het verhaal van een tuin en zijn bewoners...
november 2006 - december 2006 - januari 2007
30 december
Houtkant allom de laatste dagen:
De verdere opkuis van de oude houtkant aan de straatkant (naast het uittrekken van de bramen hoofdzakelijk het weghalen van kromme en neerwaarts groeiende takken van Gewone es, Wilg en Olm) heeft negen bruikbare plantpoten van wilg opgeleverd, die ondertussen al in een dubbele, geschrankte rij in de grond zitten aan de nieuw te vormen houtkant (grens graasweide 3 en Propere Buren) - amai, wa zin maat - . Wilgepoten zijn niks meer dan een stuk afgezaagde wilgentak. Typisch voor wilgen is dat, als je zo'n afgezaagd stuk tak in de grond steekt, het wortels en bladeren gaat vormen en kan uitgroeien tot een kloon van de moederplant.
Normaal gezien wordt dat vooral gedaan om knotwilgen te planten: een minstens vijf centimeter dikke tak van drie meter lang een meter diep in de grond werken (goed stevig aankloppen: hiermee voorkom je dat de tak te veel beweegt met de wind en de nieuw gevormde microworteltjes beschadigd raken), en met een beetje geluk heb je een knotwilg.
Maar hier heb ik het gedaan met stukken van een paar centimeter dik en een halve meter lang die zo'n 20 cm in de grond zitten. Die zullen, als het een beetje meezit, volgend voorjaar lage zijtakken gaan vormen en zo een scherm vormen dat weelderige distelgroei aan het oog van ongeruste buren onttrekt. De poten staan in twee geschrankte rijen, met een meter afstand tussen de twee rijen, en met telkens een meter afstand tussen twee planten van éénzelfde rij. Nog een dikke honderd pootstokken erbij, en de houtkant staat vol.
Onder het motto 'nooit genoeg' ben ik ook begonnen met het aanleggen van een derde houtkant, tussen graasweide twee en drie, van 3 meter breed en 26 meter lang. (klik voor plattegrond). Hier komen deze winter nog een vijftal knotwilgen, met daartussen hakhout van Gewone es en Haagbeuk.
Werk 1 hierbij: vraatzuchtige schapen buiten houden. Alweer een rij palen erbij dus, en een draad van 120cm hoog. Ter lering ende vermaeck, en vooral om mijzelf wat bezig te houden:
Hoe span ik een deftig schaapwerende afsluiting?
stap 1: palen zetten. Niet gierig zijn: beter lange en dikke dan korte smalle, want ge zult zien dat er altijd zo'n etter bij zit die ofwel voor de sport palen omver kopt, dan wel er vlotjes over springt. Zelf ben ik dus van lieverlee afgestapt van de paaltjes van 160 cm lang en 6 cm breed en werk nu met palen van 200/8.

Nodig hierbij: meetgerief, rubber of houten hamer en een goeie spade. De palen komen op een (liefst) rechte lijn, op een onderlinge afstand van drie meter. Palen voor een derde van hun lengte in de grond, de laatste loodjes kan je afhankelijk van de ondergrond met de hamer inkloppen. In dit geval (palen van twee meter lang) zitten ze een goeie 70 cm in de grond, zodat er voldoende paal overblijft om de draad van 120 cm hoogte aan te bevestigen. Aan de hoekpalen ook een schuin ingeplante paal om de spanning van de draad op te vangen.
stap 2: draad spannen. Niet gierig zijn: koop zware draad, want niks dat schapen liever doen dan met hun g*t tegen uwe propere ursus gaan schuren, of met heel hun gewicht er tegen gaan leunen om dat ene sprietje daar, juist buiten hun bereik, te bemachtigen. Zelf ben ik omwille van die reden zelfs helemaal afgestapt van ursusdraad: ze zitten er altijd met hun kop door te rekken, raken er soms in vast met hun wol, trekken de boel scheef en laten plukken wol achter, zodat uw eens propere draad na verloop van tijd gaat lijken op een stuk industriële archeologie uit een textielfabriek waar in een duister verleden angoratruien verhakseld werden (of zoiets). Zware ursusdraad is bovendien niet goedkoop (zo'n 175€ voor een rol van 50 meter). Vergelijkbaar van prijs, maar ze geraken er met hun kop niet door, is tuindraad van Bekaert. Ze trekken hem dus niet zo snel helemaal scheef, én je plantgoed er achter is tot op zekere hoogte beschermd (koop hem dus hoog genoeg).
