Wat is kant

     
     
  Stropkant

Kantgroep: doorlopende draden

Stropkant is een van de eenvoudigste kantsoorten. De gronden worden opgevuld door eenvoudige en samengestelde tralies. Het volwerk wordt in halve, linnen en gewrongen slagen geklost. De tekeningen zijn geometrisch en repetitief. Voor de versieringen worden spinnen, waaiers en palmen gebruikt. Sierdraden en kunstslagen worden hier sporadisch toegepast.
     
  Grofbloemwerk

Kantgroep: afgeknoopte draden

Deze oud-Vlaamse kant, evolueert in de loop van de 17e eeuw van een massief kantwerk naar een levendige bloemenkant. De tekeningen zijn meestal bladeren, ranken en andere figuren. De kantsoort biedt door haar eigen techniek veel mogelijkheid tot vernieuwing. Om de verschillende delen met elkaar te verbinden worden veel aanhakingen gemaakt. De delen van het volwerk worden met elkaar verbonden door vlechten en verschillende gronden.
     
  Cluny

Kantgroep: doorlopende draden

De naam 'Cluny' wordt gegeven aan de kant, gemaakt naar voorbeelden die bewaard zijn in het "Musea de Cluny" te Parijs. Het volwerk bestaat uit vlechten met inkelogen Cluny wordt geklost in halflinnen, of linnen, al dan niet versierd met kunstslagen. De tekeningen zijn meestel geometrisch en repetitief. Heel veel vlechten, venitiaanse vlechten en kunstslagen dienen als versieringen
     
  Russische

Kantgroep: afgeknoopte draden

Ze bestaan uit één of meerdere linten die allerlei richtingen volgen en al werkend aangehaakt worden, om zo een zekere tekening te bekomen. De ruimte tussen de kronkelingen vult men op met vlechten en/of kunstslagen die gemaakt worden met de draden van het lint. In sommige Russische kanten wordt een dikkere sierdraad gebruikt die in reliëf op de linten gewerkt wordt.
     
  Duchessekant of Fijn bloemwerk

Kantgroep: afgeknoopte draden

Deze zeer fijne kantsoort heeft dezelfde technieken als het Grof Bloemwerk, er wordt aangehaakt aan reeds gemaakte delen. Rondom het werk hebben we speld na 4, even als de binnenzijde. De buitenzijde worden versierd met inkelogen. De motieven worden omrand met één sierdraad.
     
  Vlaanderse kant

Kantgroep: doorlopende draden

Deze typische kantsoort, waarvan de benaming verwijst naar een Vlaamse herkomst heeft florale, dierlijke of aan het dagelijks leven ontleende massieve motieven, repetitief, vaak een bolletje als zaaimotief in de tralie. De gronden worden geklost in een vijfgaatjesgrond of vlaanderse tralie, het volwerk in linnenslagen. De versieringen worden gemaakt met sneeuwvlokken in de ruimte tussen en in de motieven, openluchtjes in het volwerk, sierdraad en ring om de motieven, picots aan de rand.
     
  Binche of Point de Fee

Kantgroep: doorlopende draden

Deze kantsoort is afgeleid van een Oud-Vlaamse 18de eeuwe kant, deze kan men herkennen aan zijn licht geweven linnenwerk, dat bijna doorschijnend aandoet. De motieven worden steeds in linnen en halflinnen gemaakt, en de gronden zijn een mengeling van allerhande sneeuwvlokken. Brugge geeft vanaf de 19e eeuw de Binche kant een eigen aspect. De jarenlange inspanningen die door de Zuster Apostolinnes werden gedaan om de Binche kant een eigen karakter te geven werd bekroond met het toveressenwerk. (point de Fee) Dit toveressenwerk is de trots van de zusters Apostolinnes en de kantschool te Brugge.
     
  Rococo

Kantgroep: afgeknoopte draden

De Rococo kant, is een soort bloemwerk dat vooral bestaat uit driebladige bloempjes met sierlijke linten waaruit talrijke krullen vertrekken. Deze werd vooral gemaakt in de 19e en 20e eeuw te Brugge, Brussel, Aalst en Tielt, en in Cantu (Italië
     
 
Chantilly

Kantgroep: doorlopende draden

De nabij de Franse hoofdstad gelegen stad Chantilly gaf haar naam aan een van de meest geliefde kantsoorten uit de 19de eeuw. Onder keizer Napoleon kwam de Chantilly-kant tot grote bloei en onder het Tweede Keizerrijk was het een zeer favoriete kant. Na de ineenstorting van het Keizerrijk in het jaar 1870 en tevens onder invloed van de veranderde mode , geraakte deze kloskant stilaan uit de mode. Er werd niet alleen geproduceerd in Calvados, Bayeux en Le Puy maar ook in de Belgische steden Edingen en Geraardsbergen. Deze laatste stad werd het centrum van de Chantilly-kant, die men verkocht onder de naam "Dentelle de Grammont". De zowel in Frankrijk als in België gemaakte kant van dit type is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Alhoewel witte draad uitzonderlijk gebruikt werd, kloste men meestal met zwarte zijde. De motieven zijn licht en frivool en doorgaans van florale aard. De in stroken gekloste kant wordt onzichtbaar aan elkaar gehecht met de "point de raccroc". Kenmerkend is het fijne opengewerkte ornament dat, omgeven door een dikke draad, gelijktijdig met de achtergrond in afgeronde maas is geklost. Men maakte in Chantilly vrij grote stukken zoals o.a. de bekende puntsjaals. Ook kleine voorwerpen kwamen tot stand, waaronder fraaie waaiers en allerhande kledij-onderdelen met vlinders, bloemen en vogels.
 
     
  Valenciennes

Kantgroep: doorlopende draden

Valencienneskant werd genoemd naar de franse stad Valenciennes, vind zijn oorsprong in de 17e eeuw. De vlakke en fijne kant heeft als bijzondere kenmerken de achtergrond van ronde en vierkante mazen. In de 18 eeuw meer de ronde vorm, in de 19 eeuw meer de vierkante maas. Kenmerkend zijn het volwerk geheel in linnenslagen. De tekeningen zijn meestel ontleend aan de natuur, zoals bloemen, bladeren, ranken en dieren.
     
  Tönder

Kantgroep: doorlopende draden

Tönder is een tulekant geklost met heel fijne garen, gelijkend op Rijselse en Buckinghamkant. De siervulling van de motieven zijn meestal uitgevoerd in spiegeltralie, gewerkt in gesloten speldslag. Al dan niet met een sierdraad ingewerkt. De oorsprong van Tönderkant ligt in het hertogdom Schleswig op Zuid-Jutland, in Denemarken. Bijzonder van toepassing in de volksklederdracht. In Tönder wordt driejaarlijks een "Lace Festival" georganiseerd".
     
  Parijse kant of Turnhoutse kant

Kantgroep: doorlopende draden

Ontstaan in de 18de eeuw in de omgeving van Parijs. Het is een zeer stevige kantsoort daar de traliegrond gemaakt wordt met gewrongen slagen. De motieven zijn in linnenslagen gemaakt, en omringd met een sierdraad, deze bestaat uit bloemen en dieren. Tralies zijn veelal bezaaid met bolletjes (boontjes). Als versiering vinden we de grote en de kleine sneeuwvlok. De open ruimtes in de motieven worden soms opgevuld met een spiegeltralie en tulegrond.
     
  Moderne

Kantgroep: afgeknoopte draden

Het volwerk van deze kantsoort wordt gemaakt met variaties van halve, linnen en gewrongen slagen. Hier is alles mogelijk, er wordt met veel kleur en verschillende garens gewerkt