Jrg. 21 nr. 6 p. 10-14 - juni-juli-augustus 1996

Bevrijdingsteologie vandaag

Frans Hinkelammert (1)

 

De traditionele (westerse!) teologie vertrekt van de teorie: dogmatische leerstellingen of geloofsartikelen los van de konkrete, historische kontekst waarin ze ontstaan zijn. Ze is dus abstrakt en ze handelt over onveranderlijke waarheden. B.v. het bestaan van God, de verlossing. Die kunnen wel achteraf toegepast worden op de pastorale praktijk.

Bevrijdingsteologie (Bt.) is allereerst een nieuwe metode om aan teologie te doen. Ze is 'kontekstueel'. Ze heeft zich ontwikkeld in de konkrete kontekst van de armen in Latijns-Amerika, die geŽngageerd waren in volksorganizaties, basisbewegingen en bevrijdingsbewegingen. Ze vertrok vanuit de pastorale praktijk van katolieke priesters en protestantse pastores die werkzaam waren in volksbuurten.

Er is dus in de Bt. altijd een eerste faze, die aan het strikte teologie bedrijven vooraf gaat, nl. de daad van geloof waarin mensen konkreet een keuze maken voor solidariteit met de armen. De eigenlijke teologie begint pas daarna als een tweede faze waarin gereflekteerd wordt op deze praktijk.

Ook is het zo dat de Bt. geen geloofsartikelen verwerpt, ze stelt alleen de vraag naar hun konkrete betekenis. B.v. Waar is God aanwezig? En: Waar gebeurt verlossing? En de Bt. legt nieuwe aksenten. Ze geeft een nieuwe inhoud aan traditionele tema's en kaart nieuwe tema's aan. Bijbel en traditie worden herlezen. Dit moge blijken uit dit artikel over de Latijns-Amerikaanse Bt.

 

Mislukking van de ontwikkelingspolitiek en ontstaan van de Bt.

De jaren '60 worden het 'decennium van de ontwikkelingspolitiek' genoemd. Men startte overal met projekten. Het kapitalistisch model werd overgeplant naar de Derde Wereld. Maar het werkte niet. Men stelde vast dat de krottenwijken in de steden groeiden door een toevloed van landloze boeren en dat met de verhoging van de industriŽle produktie de werkloosheid alleen maar toenam. Men begon in te zien dat armoede een gevolg was van onderdrukking. De oorzaak van de onderontwikkeling was de ekonomische en politieke afhankelijkheid van de arme landen. Zo kwam men door een analyse van de situatie tot de zgn. afhankelijkheidsteorie. Sleutelwoorden waren niet meer ontwikkeling en vooruitgang maar bevrijding en sociale revolutie.

Onder kristenen is toen de teologie van de bevrijding en zelfs de teologie van de revolutie ontstaan. Denk aan Camillo Torres, die in 1966 gedood werd in Colombia.

Het Tweede Vatikaans Concilie had de taak van de kerk omschreven als dienst aan de wereld. Door de Latijns-Amerikaanse Bisschoppenkonferentie van Medellin (1968) werd dit vertaald in een keuze voor de armen. Het grote teken des tijds was niet meer evolutie en technische vooruitgang met de hoopvolle verwachtingen die daardoor gewekt werden, maar de armoede in de Derde Wereld. In Medellin duikt voor het eerst in kerkelijke teksten de term bevrijding op. Bevrijdingsteologen hadden trouwens als raadgevers van de bisschoppen de teksten mee opgesteld. In 1971 publiceert Gustavo Gutierrez dan zijn baanbrekend werk 'Theologie van de Bevrijding', waarin hij voor het eerst de nieuwe metode van de Bt. formuleert: een teologie die vertrekt vanuit de kontekst van de armen in de Derde Wereld.

De Bt. werd vooral een belangrijke stroming in Chili. Vanaf 1968 hadden zich hier veel volksorganizaties afgekeerd van de kristen-demokratie en gekozen voor de socialistische Unidad Popular, partij die in 1970 de verkiezingen won. In deze periode ontstond de oecumenische organizatie Kristenen voor het Socialisme, die veel bevrijdingsteologen in haar rangen telde en die haar eerste belangrijke kongres hield in 1992 in Santiago de Chile.

