| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Trainingsvormen
met doel, uitvoering en intensiteit |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Duurtrainingen
zijn de belangrijkste trainingen in de wielersport. De basis
voor iedere prestatie is duurconditie, d.w.z. het vermogen
om een langdurige prestatie op een bepaald niveau te kunnen
leveren.
Er zijn verschillende duurtrainingen. Hierbij wordt een
traptempo van 90 à 100 aangehouden.
De
hersteltraining is de rustigste vorm.
Vermoeidheid verdwijnt het snelst door het leveren van lichte
inspanningen. De herstelfase is het belangrijkste onderdeel
van de training. De trainingswinst zit nl. niet altijd maar
in het keihard trainen.
Tijd voor herstel betekent wel trainen maar slechts kort
(45 tot 90 minuten) zonder tempoversnellingen met een kleine
versnelling en een lage intensiteit (ca. 60% volgens de
methode van karvonen). De hersteltraining doe je meestal
daags na een zeer intensieve training.
De extensieve duurtraining
heeft als doel het trainen van de vetverbranding en het
opbouwen van een goed aëroob (voldoende zuurstoftoevoer)
uithoudingsvermogen. De intensiteit is weer 60% maar het
verschil met de hersteltraining is de tijdsduur die van
2 tot 8 uur zijn. Veel fietsers voeren deze training zelden
met de juiste intensiteit uit, er wordt meestal te snel
gereden!
Deze training is echt dé basis voor het fietsen en
dient het hele jaar door 1 à 2 keer per week uitgevoerd
te worden. Met name bij de opbouw van een seizoen is deze
training heel belangrijk.
De normale duurtraining wordt uitgevoerd met een intensiteit
van 70%. Hierdoor houd je het aërobe uithoudingsvermogen
dat door lange extensieve duurtrainingen is opgebouwd op
peil.
Tijdsduur van 1 tot 4 uur afhankelijk van de getraindheid
en het doel waarvoor getraind wordt.
De intensieve duurtraining
heeft tot doel het ontwikkelen van de tempohardheid. Hierdoor
verbetert het aërobe uithoudingsvermogen. De intensiteit
is ca. 80% en de lengte per training varieert van 45 tot
120 minuten. De energieleverantie gebeurt voornamelijk door
koolhydraatverbranding. Deze voorraad raakt snel uitgeput.
Dit veroorzaakt een gevoel van slappe, machteloze benen.
Daarom mag je deze training niet meer dan twee keer per
week doen. Voorwaarde is dat je naast deze training slechts
1 tot 2 tochten per week rijdt. Rij je meer dan kom je in
de spiraal van overtraining terecht.
De tempoduurtraining
heeft eveneens als doel het aërobe uithoudingsvermogen
te verbeteren. Intensiteit 75 tot 80%, lengte van 10 tot
45 minuten. Ook deze training mag slechts enkele keren per
week uitgevoerd worden i.v.m. de aanslag op de koolhydraatvoorraad.
De tempoduurtraining is een uitstekende training voor degenen
die het van solorijden moeten hebben.
Intervaltrainingen
Als je boven je omslaggebied
traint kun je dat maar kort volhouden. Daarom doe je dat
met intervallen. Door het uitvoeren van intervaltrainingen
verleg je je snelheidsgrenzen.
Met intervaltraining mag pas worden gestart na een flinke
periode van duurtraining.
Voor en na elke intervaltraining altijd min. 10 km. in-
en uitrijden met een trapfrequentie van 110 à 110.
De intervallen zelf kunnen met een frequentie van 90 à
100 worden afgewerkt.
De toerfietser heeft er bij het klimmen veel profijt van
om intervaltrainingen in te lassen.
De
lange extensieve intervaltraining
is de rustigste vorm van intervaltraining. Door
deze training wordt de snelheid rondom het omslaggebied
verbeterd en voorts wordt de VO²-max vergroot.
De lengte van de intervallen varieert van 5 tot 12 min.
met een intensiteit van ca. 85%. Na elke interval volgt
een pauze van 1 tot 2 min. (onvolledig herstel). De totale
omvang van het intervalgedeelte bedraagt per training 35
tot 50 minuten.
De korte extensieve intervaltraining
is vergelijkbaar met de lange. Omdat de lengte van de intervallen
korter is ligt de snelheid echter hoger. Door het na-ijleffect
van de hartslag meet je op het einde van het interval hoe
intens je getraind hebt (ruim 85%). Kortere pauzes (30-90
sec.). De totale omvang van het intervalgedeelte is eveneens
35 tot 50 minuten. Extensieve intervaltraining in combinatie
met duurtraining voert tot een optimaal rendement.
Deze trainingen worden uitgevoerd kort voor het seizoen,
maximaal 2 keer per week.
De intensieve intervaltraining
heeft als doel het vergroten van de weerstand tegen verzuring
en het aanscherpen van de snelheid en weerstandsvermogen.
De lengte varieert van 30 sec. tot 1 min. waarbij de intensiteit
in de buurt van de maximale Hf. ligt.
De pauzes moeten zolang duren tot je vrijwel volledig hersteld
bent van de inspanning. Hoe beter je getraind bent hoe sneller
het herstel. Als het herstel langer duurt dan tweemaal de
inspanningstijd dan is de intensiteit te hoog geweest of
is de basisconditie voor deze trainingsvorm onvoldoende.
De totale omvang van het intervalgedeelte is 10 tot 25 min.
Deze training is erg zwaar en minder geschikt voor oudere
sporters!
Regelmatig hoge melkzuurwaarden kunnen een nadelig effect
hebben op het aërobe uithoudingsvermogen. Daarom mag
deze trainingsvorm max. één keer per week
worden uitgevoerd en moet daags nadien een hersteltraining
of een rustdag volgen.
De sprinttraining is ook een vorm
van intervaltraining.
Het doel is het verbeteren van het sprintvermogen door een
grotere opslag van energie. Er wordt slechts 5 tot 15 sec.
gesprint met een totale omvang van 1 tot 3 minuten. De pauzes
duren tot de energievoorraad weer is aangevuld (ca 2 min.).
Deze intervaltraining is niet zeer zinvol voor toerfietsers
of wielertoeristen.
De krachtuithoudingstraining
(KUH) kan het best worden uitgevoerd op een heuvel
of een viaduct, met wind tegen of op de ergometer. Uitvoeren
met vrij grote versnelling en een trapfrequentie van 60
à 70. De intensiteit is ca 85%. Het doel van deze
training is om zoveel kracht op te bouwen dat je nadien
in staat bent soortgelijke versnellingen te rijden met hoge
trapfrequenties. Daardoor ben je in staat hoge snelheden
te ontwikkelen. Maar ook bij het klimmen zul je voordeel
ondervinden van deze trainingen. Het zou verstandig zijn
om al in de winterperiode met deze trainingsvorm te beginnen.
Aan de hand van je jaarplan kun je na het bepalen van je
intensiteitsgrenzen nu je eigen trainingsschema's opstellen.
Als je dat zorgvuldig doet en uitvoert dan zul je verbaasd
zijn over je progressie van je fietsprestaties.
Veel fietsplezier.
|
|
|
| |
|
|
|