Home page

Individuele begeleiding

Inleiding

De dagcentra binnen de bijzondere jeugdzorg proberen een integrale gezinsbegeleiding op te zetten. Deze taak omvat 2 begeleidingsvormen, die aan elk gezin aangeboden worden en waarzonder een dagcentrumbegeleiding niet kan opgezet of aangehouden worden: een intensieve (thuis)-begeleiding van het gezin en een dagelijkse opvang/begeleiding van de minderjarige in de dagcentrumgroep. Naast deze noodzakelijke pijlers worden afhankelijk van dagcentrum tot dagcentrum en van de noodwendigheden van de afzonderlijke gezinnen verschillende bijkomende (begeleidings-)klemtonen gelegd: ouderwerking, individuele begeleiding, schoolbegeleiding, netwerkhantering...

Het dagcentrum ‘De Twijg’ profileert zich door de individuele begeleiding van de minderjarige bijzonder sterk uit te bouwen. Deze individuele begeleiding wordt naast de thuisbegeleiding en de opvang van de minderjarige ingeschat als derde noodzakelijke begeleidingsvorm.



1. Individuele begeleiding in ‘De Twijg’

De minderjarigen worden in ‘De Twijg’ opgevangen in een verticale leefgroep en leven dus mee in het groepsgebeuren. Dit creëert automatisch mogelijkheden tot het oefenen van groepsvaardigheden. Doch elke minderjarige moet daarnaast ook worden gezien als individu binnen deze groep: een individu dat een eigen verleden, eigen ervaringen, eigen kwetsuren en een eigen thuissituatie met zich meedraagt. Dat verleden en die ervaringen hebben hun invloed op de manier waarop de minderjarige zich gedraagt, reageert, relaties en conflicten aangaat, problemen oplost of ermee omgaat. Als we de minderjarige in deze aspecten willen begeleiden, moeten we een zicht hebben op de minderjarige als persoon, als gezinslid, als leerling, ...

Een inzicht verwerven in die context van de minderjarige om aldus ontwikkelingsgerichte acties te ondernemen behoort tot de integrale gezinsbegeleiding: een op elkaar afgestemde thuisbegeleiding, opvang in groep, schoolgerichte werking en individuele begeleiding.

Met enerzijds het algemene inzicht in de psycho-sociale ontwikkeling van kinderen (cognitieve, emotionele, conatieve, seksuele, relationele ontwikkeling en daarbij horende leeftijdsgebonden ontwikkelingstaken) en anderzijds de gezinseigen informatie en contextuele interpretatie hiervan trachten we voor elke minderjarige in het dagcentrum individuele begeleiding op te zetten.

We stellen ook vast dat in vele van onze gezinsbegeleidingen de consulenten en/of de ouders vragen om een intense individuele begeleiding. Het gedrag van de minderjarige dat als storend wordt ervaren of de bemoeilijkte ontwikkelingswijze zijn vaak signalen van een fundamentele gezinsproblematiek die aan de gezinsleden de onhoudbaarheid van de situatie aantonen. De ouders benoemen deze signalen dan ook van als de hoofdproblematiek waaraan gewerkt dient te worden. Vaak moet voor hen dat signaalgedrag op individueel begeleidingsniveau ‘aangepakt’ worden.

De begeleiding gericht tot de minderjarige situeert zich in het dagcentrum op dubbel vlak. Enerzijds is er een groepsmatig aanbod, de groepswerking en groepsbegeleiding genoemd: de minderjarige wordt in zijn dagelijks functioneren binnen de groep begeleid in een (ortho-)pedagogisch kader (zie beleidstekst Groepsbegeleiding). Anderzijds - hier betreft het de individuele begeleiding - zijn er belevingen en ervaringen van de minderjarige uit het verleden en uit het heden waarvoor individuele ruimte gecreëerd moet worden om in het hier en nu handelingsvaardigheden te oefenen en/of om in zekere mate een veilig klimaat te scheppen om kwetsuren uit het verleden (en soms nog uit het heden) een plaats te geven.

Eenmaal een individuele begeleiding aangevat wordt, heeft deze dan ook uitlopers en invloeden op de andere levensdomeinen van de minderjarige: de thuiscontext, de problemen op school, de groepspositie, de problemen met zichzelf,...



