




|
|
Elk jaar trachten we minstens één keer met de club naar
het buitenland te trekken.
 | 2001: vijf dagen in de Vogezen |
 | 2002: drie dagen in de Alpen,
gevolgd door drie dagen in de Vogezen |
 |
2003: 4 dagen in de Vogezen,
deelname aan cyclosportieve Les 3 Ballons in Champagney |
 |
2004: van Kapelle-op-den-Bos (B)
naar La-Chapelle-Aux-Bois (F) in 4 dagen |
 | 2005: Vogezen, van 21 tot en met 25
juli |
 |
2006: van
Kapelle-op-den-Bos over Poperinge naar Boulogne-sur-Mer en Nieuwpoort en
weer terug naar Kapelle |
 |
2007:
Ardennenoffensief |
 |
2007: Le Mont Ventoux |
 |
2008:
Ardennenoffensief |
 | 2008:
L'Ardéchoise |
 |
2009:
Ardennenoffensief |
 |
2009: Ronde van België |
 | 2010: Auvergne |
In een verder verleden trok de club al een aantal keren
naar het buitenland of brachten enkelen een fietsweekend door in de
Ardennen.
Sinds 1998 trokken Luc en Michael (toen nog geen lid van
de club) een aantal keren naar de Vogezen en vooral de Alpen. De
aanstekelijke verhalen en de herinneringen aan de clubuitstapjes verklaren
waarom de draad weer werd opgepikt. Wat volgt is een triplog van onze
clubreizen sinds 2001.
 |
|
7 deelnemers: Bruno, Michael, Luc, Freddy,
Warre, Benny, Louis en Walter
We werden eveneens vergezeld door Meghan
Morse, een Amerikaanse studente aan de Boston University die deel uitmaakte
van de BU Cycling Team. Meghan was door toedoen van Luc enkele weken
voordien aangekomen in België met de bedoeling om mee te trainen bij een
Belgisch vrouwenteam en om eventueel deel te nemen aan enkele races.
Ze verbleef een aantal weken in Mechelen
en trok daarna naar de Alpen om wat bij te trainen. Omdat de club reeds een
verblijf in de Vogezen gepland had, trok ze zelf ook naar Xonrupt.
Hotel Interlaken in Xonrupt, uitgebaad
door een stel Frans-Amerikaanse Jesus-freaks, was de uitvalsbasis voor
volgende ritten:
De trip omvatte een tweeluik in 2002: drie
dagen in de Alpen gevolgd door 2 dagen in de Vogezen. Standplaats in de
Alpen was Hotel Au Bon Accueil,
een op maat gesneden fietshotel in Le Venosc, parochie van Bourg d'Oisans.
Het hotel ligt op enkele kilometers van de voet van beruchte Alpencols zoals
L'Alpe d'Heuz, Les 2 Alpes, Col du Lautaret en Col du Galibier. Ook vlakbij
zijn de Col d'Ornon en de Col de la Croix de Fer. In de andere richting ligt
de mooie klim naar La Berarde.
In de Alpen waren we met 9: Freddy, Benny,
Warre, Walter, Luc, Michael, Bruno, Bart en Maarten.

In de Vogezen wachtten Gunter, Willy en Louis ons op.
Standplaats was Chalet des Roches in La Bresse.
In 2003 trokken we naar Champagney, in de
Franse Vogezen, waar in juni de cyclosportieve Les 3 Ballons
plaatsvond. De start bevond zich op het marktplein recht tegenover ons
hotel; de finish bovenop La Planche des Belles Filles, zo'n 20 km
verderop.
We waren reeds enkele dagen vooraf ter
plekke, goed om het parcours eens te verkennen en om te gewennen aan de
broeierige hitte. Het was immers elke dag ruim boven 30° C.

In 2004 werd voor een andere aanpak
gekozen. In plaats van met de wagen naar het buitenland te reizen en van
daar uit de streek per fiets te verkennen, kozen we er voor om in 4 dagen
naar een welbepaalde plek te rijden. Die plek heet La Chapelle-aux-Bois,
de perfecte vertaling van onze hometown Kapelle-op-den-Bos. La
Chapelle-aux-Bois ligt in de Vogezen, zo'n 10 km van Bains-les-Bains.
In de volgwagen: een stuk of 30 bananen, 2
grote dozen isotone drank in poedervorm, liters water, liters cola, liters
bier, ontelbare muësli-repen, Marsen, franchipannekes, suikerwafels
en vooral twee grote potten uiercrème!
 |
Woensdag 19 mei 2004:
van Kapelle o/d Bos naar Felenne (nog net
in België, vlakbij het Franse Givet): 170 km. Het vertrek was gepland om
7u in Kapelle o/d Bos. In eerste instantie reden we naar Sterrebeek om
daar Daniel en Isabelle op te pikken. Daniël is een collega van Bart en
lid van Les Guidons in La Hulpe. Zijn vrouw Isabelle volgde ons
gedurende de 4 dagen met de wagen en aanhangwagen. Vervolgens werd met
een grote boog richting Andenne gereden, waar de eerste serieuze en
vooral langere hellingen voor het wiel geschoven werden. Daarna werd het
nooit meer vlak, ook niet na aankomst in Felenne, de eerste
etappeplaats. Het was de hele dag warm geweest en voor de meesten had
ook de inspanning zijn tol geëist, maar het overvloedige eten en de
frisse drank in L'Auberge de Felenne zorgden voor nieuwe "moral"
voor de volgende etappe.
