ORHAN VELI - GEDICHTEN, EEN KEUZE

 

uit het Turks vertaald door Luc Deneulin

 

 

 

Naar de oorlog

 

Kind met blonde haren dat naar de oorlog gaat!
kom even mooi terug als je nu bent;
met op je lippen de geur van de zee,
op je wimpers zout;
kind met blonde haren dat naar de oorlog gaat!

Reis

Wilgen zijn mooi,
maar wanneer onze trein
in het laatste station aankomt
zou ik liever
dan een wilg
een beekje willen zijn.

Haïku

De geur van het schuim
en een schotel garnalen
aan zee te Sandik.

 

Voor Istanbul

1.April

Onmogelijk
gedichten te schrijven,
als je verliefd bent;
en onmogelijk er geen te schrijven,
in de maand april.

2. Verlangens en herinneringen

Verlangens zijn één ding,
herinneringen een ander.
In een stad die de zon niet ziet,
zeg me, hoe kun je daar leven?

3. Insecten

Denk nergens aan,
verlang gewoon!
Kijk, dat is wat insecten doen.

4. Uitnodiging

Ik wacht
kom wanneer het zulk mooi weer is
dat het onmogelijk is niet te komen.
Gedicht over eenzaamheid

 

Ze weten het niet, zij die alleen leven,
hoe de stilte de mens beangstigt;
hoe de mens tegen zichzelf praat;
hoe hij naar de spiegel loopt,
weemoedig verlangend naar een ziel,
ze weten het niet.

Kwatrijn

Kijk, zie het zo grote geheim van het leven
één wortel van de boom is overgebleven
hoe zoet is niet de wereld dat duizenden mensen
zonder armen, zonder benen blijven leven.

 

Mooi weer

Mij heeft dit mooie weer in het verderf gestort,
bij zulk weer nam ik ontslag
als ambtenaar bij de dienst der domeinen.
Ik begon bij zulk weer te roken
bij zulk weer werd ik verliefd;
ik vergat brood en zout
naar huis mee te brengen bij zulk weer;
de ziekte om gedichen te schrijven kwam terug
bij zulk weer;
mij heeft dit mooi weer in het verderf gestort.

 

Mijn woorden

In 1914 ben ik geboren
in '15 begon ik te spreken
ik spreek nog steeds.

Waar zijn nu al mijn woorden,
de lucht in?
En misschien komen ze alle
in 1939
terug in de vorm van vliegtuigen.

 

 

Voor het vaderland

Wat hebben we voor dit vaderland niet allemaal gedaan!
Sommigen onder ons zijn gestorven;
sommigen onder ons hebben toespraken gehouden.

Sabri, de monteur

Sabri de monteur en ik praten
altijd 's nachts
en altijd op straat
en altijd zijn we dronken.
Telkens zegt hij:
"Ik zal te laat thuiskomen"
en telkens heeft hij twee grote broden
onder de arm.

 

Brieven aan Oktay

1. Ankara 8.12.37 - 21 uur

De winter is een kwelling
in een Hongaars restaurant schrijf ik
mijn eerste brief
Mijn beste Oktay
vannacht
groeten alle dronkaards je.

2. Ankara 10.12.37 - 14 uur 30

Nu regent het buiten
en in de spiegel trekken wolken voorbij
en dezer dagen beminnen Melih en ik
hetzelfde meisje.

3. Ankara 1.1.38 - 10 uur

Sinds een maand zoek ik werk, ik ben berooid.
Niets over de schouders, niets op het hoofd.
Had ik haar niet lief
dan had ik ter wille van de mensen wellicht niet
langer op mijn stervensdag gewacht.

Grafschrift

1.
Niets deed hem op deze wereld
zo veel pijn als zijn likdoorns;
zelfs dat hij lelijk was
maakte hem niet zo verdrietig;
wanneer zijn schoenen hem niet te veel knelden
riep hij Allahs naam niet vaak,
toch kan hij niet als een zondaar beschouwd worden.
Hoe droevig toch voor Süleyman Efendi.

2.
To be or not to be,
dat waren geen problemen waar hij zich zorgen om maakte;
op een avond sliep hij in;
en ontwaakte niet meer.
Ze tilden hem op en brachten hem weg,
ze wasten hem, baden voor hem en begroeven hem.
Wanneer zijn schuldenaars zijn dood zullen vernemen
schelden ze hem vast zijn schulden kwijt.
En wat zijn tegoeden betreft...
de overledene had er geen.

3.
Ze hebben zijn geweer in het magazijn gezet,
en gaven zijn uniform aan iemand anders.
Er was geen kruimel brood meer in zijn zak,
aan zijn veldfles geen afdruk van zijn lippen;
er was zo'n felle wind
dat hij vanzelf gegaan is,
zijn naam liet geen herinnering.
Enkel dit dubbel vers bleef,
hij schreef het op de schoorsteen van een café:
"De dood is wel Allah's wet,
was het afscheid er maar niet".