Groot probleem bij het zetten van een afsluiting: strak genoeg krijgen. Bekaert heeft van die speelgoedkammetjes waar je mee verondersteld wordt de boel te kunnen opspannen. Ik moet daar eens goed mee lachen. Zelf gebruik ik een metalen staaf en een takel waarmee ik tot 500 kilo trekkracht kan zetten. Genoeg om de draad zodanig op te spannen dat hij *zwoiiiinnngggggg* zegt als je er aan trekt. éénmaal goed opgespannen kan je dan op het gemak de draad vastnagelen met (vooral grote!) krammen, zo'n zeven per paal, kwestie van te overdrijven. Na het vastnagelen gewoon de takel lossen en klaar!
nodig hierbij: ijzerdraad (om draad aan betonnen paal te bevestigen), krammen (grote! nog groter!), spangerief (takel), hamer, draadtang, ijzeren staaf om tussen draad te vlechten en takel aan te haken alvorens op te spannen. Nu nog een poortje en we kunnen planten. Maar dat is voor volgend jaar. Tot dan, en prettige feesten!
27 december

zonder woorden...
22 december
Met moeite worden de dagen een fractie langer (*), of onze Witte van Moerbeke denkt al dat het van poeperkesdag is. Meneer had er vandaag niets beter op gevonden dan vlotjes over de Ursusdraad (toch zo'n meter hoog) te hupsen om bij het stamboek-vrouwvolk van de buren van vuile manieren te gaan doen. Ze zullen niet lachen bij Steunpunt Levend Erfgoed, want om enige genenvermenging zit hij bepaald niet verlegen: Hampshire-downs en Texels; ze moesten er allemaal aan geloven. Ergens ben ik wel bepaald trots natuurlijk dat zelfs onze huisdieren geen onderscheid maken naar ras of kleur, maar quand-même...
Wie er al helemaal NIET mee kon lachen was de buurvrouw, want hij had zich en passant ook aan gedeelten van de gemillimeterde siertuin vergrepen, én zij hadden volgend jaar liever geen lammetjes gehad omdat al dat dikkoppig stamboekgedoe moeilijk lammert. Alle begrip natuurlijk, en zij uiteindelijk ook wel voor het hele gebeuren. Enfin, ik heb dan maar ineens een extra prikkeldraad boven de ursus gespannen waar hij voor mijn part bij een volgende poging met zijn glockenspiel blijft aan vasthangen, de geilaard. Er komt in de loop van de volgende week ook een tweede parallelle draad, zodat het een dubbele barière wordt (en tussen de twee draden ineens een stuk of zes nieuwe knotwilgen, hèhè).
* : jawel! eindelijk is het kwaadste gepasseerd en beginnen de dagen weer te lengen. Elk jaar weer een moment waar ik bijzonder naar uitkijk!
Update 24 december
De palen staan er al, om de drie meter, op 3 meter van de perceelsgrens zodat er een beleefde afstand blijft tussen plantgoed en buurman. Palen van acht centimeter breed en twee meter lang, 75cm diep in de grond. Nu nog draad spannen en de wilgen kunnen geplant worden.
18 december
Meerdere jaren heeft het gevergd, maar nu meen ik te mogen stellen dat ik over een tot ongekend niveau geperfectioneerde techniek beschik om vlot en pijnloos pindasnoeren te fabriceren voor het wintergevogelte. Há! En gij nu!
Gedaan het gepruts met stopnaald en naaigaren. Gedaan met halverwege de noot geblokkeerde naalden en doorprikte vingers. Gedaan met van de naald schietende draad en van de draad vallende noten. Wie het ooit geprobeerd heeft knikt begrijpend, wie het nooit gedaan heeft hoort het nu donderen in Keulen. Nochtans, veel heb je niet nodig: een zak ongepelde aardnoten, een stevig stuk ijzerdraad en een flinke spijker (zo'n 8 cm model voldoet perfect).
