Bij een grote groep, zoals
toerfietsers, vervalt een trainingsprogamma algauw in globale
richtlijnen wat niet wil zeggen dat die niet goed kunnen
zijn. Elkeen neemt datgene eruit wat voor hem of haar voordelig
is.
Het is zeker voor toerfietsers zo dat de intensiteit van
de trainingen belangrijker zijn dan de duur! Als je dagen
na elkaar op de fiets zit, is de intensiteit heel laag.
Je kunt beter twee keer per week drie kwartier in één
redelijk tempo fietsen dan één keer per week
vijf uur na elkaar.
"Kortstondig trainen maar dan wel intensief" is
de vuistregel.
Keihard fietsen
Een te overmoedige start
is nadelig maar komt helaas veel voor! Blessures kunnen
het gevolg zijn. Geleidelijk opbouwen en op tijd rust nemen
daar gaat het om.
In het begin ben je niet zo goed getraind, dus heb je langer
herstel nodig en dat wordt vaak vergeten. Specifiek trainen,
gevolgd door een herstelperiode en weer trainen daar zit
de trainingswinst. Die zit niet in dag en nacht keihard
fietsen.
Voor jezelf bepalen waar je qua training gebleven bent is
even belangrijk. Training is omkeerbaar. Als je de hele
winter getraind hebt, je bent in een geweldige conditie
en je stopt twee weken, dan gaat van de trainingswinst zo'n
20 à 30% verloren. Starten waar je geëindigd
bent - kan niet - Die trainingsronde van 150 km is er op
dat moment teveel aan.
Training is specifiek
Vanaf begin februari, is
het aan te raden om regelmatig op de fiets te zitten, zo'n
twee keer per week, anders ben je te laat. Looptraining
is goed voor de conditie maar je gaat er niet beter van
fietsen. Hetzelfde geldt voor tennis, fitness of zwemmen.
Training is specifiek: waar je je in traint daar word je
goed in. Het is vanzelfsprekend dat je als alternatief wel
een andere sport kan doen, maar dan wel een waar je ervaring
in hebt, waar je aan gewend bent.
Als iemand niet gewoon is om hard te lopen dan moet hij
dat niet doen. Een uurtje hardlopen is niet gelijk aan een
uurtje fietsen. Bij hardlopen is de belasting op de spieraanhechtingen
veel groter.
Aan het begin van het seizoen krijgen veel fietsers rugklachten.
Bij de meeste verdwijnen ze nadat ze beter getraind raken.
Spierversterkende oefeningen voor de romp zoals buik- en
rugspieroefening zijn in de winterperiode een must.
Een spiergroep die je constant gebruikt is de zogenaamde
beenheffer. Deze spieren zitten aan de wervelkolom en het
bovenbeen vast en komen in actie bij de "fietsende
beweging".
Om de benen te gebruiken
worden de rugspieren dus steeds aangespannen. Als de rug
van nature stijf is, kun je snel last krijgen van blessures.
Soepele rugspieren zijn belangrijk. Buikspieren gebruik
je om de belasting van je rug onder controle te houden en
de bekkenkanteling tegen te gaan. Het is van belang dat
deze oefeningen op de juiste manier worden gedaan. Bij buikspieroefeningen
denken mensen vaak aan het "opdrukken": uit liggende
stand, met de voeten ergens onder, het bovenlichaam opheffen
naar de voeten. Bij deze oefening train je echter voornamelijk
de beenheffer en maak je de verkeerde spiergroep sterk.
Korte broek
Rekoefeningen kunnen gewoon
op de fiets gedaan worden. Afstappen bij een onaangename,
lage temperatuur is niet nodig. Kuiten en achillespezen
kun je ook op de fiets rekken. Alleen even je evenwicht
bewaren.
Minstens even belangrijk en vaak vergeten zijn de rekoefeningen
achteraf want dit is hét moment om de spieren te
rekken. Doe je dit niet, dan is de kans op een verkorte
"beenheffer" en daardoor rugklachten groot. Indien
je in de kou getraind hebt, neem je best achteraf meteen
een warme douche of warm bad. Vooral bij de knieën
en achillespezen is het belangrijk dat de doorbloeding weer
snel op gang komt. Trainen bij minder dan 10° vraagt
de nodige voorzorgen. Trek in dat geval beenstukken aan
die de knieën warm houden. Wie het te koud vindt kan
zijn toevlucht zoeken tot een hometrainer of rollenbank
of spinning.
Tot slot een paar adviezen over training van het klimvermogen.
Dit is een discipline die je wel op moet nemen in de trainingsopbouw.
Je kan ze gewoon trainen op vlakke weg door middel van intervaltraining.
Begin de eerste weken met duurtraining, dus in één
tempo met daartussen door een tempoversnelling van een aantal
minuten. Voer dit langzaam op.
Bedenk echter dat wie echt goed wil klimmen ook echt op
hellingen moet oefenen.
Een rustige opbouw, herstelperiodes inlassen, rekoefeningen
niet vergeten en het schema aanpassen aan uw persoonlijke
situatie, dan ben je goed voorbereid op het grote werk als
het seizoen begint!