Toen de kristen-demokratie zich in Chili antisocialistisch opstelde, bleef de hiŽrarchie kiezen voor die kristendemokratie. Een konflikt met de officiŽle teologie kon niet uitblijven. Maar een direkte aanval tegen de Bt. was moeilijk. De Bt. stelde immers de geloofsinhoud niet in vraag en haar kritiek op het kapitalisme was onweerlegbaar. Ze kon alleen maar getroffen worden in haar konkrete uitwerking. De officiŽle teologie probeert daarom de Bt. verdacht te maken door haar te beschuldigen van marxisme. De bevrijdingsteologen maakten inderdaad vaak gebruik van het marxistisch analyse-instrument. Elke vorm van verzet tegen de logika van het kapitaal werd toen trouwens meteen bestempeld als marxisme. In 1984 publiceerde Rome een dokument tegen de Bt. Het was van de hand van kardinaal Ratzinger en het verdedigde de stelling dat wie het marxisme als analyse-instrument aannam noodzakelijkerwijze ook de marxistische ideologie moest overnemen. In de periode van de koude oorlog werd Marx in het zgn. vrije Westen beschouwd als de inkarnatie van het kwaad. Rome wilde in deze ideologische strijd niet achterwege blijven.

De diktaturen van de nationale veiligheid en de nieuwe aksenten in de Bt. 

De militaire staatsgreep in Chili (1973) luidt een nieuw tijdperk in. De junta herstruktureert de burgerlijke samenleving en maakt een einde aan het reformistisch kapitalisme, dat nog plaats liet voor hervormingen en voor de werking van de volksorganizaties. De junta kiest voor een uitgesproken neoliberaal systeem volgens de abstrakte principes van de School van Chicago. Onder de schuilnaam van 'Nationale Veiligheid' installeert zich een waarachtige staatsterreur. Alle organizaties van het volk (syndikaten en partijen, wijkkomitees en zelfs koŲperatieven) worden vernietigd. En de staat, voor zover die nog in de markt kon tussenbeide komen, wordt getransformeerd. Staatsfunkties en staatsondernemingen worden geprivatizeerd. Op wereldniveau wordt deze politiek zeer vlug overgenomen door het IMF met zijn 'strukturele aanpassingsprogramma's' (SAP's).

In de Bt. verschuift het aksent in deze periode van bevrijding naar weerstand. Omdat de volksorganizaties door de vervolging verzwakken en omdat de kerk nog door de repressie gespaard wordt, gaan de kerkelijke basisgemeenschappen vanaf nu een grotere rol spelen. Zij worden de enige ruimte van politieke aktiviteit. In kerkelijke kringen en soms onder de hoede van bisschoppen ontstaan op vele plaatsen komitees ter verdediging van de mensenrechten.

In deze nieuwe kontekst wordt afgodendienst het centrale tema van de Bt. Ze sluit hiermee aan bij een lange bijbelse traditie die de afgoden ziet als dodende krachten die als goden vereerd worden. Tegenover deze goden van de dood plaatst zij de God van het leven. Het teologisch probleem is dus voor de Bt. niet het ateÔsme maar de afgoderij, en het criterium om de valse goden van de ware God te onderscheiden is de ervaring van dood en leven.

De keuze voor de armen krijgt een nieuwe dimensie. De arme wordt nu ook gezien als slachtoffer, voor zover hij namelijk vervolgd wordt door het repressieapparaat. Teologie wordt een aanklacht tegen een God (en een ekonomie) die mensenoffers vraagt. Men ontdekt dat de verovering van Amerika ťťn grote geschiedenis van mensenoffers is geweest, maar tegelijk ook een geschiedenis van partij kiezen voor de inheemse volkeren. Bartholomť de las Casas wordt nu gezien als een voorloper van de Bt.

Het 'imperium' (lees: de V.S.) bestrijdt de Bt. op haar eigen terrein

Tijdens de koude oorlog

In de periode van de koude oorlog zien de V.S. zichzelf als de verdedigers bij uitstek van het 'kristelijke Westen'. Zij moeten het rijk van het kwaad (het ateÔstisch kommunisme) bestrijden, maar daarvoor hebben ze een godsdienstige legitimiteit nodig. Geloven in God en strijd voor de overwinning van het kapitalisme komen op hetzelfde neer. Deze 'civil religion' schraagt de 'American way of life'.