|
 |
Donderdag
20 mei 2004: van
Felenne naar Marville (F): 135 km. De benen deden nog flink pijn van de
vorige dag, maar na een snelle afdaling volgden alweer de volgende
hellingen. Het bleef warm, Isabelle had haar werk met het aangeven van
nieuwe bidons gevuld met fris water. Na Sedan werd het vlakker en werd
het klimwerk beperkt tot wat glooiingen in het landschap, met toch nog
wat verrassend steile colletjes in de laatste 10 km. Het hotel was
geboekt in Marville, een al even klein als verrassend mooi dorpje zo'n
30 km ten noorden van Verdun.
|
 |
Vrijdag 21 mei 2004:
van Marville naar Toul (F): 140 km. Het weer was omgeslagen, het werd
kil en de hele dag dreigden donkere wolken, al was ons bij het vertrek
beloofd dat het droog zou blijven. Het werd een spectaculaire maar mooie
rit, langs de slagvelden, loopgraven en village détruits in de
streek van Verdun. Bij de meesten was de lange afstand van de eerste dag
uit de benen; we begonnen er zelfs de vruchten van te plukken aan het
strakke tempo te zien. Op enkele colletjes tijdens de eerste 40 km en de
laatste 10 km na was de rit redelijk vlak. Bij gebrek aan beter hadden
we een hotel geboekt in het centrum van het overigens verder te mijden
Toul. Vandaag vielen ook de enige platte banden te vervangen: 2
voorwielen en 1 van de aanhangwagen. |
 |
Zaterdag 22 mei 2004:
van Toul naar La-Chapelle-aux-Bois en door naar het hotel in
Bains-les-Bains: 135 km. De laatste fietsdag, de Vogezen - en dus het
klimwerk - naderden, maar dat kon niet verhinderen dat er aardig wat
gedold werd op de vele klimmetjes. La-Chapelle-Aux-Bois is een bijzonder
klein gehucht waar nauwelijks iemand te bespeuren viel. Gelukkig was de
cafetaria van het gemeenschapscentrum open. 11 Vlaamse fietsers die er
zo'n 600 km hadden opzitten om naar La Chapelle-aux-Bois te komen, dat
was een ontvangst van de burgemeester waard. De man werd dan ook zonder
dralen van zijn quad uit de bossen naar het gemeenschapscentrum
overgebracht ... |

 |
|
Reeds voor
aanvang van onze trip kunnen we melden dat pech ons peleton "teistert".
Luc, in bloedvorm, nog nauwelijks vet te bespeuren aan zijn goddelijke
lichaam, moet onder het mes. De knieën van deze prille dertiger zijn
aangetast en de specialist ziet geen andere uitweg dan de groene tafel.
Indien de operatie niet onmiddellijk hoeft plaats te vinden, gaat Luc toch
mee naar Ventron. Thuis zou hij toch maar "zijn kas zitten opfretten" en
ginder kan hij met een gehuurde "mobilette" de gaten dichtrijden op de
cols en het nodige water aanreiken ... Een goeie soigneur is immers goud
waard.
Mirakel!
Een second opinion leert dat een operatie helemaal niet nodig is. Luc gaat
gewoon mee, fiets inclusief. Klein trappen en geen lange tochten is de
boodschap. De mening van Luc over coureurs met knieproblemen vind je
hier.
Op
donderdag 21 juli rijden we met 5 wagens volgestouwd met fietsen en bagage
naar Ventron. Uiteraard ontbraken ook de nodige liters isotone dranken,
pakken Marsen, suikerwafel en andere repen niet. De protagonisten: Luc,
Bart, Jurgen, Benny, Warre, Walter, Stefan, Pieter, Maarten, Koen,
Michael, Gunter en niet-lid Herman "Kamiel" Andries. Onze
slaapplaats: Hotel Les Bruyères in Ventron.
 |
Donderdag 21 juli:
Bij aankomst is het uitstekend fietsweer. Er staat een korte tocht over
slechts 1 col op het programma, ideaal om de autorit uit de benen te
rijden en ideaal voor bv Stefan die voor het eerst kennismaakt met het
middengebergte van de Vogezen. Van Ventron gaat het over de oude
spoorwegbedding (nu een ideaal vlak fietspad) tot in Remiremont om daar de
klim naar Fort de Rupt te nemen (zo'n goede 12 km in totaal). Via de Route
des Forts tot in Corravillers, de snelle en supersteile afdaling tot op de
andere lus van de oude spoorwegbedding in Ramonchamps, zo naar Le Thillot
en over de lekker lopende Col de Ménil weer naar Ventron. Goed voor 75 km.
