Wellicht
wil een flink aantal fietsers de komende periode gaan trainen
op het klimwerk. De indianenverhalen en mythes over dit
stukje fietswerk zijn talrijk. Als je nooit verder fietste
dan ons "Plat Pays" zal de kennismaking met de
heuvels of zelfs bergen meestal tegenvallen. Het belangrijkste
bij het klimmen is het leren in-schatten met welk tempo
en met welke versnelling je een bepaalde beklimming aankunt.
Dit is zeer persoonlijk. Door het klimwerk regelmatig te
trainen en daarbij "het hoofd" er goed bij te
houden, zul je dit al snel aanvoelen. Dan zie je in een
oogopslag met welke versnelling en welk tempo je een bepaalde
hellingspercentage te lijf gaat. Gewoon veel doen..!
Een uitstekend hulpmiddel om te bepalen met welk tempo je
een beklimming kunt rijden is de hartslagmeter. Indien je
een zodanig tempo rijdt dat je steeds iets onder je omslagpunt
blijft zul je niet gaan verzuren en dat tempo dus langer
kunnen vol-houden.
Het is altijd verstandig om met een niet te grote versnelling
te klimmen, probeer eerst in een bepaald ritme te komen.
Een te grotere versnelling kan nog altijd. Gan niet te snel
en/of oppervlakkig ademen maar blijf rustig doorademen.
Het kan helpen een bepaald ademritme te vinden als je probeert
het in en uitademen aan te passen aan je trapfrequentie.
In het zadel blijven zitten is effectiever dan op de pedalen
te gaan staan. Voor zij die gaan klimmen, is er in de schematische
opbouw rekening mee gehouden. Zij hebben een redelijke portie
intervaltraining voogeschoteld gekregen, want dat is op
het vlakke de basis voor het klimmen. Indien zij de bergen
intrekken zullen zij daarvan zeker de vruchten plukken.
Voor degenen die niet in het heuvelachtig gebied kunnen
trainen, stel ik voor om in het schema vooral de intervaltrainingen
goed uit te voeren.
Om de spierkracht nog extra te trainen kun je met een grotere
versnelling dan normaal rijden; vanuit stilstand met een
grotere versnelling tegen viaducten op rijden; op het vlakke
steeds afremmen en praktisch vanuit stilstand weer op gang
komen en rijden met zachte banden..!
Al deze factoren vereisen meer vermogen en spierkracht en
zijn effeciënte trainingsmiddelen om het zware klimwerk
straks aan te kunnen.
Bedenk: elke
kilo teveel aan lichaamsgewicht veroorzaakt bij een helling
van 5% een snelheidsverlies van 1%.
Fietsen in
de warmte
Temperaturen tot zo'n 20°
C. zijn ideaal voor het leveren van duurprestaties. Naarmate
de temperatuur (en de luchtvochtigheid) stijgt, wordt de
situatie minder gunstig. Warmte vraagt veel energie. Door
regelmatig te trainen bij hogere temperaturen raakt het
lichaam er betere op ingesteld en zullen de prestaties minder
snel afnemen.
Drink vooral ook op tijd!
Als je cyclosportieven in het buitenland gaat rijden moet
je er rekening mee houden dat vooral de eerste vier dagen
in een warm klimaat veel aanpassing van het lichaam vragen?
De totale acclimatisatie duurt ongeveer 2 weken.
Warmte kan je onderuit halen zeker als je nog eens bergop
moet!
In het bergop fietsen in de warmte schuilt het gevaar van
hyperthermie (een hogere lichaamstemperatuur dan 39°)
waardoor je gezondheid aangetast wordt.
Stretching
Er ontstaat dikwijls nogal
wat discussie over het nut van stretching door getrainde
fietsers. Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat de
spieren korter worden door ze regelmatig te belasten. Meer
en meer wordt aangenomen dat getrainde fietsers lange, goed
doorbloede spieren hebben. Dit betekent dat stretchen weining
effect zou hebben omdat je dan meer het spierbindweefsel
oprekt.
Rekken is zeker nog wel van belang als onderdeel van de
warming-up als preventie, d.w.z. een algemene warming-up
doen, vervolgens rekken, gevolgd door het inrijden op de
fiets. Hierdoor wordt de doorbloeding van de spieren beter,
zullen de spieren langer worden en daardoor meer kracht
kunnen uitoefenen. Het rekken na het fietsen zorgt samen
met een goede cooling-down ervoor dat je sneller herstelt
van de inspanning.
N.B. Bij overbelasting is er vaak een aanhechtingsprobleem
van de dijbeenspierpees aan de knieschijf. Dit geeft knieklachten.
Meestal is er dan sprake van een dijspierverkorting. Ook
een te zware, versnelling rijden en koude spelen een rol.
In dat geval moet je extra rekoefeningen doen.
Sport en ouder
worden
In onze directe omgeving
ontwaren we nogal wat fanatieke fietsers die al even de
40 c.q. 50 jaar voorbij zijn. Zij trainen en leven als beroepsrenners.
Dat roept vraagtekens op! Sporten / fietsen is erg gezond
maar de prestatiedrift is vaak om je zorgen over te maken.
Het zet mensen aan tot dingen die ze eigenlijk niet aankunnen.
Ze willen net topsporters zijn. Dat leidt er vaak toe dat
diverse alarmsignalen van het lichaam worden genegeerd en
dat kan levensgevaarlijk zijn. De "plotse dood"
komt nogal eens voor. Hoewel de biologische leeftijd van
iemand wel 10 jaar hoger of lager kan liggen dan de werkelijke
leeftijd, moet boven de 40 jaar niet meer extreem hard getraind
worden.
Persoonlijke topprestaties nastreven is dan niet meer zo
verstandig. Je hoeft je zeker geen oude sukkel te voelen,
maar enig respect en begrip voor je lichaam is hier zeker
op zijn plaats. Je elk jaar goed laten keuren is een "must".
Voorts moet je je realiseren dat je na je 40ste en zeker
na je 50ste je prestatievermogen afneemt, ook wanneer je
intensief sport. Je hebt ook meer tijd voor herstel nodig.
Het gevaar ligt met name op de loer als je met jongeren
de strijd aanbindt en je eigen grenzen overschrijdt. Een
hartslagmeter zou in dit opzicht van heel veel nut kunnen
zijn.
We willen geen zedenprekers zijn, maar de ervaring is dat
de meeste sportere denken dat het alleen de buurman kan
overkomen.
Wat medici
erover denken:
"Laat je eens
per jaar goed testen; als je ouder wordt is de kans op slagadervernauwing
groter. Je moet je grenzen kennen want je forceert snel
en dan ben je opgebrand."(Dr. J.S)
"Ze zijn meestal
te fanatiek bezig. Als ze té veel en té zware
intervaltrainingen doen, zijn hartritmestoornissen niet
denkbeeldig Tijdens de ritten spiegelt men zich niet aan
eigen lichaam maar aan de tegenstanders en dat kan gevaarlijk
zijn." (Drs R., sportarts)
Tips