AL LANK AA - Vereniging ter bevordering van het origineel Zeels

home | situering | publicaties| dialekt | voorbeelden | Bargoens | parabel | woordenlijst

Hieronder, als smaakmaker,
enkele letters uit het woordenboek
Nederlands-Bragoens.

De volledige lijst,
samen met de lijst Bargoens-Nederlands
zijn in het boek
De Gruete Zilsen Dieksjonneier te vinden.

Nederlands
Bargoens
A

aangeven
nekken
aansteken (kachel)
ruffen
aantal
koeë
aardappel
freiter
aardig
kieëweg
aflopen (pomp)
afritsen
afsnijden
priemmen
akker
operik
appel
pommerik
arbeider
traffakker
arm (bn)
pover
arm (zn)
klamp
B

baard
balberik
baas
grandegen bol
bakken
flikken
bakker
oefteflikker
balk
sjoevver
bang
peu
bargoens (uit Zele)
briegade
bed
bulst
bedriegen
bebekken - betritsen
bel
klankoart
bende
opsjerik
betalen
beteunen - lammeren
bidden
nosteren
bier
roeë
binden
kneuvelen
blaffen
pijpen
boer
bekker
bok
fopperik
bordeel
trankekieëte
borreltje
foezzelken
bos
outerik
boterham
vinne
branden
vuizen
broer
frijre
brood
oeft
burgemeester
grandegen bol
D

dag
lichterik
dansen
flikkeren
deken (beddegoed)
konverten
deur
porterik
dief
bokser - pezer
doen
flikken - moddeeren
dokter
marsjoeffel
dood
mol
doodsbed
kikkebulst
doorn
steker
dorp
viellazzje
dorst
buis
dragen
bullen
dronkaard
buisbalk
dronken
snul
droog
sek
duiten
anzen
duivel
zwerterik
duivels
koezen
duivelsvrouw
koeëmosse
J

ja
sijvies
jaar
antsjen
jong
klits
jongen
knul
jongetje
groeëken
K

kalf
vourik
kapel
sjanksken
kast
oeftekieëte
keel
stroeëte
kelder
dieperik
kerk
sjank
kermis
kermoelzje
kijken
sjoeren
kind
piep
kledij (kleed)
dos
kleren
dos
klodden
femmink
knuppel
steun
koe
korrante
koffie
ladderdedoeë - fee
komen
vjennen
kopje (tas)
sjolleken
kous
strempe
kraai
grazzjelle
kraaien (ww)
grazzjellen
kwaad
janneg - jan
P

paard
kavvailzje
pachthoeve
kosse
paling
ploempslinger
pap
sjaf
paraplu
parlapper
pastorij
preiterie
pijp
ueren
plezier
pierregerik
plezierig
kanteg
pot
krip
praten
treuvelen
priester
preit
put
putterik
R

rammelen
preutelen
rieken
likkeren
rijkaard
fokkebol - splenterbol
rijkswachter
merserik - sjanterik
ring
ronderik
roken
smessen
rot
vittig
ruzie
boelzje
S

saus
ladderik
schapevlees
schaffekrie
schelen
slippen
scheur
grenger
schieten
vlassen
schoen
trederik
schouw
ruuftienne
schrijven
kriebbelen
schuur
granze
slaan
boffen
slachten
kiechen
slag
kleun
slagen
kleunen
slapen
luimen
slecht
dotteg - klits - loens - doddeg
snel
fokkeg
spek
pietsjoekrie
speurhond
moazerik
spijtig
doddeg
spotten
schoenkelen
stad
vijle
staf
steun
steen
erterik
steken
pie'ven
stelen
pezen - schroeppen
sterven
mollen - kikken
stoel
zitterik
stouterik
brakken
straat
strank
stro
pelsje
stuk
pjes
U

uitspansel
panderik
uur
loeter
V

vader
aken
vallen
bommelen
varken
forkerik - tsjuutten
vechten
kleunen
veel
kanteg
veld (akker)
operik
venster
fondoe'sje
ver
lens
veranderen
sjangeren
verbergen
nijpen
verdienen
mirrietteren
verdrinken
verploempen
verheugen
schoenkelen
verhuren
verpassen
verjagen
sjassen
verkopen
verpassen
verkwisten
verspleiten
verliezen
verluimen - verpleinen
verstaan
versteunen
vervloekt
vertozent
vet
grasseg
vinger
flikker - fieëme
vis
zwemmerik
vlees
krie
vluchten
ritsen
voet
terterik
volk
geschoor
vragen
ranken
vriend
kieëwerik
vrij
liebber
vrijheid
liebberik
vrouw
mosse
W

water
ploemp
weefgetouw
barron
weg (er vandoor zijn)
debie - foeë
weg (zn)
voeë
weggaan
ritsen - foeë fokken
wenen
pijpen
werken
traffakken
weten
knoe'n
weven
sniekken
wijn
kleieren
winkel
battaar
winnen
zuipen
winter
didderik
wit
blank
Z

zak
melis
zakdoek
snekker
zeggen
kabbieëlen
zetten
doeën
zie !
schoft ou !
zieden
poppelen
ziek
mallinger
ziek zijn
mallingeren
zien
sjoeren
zijn
moazen
zingen
parnassen
zitten
kueken
zolder
uegerik
zomer
rufterik
zon
lichterik
zondag
grandege lichterik
zwijgen
smoezzen

home