|
 |
Vrijdag 22 juli:
Een rit over rustige Vogezenwegen, deze keer met meerdere cols en langs
bekendere plaatsen zoals Gerardmer en La Bresse, zo'n 95 km. Op het
programma: Col des Feignes (met het bruggetje waar in de Tour Ullrich weer
kon aanpikken bij het peloton, na zijn val in de afdaling van Col de la
Grosse Pierre), Le Collet
(eigenlijk een verlengstuk van Col des Feignes; toen wij er passeerden was
de asfalt net gelegd, op je fiets blijven zitten was moeilijker dan de
helling op zich), Col de la Grosse Pierre (inderdaad, met de afdaling waar Ullrich
op zijn pens ging). Via La Bresse en de afdaling van de mooie Col
de Bramont naar Kruth om daar de wondermooie beklimming van Col d'Oderen
te nemen.
|
 |
Zaterdag 23 juli:
De "monsterrit" van 120 km, met de Ballon d'Alsace als zwaartepunt
aangezien we hem langs 2 kanten beklommen. Vanuit Ventron over de Col de
Ménil naar Le Thillot en St Maurice sur Moselle. In St Maurice begint de
meest gekende klim van de Ballon d'Alsace (ooit eerste col in de Tour,
goed voor 9 km klimmen tegen een constante 7 à 8%). Vanop de top namen we
de afdaling naar Giromagny om daar infeite een lus te maken die ons weer
aan de voet van de Ballon d'Alsace in Sewen bracht. Deze klim is niet
alleen langer, maar vooral ook veel grilliger en ook wel mooier. Na de
afdaling tot St Maurice zijn we binnendoor gereden langs de Col du Page
(met echt wel steile stukken) tot in Ventron.
|
 |
Zondag 24
juli: Een rit
van 90 km, met een verrassend mooi tweede gedeelte. Zoals op donderdag
ging het weer langs het fietspad richting Remiremont, maar in Saulxures
staken we de grote steenweg over om de Col de Morbieux aan te vatten.
Afdalen tot in Ramonchamps en langs de andere kant van de spoorwegbedding
verder richting Remiremont, maar in Le Chene weer omhoog voor de Col du
Mont de Fourche. Van daaruit volgde een waarachtig mooi stuk langs
Faucogney en andere kleine gehuchtjes, over een bijzonder steil stuk van
een 4-tal km van Esmoulieres tot La Saulotte, dan over de rug van de col
steeds op en af tot in Beulotte-Saint-Laurent. In Beulotte (net een
postkaart, en ook niet veel groter dan dat) hielden we halt om wat te
drinken en te eten. Na het eten zetten we verder koers richting Servance
(toen de eerste regendruppels van de vakantie vielen) en via de vlot
lopende Col des Croix over Le Thillot en Col de Ménil weer naar Ventron.
|
 |
Maandag 25 juli
: Net zoals de eerste dag stond er een
korte rit op het programma om 's namiddags weer af te reizen naar België.
Helaas viel de regen met bakken uit de Vogezenlucht en aangezien er niet
onmiddellijk droger weer verwacht werd, hebben we de terugreis reeds in de
voormiddag aangevat.
|

 |
|
De fietsreis
van 2006 voltrok zich niet vanuit één vaste standplaats maar bracht ons
van Kapelle-op-den-Bos
via Poperinge, Boulogne-sur-Mer en Nieuwpoort terug thuis. Vier dagen
grotendeels door het decor van de Vierdaagse van Duinkerke, quoi.
Deelnemers: Luc, Koen, Bart, Freddy, Benny, Warre, Louis,
Fernand (vriend van Louis).
 |
Donderdag 20 juli:
Kapelle op den Bos - Poperinge.
Met 8 op pad, 7 op de fiets en afwisselend ééntje in de camionette.
Aanvankelijk was ons gezelschap groter, maar
knie- en maagproblemen zorgden op de valreep voor jammerlijke afzeggingen.
Na een half uurtje, nog vroeg op de ochtend, trok de hemel dicht en begon
het te regenen. Al jaren waren de weergoden ons gunstig gezind. Het zou nu
niet anders zijn. Nog voor Geraardsbergen klaarde het op en kregen we zon,
veel zon, vier dagen lang. Over glooiende wegen doorheen de Vlaamse
Ardennen (met onder andere
de Fayte en de hoogte van Hottond) veranderde het landschap na Kortrijk in
winderige kanaaldijken. Na Komen, noordwaarts, werd even een wegvergissing
begaan. Het aantal bijzonder heuvelachtige extra kilometers
wordt voor een enkeling nog steeds geheim gehouden, maar de
kilometerteller vorderde straight naar de kaap van de 200. Wijselijk werd
de Kemmelberg ontweken. Bart en Warre, het lot hield hen de volledige dag
op de fiets, zouden in Poperinge 197km afgelegd hebben.
