Het
bijzondere van de wielersport is in vergelijking tot vrijwel
iedere ander vorm van sport het hoger vermogen dat gedurende
lange tijd geleverd moet worden. Trainen moet o.a. betekenen:
oefenen om een zo groot mogelijk vermogen te kunnen leveren.
Het vermogen is de hoeveelheid energie die je levert en
is in feite de meest objectieve maat voor de intensiteit
van de inspanning.
Vermogen
is Kracht x snelheid en dit uitgedrukt in Watt!
Om een voorstelling van
zaken in de praktijk te geven, hieronder enkele waarden
van een persoon van 75 kg. die bij windstil weer op een
vlakke weg fietst.
Snelheid
per uur
25 km.
30 km.
35 km
40 km.
45 km.
50 km.
55 km.
60 km. |
Nodig
vermogen
90
145
215
305
420
565
740
945 |
|
|
Het is buiten uiteraard
nooit windstil, bovendien spelen ook de rolweerstand, gewicht
v/d fiets en het stijgingspercentage een rol. Enkele voorbeelden
van een fietser van 75 kg. met een fiets van 10 kg.:
| 1) |
Vlakke weg, 36
km/uur |
= 240 watt |
| 2) |
5% bergop, 25 km/uur |
= 394 watt |
| 3) |
Wind mee, 50 km/uur |
= 283 watt |
| 4) |
Wind tegen, 10% bergaf |
= 300 watt |
Het maakt voor het te leveren
vermogen een aanzienlijk verschil of je alleen fietst of
op kop rijdt dan wel in de buik van de groep. De luchtweerstand
is een belangrijke faktor.
In de wielen rijden vraagt tussen de 30 en 50% minder vermogen.
In een waaier zou de 4de positie dan de meeste gunstige
zijn.
Gericht Trainen
Met een vermogensmeter kun
je zeer gericht trainen. Het is zeer goed uit te rekenen
hoeveel watt de inspanning bedraagt en daar kan je jou training
op afstellen. Nauwkeuriger kan je niet trainen.
De training achter bv. een bromfiets wordt door velen als
prettig ervaren, zodat er meer gemotiveerd wordt getraind.
Je kunt meer kilometers in eenzelfde tijd afleggen, dus
kan het voor zij die krap in tijd hebben een oplossing zijn.
Dit bevordert vooral de snelheid en is alleen zinvol voor
de fanatiekers uit groep 3.
Krachttraining
Fietsers gaan tijdens de
winter vaak krachttraining oefenen. Enkele keren per week
naar een sportcentrum waar al vrij vlug met zware gewichten
voor de beenspieren wordt gewerkt. Als er geen goede begeleiding
is dit niet verstandig!
Wat wil je ermee bereiken? Het uitstoten van gewichten met
je benen vergroot wel je kracht maar betekent nog niet dat
je harder kunt fietsen.
Om dat te bereiken moet je gericht trainen. B.v. met een
grote versnelling tegen de wind in en tegen heuvels op fietsen
zul je je kracht vergroten.
Omdat het fietsen het lichaam eenzijdig belast kan het toch
zinvol zijn om aan krachttraining te doen en zodoende het
hele lichaam weer in balans te brengen. Een verstoring ervan
kan o.a. aanleiding geven tot een slechte fietshouding en
kan daardoor leiden tot mindere prestaties of blessures.
Nogmaals: doe het slechts onder deskundige
begeleiding!
Trainen op
de rollenbank
Training op rollen lijkt
uit de mode geraakt door de opkomst van de ATB...etc. Toch
kan het rijden op rollen nog zinvol zijn want door de vele
omwentelingen met geringe weerstand is deze vorm uiterst
geschikt voor de bevordering van het lokale spieruithoudingsvermogen.
Zeker in de winter en in het voorjaar kan het bij slecht
weer een middel zijn om op souplesse te trainen. Als er
echter alleen op rollen zonder weerstand wordt getraind,
zullen er toch een aantal elementen voor een goede training
onvoldoende aan bod komen.
Je kunt de rollen ook uitstekend gebruiken voor een cooling-down
na je training. Dit bevordert het herstel.
Techniektraining
Bij het fietsen is een gelijkmatige,
ronde beweging het meest efficiënt. Dit wordt door
enorm veel fietsers over het hoofd gezien en wordt er ook
nooit aandacht aan besteed.Het gaat erom een goede coördinatie
van de spieren te krijgen waardoor de pedalen soepel rongedraaid
worden. M.a.w. je moet het ene been niet harder naar beneden
duwen dan het andere. Door een snel, gelijkmatig bewegingsritme
kun je spierkracht sparen. Je moet a.h.w. bij iedere pedaalslag
je pedalen strelen en soepel ronddraaien en je benen slechts
als aandrijfmechanisme gebruiken. Zeker bij lange ritten
zal dit meer ontspanning, comfort en minder vermoeidheid
opleveren. Je kunt deze techniek trainen door ontspannen
te gaan fietsen met een hoge trapfrequentie. Daarbij moet
je veel aandacht geven aan de gelijkmatigheid van de beweging.
Als een lichaam steeds weer dezelfde prikkels ontvangt,
zal het op de duur niet meer reageren. Daarom moet je zorgen
voor afwisseling (niet steeds dezelfde route en dezelfde
snelheid).
Als je traint met een snelheid van ca. 25/uur worden uitsluitend
de langzame spiervezels ontwikkeld. Als je meestal dit tempo
traint werkt dit het traag worden in de hand. Bij een snelheid
van 26 à 33 km/uur worden de langzame én de
snelle spier-vezels extra getraind. Dus variatie is van
belang!
Varieer ook qua versnelling.
Tracht een evenwicht te vinden tussen souplesse en kracht.
De variatie van de versnelling: in principe niet te groot
en soepel rijden. Af en toe moet je bewust met een grote
versnelling rijden. En.. realiseer je dat met een middelmatige
versnelling noch de spierkracht noch de soepel-heid voldoende
getraind worden.
Hartslag als
maat
De hartslagmeter blijft
een prima hulpmiddel maar is niet alles bepalend. Je eigen
lichaam is wél allesbepalend d.w.z. je lichaam geeft
een of je op een bepaalde dag een inspanning wel of niet
aankunt. Je trainingsschema kan wel aangeven dat je een
intervaltraining moet doen op 95% van de HF max., maar als
je lichaam erg vermoeid is zal dit niet of nauwelijks lukken.
Dan heeft die training op dit ogenblik geen enkele zin en
moet je die ook niet uitvoeren.
Dit is een voorbeeld van "luisteren naar je lichaam"
voor een sportman of -vrouw het allerbelangrijkste!
(zie: Hartslagmeter als Trainingsmaatje)
Tips...