het verhaal van een tuin en zijn bewoners...
april 2006 - mei 2006 - juni 2006
29 mei
Waarvoor huishoudelijke activiteiten allemaal wel niet goed zijn: bij het buitenzetten van de vuilniszakken (twee stuks, want wegens mijn fenomenale georganiseerdheid had ik de vorige ronde gemist) kwam een joekel van een Gewone pad van onder de zakken tevoorschijn. Omdat er voor zo'n beest in de garage maar weinig te bikken valt werd onze specialist dierenvrijlater erbij gehaald om hem in de boomgaard tussen het hoge gras los te laten. Zo weet hij weer wat vertellen morgen op school. En ja, zijn nagels waren vuil, want hij had juist pieren verzameld om onze kuikens wat bij te mesten. Inderdaad: meer voeling met de kuikens dan met de regenwormen.
28 mei
New toys for boys! Om het klein grut nog wat groter in beeld te krijgen heb ik mij een setje Soligor tussenringen in huis gehaald. Geen evidente bevalling, want blijkbaar wordt dat gerief niet via de reguliere fotohandel verkocht in Vlaanderen. Dan maar via foto Konijnenberg, die vanuit Nederland ook de Belgische markt bedient. En zie, terwijl ik mij liet uitregenen in de Hoge venen dit weekend kwam ondertussen de postbode langs met mijn nieuw gerief. Jammer dat het zo hard waaide deze namiddag, maar toch een vliegske kunnen verschalken op de muur achter de schapenstal. (werkelijke grootte vlieg: nog geen halve centimeter).
22 mei
Ha! Gepaste trots is op zijn plaats! Ik verklaar mij nader: Mijn vrouwtje heeft arendsogen, en ontwaart in een
wirwar van haagplanten en grasjes voorwaar een libel. En zelf slaag ik er in om, uit de hand, met een 180mm lens
met schrikwekkend veel wind een scherpe foto van het beest in kwestie te maken. Ik geef toe dat ik tevreden ben.
Het beest zelf heeft minder reden tot juichen: zie de achterrand van de linker achtervleugel: een ernstige deuk dreigt
deze jonge Platbuik (Libellula depressa) met een levensbedreigende handicap op te zadelen, den duts.
18 mei
Een
Kleine wespenbok (boven), een keversoort die zowel qua uiterlijk als qua
gedrag een wesp nadoet. En ook nog een soort uil (links, klik op de kleine
foto voor groter). Misschien de Goudhaaruil, misschien ook een Zuringuil,
misschien ook een... amai nie zoveel soorten van die grijze motten! Na grondig
snuisterwerk ben ik geneigd om voor een Zuringuil te gaan. Maar sla me niet
dood als het toch een andere blijkt. Wordt (alweer) vervolgd.
17 mei
Ha!
In de zak gezet door de gereputeerde boomkwekerij
De Bock!? Fraude, bedrog en valsheid in geschrifte!? Want wat had ik
besteld: Gelderse roos. En wat staat er nu volop te bloeien: Wollige sneeuwbal
(vermoed ik tenminste, want 't is toch iets raars zenne...). Allebei Viburnum,
maar de ene opulus, de andere lantana. En het stomme is, dat
staat daar al meer dan een week te bloeien (zie hieronder), en ik had het
nog geeneens door, blind vertrouwen hebbend in de gereputeerde boomkwekerij
De Bock! Maar vandaag zag ik op een wandeling echte Gelderse roos
in bloei. En langzaamaan kwam de gruwelijke waarheid doorgesijpeld.
Ik was ondertussen al zeker 50 meter verder getsjoold, goedgelovig als ik
ben! Tssss... waar gaan we naar toe als het vertrouwen van den consument
zo gruwelijk geschonden wordt.
Maar zonder zever: De Bock heeft goed plantgoed. Van de 50 planten die ik
dit jaar gezet heb is er misschien één die niet uitgelopen
is. Ook in vroeger jaren zijn zowel klein goed als hoogstamfruitbomen steeds
van zeer goede kwaliteit gebleken. Dat er dan al een goed gelijkende soort
meegegeven wordt gebeurt in de beste families. Gelukkig is het, als het
tenminste een wollige sneeuwbal is, ook een semi-inheems geval dat wel past
in ons assortiment. Soorten herkennen, 't is niet altijd makkelijk. Het
is hen vergeven, voor één keer.
Van soorten gesproken: uiteindelijk aan de namen geraakt van de beestjes van 14 mei.
De vermeende wesp is een Wapenvlieg (Chloromyia formosa), het vlindertje is niet het sterk gelijkende Muntvlindertje maar wel een Dwerghuismoeder (Panemeria tenebrata) en het kleine kevertje is voorwaar de schrik van de landbouw genaamd Oulema melanopus, naar verluid een venijnig graangewassenvretertje. Dat wordt hier nog plezant! (is maïs een graangewas vraag ik me af, 't is toch ook een poacee?)
Update 18 mei: zoude het misschien Viburnum opulus 'Roseum' betreffen,
een cultivar? God Verhoede! Dan zou ik me pas in de zak gezet voelen!
14 mei
klein, kleiner, kleinst.
Het wespje op de eerste foto zit wel degelijk op een kroonblaadje van een boterbloem. Het vlindertje zit wel
degelijk op een madeliefje, en het kevertje (laatste foto) is met moeite twee milimeter 'groot'. Het scherptedieptevlak
is bij zo'n vergrotingen zéér beperkt. 't beestje is dan ook niet 100% scherp. In vergelijking is
die Bessenwants een reus. Namen vinden zal minder evident zijn vermoed ik, vooral voor dat wespje vrees ik het ergste.
En het zou me ook niet verwonderen als er een vijftigtal van die pietluttige keversoorten bestaan. Straks eens werk
van maken...
11 mei