De boerin annex
hoteluitbaatster aldaar kookte ondanks de tropische temperaturen een
stevig wintermaal en dat smaakte verrukkelijk. Na een vracht aan
gellekes en mueslibars wil een mens wat anders. En na alle bidons water
en isostar werden er tot laat in de nacht op het terras wilde verhalen
opgedist, begeleid door streekbier. De
drankrekening bleek ’s anderendaags zo fors als de eerste rit. |
 |
Vrijdag 21 juli:
Poperinge - Boulogne-sur-Mer.
Onder een loden zon richting kust. Vanaf de eerste kms was het
tutteren aan vliegensvlug opwarmende bidons. 97km slechts. Maar geen
meter vlak. De kasseitjes van de Casselberg waren misschien nog het
best te verteren. Vanaf St-Omer werd het wasbord grilliger. Voor
sommige stroken werd naar de allerkleinste versnelling geschakeld. De
hitte was zo verzengend dat zelfs op 10km voor het einddoel nog een
extra colapauze werd ingelast.
Luc had de afgelopen
2 dagen een lap lillend vlees ontwikkeld tussen scrotum en anus en kon
niet snel genoeg de douche van het hotel opzoeken om de brand te
blussen. Rennerskwaaltjes horen bij de heroiek van het wielertoerisme.
Net zoals de gebrekkige nachtrust door de krijsende Franse meeuwen. De
fruits de mer en een avondwandeling zorgden anderzijds voor een echt
vakantiegevoel. Boulogne was een waardig reisdoel. |
 |
Zaterdag 22 juli:
Boulogne-sur-Mer - Nieuwpoort.
Wederom hitte troef. De watervoorraad voor
4 dagen bleek al weggezabberd na 2 ritten. Via een “Champion” waar de
camionette (waarvoor dank Fernand) opnieuw werd volgestouwd werd de
kustlijn gevolgd. Korte steile knikken. Zijn wij als fietsers ondertussen
zo gevorderd dat de Mont de Fiennes als een veredeld stukje vals plat werd
ervaren? Het uitzicht was er adembenemend, het vergezicht richting
Engeland bracht er zelfs ééntje zijn hormonen in de war. Of was het de
plaatselijke schone die Mister Pocket Rocket
in trance bracht?
De wind speelde een
nadrukkelijke rol door slechts een weinig kms gunstig te zitten. Ook
enkele lekke banden haalden de vaart onderuit. En na de tussenstop in
het prachtige Berguez voelde bij de meesten de benen als lood. Een
dipje bij Louis, normaal toch onze marathonman, deed het gemiddelde
angstwekkend dalen. Nieuwpoort werd bereikt na 136km, maar het voelde
als 64km meer. |
 |
Zondag 24
juli:
Nieuwpoort - Kapelle op den Bos. Het reisplan voorzag in een rit
van 164km. En plots leken alle stukken van de puzzle in elkaar te passen:
voor ’t eerst zat de wind echt gunstg, vlakke wegen en “benen voor een WK”
bij het gros. Damme werd al bereikt aan 30km/u gemiddeld. En dan daagde in
de verte nog een extra kracht op. Jurgen was ons tegemoet gekomen en
gidste ons feilloos door Gent. Met een rotvaart werden Wetteren en
Dendermonde genomen. Zonder ongemakken, op een hongerklopje bij Koen na,
werden de remmen dichtgeknepen bij het clublokaal, ruim sneller dan het
snelste voorziene schema.
|
Eindbalans?
Een prachtige vakantie op alle vlakken. Een verzorgde voorbereiding door
Fred, prachtig weer, goede luim bij eenieder
én hilarische verhalen van onder andere
meestervertellers Warre en Benny, mooie pleisterplaatsen en bovenal
attractieve ritten die best wel pittig waren.
De reistraditie van CSC Volle Vaart blijft ongeschonden.
 |
2007:
Ardennenoffensief in Achouffe (Wibrin)
|
Het park Les Onays in Achouffe is de uitvalsbasis en ligt
nabij het parcours van La Vélomédiane Criquielion.
Deelnemers: Gunter, Koen, Bart, Fred, Warre, Benny, Michael
 |
Vrijdag 11 mei:
Lekker weer is het niet echt, maar dat zal het nooit worden dit weekend.
Het is een eerste kennismaking met de Ardennen. Op vrijdagnamiddag staat
een niet al te lange rit geprogrammeerd, in een grote bocht rond Achouffe.
We vertrekken in dalende lijn richting La Roche en Ardenne, maar houden op
tijd halt om eens een kijkje te nemen aan de Mur de la Vélomédiane
in Maboge. Het monster van de Vélomediane (2 km, 8,8% gemiddeld) ligt er
redelijk droog bij, en de broertjes Muyldermans geven de aanzet. De rest
moet eerst 50 meter terugrijden om ervoor te zorgen dat de ketting op de
kleinste versnelling geraakt. Op de Mur is het stil, op enkele
krachttermen na. De toon is meteen gezet. Eenmaal boven verlaten we het
parcours van de Vélomédiane en rijden we via Ortho richting Houffalize. De
klim van Houffalize naar Achouffe is lang, maar is vooral een drukke
hoofdbaan.
|
 |
Zaterdag 12 mei:
De zaterdag zal helemaal droog blijven en we besluiten om een groot deel
van de noordelijke lus van de Criq te rijden. Vanuit Achouffe dalen we af
tot in La Roche en snijden onmiddellijk een moeilijk quartet aan: Côte de
Gohette, Parc à Gibier, Col de Haussire en Col de Samrée. Goed voor zo'n 6
km onafgebroken afzien, met stijgingspercentages tot meer dan 15%. Verder
volgen we grotendeels de noordelijke lus van de Criq met enkele ommetjes
zoals naar Dochamps en Marcouray. Als we weer in Les Onnays aankomen staan
er toch 90 km op de teller.
|
 |
Zondag 13 mei:
Het weer is niet erg bijster, maar we vertrekken (na lang geaarzel) toch.
