar geen last van.
In de eerste ronde draaide het niet bij mij. Net zoals vorig jaar kwam ik opnieuw in de problemen bij het opdraaien van de grote weg en moest ik een heel deel van de andere renners laten passeren. Op het einde van de eerste ronde verloor ik dan ook voeling met het peloton. Gelukkig was ik niet de enige. Twee renners haalden me in en ik had wat moeite om er bij te blijven, maar ik bleef in hun zog. Aan het einde van de afdaling nam ik over en bij het terug herbeklimmen zag ik dat ze niet meer in m'n spoor volgden. Bijna boven haalden ze in, maar ik kon niet volgen. Meteen keek ik om en zag ik dat er nog een groepje aankwam. Aan het einde van de tweede afdaling op het parcours haalden ze me bij en daar kon ik goed bijblijven. Ik kwam er zelfs
een beetje door en kon mee ronddraaien. We hadden de twee anderen dan ook te pakken. Het waren niet de enigen, want we raapten heel wat renners op. Zo begon ik me beter en beter te voelen en kon ik flink m'n werk in het groepje doen. Onze groep werd ondertussen groter en er moesten ook renners loslaten.
Aan het einde van de zesde ronde mochten we sprinten voor onze plaatsen. Sommige renners dachten dat het nog om de prijzen ging gaan, want plots ging de eerste renner aan de verkeerde kant van de weg rijden (iedereen in de wind). Ik zat helemaal achteraan en in de sprint kon ik dus niet veel uithalen. Wel kon ik de renner, die aan de andere kant van de weg ging rijden, nog op de meet remonteren. Het voelde een beetje aan als wraak want op het laatste had ik nog redelijk afgezien in de wind.
Ik behaalde de 47ste plaats op 81 deelnemers.
Ik ben wel tevreden want deze week zat ik niet zoveel op de fiets.
Met 164 renners stonden we aan de start voor een wedstrijd van 115 lastige kilometers in Ichtegem. Enkel het clubkampioenschap heb ik dit seizoen al met minder dan 100 renners gereden.
Het parcours in Ichtegem is een redelijk zware brok. Het gaat er namelijk goed bergop richting de aankomstlijn. Maar vandaag hadden we "geluk" want de wind stond op dat stuk van het parcours in onze rug (schuin achter toch). Zo werd er heel snel naar omhoog gevlamd.
De eerste ronden zat ik nog goed in de eerste helft van het peloton, maar dan had ik het een eerste keer moeilijk en zakte ik er wat door, maar ik kon redelijk gemakkelijk bij het peloton blijven. Zodra er van beneden hard werd doorgereden, dan wist ik dat ik serieus uit m'n pijp moest komen, maar ik kon het redelijk
goed houden.
We reden eigenlijk constant aan een hoge snelheid. En ik moet bekennen dat ik het zo het liefst van al heb. Dan wordt er goed doorgereden en heb je niet altijd die snakken. Zeker als je nog niet voldoende hebt kunnen trainen, kan dit een voordeel zijn. In de negende ronde (van 16) ging het van beneden opnieuw heel snel en toen voelde ik de kracht uit m'n benen lopen. Gelukkig zaten er nog een pak renners achter mij, zodat ik boven nog aan het peloton ging. In de eerste bocht kon ik al de ganse wedstrijd enkele plaatsen winnen door behendig tussen de andere renners te schieten. Ik kon op dat moment echter maar 1 iemand voorbij gaan. Toen de renner voor mij even later zich boos maakte op z'n begeleiders aan de kant (missen van een drinkbus)
liet hij een klein gaatje. Ik maakte me op mijn beurt boos op hem omdat hij zo onnodig enkele meters liet. Maar ook omdat ik wist, dat ik het moeilijk zou hebben om er nog bij te blijven op dat moment. Indien dit niet was gebeurd, had ik wellicht nog een volledige ronde met het peloton meegekund (doordat ik wat zou kunnen recupereren in de afdaling), maar nu moest ik me aan de kant zetten. Ik zag dat er toen nog maar twee renners in mijn wiel zaten en me dan ook voorbijgingen. Bij mij was het echter volledig op toen ik alleen in de wind kwam te zitten. Ik had moeite in de beklimming, ondanks de wind-achter. Na tien ronden (bijna twee uur koers) zat m'n wedstrijd er op.
Ik ben wel tevreden, want ik reed vlotjes mee tot het moment dat ik op was. Dit is logisch, omdat ik heel weinig kan trainen tijdens de week. Maar het zomeruur komt er aan en dan kan ik toch al iets meer trainen. Nog eventjes volhouden dus en dan hoop ik op nog betere wedstrijden.
Er waren maar twee wedstrijden voor mijn categorie vandaag en dus stonden er veel deelnemers aan de start. We waren met 145 renners.
Tijdens de opwarming had ik nog een goed gevoel. Zolang ik vooraan zou kunnen blijven, zag ik me wel een goeie koers rijden, ondanks de wind die vervelend stond op het parcours.
