Orhan Veli Kanik

 

Voor de Turken is "Ik luister naar Istanbul" wellicht het bekendste gedicht uit hun hele literatuur.
De schrijver ervan, Orhan Veli Kanik, werd in 1914 in Istanbul geboren. In 1925 gaat zijn familie in Ankara wonen waar hij schoolloopt. Bij zijn eerste stappen op het pad van de poëzie wordt hij aangemoedigd door één van zijn leraren, de dichter Tampinar. Ook raakt hij er bevriend met Melih Cevdet Anday en Oktay Rifat, net als hij beginnende dichters. Ze lezen elkaar hun werk voor en discussiëren over kunst en literatuur. Spoedig richten ze een bescheiden tijdschrift op: "Sesimiz" (Onze Stem).

Na het lyceum keert hij naar Istanbul terug, waar hij filosofie gaat studeren. Ondertussen geeft hij les aan het Galatasaray Lyceum. Paardenrennen worden zijn passie.

Zijn studie geeft hij vrij snel op, en in 1936 gaat hij bij de Telegraafdienst in Ankara werken. In hetzelfde jaar worden in een aantal tijdschriften zijn gedichten gepubliceerd, zoals in Ses (Stem), Inkilâpçi Gençlik (Revolutionaire Jeugd) en Varlik (Bestaan). Aanvankelijk schrijft hij onder pseudoniem (Mehmet Ali Sel), later gebruikt hij als auteursnaam, naar Turkse traditie, zijn beide voornamen.

In 1941 verschijnt de ophefmakende gedichtenbundel "Garip" (Eigenaardig) met teksten van zowel Orhan Veli als Melih Cevdet Anday en Oktay Rifat. Het boek roept zeer tegenstrijdige reacties op. Deze teksten betekenen een echte breuk met de klassieke Osmaanse dichtkunst, zowel qua inhoud (door het alledaagse en ongekunstelde te verheerlijken - een anjer, een insect - , of af te wijzen - vogels zijn leugenaars, mooi weer is verderfelijk - en door het absurde van het leven te beschrijven) en qua vorm (metrum en rijm zijn verdwenen), als qua taal (een eenvoudige woordkeus en syntaxis in schril contrast met de ingewikkelde, archaïsche taal van de Divan-dichters die erg door het Perzisch beïnvloed was).

Na zijn legerdienst wordt Orhan Veli vertaler bij het Ministerie van Nationale Opvoeding. Hij vertaalt er o.a. werk van Molière en de Musset evenals La Fontaines fabels. In '48 zet hij de komisch-moraliserende volksverhalen op vers over de in de Turkse, Perzische en Arabische wereld legendarische dorpsgeestelijke Nasrettin Hodja. Zijn eigen werk, dat ondertussen gepubliceerd wordt, oogst grote bijval.

In 1949, het jaar voor zijn dood, sticht hij het eenmanstijdschrift Yaprak (Blad).

Al werd Orhan Veli in Turkije vrij vlug een beroemd figuur in Turkije, toch stelde hij alles in het werk om zijn privé-leven verborgen te houden, wat afstak tegen de personencultus van de Divan-dichters. Daarom gevraagd, portretteerde hij zich het liefst met uitspraken als "ik eet graag spinazie" of "ik ben bang voor kikkers".

Na een val op straat in Ankara sterft hij op 14 november 1950 aan een hersenbloeding. Hij wordt met eerbetoon ter aarde besteld in Rumelihisar, aan de Bosporus.

Luc Deneulin 1996.

 

 

GEDICHTEN