Het imperium begint in de Bt. een gevaar te zien. Dat de volksorganizaties in Latijns-Amerika voor hun strijd inspiratie vinden in het geloof wordt ervaren als een bedreiging. Daarom gaat men in de tegenaanval. In het begin van de jaren '70 ontstaat er een teologisch departement van de 'American Enterprise Institute' o.l.v. Michael Novak en ook het Pentagon vormt specialisten op het vlak van de teologie. In 1980 verschijnt onder Reagan het 'Dokument van Santa Fe' als ideologisch platform in de strijd tegen de Bt. Het bestrijdt de Bt. op een dubbel vlak. Het klaagt haar marxistische analyse aan en het verwerpt haar utopische dimensie. De officiŽle teologie kon de Bt. moeilijk verwijten dat ze gedragen werd door de utopie van het Rijk Gods. Ze verweet de Bt. enkel dat ze dit te materieel en niet geestelijk genoeg interpreteerde. Maar de politieke macht in de V.S. beschouwt zichzelf als realistisch, zij heeft geen utopie nodig. Uit deze periode stamt de uitspraak van K. Popper: "Wie de hemel nastreeft brengt de hel voort".

Na de val van de muur

In 1989 stort de Sovjet-Unie als politieke en ideologische tegenmacht in elkaar. In het Oosten is de vijand plots weggevallen. Maar intussen beginnen in het Zuiden de noodlottige gevolgen van de SAP's van het IMF duidelijk te worden. Om zichzelf te legitimeren heeft het imperium nu zelf een utopie nodig. Het moet een betere toekomst in het vooruitzicht kunnen stellen. Daarom transformeert het neoliberalisme zichzelf tot religie. Het verkondigt het evangelie van de vrije markt. In plaats van de Bt. rechtstreeks aan te vallen probeert ze de Bt. te rekupereren en om te buigen.

Een toespraak van Michel Camdessus, direkteur-generaal van het IMF, gehouden in Rijsel in 1992, is in dit opzicht revelerend. Camdessus stelt het rijk van deze wereld tegenover het Rijk Gods. Het eerste steunt volgens hem op macht, het tweede op dienst. Het eerste steunt de machtigen, het tweede kiest voor de zwakken. Hij citeert Matteus 25: "mijn koning en rechter is mijn broeder die honger lijdt". En hij citeert de woorden van Jezus in de synagoge van Nazaret: "Ik ben gezonden om aan armen een blijde boodschap te verkondigen". Wij die verantwoordelijk zijn voor de ekonomie, zegt Camdessus, hebben deze taak: de nood van de armen lenigen en hun vrijheid bevorderen.

Hiermee begint dan het tweede deel van zijn toespraak. Daarin stelt hij dat wie kiest voor de armen de politiek van het IMF moet volgen. Al de rest noemt hij demagogie. Zelfs de sociale leer van de kerk moet het ontgelden omdat daarin met een zekere reserve gesproken wordt over de vrije markt. Toch blijft Camdessus realistisch. Hij ziet in dat de vrije markt ook destruktief en korrupt kan zijn. Daarom is er een 'etiek van de markt' nodig. De etische waarden van het Rijk Gods moeten aan de markt een meerwaarde geven waardoor ze de mensheid beter kan dienen. Maar hij houdt staande dat er buiten de SAP's geen alternatief is. Elk zoeken naar een alternatief leidt onvermijdelijk tot een verslechtering van de situatie. De 'nieuwe mens', waar Camdessus in navolging van Paulus over spreekt, blijkt een ambtenaar van het IMF te zijn.

Het antwoord van de Bt.

Nieuwe bijbelse tema's

In een situatie waarin geen alternatieven meer te zien zijn, omdat de totaalmarkt alles overheerst, gaan kristenen in Latijns-Amerika het boek Apokalyps herlezen. De Apokalyps is ontstaan in een situatie waarin de wereldrijken -symbolisch aangeduid als Babel- een totale macht uitoefenden. Hierin herkennen ze hun eigen situatie. De gelovige lezers van de Apokalyps houden vol dat er een alternatief bestaat, ook al zien ze het niet. De val van de wereldrijken zal niet het resultaat zijn van een doelbewuste politieke aktie. Ze zullen aan hun eigen tegenstellingen ten onder gaan. Juist hun totalitaire macht toont hun zwakheid. In het apokalyptische boek DaniŽl is er sprake van een kolossaal beeld op lemen voeten dat onderuit gehaald wordt door een steen die loskomt uit het gebergte (Dan.2).

Daarnaast grijpt men ook terug naar de wijsheidsliteratuur, met name naar het boek Prediker, dat a.h.w. de keerzijde vormt van de Apokalyps. Gekonfronteerd met het onoverwinnelijk en vernietigend wereldrijk klinkt hier de klacht om het verlies van de zin van het leven, al blijft de verre echo van de gebroken hoop nog hoorbaar. Het boek Prediker weerspiegelt een levensopvatting die veel overeenkomst vertoont met het hedendaagse postmoderne levensgevoel (2).