Samenvattend: de algemene doelstellingen van de individuele begeleiding

‘De Twijg’ beoogt met een individuele begeleiding voor elke opgenomen minderjarige twee doelen te bereiken:In individuele contacten de minderjarige boodschappen van aanvaarding geven m.b.t. zijn individuele en sociale situatie om hem te bevestigen in zijn gepast of gepaster handelen en aanwezig zijn in het dagcentrum, thuis, op school en andere maatschappelijke verbanden.

Tijdens de dagcentrumcontacten veranderingen bewerkstelligen in het functioneren van de minderjarige. Dit wordt opgevat als het aanbieden van groeikansen aan de minderjarige op vlak van sociale, psychologische en emotionele ontwikkeling, gekaderd binnen de gehele context van deze minderjarige. Deze beide doelstellingen kunnen zowel plaatsvinden tijdens losse contacten tijdens groepsmomenten (al dan niet met de individuele begeleider) als tijdens afzonderlijke individuele contacten met de individuele begeleider.

Door deze individuele begeleiding verhoogt de kwaliteit van de integrale gezinsbegeleiding.

Voor die individuele begeleiding last ‘De Twijg’ formele momenten in (éénmaal per twee weken, vaak wekelijks) waarin de individueel toegewezen begeleider de minderjarige uit de groep haalt.

Daarnaast zijn er ook de vele informele momenten: de losse babbel in de groep, tijdens het roken van een sigaretje, tijdens de afwas, ... Elke begeleider heeft hierbij aandacht voor elke minderjarige in het dagcentrum, maar van de individuele begeleider mag een voorkeuraandacht verwacht worden.





2. De specifieke doelstellingen van onze individuele begeleiding

De doelstellingen van individuele begeleiding gaan velerlei richtingen uit. Als begeleider beoog je effecten bij de minderjarige zelf, in zijn gezinsfunctioneren, op het vlak van zijn functioneren in diverse sociale rollen. Tevens heeft elke individuele begeleiding ook effecten naar de persoon van begeleider zelf.

De doelstellingen verschillen ook in aard. Sommige zijn product-doelen (= wat er bereikt dient te worden: de hoofdklemtoon ligt op het te bereiken resultaat), andere zijn proces-doelen (= hoe iets bereikt wordt: de klemtoon ligt op de wijze waarop iets gebeurt, waarop iets ingeoefend wordt, ...).Ten aanzien van de minderjarige Hier spreken we van centrale doelstellingen en van bijdoelstellingen. Deze laatste vloeien voort uit de centrale doelstellingen, maar zijn daarom niet minder belangrijk. De doelstelling(en) van de individuele begeleiding is (zijn) meestal opgenomen in de doelstellingen van het handelingsplan. De individuele begeleiding van de minderjarige is dus uitdrukkelijk opgenomen in het handelingsplan van ‘De Twijg’.

Het kan zijn dat er bepaalde persoonskenmerken zijn die bij de minderjarige aangescherpt of bijgestuurd moeten worden. Het gaat dan voornamelijk om product-gerichte doelstellingen als ADL-training, werken aan een bepaalde houding, attitudes.

Als individueel begeleider ben je op het dagcentrum voor de minderjarige ook een soort ombudsman, die erkenning en ondersteuning geeft. Een vertrouwenspersoon tot wie de minderjarige zich kan richten als die voor een onmachtssituatie staat, met een of ander conflict gewrongen zit door omstandigheden op school, thuis, het dagcentrum of elders. De minderjarige moet een ventilatie-mogelijkheid krijgen.

Een doelstelling die daaraan gekoppeld kan worden is die van de aandacht. Een minderjarige kan groeien als hij/zij aandacht krijgt. Een individuele begeleiding hoeft soms niet meer te zijn dan die aandacht te bieden waarnaar de minderjarige verlangt. Hem of haar het gevoel geven van "de moeite waard" te zijn, is ongetwijfeld ook een van de doelstellingen.

Minderjarigen en dan vooral jongeren, hebben soms nood aan perspectieven om zicht te krijgen op een uitzichtloze situatie. Met die uitzichtloze situatie wordt de vaagheid van de duur van de begeleiding bedoeld en de onwetendheid van de jongere of en hoe hij/zij er zelf iets kan aan doen. Hierop een antwoord geven is ook een functie van de individuele begeleiding.

Als begeleider acht je het veelal als je taak de minderjarige te vormen. Je wil hem meer slagkracht geven om zich te kunnen redden in de maatschappij. Hem te helpen in zijn persoonlijke ontplooiing en ontwikkeling en aan competentievergroting doen is dan ook een doelstelling.