Ik stond zowat halfweg het pak tijdens de start, maar ik kon toch nog wat opschuiven. Ik geraakte vooraan, maar na de afdaling van een brug hadden we een 180°-bocht. Helaas zat ik aan de binnenkant en stond ik dus helemaal stil. Wie aan de buitenkant de bocht nam, kon echter goed doorrijden. Zo verloor ik al meteen m'n uitstekende positie en zat in de achterste regionen van het peloton. De volgende strook wou ik opnieuw wat opschuiven, maar ik geraakte maar een vijftal plaatsen verder naar voor. Daarna kwamen we in de smalle wegen en was opschuiven helemaal uit den boze. Zeker als we op de kant zaten.
Ik voelde echter dat ik niet veel verder naar voor meer zou geraken. Ook indien het zou stilvallen, want ik voelde dat ik over m'n toeren ging. Als het eventjes stilviel, was ik content, zo kon ik namelijk ook wat recupereren. Maar echt stilvielen deed het nooit. In het oprijden van de brug kreeg ik het opnieuw kwaad en toen er in die bocht ook nog iemand stil stond voor m'n neus, ging het licht uit (vooral in het kopke). Ik bleef achteraan hangen van het peloton, maar iets verder moest ik afhaken. Ik keek eventjes om en zag dat er toch al meerdere renners het moeilijk hadden. Ik loste, maar bleek toch nog redelijk sterk, want in het stuk bergop kon er niemand anders overnemen. Daarna kwamen enkele
andere renners aansluiten. We draaiden goed rond en haalden andere renners in. Zo werden we toch nog een groot groepje, maar op het einde van de derde ronde kregen we "Einde van de wedstrijd" te horen. Enkele jongens sprintten nog, maar ik deed niet meer mee.
Vandaag was het dus een grote ontgoocheling. Ik reed amper 35 minuten. Ik weet waar het probleem is en zal er alles aan doen om het tij te doen keren.
Vorig jaar had ik een goeie Omloop van de Westhoek gereden en ik was er dit jaar dan ook op gebrand om dit nog eens te herhalen. Helaas liet de gezondheid en de weersomstandigheden me in de steek.
Er stond heel veel wind, maar in het stuk richting Beerst viel dit nog goed mee. Ik kon een paar keer me in de top-20 nestelen, maar telkens je daar was werd je overspoeld door andere renners die hetzelfde van plan waren. Het was een gevecht om vooraan te zitten, maar ik kon het redelijk goed. Tot in Beerst, want daar liet ik me als een nieuweling doen. Al de ganse tijd had ik er in geslaagd om opnieuw vooraan te komen en net op het belangrijkste punt van al, liep het mis.
Ik geraakte wat ingesloten en kon niet echt meer opschuiven. Bij het opdraaien naar Diksmuide werd een eerste keer de gashendel serieus opengetrokken en moesten we op het kantje. Ik wist dat ik te ver achteraan zat, maar hoopte dat het nog zou stil vallen voor we de markt van Diksmuide opdraaiden. Dat gebeurde niet meteen en ik moest eventjes op adem komen toen we de markt opdraaiden. Toen we de richting Ieper trokken, ging het opnieuw keihard. Dit wist ik nog van vorig jaar, maar toen zat ik goed mee. Het peloton werd in waaiers getrokken en ik verzeilde in de derde waaier. Ondertussen
kreeg ik problemen met de ademhaling door m'n neus. Ik moest alle zuurstof via m'n mond ophalen, omdat m'n neus zo dicht als iets zat. Ik zag af, terwijl m'n benen wel nog harder wilden gaan. Ik deed m'n deel van het werk en we raapten steeds meer renners op die uit de andere waaiers gewaaid werden. Zo werden we toch nog een serieus groepje. Het is zo dat je bij het waaierrijden best meerijdt, want als je er gewoon aanhangt, loop je het risico om niet volledig uit de wind te zitten en om zodoende ook te lossen.
Bij het opdraaien richting Langemark geraakte ik echter achteraan de waaier te zitten en moest ik alles uit de kas halen om er bij te blijven. Hoe meer ik m'n snot probeerde weg te krijgen, hoe erger het leek te worden. Ik zag wel dat we wat dichter kwamen bij het groepje voor ons, maar even voor Zonnebeke werden we uit de koers gehaald door een afgevaardigde van de wielerbond. Dit werd niet meteen in dank aanvaard van enkele renners, maar het mocht niet baten. De koers was voorbij voor m'n groepje van zo rond de 25 renners.
Er werd wel nog stevig door gereden richting Ichtegem, maar bij mij ging het van kwaad naar erger. Ik liet ze rijden en zou wel alleen naar Ichtegem terug keren. Er pikten nog twee anderen aan, maar iedere keer als het bergop ging moest ik ze laten rijden. Toen we nog een andere renner inhaalden, besloot ik om ze te laten rijden en samen met die andere jongen naar de aankomstplaats te rijden.