 

De vogels liegen

Geloof het niet, jas van me, geloof het niet
dat wat de vogels zeggen;
jij die het intiemste van mezelf bedekt.

Geloof het niet, de vogels liegen
elke lente weer.
Geloof het niet, jas van me, geloof het niet
Anjer

Gelijk hebt u, zo mooi als grote kunst
is wellicht niet
de dood van tienduizend mensen
en het mobiele detachement van Warschau
lijkt maar weinig op de anjer,
"die geplukt werd van de lippen der geliefde".

Avontuur

Ik was klein, ik was klein,
ik wierp een visnet in zee;
de vissen schoolden snel samen,
ik zag de zee.

Ik maakte zelf een vlieger, helemaal versierd;
het uiteinde had de kleuren van de regenboog;
ik gooide hem de lucht in;
ik zag de hemel.

 

Ik, Orhan Veli

Ik, Orhan Veli,
schrijver van het bekende vers...
"Hoe droevig toch voor Süleyman Efendi"
vernam dat u nieuwsgierig bent
naar mijn privé-leven,
ik zal u dus een en ander vertellen:
eerst en vooral: ik ben een mens
en geen circusdier of zo.
Ik heb een neus, ik heb oren,
de vorm ervan is niet mooi.
Ik woon in een huis
ik werk op een kantoor.
Ik heb geen aureool,
en geen vleugels.
Ik ben niet zo bescheiden
als de koning van Engeland,
en niet zo aristocratisch
als de laatste butler van Celâl Bayar.
Ik hou erg veel van spinazie
en op pastei met kaas
ben ik dol.
Bezit en eigendom zeggen me niets.
Ik zweer het, niets.
Mijn naaste vrienden zijn
Oktay Rifat en Melih Cevdet
En dan is er nog de zo vereerde geliefde;
haar naam zeg ik niet,
die moeten de literatuurhistorici maar vinden.
Ik hou me onledig met onbeduidende zaken,
en de onbeduidende zaken waar ik me niet mee bezig hou
laat ik aan letterkundigen over.

 

Leven

1
Ik weet het, leven is niet makkelijk,
zijn hart schenken, de geliefde bezingen;
's nachts bij het sterrenlicht wandelen,
overdag zich warmen aan de zon;
een middag door kunnen brengen,
op de heuvel van Carolica...
- de Bosporus heeft zoveel soorten blauw -
in dat blauw kun je alles vergeten.

2.
Ik weet het, leven is niet makkelijk;
maar zo is het nu eenmaal
het bed van de overledene is nog warm,
zijn polshorloge blijft tikken.
Leven, vrienden, is niet makkelijk,
sterven ook niet; van deze wereld afscheid nemen is niet makkelijk.

 

Voor jullie

Voor jullie, mensenbroeders,
alles is voor jullie;
de nacht is voor jullie, net als de dag;
overdag het daglicht, 's nachts het maanlicht;
de blaren in het maanlicht;
de onrust van de blaren;
de wijsheid van de blaren;
in het daglicht duizend en een soorten groen;
alle geel is voor jullie net als het roze;
een hand op de huid,
de warmte ervan,
de zachtheid ervan;
de rust van het liggen;
goededag voor jullie;
voor jullie zijn de wiegende masten in de haven;
de namen van de dagen,
de namen van de maanden,
de kleuren van de roeiboten zijn voor jullie;
voor jullie is de voet van de postbode,
en de hand van de pottenbakker;
het zweet dat van voorhoofden druipt,
de kogels die aan het front worden afgeschoten;
voor jullie, de graven en de grafstenen,
gevangenissen, boeien en doodstraffen;
voor jullie;
alles is voor jullie.

 

Ik luister naar Istanbul


Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
eerst waait er een briesje;
heel zachtjes wiegen
de bladeren aan de bomen;
in de verte, heel ver,
de steeds rinkelende belletjes van de waterverkopers;
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht.
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
net dan vliegen er vogels voorbij;
heel hoog, krijsende zwermen vogels,
in de visserij worden de netten ingehaald;
voeten van een vrouw baden in het water;
ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht.
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
de koele, zo koele overdekte bazar;
een drukte van je welste aan Mahmutpasha;
binnenpleinen vol duiven.
Uit de dokken komt het geluid der hamers
in de lichte lentewind is er de geur van zweet,
ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht.
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
in mijn hoofd nog de dronkenschap van vroeger plezier,
schemerige bootloodsen en een villa aan het water;
de ruisende zuidwestenwind gaat liggen
ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht.
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
er loopt een mooi meisje op de stoep;
gevloek, liedjes, ballades, geroep.
Er valt iets uit haar hand;
het zal wel een roos zijn;
ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht.
Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht;
er fladdert een vogel rond je rok;
of je voorhoofd warm is of koud,ik weet het;
je lippen vochtig of droog, ik weet het;
achter de pijnbomen verschijnt een witte maan
ik begrijp dit alles uit het kloppen van je hart;
ik luister naar Istanbul.