Marc Quaghebeur (° Doornik, 1947), doctor in de Romaanse filologie, werkt bij de Franse gemeenschap en is directeur van "Les Archives et Musée de la Littérature". Zijn literaire activiteiten na zijn studies beperkten zich niet tot het schrijven van poëzie maar omvatten ook een enorme inzet voor de Belgische franstalige literatuur.

Zijn gedichten werden gepubliceerd in literaire tijdschriften; in vertaling wekten ze ook in het buitenland belangstelling en werden opgenomen in anthologieën of in tijdschriften. Bij diverse uitgeverijen publiceerde hij de bundels Forclaz, L'herbe seule, Fins de siècle, Chiennelures, Les vieilles, L'effroi l'errance, oiseaux, Les carmes du saulchoir en L'outrage. De novelle La nuit de Yuste werd enkele jaren geleden gepubliceerd in "L'année nouvelle".

Door uiterste vormbeheersing en woordverfijning zet Marc Quaghebeur de lezer aan tot een verregaande kritische analyse. In de evolutie van zijn gedichten is het woord op zich steeds belangrijker geworden, wat met het invoeren van een sterk muzikaal ritme gepaard ging. Taal en beeld vinden hun weergave in Het Woord, in De Lettergreep. Een esthetiek met ingehouden adem: één vers, één of twee woorden zonder dat het hele gedicht de Franse syntaxis geweld aandoet; een ascetische, bij wijlen abstracte poëzie, tragisch door het thema, schroomvol in de uitdrukking ervan. De bladspiegel, de leegte die de verzen omgeeft en dat wat men niet zegt, worden steeds belangrijker. Marguerite Duras kan hier aangehaald worden: "Il y aurait une écriture du non-écrit."
Marc Quaghebeur formuleert het als volgt: "Ik ben niet tevreden zolang mijn verzen nutteloze woorden bevatten". Het ascetische aspect van de gedichten wordt in zijn publicaties geïllustreerd door schilders en tekenaars zoals Sarah Kalisky en Octave Landuyt.

België, Belgisch: het zijn begrippen waar Marc Quaghebeur mee worstelt. Zij werpen een licht op zijn belangstelling voor Vlaamse, in het Frans schrijvende auteurs zoals Michel de Ghelderode, op het feit dat hij één van zijn eerste gedichten tijdens zijn studententijd in het Nederlands schreef, namelijk Weekliefdeloop, en op zijn pogingen om tussen nederlandstalige en franstalige uitgeverijen akkoorden te sluiten met het doel werk in vertaling "uit te wisselen", zodat beide gemeenschappen elkaars literatuur beter leren kennen.

Hij zet zich in voor de analyse en de verspreiding van de franstalige Belgische literatuur. Dit gaf aanleiding tot publicaties zoals "Alphabet des lettres belges de langue française" en "Lettres belges entre absence et magie", en tot ontelbare artikels in binnen- en buitenlandse tijdschriften. Zijn ambt bij het Ministerie van de Franse gemeenschap wijdt hij haast volledig aan het verspreiden en bevorderen van literatuur in buiten- en binnenland (zo zijn er zijn inspanningen om het werk van René Kalisky, één van België's grootste toneelschrijvers, meer bekendheid te geven). Op zijn initiatief kwamen talrijke publicaties in andere talen tot stand van werk van vooraanstaande franstalige auteurs.

 

ga naar   GEDICHTEN