Ik ben best wel ontgoocheld, want ik had er meer van verwacht. De volgende koers is volgende zaterdag in Geluwe, maar morgen beslis ik of ik al dan niet woensdag in Adinkerke aan de start verschijn.
Voor het eerst in m'n leven stond ik aan de start van de openingsklassieker Gent-Staden. Het is al enkele jaren het geval dat er meer dan 200 deelnemers zijn, en vandaag was het niet anders. Om 13u30 werden we aan het Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx losgelaten voor een wedstrijd van 140 km.
Nog tijdens de neutralisatie was het duidelijk dat het er heel nerveus aan toe zou gaan. Er werd al gedrumd om op de eerste rijen van het peloton te zitten. Toen de vlag naar beneden ging, zat het spel helemaal op de wagen en moest er al een paar keer deftig in de remmen worden gegaan om valpartijen te vermijden. Eventjes buiten Drongen was het echter prijs en gingen ze links achter me tegen de vlakte. Dit was een eerste van vele valpartijen.
Zoals gewoonlijk breekt de wedstrijd een eerste keer open op de steenweg van Deinze naar Tielt. Er werd een waaier opgezet en ik moest me samen met een groot deel van het peloton reppen om op het kantje mee te gaan met de rest. Dit kon ik echter met niet veel moeite houden, maar een valpartij vooraan in het peloton zorgde ervoor dat er een serieuze breuk kwam. De ganse weg lag bezaaid met renners en fietsen, maar zonder omkijken kon ik me er gemakkelijk tussen manoeuvreren en
zo kwam ik dus in de tweede groep terecht. Op de lange rechte wegen zagen we de koplopers steeds rijden, want onze achterstand bedroeg rond de halve minuut.
Tijdens de eerste doortocht aan de finish was het zelfs maar twintig seconden. Bij ons ging het toen heel snel en er kwamen opnieuw wat gaten in. Op dat moment zat ik wat te ver achteraan en ik was dus niet mee. Toch probeerden we om het gat te dichten nog voor de Steenstraat. Vooraan waren de twee groepen ondertussen samen gekomen en dat leidde tot een nieuwe valpartij aan het begin van de kasseistrook. Hierdoor werden wij ook wat vertraagd, omdat mensen probeerden de getroffen renners te helpen en zo in de weg liepen.
Wat verder op de steenstraat lagen er nog renners tegen de stenen. Ikzelf verloor m'n enige volle drinkbus die ik nog had, door het gedokker, en kwam dus zonder drank te zitten. Toen wist ik dat ik het nog heel moeilijk ging hebben. In de buurt van Langemark werden we echter uit koers gehaald.
Al bij al ben ik wel tevreden over m'n koers. Dit was m'n eerste deelname en parcourskennis speelt toch een grote rol in dit soort wedstrijden. Die had ik helemaal niet, maar ik weet nu waar ik volgend jaar vooraan moet zitten. Het was een goeie training en ik kan gerust zeggen dat ik toch ferm heb afgezien.
Vandaag stond de eerste wedstrijd van het seizoen op het programma. Zoals gewoonlijk is dit het clubkampioenschap en dit jaar was het in Waardamme. Het was trouwens de eerste keer dat ik
zonder m'n vader naar een wedstrijd trok. Er was namelijk een familiefeest. Hierbij wil ik dan ook Jelle en Julie bedanken om mee te gaan richting de koers en dit ondanks de koude temperaturen.
Er stonden 28 renners aan de start verdeeld over drie ploegen (Cycling Team Lutho, Brugse Velosport en KVC De Zeemeeuw Oostende). Al van in de start werd er duchtig de pees opgelegd en na twee ronden (van de twintig) was ik al zeker van de clubtitel bij De Zeemeeuw. Daar was ik echter nog niet zo mee bezig, want ik wou graag goed presteren
in de wedstrijd. Vier renners raakten weg en wij bleven met zo'n dertien achtervolgers op een kleine halve minuut hangen en dit voor een groot deel van de wedstrijd. Uiteindelijk begon hun voorsprong toch op te lopen en werd het duidelijk dat het bij ons voor de vijfde plaats zou zijn.
Daar ik sedert donderdag te kampen heb met een vervelende verkoudheid, die vooral m'n neus dicht houdt, was ik al content dat ik meekon en af en toe ook eens op kop kon komen in ons groepje. Uiteindelijk moest ik op vijf ronden van het einde toch lossen en het ene rondje dat ik nog alleen moest rijden, geraakte ik bijna niet meer vooruit. De wind zat namelijk heel vervelend op het parcours. We hadden nooit echt wind in de rug. Op vier
ronden van het einde mocht ik stoppen.
Het gaf me eerst een beetje een ontgoocheld gevoel, omdat ik niet meer mee was, maar achteraf gezien kon ik ook niet meer verlangen. Eigenlijk ging het beter dan gehoopt. En de titel van clubkampioen is toch een mooie troostprijs. Ik kon mezelf dus opvolgen en ben daar wel blij om.