We rijden onmiddellijk naar boven richting Samréé.
De afdaling van Samrée tot La Roche
vervolledigen we niet helemaal en slaan na zo'n 5 km dalen rechtsaf voor
de wondermooie klim naar Cielle. Hier komen we beslist nog eens terug. Als
we vanuit La Roche terugrijden via Maboge, Nadrin en Wibrin begint het
hevig te regenen. Tot overmaat van ramp moeten we afrekenen met 2 lekke
banden op nauwelijks 1 kilometer. Drijfnat geven we er na 50 km de brui
aan. Spijtig, want het werd verder nog een zonnige namiddag.
|

We zijn op woensdag al om 22u in
Kapelle-op-den-Bos vertrokken met 2 gehuurde bestelwagens, 8 leden en
chauffeur Dirk. De uitvalsbasis was hotel La Mirande in Caromb, op 8 km
van Bédoin, voet van de Mont Ventoux.
Deelnemers: Luc, Michael, Bart, Koen, Fred, Daniel, Warre,
Benny (+ Dirk als chauffeur/compagnon)
 |
Donderdag 14 juni:
Na een nacht reizen komen we iets voor de middag aan bij het hotel. Er is
echter geen tijd voor een middagdutje; er moet snel een lunch gevonden
worden en daarna wordt er per fiets koers gezet naar de Ventoux. We houden
halt aan een lang steil stuk, zo'n 2 km na de fameuze bocht van St-Estève.
Vandaag rijdt het Protour peloton immers over de Ventoux, een rit in de
Dauphiné Libéré. Lang wachten, maar wel leuk om te zien. Frederik Willems
kwam als eerste voorbij, Valverde had zijn slechte dag. Hij zag er
lijkbleek uit en beklom de Ventoux als allerlaatse, in gezelschap van
ploegmaat Garcia Acosta en veldrijder Franzoi.
|
 |
Vrijdag 15 juni:
Er is een voormiddag regen voorspelt, maar na de middag zou het helemaal
openklaren. We besluiten om in Nyons naar de start van de volgende rit in
de Dauphiné te gaan kijken, zo'n 40 km verderop. Leuk dat je op de parking
van de bussen zo dicht bij de renners kan komen om een
praatje te slaan met enkelen. 's Namiddags staat er een leuk ritje op het
programma. Van Caromb richting Bédoin en over de Col des Abeilles. Dan
volgt een afdaling richting Sault, maar nog voor we Sault bereiken, slaan
we rechtsaf voor de klim langs de mooie Gorges de la Nesque. De afdaling
van de Gorges is bijzonder spectaculair. Toch nog 80 km en 2 colletjes op
een dag die vol regen werd ingezet.
|
 |
Zaterdag 16 juni:
Ventoux time! Eergisteren was er al een korte kennismaking met de Ventoux
(voor zij die er nog niet geweest waren), vandaag is het menens. We rijden
samen tot in Bédoin, daarna rijdt iedereen voor een goede tijd. In de
vallei is het broeierig warm, eenmaal aan Chalet Reynard voel je een koude
wind. Op de top zijn de meesten het erover eens: de Ventoux is een
serieuze col, maar moet niet overschat worden. De getrainde fietser mag
hier geen problemen ondervinden. Eergisteren werden we gewaarschuwd dat er jaarlijks
meerdere doden vielen in de afdaling van de Ventoux. Warre, Benny en
Michael konden ondervinden dat dit niet om te lachen is: een Jeep stak
vlak voor hun neus zomaar de baan over om even een parkingplaatsje in de
schaduw te zoeken. Ze konden alledrie gelukkig tijdig maar zwaar in de remmen,
de zwarte rubberstrepen zullen nog wel enkele jaren zichtbaar zijn op het
asfalt. En in St Estève kende Warre de gevolgen van de slippartij. Net na
de bocht naar rechts luidde een enorme knal: bandje gewoon van de velg.