Maatschappij-gerichte doelstellingen Ook naar de maatschappij toe heb je als individueel begeleider een opdracht. Als je een opdracht krijgt van de jeugdrechtbank of van het comité voor bijzondere jeugdzorg, dan impliceert dit automatisch dat de begeleiding ook een maatschappelijk belang heeft. Als we het hierboven hebben over de ontplooiing en ontwikkeling van de minderjarige, doe je dat als begeleider onder andere in functie van de maatschappij. In de omgang met de minderjarige kun je een patroon aanbieden die voor de maatschappij aanvaardbaar is. Daarnaast kun je de minderjarige er voor behoeden onschuldige derden tot slachtoffer te maken. Een jongere die zijn of haar woede onbesuisd wil koelen kan geholpen worden en misschien, zorg je er als begeleider voor dat de woede zich niet manifesteert ten koste van de maatschappij.

Gezinsgerichte doelstellingen Het begeleiding ten aanzien van het gezin is een belangrijke pijler binnen het dagcentrumwerk. De individuele begeleiding moet geïntegreerd zijn in deze gezinsbegeleiding. Het is dan ook van daaruit dat de prioritaire doelstellingen van de individuele begeleiding geformuleerd worden.

Het is een zoeken naar een gepast aanbieden en inlassen van de individuele begeleiding in de gezinsbegeleiding. Vaak is het zo dat een problematische opvoedingssituatie een signaal is van de minderjarige om aan te geven dat iets verkeerd loopt binnen het gezin. De ouders benoemen dit meestal niet zo en willen gewoon dat hun zoon of dochter handelbaar wordt. Om hierin rust te brengen is individuele begeleiding onmisbaar. Aan het kind moet aangegeven worden dat het gehoord wordt, maar tegelijkertijd moet het zijn of haar gedrag wat aanpassen zodat er thuis rust komt en er aan de fundamentele problemen gewerkt kan worden. Ouders zijn soms ook nog niet sterk genoeg (meer) om om te gaan met acute conflictsituaties. Deze kunnen o.a. ruimte krijgen in de individuele begeleiding van de minderjarige en in de gezinsbegeleiding wordt dan eerder op het probleem ingegaan samen met de ouders. De individuele begeleiding wordt dus in grote mate ingelast in de gezinsbegeleiding.

Een belangrijke doelstelling van individuele begeleiding kan beogen om de spanning en stress binnen het gezin te verlagen door intussen met de minderjarige te zoeken naar oplossingen en deze te enten in de gezinsbegeleiding.

Begeleiders- en dagcentrumgerichte doelstellingen De individuele begeleiding heeft evenwel ook zijn effecten in het dagcentrum en op de dagcentrumbegeleider zelf. Soms is een individueel gesprek nodig om de dagcentrumgroep op een leefbare manier te hanteren. Conflicten die ontstaan binnen de groep dienen ons inziens enerzijds, in de mate van het mogelijke, in de groep te worden aangepakt. Maar anderzijds kunnen ze buiten de groep herkaderd worden en een bredere betekenis krijgen.

Daarnaast kunnen we niet ontkennen dat we in ons engagement als begeleider op zoek zijn naar voldoening die we zoeken in de individuele prestaties en ontwikkelingen van de minderjarige. Vanuit de begeleiding ontstaat er een gezonde interesse in de minderjarige. We raken (niet altijd bewust) geboeid door de minderjarige en willen hem of haar ‘vooruit krijgen’. Als die motivatie er niet (meer) is, kwijnt je gedrevenheid als begeleider stilaan weg. De begeleiderbetrokkenheid, het enthousiasme en het engagement van de begeleider uit zich zowel in de thuisbegeleiding als in de groepsbegeleiding, maar ook in de individuele begeleiding. Dit is een niet te veronachtzamen doel van individuele begeleiding.





3. Werkwijze, methodieken en technieken

Als leidraad gebruiken wij drie instrumenten. Voor de kinderen gebruiken we "de doos van Heidi" (zo genoemd naar de stagiaire die hiervoor de concrete uitwerking op zich nam). Dit is een instrument dat uit heel wat verschillende attributen bestaat. Het komt erop neer dat het kind samen met de individuele begeleider enkele items aandoet. Er zijn negen items:
Ik en mijn lichaam

Ik en mijn spel

Ik en mijn relaties tot anderen

Ik en mijn familie

Ik en mijn opdrachten thuis

Ik en mijn leren

Ik en mijn voelen

Ik en mij uitdrukken

Ik met en zonder zorger Bij elk item zijn er drie "babbel"-sessies die afgewisseld worden met drie "doen"-sessies.