Neem de spijker, doorboor de noten.
Plooi een lus onderaan de ijzerdraad zodat de noten er niet afglijden
Rijg de noten aan de ijzerdraad en hou 7 cm over bovenaan om vast te maken aan de boom
Klaar!
De ijzerdraad kan je bovendien gewoon opnieuw gebruiken als de nootjes opgegeten zijn.
Eenmaal de vogeltjes van voer voorzien heb ik mij op het volgende werkje gestort: de houtkant wat uitkuisen. Beginnend met het verwijderen van de oprukkende bramen. Niet dat bramen niet waardevol zijn, verre van. Maar ze hebben al ruim tien vierkante meter tot hun beschikking waar ze de vogelkens en de zoogdierkens van nut kunnen zijn (nest- en schijlplaats), dus ze moeten niet overdrijven en de rest van de tuin inpikken. Ze proberen wel, wees gerust: uitlopers van vijf meter en langer slingeren zich tussen de essenstoven en het ander hakhout, en schieten aan het uiteinde weer wortel. Klaar om van daaruit volgend jaar de volgende sprong te wagen. Moest ge ze laten doen, ze overwoekerden alles. Maar niet met dendezen natuurlijk: met stevige handschoenen kan je de nieuw gewortelde stukken vrij makkelijk lostrekken, op een bolletje rollen en teruggoooien naar afzender. Dit ruimen van bramen past overigens cultuurhistorisch ook perfect in hakhoutbeheer: het gebeurde honderden jaren geleden ook, en is pas de laatste decenia wat op de achtergrond geraakt in de meeste bossen. Met op veel plaatsen overdreven veel bramen als gevolg, mede door de inwaaiende meststoffen.
Eenmaal de bramen weggetrokken ook begonnen met de pruiken van de essenstoven wat uit te dunnen, want na de stevige hakbeurt van vorig jaar (zie 22 december 2005) schieten er naar alle kanten takken en takjes uit. Per stoof een tiental mooie rechte takken laten staan, die de komende jaren mogen verdikken in functie van de houtstoof (volgende 'oogst' binnen 5 à 6 jaar).
De afgesneden takken kunnen probleemloos op de al aanwezige takkenwal, die op een jaar tijd al een stukje gezakt is. Een ecologische tuin, 't is een gemak, menjirrenmaddam. Aan de voet van de takkenwal staat trouwens een weelderige groep Roodbruine schijnridderzwammen. Maar nu de temperaturen aan het kelderen zijn zal 't wellicht gedaan zijn met paddenstoelen voor dit jaar. Niettemin, 't is een mooie soortenlijst geworden op een paar maand tijd.
11 december
Over hoogstamfruitbomen:
'...Onderhoudssnoei en begeleidingssnoei kunnen best uitgevoerd worden na bladvorming en voor bladval. Dit vermindert waterlotvorming en schimmelinfecties. Enkel het zware snoeiwerk bewaar je voor de winterperiode. ... '
Mo gow zeg! En dat lees ik natuurlijk pas nu, nu dat alle blaadjes er af zijn. Een paar appelboompjes kunnen anders wel wat onderhoudssnoei, zoals dat heet, verdragen. Er zitten nogal wat naar binnen groeiende takken in.'t Zal dus toch voor deze winter zijn vrees ik, waterloten of niet. Maar 't is goed om weten voor volgend jaar.
Na het jacques-lebel incident nog meer omgewaaid plantgoed, deze keer gelukkig met minder erg. De vlinderstruik, nog volop in blad, is met steunpaal en al omgewaaid (steunpaal afgekraakt). Ook hier was de doordrenkte bodem waarschijnlijk de hoofdoorzaak. Samen met de felle rukwinden en het gewicht van blaadjes en nattigheid genoeg om heel de boel te doen kantelen. Ik heb er eens flink de snoeischaar ingezet, en dan alles weer rechtgetrokken en aan een nieuwe steunpaal gehangen. Misschien een techniek die het proberen waard is met de Jacques lebel, je weet maar nooit...
Van fotograferen is, ondanks het mooie licht, niet veel in huis gekomen. Wel een matig beeld van een stuitergal op een eikenblad.