Net na de bocht dus, de snelheid lag niet hoog.
|
 |
Zondag 17 juni:
Vandaag zouden we langs de noord-oostkant
rond de Ventoux rijden om dan de beklimming langs Sault aan te vatten en
langs Malaucène naar beneden te gaan. Het eerste stuk liep (ondanks het
feit dat we even op de verkeerde route zaten) voorbarig, vooral langs de
mooie D242 (Beaumes de Ventoux - Entrechaux). Helaas zagen we dat aan de
andere kant van de Ventoux de wolken zich aan het opstapelen waren en dat
de top al niet meer zichtbaar was. In plaats van naar Sault te rijden,
zijn we van de wolken weggereden en over de Dentelles de Montmirail terug
naar Caromb gereden. Achteraf was iedereen zeer opgetogen over dit uitje
langs de mooie Dentelles, een ritje van een kleine 75 km.
|
 |
Maandag 18 juni:
Geen rit, wel een terugreis. Het was zeker een geslaagde reis, ook al werd
de Ventoux slecht één keer beklommen en hebben we al bij al niet bijster
veel kilometers gereden.
|

 |
2008:
Ardennenoffensief in Achouffe (Wibrin)
|
Het park Les Onays in Achouffe is nogmaals de uitvalsbasis en ligt
nabij het parcours van La Vélomédiane Criquielion.
Deelnemers: Gunter, Koen, Bart, Fred, Michael en Luc
Op vrijdag werd er in de namiddag al flink de pees opgelegd
voor een rit van 85 km. Zaterdag volgde de koninginnerit van ons weekend,
maar de 110 km deden vooral veel twijfels rijzen over de haalbaarheid van
l'Ardéchoise.
Op zondag werd via een ommetje naar Côte de Saint-Roch
gereden in Houffalize om daar het peloton van Luik-Bastenaken-Luik voorbij
te zien komen. Het lange wachten was zelfs niet vervelend, omdat de
materiaalwagens van Team Highroad en Rabobank vlakbij ons stonden. Axel
Merckx kwam ook even op bezoek. Uiteindelijk werd slechts 34 km gereden op
zondag.

Op woensdag 18 juni 2008 vertrokken in
Kapelle-op-den-Bos 2 gehuurde bestelwagens gevuld met 8 leden en chauffeur
Dirk. Het doel was l'Ardéchoise, een driedaagse tocht over 430 km, bijna
10.000 hoogtemeters en 31 cols. Dat is althans het parcours waarvoor wij
kiezen (La Châtaigne - Loire); er zijn immers oneindig veel
mogelijkheden.
De uitvalsbasis wordt hotel L'Escapade in
Le Crestet, op 16 km van startplaats Saint-Félicien. Voor de 2
overnachtingen op het parcours zorgt de organisatie zelf.
 |
Donderdag 19 juni:
Saint-Félicien - Privas (175 km).
Acht moedige kerels waren die ochtend op een
ontieglijk vroeg uur uit de veren, om op een
even ontieglijk vroeg uur aan de start in St Félicien te verschijnen. Het
zou een rit van 160 km worden, met een extraatje van 6 km van de aankomst
tot aan het hotel. De acht: Bart, Koen, Luc, Stefan,
Gunter, Michael, Fred en Daniel.
De Col de Buisson kregen we al direct voor
de wielen geschoven, een hapklare brok van zo'n 11 km, niet te steil. Eens
boven passeerden we langs de postkaart die Nozières heet om af te dalen
naar Lamastre, eerste afspraak met accompagnateur Dirk. Dirk zou ons
gedurende de hele tocht van bevoorrading en reservemateriaal voorzien; hij
beleefde l'Ardéchoise op zijn eigen avontuurlijke manier.
Het parcours door het noorden van de
Ardèche (l'Ardèche verte) slingerde langs vele mooie dorpjes (Nozières,
Gilhoc sur Omèze, Châteauneuf de Vernoux, Chalencon, Albon, ...), genoeg
mooie, rustige cols (St Genest, Mazel, Sarrasset, ...) en lange afdalingen
langs diepe kloven. Iedereen was het erover eens dat we beter eens de tijd
hadden genomen om even stil te staan bij één van de spectaculaire
uitzichten.
Ook een constante tijdens de hele
tocht: het enthousiasme van de mensen uit de streek. In elk dorp
werd er wel iets georganiseerd naar aanleiding van de doortocht van
l'Ardéchoise, en nagenoeg overal stonden vrijwilligers langs de kant
om gratis bevoorradingen te verzorgen, meestal met producten uit de
streek.
Col de la Faye was meteen het eerste
sleutelpunt van de dag: bijna 19 km lang en stukken tot 10%. Meteen ook
de eerste afspraak op meer dan 1.000 meter hoogte. De omlegging (meer
dan 10 extra kilometers én een extra col) voor
St Pierreville wrongen de benen nog meer uit en de steile Col de la
Fayolle langs een cowboydorp vormde de genadeslag.
Maar, Privas was het einddoel en dat
werkt ook bereikt. Helaas bleek onze logeerplaats (Château de Liviers in
Lyas) nog eens 7 km verderop te liggen: stijf bergop.
Dag 1 was bijzonder zwaar, maar zeer
de moeite. Tussen St Félicien en Privas is er geen meter vlakke weg te
bespeuren; de 175 km is bezaaid met cols die je ruim 3.200 hoogtemeters
opleveren en 9 uur "pret" op de pedalen.
|
 |
Vrijdag 20 juni: Privas - Le Lac d'Issarlès (154 km).