Ontmaskering van de teologie van het imperium

De teologie van het imperium heeft de kerngedachten van de Bt. gewoon overgenomen: de voorkeursoptie voor de armen en de verwachting van een goddelijk rijk, dat geÔnkarneerd moet worden in een ortopraxis. Maar volgens de bevrijdingsteologen wordt de keuze voor de armen hier volledig verdraaid omdat in de visie van het imperium de arme tot objekt gemaakt wordt. In hun visie daarentegen vloeit die keuze voort uit de wederzijdse erkenning tussen menselijke subjekten.

De bevrijdingsteologen bestrijden de neoliberale politiek ook met ekonomische argumenten. Een systeem dat de rationaliteit herleidt tot rentabiliteit wordt daardoor zelf irrationeel. Als het enige criterium de winst is, dan worden alle sociale verhoudingen daaraan opgeofferd en dan is het resultaat uitsluiting van mensen en vernietiging van de natuur. Met deze analyse knoopt de Bt. opnieuw aan bij de fundamentele inzichten van Marx m.b.t. het irrationele karakter van het kapitalisme.

De afwijzing van de neoliberale politiek kan ook teologisch onderbouwd worden. Daartoe grijpt de Bt. terug naar de teologische traditie van de kritiek op de wet. In zijn brief aan de Romeinen zegt Paulus dat de mens niet gered wordt door het onderhouden van de wet (3,28) en dat een wet die ten leven bedoeld was tot de dood leidt als ze alleen maar onderhouden wordt omwille van de wet zelf (7,10). Dan wordt ze zelfs aanleiding 'tot zonde' (7,11). Dit inzicht is blijven voortleven in de bekende uitdrukking "Summa lex, summa iniustitia". Zelfs de rechtvaardige wet van de Sinai doodt als ze alleen maar beschouwd wordt als een wet die onderhouden moet worden. Maar Paulus denkt hierbij ook aan de rechtsstaat, die voor het eerst in de geschiedenis zijn intrede doet met het Romeine Rijk. Elke wet kan onrechtvaardig zijn door de algemene vorm waarin ze geformuleerd wordt. Als de naleving van de wet doodt, dan moet ze in vraag gesteld worden. Voor Paulus is het menselijk subjekt vrij t.o.v. de wet. Wat onontkoombaar ook het recht op verzet inhoudt.

Vandaag wordt in de Derde Wereld een holocaust voorbereid, die zal gerealizeerd worden binnen de strikte grenzen van de rechtsstaat. De schuldenlast b.v. die aan de Derde Wereld wordt opgelegd is een misdaad die begaan wordt precies door de strikte naleving van de wet. Door de wet van de markt vallen er doden. Daarom moeten we terugkeren naar de kristelijke vrijheid waar Paulus over spreekt. Als het leven van mensen op het spel staat mag men zich onttrekken aan de wet. Wie kiest voor de armen moet de souvereiniteit van het menselijk subjekt t.a.v. de wet erkennen. Als de wet van de markt de geschiedenis gaat bepalen, dan moeten we ons verzetten tegen dit verabsoluteren van de wet. (3)

 

Nawoord

Een spoor van Europese bevrijdingsteologie

Hinkelammert spreekt over Latijns-Amerika. Wat doen we daarmee bij ons? Kunnen we ook spreken van een Europese Bt.? En welke is de kontekst waarin die vandaag tot ontwikkeling zou kunnen komen?

Wat Hinkelammert op het einde van zijn artikel zegt over de kritiek op de wet zet ons op een spoor. De katastrofale Noord-Zuidverhoudingen zijn zichtbaar aan het worden in het straatbeeld van alle Europese steden. De gevolgen van kolonialisme en neokolonialisme zijn als een boemerang naar ons teruggekeerd. Een stroom van vluchtelingen staat voor de poorten van Europa. Waar die poorten niet opengaan worden ze geforceerd. Europa reageert in paniek met een verstrakking van de asielwetgeving. Met het terugkeerbeleid in Duitsland, BelgiŽ ... zullen mensen op een legale manier letterlijk de dood in gejaagd kunnen worden. In veel gevallen zullen de regeringen kunnen zeggen dat ze alleen maar strikt de wet toepassen, terwijl feitelijk een misdaad gepleegd wordt. Met Paulus -en met Hinkelammert- zullen we dan moeten opkomen voor vrijheid t.a.v. de wet. Tegen dodende wetten hebben we het recht op en de plicht tot verzet. Zullen kristenen ook de moed hebben om vanuit hun geloof ook werkelijk tot verzet over te gaan?