Op een halve vierkante meter in het 'hoge' gras kroop deze avond de ene na de andere Bessenwants (Dolycoris baccarum) van op de grond omhoog, om, eenmaal op het hoogste punt van een paardenbloem geraakt te zijn, het luchtruim te kiezen.
De Mierenkevers daarentegen vliegen niet. Ze doen wel niet alleen mieren na, maar blijkbaar ook konijnen. Want de twee exemplaren van gisteren zijn er ondertussen een tiental geworden. Maar nog even schuw, en nog even snel. Dus nog geen bevredigende foto.
10 mei
Mimicri! in mijnenhof! De kever op de foto linksboven (klik voor groter) doet van 'ik ben een grote gevaarlijke bosmier', in de hoop dat niemand het waagt hem op te vreten. Blijkbaar lukt het, want ze zijn al met twee (op het gestapeld hakhout) en voorlopig nog niet opgepeuzeld. Jammer genoeg zijn ze toch schuw, want meer dan één wazige foto was mij niet gegund. Kortstondig opzoekwerk leert dat het een Mierenkever is (Thanasimus formicarius), een roofkever van de familie van de Bonte kevers (Cleridae), in totaal zo'n 3000 soorten. Deze soort staat er voor bekend in de lente op boomstammen rond te spurten op zoek naar kleine insecten, vooral schorskeverlarven. Morgen betere foto's hopelijk. Ik weet ze nu in elk geval zitten. Verder zat het op de pinksterbloemen bescheiden vol van de langsprietmotjes.
8 mei

Een Paardebloem. Of Paardenbloem. Who cares.
7 mei
Het is zondermeer verbazingwekkend te noemen hoe een schattig bolleke dons in enkele maanden tijd kan uitgroeien tot een totaal onaantrekkelijke hoop pluimen die -bij leven- elke charme ontbeert. Ze zijn lelijk, ze waggelen maar wat rond en ze sch**ten er op los alsof het hun lust en hun leven is. Hun naam: Barberies. Lelijke eenden. Meer valt er in feite niet over te zeggen. Ze hebben echter één ding dat in hun voordeel pleit: ze zijn Lekker. (jazeker, hoofdletter, want ze zijn ECHT Lekker.) En van één Barberie eten wij met ons vijfkoppig gezin 3 keer. Dus het loont de moeite om ze gedurende enkele maanden de hele kippenren te laten onderbaggeren. Maar nu zijn ze in hoofdzaak nog schattig. Samen met hun vier collega's Gallus gallus . (rechts in beeld) En als het wat meezit krijgen ze volgende week nog het gezelschap van vier jonge Parelhoentjes, eveneens aan te schaffen in functie van de smaakpapillen. Ik weet het, ik ben een slecht mens.

6 mei
Een Pardosa-mannetje, druk aan het gesticuleren naar een vrouwtje dat een frambozenblaadje hoger zat. Pardosa's zijn een genus van wolfspinnen, met in Europa een dertigtal sterk gelijkende soorten.
Voorwaar bemerk ook: vanaf deze maand wordt nieuwe
tekst en foto's bovenaan toegevoegd, dan moet u dat scroll-wieltje niet
meer zo mishandelen als de maand al wat verder gevorderd is. 't is graag
gedaan.
3 mei
Kwart na zes. De zon was nog maar half zichtbaar deze morgen toen ik op de weide 350cc Denkavit ging uitdelen. Op de binnenkoer was nog een vleermuis zijn dessert aan het verzamelen. In de knotwilg zat de Steenuil nog wakker te wezen. Zij mochten gaan slapen. Ik moest gaan werken. 't is allemaal niet eerlijk.