Stuitergallen worden veroorzaakt door een kleine galwesp, Cynips longiventris. Dit familielid van de Cynips-soort die de bekende appelgallen bij Zomereik veroorzaakt is er ene met twee generaties. In de gal op de foto zitten enkel vrouwelijke galwespjes. De gallen vallen standaard mee af met de bladeren, de insectjes overwinteren binnenin de gal. In het vroege voorjaar komen de vrouwtjes tevoorschijn en gaan op zoek naar de ontluikende knoppen van eiken, waarop ze eitjes leggen. Op de nieuw ontluikende eikenblaadjes ontstaan dan Grijze fluweelgallen, kleine ovale galletjes van enkele mm groot, waaruit zowel mannelijke als vrouwelijke galwespen komen. De vrouwtjes van deze generatie leggen, na bevruchting, opnieuw eitjes, die dan weer stuitergallen veroorzaken.
December al ondertussen, maar ge zoudet niet zeggen: Er staat nog vanalles in bloei, gaande van Madeliefjes, Herderstasjes en Scherpe boterbloem tot Hysop, Harig knopkruid en of course chrysanten die nog nikske last van nachtvorst hebben. Nu, dat is allemaal vrij normaal: 't zijn soorten die zelfs in putje winter nog in bloei kunnen staan. Wat minder evident is: één kip pleegt nog geregeld een eitje, zodat we er per week toch een drietal kunnen oogsten. Genoeg voor de basisconsumptie in onze keuken. Fijn zo. En er crossen ook nog wat beestjes rond, zoals onderstaand tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje. Schrikwekkend hoe rap die beestjes voortbewegen als je er een scherpe foto van wil...
December wil ook zeggen dat deze website al twee jaar groeit, samen met de tuin, die op die twee jaar behoorlijk veranderd is.
En ook zelf heb ik op die twee jaar veel bijgeleerd. De richting die we met onze tuin uit willen krijgt ook meer en meer vaste vorm, al ligt nog lang niet alles vast. Maar we hebben tijd, alle tijd. Het is mooi om de individuele planten, de dieren en de tuin als geheel te zien evolueren, en hier en daar zachtjes in een bepaalde richting te duwen. De laatste tijd outen ook meer en meer mensen zich als lezer van deze site *zwaai zwaai - dag lezers!*. Doorgaans weet ik dan niet onmiddellijk waar kruipen van acute beschaamdheid en al. Maar niettemin: zeer fijn dat jullie hier enige interesse voor kunnen opwekken. Ik sta er nog altijd van versteld dat ik meer dan 3000 bezoekers per maand haal met deze kwatsch, ofte 100 mensen per dag. Nooit gedacht.
Mooie complimenten gekregen ook, van mensen die ik om hun fotografische en/of menselijke kwaliteiten ook zelf sterk waardeer. Dus ik ga nog wel even door vrees ik... :-)
Recent heb ik ook de vraag gekregen waarom er niet meer persoonlijke blabla en foto's op komen, in casu van mijn drie kinderkens, waarvan algemeen geweten en aanvaard is dat het de schoonste en slimste kinderen ter wereld zijn. Wel, heel bewust.
Zo stond in de loop van dit jaar plotsklaps iemand in levende lijve in mijn kantoor in Ronse die mijn whereabouts via deze website opgesnord had. Gelukkig bleek het geen bijlenzwaaiende gek te zijn maar gewoon Boudewijn (néén, niet die Boudewijn, die is al lang dood) die mij wat dingen kwam vragen in verband met zijn zwemvijver. Toch even schrikken, zoiets. Maar ik zou niet graag hebben dat er plots ene voor mij staat om mij een toek op mijn m**le te geven omdat ik op deze site iets gezegd zou hebben dat hem niet aanstaat.
Maar ook, en vooral, om dergelijke dingen. 'tinternet is een plek waar vies volk rondloopt. En die heb ik liever niet op bezoek. Maar jullie daarentegen, liefste lezers, zijn oprecht bedankt, zeker diegenen die het aangedurfd hebben hier ook zelf een woordje te placeren. Kom vooral nog eens terug. Daaag, vrienden van de eigenwijze tuin. (ikke Wim Helsen fan, ikke)
november 2006 - december 2006 - januari 2007