| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Weet wat je doet, gebruik een hartslagmeter! |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Voor
het bepalen van de trainingsintensiteit gebruik je de hartslagmeter.
Dat is zoiets als de toerenteller in de auto.
De intensiteit wordt uitgedrukt in percentage van de hartfrequentie
(Hf). Als je de intensiteit nauwkeurig wilt weten, moet
je zowel je maximale als je hartslag in rust meerekenen.
Vaak wordt gesteld dat de max. Hf 220 min je leeftijd is
maar in de praktijk klopt dit zelden.
Je kunt echter zelf je max. Hf bepalen: doe eerst een warming-up
van 15 minuten, daarna ga je voluit fietsen met en snelheid
die je minstens 5 min. kunt volhouden. De laatste 30 à
40 seconden sprint je alsof je leven ervan af hangt. Lees
dan vlak voor het einde van die inspanning je maximale Hf
af op je meter.
Om meer zekerheid te hebben moet je dit liefst s'avonds,
enkele keren en op verschillende dagen uitvoeren. Hou er
wel rekening mee dat de max. Hf na een aantal maanden van
zeer intensieve training kan dalen tot zelfs met 10 slagen!
Je rustpols bepaal je door 's morgens op het bed liggend,
gedurende 1 minuut je Hf te tellen. Herhaal dit ook meerdere
dagen zodat je meer zekerheid hebt.
Er is geen enkele theoretische methode die precies kan bepalen
met welke Hf je moet trainen om het gewenste effect te verkrijgen.
Vele verklaren het
omslagpunt als zaligmakend maar zonder de nodige kennis
en ervaring kan het gebruik van het omslagpunt zelfs averechtse
gevolgen hebben.
Als bij een
lactaattest het omslagpunt op bv. 150 wordt bepaald
dan is het verstandig om bij de training een marge in te
bouwen (bv. 145-155) ook omdat het omslagpunt verandert
als de trainingstoestand verandert.
Methode van
Karvonen
De Hf kan per individu
sterk verschillen en hangt af van persoonsgebonden factoren.
Toch is er een methode waarmee de intensiteit van een
training uitgedrukt kan worden in een Hf op een voor iedereen
afgestemde manier:De methode van Karvonen. Hierdoor wordt
de hartslagfrequentiereserve (= Hf res.) berekend. Dit
is het verschil tussen je maximale Hf en je Hf in rust.
Hf
tijdens een training =
Hf in rust + (intensiteitspercentage x Hf res.)
|
Voor het bepalen van de
trainingsintensiteit kun je dan zelf een percentage van
de Hf res. nemen aan de hand van de methode van Karvonen.
Bv. Hf max is 180, Hf rust is 60, intensiteitspercentage
is 70% (ofwel 70/100, of 0,7).
Dan is de Hf res.: 180 - 60= 120 en moet de Hf tijdens
de training zijn: 60+ (0,7x120) = 144.
Je kunt aanhouden voor:
Hersteltraining + extensieve duurtraining: ongeveer 60%
Normale duurtraining: ca. 70%
Intensieve duurtraining: ca. 80%
Tempoduurtraining: 75 à 80%
Intervaltraining extensief: ca. 85%
Interval intensief: in de buurt van de maximale Hf.
Krachtuithoudingstraining: ca. 85%
(Voor uitleg zie artikel:
"Trainingsvormen")
Rust en temperatuur
Naast het voorgaande
is het volgende van belang:
Hf-in-rust
-
De rustpols kan variëren.
Controleer dagelijks.
-
Aan de rustpols kun je
zien of je na een training voldoende hersteld bent.
Is deze 10 slagen hoger dan normaal dan is er onvoldoende
herstel en moet je die dag niet of lichtjes trainen.
-
Als de rustpols langere
tijd hoger blijft dan normaal moet je rekening houden
met mogelijke overtraining.
-
Virusinfecties verhogen
de rustpols!
-
Bij vrouwen is de
rustpols 5 à 10 slagen hoger dan bij mannen van
dezelfde leeftijd.
-
Bij toenemende getraindheid
neemt de rustpols af.
-
Bij het ouder worden
daalt de rustpols geleidelijk, dit heeft niets te maken
met getraindheid!
-
De laagste rustpols
betekent niet de beste conditie. Iemand met een rustpols
van 50 kan een betere conditie hebben dan iemand van
40. De rustpols is individueel bepaalt maar kan door
training wel omlaag gebracht worden.
Hf en lichaamstemperatuur
- Hoe hoger je lichaamstemperatuur hoe
hoger je Hf.
- Tijdens inspanning neemt de lichaamstemperatuur
geleidelijk toe. Dit verklaart waarom de Hf toeneemt in
de loop van bv. een duurtraining ondanks dat je continu
met dezelfde snelheid fietst.
- Door verschillen in de buitentemperatuur
wijzigt je temperatuur en ook je Hf. Deze vertoont de
laagste waarde bij een omgevingstemperatuur van 18 à
20°C. Ideaal voor duursport. Als je bij 2°C. buiten
traint is het heel wat moeilijker om in de buurt van je
normale omslaggebied te komen dan bij 25°C.
- Als het weer omslaat en de temperatuur
stijgt gaat dit gepaard met een hogere Hf. Hierdoor daalt
het prestatievermogen. Het lichaam heeft dan enkele dagen
nodig om zich aan te passen.
Hierop moet je inspelen door enkele dagen rustig te trainen!
Denk hierbij aan cyclosportieven in warme landen (Marmotte!)
Dus liever niet 1 of 2 dagen van tevoren erheen maar je
lichaam de tijd geven om te acclimatiseren!
- De lichaamstemperatuur neemt toe in de
loop van de dag. Bij dezelfde persoon kan de Hf 's avonds
wel 10 slagen hoger zijn. ''s Morgens trainen vraagt een
andere limietinstelling van je hartslagmeter dan 's avonds.
- Door een hoge luchtvochtigheidsgraad
zal de Hf toenemen.
Luisteren naar de signalen
Hopelijk heb je door het bovenstaande
een beter inzicht gekregen m.b.t. het trainen met een hartslagmeter.
Het zal duidelijk zijn dat je niet klakkeloos met een bepaalde
Hf moet gaan trainen.
De hartslagmeter is slechts een nuttig controle-instrument.
Het allerbelangrijkste bij trainen blijft evenwel dat je luistert
naar de signalen van je eigen lichaam.
Iemand die met een hartslagmeter traint leert zijn lichaam
zo goed kennen dat hij vrij nauwkeurig kan aangeven met welk
een Hf hij op het moment traint.
Probeer zelf maar es zo ver te komen!
Veel fietsplezier!
|
|
|
| |
|
|
|