het verhaal van een tuin en zijn bewoners...
januari 2006 - februari 2006 - maart 2006
5 februari
Dit weekend 'vogels voeren en beloeren'.
Massahysterie op bescheiden schaal.
Leuke promostunt voor natuurpunt natuurlijk. Maar ook niks meer dan dat.
Mijn tijd dan ook nuttiger besteed en een begin gemaakt aan het scheren
van de Meidoornhaag. Al heb ik ook de vogelkes
gevoerd, maar dat doe ik alle dagen. Nèm!
En wegens algehele miezer en mot, géén één foto
gemaakt buitenshuis. U bent er dus weeral aan voor de moeite.
Vandaag de draad teruggezet die ik bij het knotten
(zie januari) had weggenomen. Deze keer heb
ik er ook 'egelpoortjes' in voorzien, want bij het wegnemen van de draad
had ik de restanten gevonden van een egel die klem was komen te zitten in
de draad. Nu gewoon op drie plaatsen een paar 'kotjes' van de draad opengeknipt,
zodat ze in de toekomst makkelijker doorkunnen.
Het werd ook stilaan dringend om de Conférence
te snoeien. Het dreigde een gesloten boompje te worden met vooral vertikale
takken. Ik heb hem nu zodanig gesnoeid dat er twee horizontale kransen zijn
van drie à vier hoofdtakken. Bovenaan komt er later nog zo'n verdiepje,
maar die takken moeten eerst nog wat verder uitgroeien.
De voederplank kreeg vandaag het bezoek van een meute staartmezen. Niet te
doen om deze zenuwpezen een beetje deftig op de foto te krijgen. De foto
hieronder is de enige van een stuk of twintig die een beetje te pruimen
is, al is hij nog verre van scherp. Nu ja, door het raam getrokken, uit
de hand en met niet al te bijster veel licht... al bij al valt het nog mee.
Niet iedereen heeft tijd en goesting om een halve dag in een koude schuiltent
te zitten. En o ja, er is nog een paar meter takkenwal bijgekomen. Daarmee
zijn ook de allerlaatste takken opgeruimd. Er rest wel nog een 15 tal meter
meidoornhaag te scheren, dus er komt nog wat.
De eerste nieuwe vlindersoort voor de tuin dit jaar is al binnen. Donderdagavond zat een tamelijk grote mot op het raam. Buiten een foto van gemaakt, met de flits op een afzonderlijk statief zodat ik dichtbij kon komen zonder last te krijgen van de schaduw van m'n lens. Op die manier een barslechte foto gekregen van een grijze mot die zich schrap zet tegen de koude wind. Omdat het zo koud was had het beest ook totaal geen neiging om er vandoor te gaan. Gelukkig volstond de foto wel om het beestje op soort te (laten) brengen. Dankzij Jeroen Voogd weet ik nu dat het een mannetje Perentak is. Een wintervlinder waarvan het vrouwtje vleugelloos is. Ik zal me toch nog eens verder in het draadloos flitsen moeten verdiepen om wat betere foto's te krijgen.
Op de koer is een week lang een emmertje blijven staan met een restant water. Blijkbaar moet in de buurt ervan een bloeiende populatie springstaarten (Collembola) zitten, want uiteindelijk zijn er enkele tientallen van die beestjes in de emmer terecht gekomen. Waar ze natuurlijk niet uit kunnen. En waar ik ze makkelijk kon fotograferen. De beestjes zijn een paar milimeter groot, maar beschikken over een springmechanisme waardoor ze moeiteloos hoogtes van 20cm halen, hoog genoeg om in het emmertje te belanden. Zeer kleine ukjes indeed, derhalve het groot kanon bovengehaald zijnde de 180mm macro mét 2x converter. En éviva 'tinternet: binnen het kwartier het mailadres van een specialist ter zake opgesnord, en éviva George Tordoff: binnen het uur een antwoord op de vraag welke soort het betreft. Blijkt het zelfs meer dan één soort te zijn: Isotoma viridis maakt de hoofdbrok uit, en die ene grote rakker die er bij zit (groot is relatief: 't bazeke is zo'n 6mm lang) zou een Tomocerus longicornis zijn. En dan zit er nog een hoop kleine charels tussen, maar die zijn niet zomaar op naam te brengen. En zomaar kado nog een fijne link met foto's van Collembooltjes: zie alhier. Wijze beesten die Collembola.
Zeg nu zelf, als dat geen betrapte blik is, wat is het dan wel? Ongetwijfeld
waren ze aan erover aan het konkelfoezen om van H5N1 te doen, de
smeerlappekes! Maar 't zal gene waar zijn! Heel dat kiekeskot is
ondertussen overspannen met een vogelnet waar zelfs de gemiddelde mot niet
door geraakt, laat staan staatsgevaarlijke watervogelen! En volgens mij
was ik net op tijd, want ik was nog maar juist klaar of er zat daar al een
Turkse (sic!) tortelduif vals naar mijn hennekens te loeren!
Naast bovenstaand tijdverlies gelukkig ook iets nuttig kunnen plegen. Zijn in de grond geraakt: 1 Wilde kamperfoelie, 3 Gelders roos, 10 Haagbeuken (autochtoon genendinges, 10 Veldesdoorns, 10 Hazelaars en 10 Rode kornoeljes. Alles aangeplant in een dubbele rij parallel aan de reeds aanwezige meidoorn/sleedoorn/hondsroos-haag, dit alles ter hindering van indiscreet binnenloerende passanten én tevens ter bevordering der populaties aan inheems ongedierte.
januari 2006 - februari 2006 - maart 2006