De Franse Sabine en Frank
waren ons- met temperaturen die net beneden 30
graden bleven - goedgezind tijdens onze driedaagse odyssee. Ondanks het
vroege vertrekuur kozen al velen om onmiddellijk in korte mouwtjes te
vertrekken. De afdaling van onze château in Lyas naar Privas zou immers de
enige frisse verpozing van de dag worden.
In Privas was het vruchteloos zoeken naar
het vertrekpunt, dat er uiteindelijk niet bleek te zijn. We werden
onmiddellijk op weg gezet richting Freyssenet, over de 800 meter hoge Col
du Benas. Vlak voor de top reed Stefan voor de tweede keer lek. Het zou
meteen ook de laatste keer zijn. 8 deelnemers die elk 430 km rijden is
samen gelijk aan net geen 3.500 km; en toch
slechts 2 keer lek gereden.
Na de afdaling van de Col du Benas volgde
een bevoorrading met home-made appelsap in Lussas, want
dat is ook l'Ardéchoise: lokale mensen die
van 's ochtends vroeg - en op vrijwillige basis - in de weer zijn
om wat promotie te maken voor hun streekproducten, en dat ten dienste van
de vrijetijdsfietser.
In het piepkleine Aizac sloegen we nog een
babbeltje met Belgen uit Mons en Incourt die zich permanent in de streek
hadden gevestigd. En twee jonge deernes serveerden ons heerlijke broodjes
met hesp en paté in hun bar. Een pauze met middagmaal was welgekomen om de
energievoorraad weer wat aan te vullen.
Het landschap glooide verder, de ene col al
wat langer dan de andere, af en toe eens een steile puist, dan weer een
mooie afdaling. Maar we zaten ondertussen allemaal met de Col de la Croix
de Bauzon in het hoofd. Deze col van zo'n 21 km lengte zou ons naar een
hoogte van meer dan 1.300 m brengen en voor de rest van de dag zouden we
niet meer onder de 1.000 meter duiken. Op deze Croix de Bauzon was in de
La Souche ook de meest tot de verbeelding sprekende bevoorrading opgesteld.
Niets speciaal infeite, integendeel zelfs. Wat oudjes die water en
streekproducten ter beschikking stelden en uit de luidsprekers schalde wat
latino muziek. Ze hadden echter wel het lumineuse idee om licht
sprankelend water aan te bieden. Niks bijzonder voor de gewone man, maar
een geniale vondst voor de fietser. Na anderhalve dag plat water en
isotone drankjes waren de bubbels in je slokdarm als een frisse pint na
een maand in de ontwenningskliniek. De volgende
5 km bergop galmden de boeren en andere oprispingen tegen de bergwand,
maar dat we zonet spuitwater hadden gedronken, daar konden we nauwelijks
bij. Door de mix van zadelpijn, gevoelloze
voeten, hitte en bubbels leek een
zinsverbijstering redelijk dichtbij.
Boven op Croix de Bauzon was de civiele
bescherming druk in de weer om een oudere man van zijn krampen af te
helpen; we vermoeden
dat hij het vervolg van de route achterin de wagen heeft doorgebracht.
Verder op de route bracht de Col du Pendu ons naar het hoogste punt van de
dag, de barrage van Lapalisse lag er wat troosteloos bij en de
bevoorrading in St Cirgues en Montagne (stukjes Frans brood met paté!) was
weer welgekomen. Na de korte, maar in het begin en aan het eind bijzonder
steile Col de la Gage (tot 14%) ging het enkel nog in neerwaartse lijn tot
aan aan het eindpunt aan Lac d'Issarlès. Daar was een terras in de schaduw.
En ze serveerden Dame Blanche!
|
 |
Zaterdag 21 juni:
Le Lac d'Issarlès - Saint-Félicien (160 km).
De derde dag beloofde minder corvee te
worden dan de twee voorgaande. Met slechts 5 cols was het aantal
stijgingsmeters beperkt tot een dikke 1800. Vanaf het hotel in Coucouron was
het zo'n 12 km dalen om weer op het parcours te komen in de buurt van het
Lac d'Issarlès. Eens op het parcours ging het licht omhoog gedurende een
vijftal kilometer; een echte loper want de helling stond niet eens als col
gecatalogeerd. In Sainte-Eulalie was de eerste bevoorrading van de dag
georganiseerd. Een echte bevoorrading deze keer, op poten gezet door de
organisatie, al moesten veel van de bevoorradingen van de vorige dagen
niet onderdoen voor deze. Sainte-Eulalie ligt aan de voet van de Col du
Gerbier de Jonc, somewhat funny mountain. De top van de Gerbier is het
kruispunt van zowat alle routes van l'Ardéchoise,
en de drukte was navenant. De rust van de voorbije dagen was voorbij,
vanaf nu waren we gedurig in het gezelschap van duizenden andere fietsers.
Voor Dirk werd het ook een heel huzarenstuk om ons nog te volgen met de
camionette. De afdaling van de Gerbier de Jonc was lang en spectaculair.
