het verhaal van een tuin en zijn bewoners...
december 2005 -
januari 2006 - februari 2006
1 januari
Voila,
we zijn weer gerust voor een jaar of zes: de houtkant is volledig gekortwiekt.
Resultaat is enkele stères* brandhout (nu nog een houtstoof), maar
bovenal een houtwal van ongeveer 8 meter lang. Zo'n houtwal is ideaal als
voedsel- en nestplaats voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Hoezee!
Nog meer ongedierte in mijnenhof.
Opvallend is dat de afgezette houtkant blijkbaar zeer aantrekkelijk is voor vogels. Er zit continu vanalles te fourageren, tot en met een koppel Grote bonte spechten toe. Misschien doordat de bodemlaag door mijn gevroet wat omgewoeld is en er daardoor wat eetbaars aan de oppervlakte gekomen is?
Hier alvast 1 foto van het resultaat, door het raam van de living getrokken dus niet goed van kwaliteit. Ik vervang hem eerstdaags door wat beter materiaal. Links op de foto zie je een deel van de houtkant, achteraan een stuk van de houtwal en op de voorgrond een deel van het brandhout (moet ik nog stapelen).

*: Een stère brandhout is 1 m³ houtblokken, met de luchtgaten ertussen inbegrepen. Dus gewoon een stapel van 1 meter breed en 1 meter hoog van stammetjes van 1 meter lang.
7 januari
Nog
een paar meter extra aan de houtwal gebreid en het hout ligt allemaal opgestapeld.
Om goed te zijn zou ik nu nog eens de bramen van tussen de essenstoven moeten
halen zodat die wat meer lucht en licht krijgen.
Een gesloten grijs wolkendek deze morgen, dus geen mooi licht voor foto's, maar hieronder toch een idee van hoe het er nu uitziet. De afgezaagde takken kwamen ruim boven de elektriciteitskabel. needless to say dat het een heel ander zicht is.
8 januari
De houtwal mag dan wel al ruim 10 meter lang zijn, er ligt nog altijd heel
wat 'kroonhout' op esthetisch onverantwoorde wijze op een lelijke hoop in
de weide. Bovendien moet de meer dan 50 meter meidoornhaag
nog geschoren worden, en dat zal ook nog heel wat twijgen opleveren. Extra
houtwal dringt zich derhalve op.
Omdat
het niet allemaal op dezelfde plaats moet komen, en omdat er als neveneffect
van onze verbouwingen nog wat bakstenen, kasseien, pvc-ramen,dakgoot en
dergelijke in een uithoek van de tuin liggen, lijkt het niet onhandig om
een tweede houtwal te bouwen die al dat bouwmateriaal wat verbergt. De aanzet
daarvan is gegeven: de palen zitten in de grond, maar de takken ertussen
gooien zal voor een andere keer zijn, want het wordt weer tijdrovend kettingzaagwerk.
En daar had ik even geen zin in.
Wat wel gebeurd is: de druivelaars opsnoeien en opbinden.
Tot nu toe doen ze het redelijk volgens het boekje, al zijn ze in 2005 niet
echt sterk gegroeid. Op de foto hiernaast zijn de dikke takken niet
de druivelaars, maar wel de steunstokken. De druivelaars zijn die miezerige
stengeltjes waar de rode pijltjes naar wijzen. Maar hoop doet leven, newaar.
klik hier voor het volledig verhaal over de druivelaars.
Ook dit weekend is het al takkenwal wat de klok slaat. De takkenhopen zijn opgeruimd, en een L-vormige afscherming is het resultaat. Voor wie zelf aan de slag zou willen: niets is eenvoudiger. Klop 2 rijen palen stevig in de grond, met zo'n meter afstand tussen beide rijen. Als je takken lang genoeg zijn (minstens 2 meter) dan volstaat een onderlinge afstand van 1 meter. Zijn je takken korter, dan moeten de palen dichter opeen. Dan gewoon de takken er in de lengterichting tussen gooien en af en toe eens aanstampen. Bij te sterk vertakte exemplaren moeten de stevigste zijtakken wel afgezaagd/afgekapt/afgeknipt worden, dus een kettingzaag, handzaag, hakbijl en takkenschaar zijn geen overbodige luxe. Anders krijg je geen compacte takkenwal. Gewone es en wilg zijn hiervoor een makkie, maar Hazelaar, Olm en vooral Meidoorn zijn schrikwekkend ambetant omdat ze naar alle kanten uitsteken. Die vragen dus wat meer knip en hakwerk. Er gaat redelijk wat hout in zo'n wal, dus het is een ideale manier om van grote hoeveelheden snoeihout af te raken.
Voor de rest valt in de tuin zeer weinig te beleven (vrij logisch: 't is tenslotte winter). Het gebruikelijke volk aan de voedertafel (de Ringmussen zijn ondertussen met een tiental), Fazanten en Houtduiven en af en toe een Buizerd verderop in de tuin. Daarnaast geen dierlijke activiteit, of het moest die nieuwe Mol zijn die zich op de schapenweide gesettled (of is het gesetteld?) heeft. Hij is in elk geval ijverig hoopjes aan het maken (kaka zegt Emma). Niet dat we dat erg vinden, hij stopt wel als zijn gangenstelsel groot genoeg is.