Hoort Bt. alleen thuis in Latijns-Amerika? Of is zo'n teologie ook mogelijk in Europa? Zonder chauvinistisch of eurocentrisch te willen zijn mogen we toch zeggen dat een eerste vorm van Bt., namelijk de zgn. 'politieke teologie' van J.B.Metz, in Europa ontstaan is. De kontekst waarin ze tot ontwikkeling kwam, was het enorm schuldbesef van Duitse kristenen na de tweede wereldoorlog, toen ze hun medeplichtigheid aan de uitroeiing van de joden niet langer konden ontkennen. Ze hadden het wťl geweten, maar hadden gezwegen. Ze hadden het laten gebeuren en ze hadden er zelfs aan meegewerkt.

Hoe was het zover kunnen komen? Een diepgeworteld en uitgesproken antisemitisme dat alomverspreid was onder kristenen is hiervan de oorzaak geweest. Dit antisemitisme verklaart de vele uitbarstingen van jodenhaat in de loop van de geschiedenis, tot en met de holocaust tijdens het nazisme. Maar gedeeltelijk is de verklaring ook te vinden in de zgn. 'leer van de twee rijken' van Luther. De Duitse kristenen zijn ongeveer voor 60% lutheraan, maar ook voor katolieken is zijn leer herkenbaar. Luther maakt een onderscheid tussen het rijk van God en het rijk van de wereld. Het rijk van God is voor hem de kerk, die zich bezig houdt met geestelijke zaken, zeg maar het eeuwig heil van de gelovigen. Het rijk van de wereld is voor hem de staat -ten tijde van Luther waren dit de vorsten- die instaat voor het sekuliere: het sociaal en het politiek beleid. Elk van die twee rijken is volgens Luther autonoom op zijn terrein. Daarom is het kunnen gebeuren dat de Duitse kristenen geen verzet hebben geboden toen in 1933, onmiddellijk na de machtsovername door Hitler, een boycot van start ging tegen joodse winkels en bedrijven. Zij hebben alleen maar enig protest aangetekend toen de nazi's de vrijheid van de kerk zelf enigszins probeerden in te perken (het recht op godsdienstonderricht in de scholen b.v.). Over de diskriminatie van joden, zelfs na de Kristallnacht in 1938, geen woord. Eerder blijken van goedkeuring en onverholen sympatie.

Toen na de oorlog duidelijk aan het licht kwam waartoe die houding geleid had, brak eindelijk het besef door dat het geloof ook dwingend politiek vertaald moet worden. Zo ontstond dan de 'politieke teologie'. Een teologie die van meet af aan 'kontekstueel' was: Hoe spreken over God na Auschwitz?

Intussen zijn we vijftig jaar verder. Overal in Europa zijn er detentiecentra ingericht voor uitgeprocedeerde vluchtelingen. Die doen soms terugdenken aan koncentratiekampen. En in Duitsland riepen de aanslagen tegen Turkse woningen de herinnering op aan de Kristallnacht. Daarom dringt zich nu een nieuwe teologische vraag aan ons op: Hoe spreken over God na MŲlln, Solingen en Rostock?

Herman Hendrickx

 

(1) Franz Hinkelammert is verbonden aan het DEI (Departamento Ecumenico de Investigacion of Oekumenisch Onderzoeksdepartement) in Costa Rica. De tekst die we hier publiceren is een samenvatting en lichte bewerking door de redaktie van Kering van zijn artikel "Oý en est aujourd'hui la thťologie latino-amťricaine de la libťration?", in Coeli nį 85, dťcembre 1995.

(2) Elsa Tamez, een Mexicaanse teologe die recent benoemd werd tot rektor van het DEI in Costa Rica (zie voetnoot 1), verwijst in een interview met Wereldwijd (mei 1996) ook naar het boek Prediker, al schijnt zij daarbij enigszins andere aksenten te leggen dan Hinkelammert. Zij toont hoe Prediker op een 'bevrijdende' manier gelezen kan worden: als kritiek op het hellenistisch wereldrijk en als vertrouwvolle bevestiging van het dagelijks leven van de gewone mensen in een kontekst die het leven miskent.

(3) Hinkelammert voegt eraan toe dat de wet in diezelfde absolute zin ook geheerst heeft in het historisch socialisme. De bevrijdingsteologie verwerpt evenzeer dit totalitaire karakter van de marxistische ortodoxie.