Randonneurs nemen de tijd om af te dalen, stoppen bij een mooi vergezicht
om even te genieten (of om wat te kokhalzen in het geval van LucV).
Cyclosportievelingen willen in de afdaling tijd goedmaken die ze in de
klim verloren. Vanaf de afdaling van Gerbier de Jonc werd deze
tegenstelling bijzonder duidelijk. Langs alle kanten schoten renners met lage
rugnummers (nummers 1 tot 10.000 zijn voorbehouden voor de cyclo van 1 dag,
een race tegen de tijd volgens bepaalde barema's) ons voorbij. Op
hallucinante wijze sneden ze de bochten af, zonder te kunnen zien of er
tegenliggend autoverkeer afkwam. Pas verder op het parcours zouden de
routes verkeersvrij worden gehouden. In Saint-Martial en Saint-Martin de
Valamas was het ondertussen zo'n drukte dat de camionette er haast niet
meer doorkon. Er werd afgesproken om ons te bevoorraden op het eerste
plekje in de schaduw langs de kant van de 17 kilometer lange Col de la
Clavière, maar zelfs dat was door de drukte niet meer mogelijk. We vonden
Dirk pas terug net onder de top, in Saint-Agrève waar de route trouwens
verder verkeersvrij werd gemaakt. Die Col de la Clavière was trouwens een
aparte belevenis: wanneer je bij een
scherpe bocht achteromkeek,
zag je een kilometerslange sliert fietsers die
met 4 à 5 naast elkaar naar boven klommen. Na de lunch volgde een afdaling
richting St Jeure d'Andeure om aan de voorlaatste col van de dag te
beginnen: Col de Rochepaule. Er wordt niet alleen in de aanloop naar een
massasprint van het profpeloton gewrongen, ook in l'Ardéchoise als
duizenden cyclo's en randonneurs samenkomen aan de voet van dezelfde col.
Het parcours was intussen verkeersvrij, de gigantische massa wrong zich
een weg naar het kleine en pittoreske Rochepaule, en de benen voelden
verrassend goed aan. Na de afdaling richting Pont de Clara volgde nog een
redelijk vlak stuk van een vijftal kilometer. En dan zou het monster komen:
de Col de Buisson. Vele blogs, websites en vooral de mouth-to-mouth hadden
van de Col de Buisson een hachelijke onderneming gemaakt. De eerste helft
van de col was zwaar te noemen: een stuk van 15% (gedurende 300 m) en een
langer stuk van 10% (meer dan 700 meter). De eerste avond had tafelgenoot
Jean-Marc - man uit de streek - nog de vergelijking met een champ de
bataille gemaakt. Wonderlijk genoeg was de Buisson helemaal niet het
slagveld dat ik verwachtte. Akkoord, er lagen heel wat randonneurs languit
in het gras langs de kant, en nog veel meer stonden voorovergebogen over
hun kader uit te hijgen; maar de grote massa reed op eigen tempo langs de
rechterkant van de weg naar boven. Goed voor ons. Bart vloog als een
verrezen Pantani aan de voet van de col weg, los tegen de muur van 15% aan.
Daniel, die in de vlakke aanloop wat voorsprong had genomen, was ook aan
een goede klim bezig. De meesten van ons kwamen
hem net voor het gehucht Les Molières tegen (bijna halfweg) en konden
hem geruststellen dat het tweede deel van de klim nog niet half zo zwaar
was. Eenmaal boven was l'Ardéchoise zo goed als gedaan. Boven op de vlakte
van de Col de Buisson stond een gigantische massa fietsers die elk hun
eigen exploot hadden geleverd. Er volgde enkel nog een afdaling van meer
dan 11 km tot aan de start- en aankomstplaats in St Félicien. Daniels
kabel van de achterderailleur begaf het nog op 2 km voor de streep (euvel
dat snel opgelost werd) en de tweede camionette was ingesloten geraakt op
het parkeerterrein. Eenmaal in het hotel bekroop een
gevoel van tevredenheid de groep: iedereen was
tevreden met het avontuur in dit fietsparadijs. Het hotelzwembad en Freds
bubbels (de bubbels hadden een andere kleur dan op dag 2) waren de kers op
de taart. Een terugkeer is zeker niet uitgesloten!
|

 |
2009:
Ardennenoffensief in Achouffe (Wibrin)
|
Het park Les Onays in Achouffe is eens te meer de
uitvalsbasis.
Door België in 4 ritten, da's de bedoeling. De club wordt
voor de gelegenheid aangevuld met usual suspect Daniel (Les
Guidons, La Hulpe) en Stijn de Sloover, Silvester de Sloover en Davy
De Wolf van de WWW (Wanzeelse WielerWonderen).
 |
Donderdag
25 juni:
Kapelle-op-den-Bos - Malmédy:
De
eerste rit
|
 |
Vrijdag 26 juni: Malmédy - Namur:
De tweede rit
|
 |
Zaterdag 27 juni: Namur - Doornik:
De derde rit
|
 |
Zondag 28 juni: Doornik -
Kapelle-op-den-Bos: De vierde en
laatste rit
|
|