17 januari
Een plattegrond toegevoegd van de tuin. Als je er met
je muis over beweegt krijg je telkens een woordje uitleg te zien. Binnenkort
zal je er ook op kunnen klikken om meer te lezen . Maar voorlopig enkel
een korte beschrijving dus. Omdat het met een scriptje werkt is er veel
kans dat je in Internet Explorer een waarschuwing krijgt en dat het kaartje
in eerste instantie niet werkt, tot je toestemming geeft om het script te
draaien. Doe gerust. Er zit geen kwaadaardige code achter. Ik zou begot
niet eens weten hoe ik een kwaadaardige code in elkaar moet vijzen, laat
staan dat ik het zou willen doen.
Anyway: klik voor de plattegrond, en
geef vooral uw commentaar
Het nestkastje dat er ondertussen
een tweetal maand hangt krijgt de laatste drie weken dagelijks bezoek van
een Pimpelmeesje. Blijkbaar hangt het dus niet te dicht bij het raam. Het
vliegt regelmatig binnen en buiten, maar (nog?) niet met mestmateriaal.
De voedertafel wordt ondertussen goed
bezocht door de vaste klanten, zoals deze Ringmus. Benieuwd of daar in de
loop der jaren verandering in komt naarmate onze tuin 'groeit'. Of misschien
moet ik eens proberen om de voedertafel iets verder van het raam af te zetten,
misschien zijn er wel gegadigden die zich niet zo dicht riskeren. Voordeel
van dicht te staan is wel dat ik er dan tenminste een foto van kan maken
waarop je de vogel op z'n minst kan herkennen...
Behalve de vogels is er, met temperaturen rond het vriespunt, in de tuin voor de rest nagenoeg geen beweging te zien. Behalve dan één spinnetje dat zich op de Jacques-Lebel stam liet verrassen. Als iemand de naam kent: laat vooral weten. Voorlopig kom ik - ondanks hevig advies-inwinnen - niet verder dan een kogelspin (Theridiidae).

Update februari: uiteindelijk blijkt het (aan de hand van de pootstekeltjes) helemaal geen kogelspin maar een hangmatspin (samen met de dwergspinnen vormen die de familie van de Linyphiidae) : een Bodemwevertje, meerbepaald een jong exemplaar van Lepthyphantes tenuis. Met dank aan Ed Nieuwenhuys en Brian Goethals.
Mestoverschotje anyone? De hopen op de foto hiernaast zijn bergen kiekerendinges
van de kippenkwekerij hier in de buurt. Kan het het komende jaar weer lekker
insijpelen tot bij ons :-/
Nu ja, ze moeten er iets mee natuurlijk. En zo gruwelijk veel is het ook
niet gezien de oppervlakte die ze er mee zullen bemesten. Al zal er niet
rap een plantje doodgaan van een voedseltekort hier in de buurt (zoals onze
brandnetels en distels
bijvoorbeeld). Maar stinken dat dat doet! zelfs bij dit vriesweer.
Dat ze het maar rap in de grond draaien.
Op de achterste weide heeft er blijkbaar een Houtduif een lichtelijk trauma opgelopen. Gelet op de hoeveelheid pluimen die er daarbij achter gebleven zijn zal ze het waarschijnlijk niet verder verteld hebben. Mogelijks zit de Sperwer die we hier af en toe zien daar voor iets tussen. 't is haar gegund.