Naast deze doos van Heidi wordt ook gebruik gemaakt van de doos vol gevoelens, waarin gerichte individuele begeleidingsmomenten naar de vier hoofdgevoelens (blij, bang, boos, verdriet) uitgewerkt staan.

Een ander instrument als leidraad is het faseplan. Dit gebruiken we bij de individuele begeleiding van jongeren. Dit faseplan is ontstaan uit de nood aan termijnplanning en perspectief bij de jongeren. Het faseplan heeft dan ook als bijbedoeling een antwoord te bieden aan die nood. Het faseplan bestaat uit een parcours dat de jongere moet afleggen. Het parcours bestaat uit vijf fasen. Bij aanvang van elke fase bespreken de jongere en de individuele begeleider bij de directeur waaraan ze (jongere en individuele begeleider) samen gaan werken. Deze werkwijze geeft aan de jongere aan dat de begeleider de begeleiding als taak (als ‘job’) dient uit te voeren: gezamenlijk staan zij voor deze opdracht(en).

In fase 1 en fase 2 gaat het om opgelegde opdrachten: de begeleiders [in teamverband, maar op aangeven van de gezinsbegeleider en de individuele begeleider] stellen telkens een drietal werkpunten op. In de volgende fasen moet de jongere zelf werk- en aandachtspunten voorleggen (al dan niet vanuit teamsuggesties). Een hulpmiddel hierbij is het invullen door de jongere van doelkaarten (aanvinken van items met betrekking tot ontwikkelingstaken en -behoeften). Per fase worden meer vrijheden verkregen. Het faseplan is gebaseerd op het competentiemodel, doch enigszins bewust aangepast. Het token-systeem is bewust veranderd, omdat we van mening zijn dat een interne motivatie als drijfveer meer effect heeft dan externe motivaties (tokens).

Een derde leidraad zijn de leefsleutel-momenten. Ook deze is gericht naar de jongeren. Dit zijn evenwel groepsmomenten waarbij aan het individu gewerkt wordt op een speelse laagdrempelige manier.

Deze instrumenten bieden vaak de gelegenheid aan de minderjarige om zich een beetje bloot te geven. De begeleider krijgt de kans om openingen te creëren. Eens het vertrouwen en die openheid er is, is het afhankelijk van de problematiek hoe en of erop ingegaan wordt.

Het is dan ook niet zo dat we krampachtig en rigide aan deze leidraden vasthouden. Aan individuele begeleiding doen, vereist een flexibiliteit om zo goed mogelijk in te spelen op de problemen van de minderjarige, van het gezin of in de dagcentrumgroep. In die flexibiliteit kan de individuele begeleider dan ook verschillende methodieken of technieken aangrijpen om een zo goed mogelijk antwoord te geven aan de minderjarige. Vaak zijn deze een creatieve vorm van individuele begeleiding gebaseerd op bekende theorieën of therapeutische methodieken. Vanzelfsprekend doet een gewone babbel, het geven van aandacht soms meer dan een goed uitgedachte methodiek.



4. Valkuilen binnen de individuele begeleiding

We moeten echter attent blijven en de vraag blijven stellen of we ons op de een of andere manier niet op dun ijs aan het begeven zijn.

Individuele begeleiding kan in sommige gevallen ook meer kwaad dan goed aanrichten.

Als we de minderjarige vaardigheden willen bijbrengen, moeten we steeds in ons achterhoofd houden dat we die in overeenstemming moeten brengen met de verwachte taken van thuis uit. De cultuur binnen het gezin is een meebepalende factor. In twee richtingen. Zo mogen we de minderjarige niet ‘sterker maken dan de ouders’. Het kan niet onze bedoeling zijn om in de minderjarige een conflict te installeren, waardoor hij/zij op de duur met zijn loyauteit in de knoop geraakt (dagcentrumnormen ø gezinsnormen). En daarnaast moeten we ervoor zorgen dat de vaardigheden die van thuis uit verwacht worden wel leeftijdsgepast zijn. Ook aan onszelf als individueel begeleider moeten we steeds die vraag blijven stellen: ‘Wat is gepast voor die minderjarige, met die leeftijd, binnen dat gezin?’

Wij zijn geen tovenaars of gebruiksvoorwerpen, zo mogen we dan ook geen valse verwachtingen bij de ouders creëren.

De Twijg, januari 1999