VELDONDERZOEK
Doel van het veldonderzoek
De enorm grote hoeveelheid
aan getuigenissen van paranormale fenomenen door de eeuwen heen, vormt
eigenlijk de hoofdmotivatie voor het parapsychologisch onderzoek. Doordat
het echter om
menselijke ervaringen gaat, treden er vervormingen op zoals overdrijvingen,
misinterpretaties, invloed van verwachting, enzovoorts. Het is wel interessant
dat er duidelijke overeenkomsten bestaan tussen al deze getuigenissen.
De parapsychologie tracht dan ook om deze ruwe materie uit te rafelen om
er achter te komen of het hier gaat om echte grensoverschrijdende fenomenen
of gewoon psychologische, sociale of fysische effecten. Door het veldonderzoek
komt ook informatie naar boven die nuttig kan zijn voor het experimenteel
onderzoek. Zo kunnen bepaalde factoren gevonden worden die, wanneer ze
in het labo worden toegepast, de resultaten kunnen verbeteren.
Afbakening van het gebied
Het aantal fenomenen dat
onder het veldonderzoek valt is zeer uitgebreid. Om maar even wat op
te sommen: voorspellende dromen of visioenen, telepathische dromen of
invallen,
spookverschijnselen, bijna-doodervaringen, sterfbedvisioenen, uittredingen,
mediamieke gaven, spontane regressies naar vorige levens, bandstemmen,
voorgevoelens en helderziende waarnemingen. Daar komt ook nog bij dat
elk fenomeen via een specifieke methode onderzocht moet worden. Zo worden
mediums nu nog enkel door een sociologische loep bekeken, waarbij de
relaties tussen de mediums en hun consultanten centraal staan. Waar
men in de jaren zestig sprak over allround parapsychologen,
wordt er nu een noodzakelijke trendwijziging in de richting van specialisatie
waargenomen. Hoewel het centrum in principe haar aandacht richt naar
alle fenomenen, is het hierboven toch duidelijk geworden dat al deze
fenomenen niet tegelijkertijd kunnen onderzocht worden. Daarom
concentreert het centrum zich momenteel op twee fenomenen: de
spookverschijnselen en het "Electronic
Voice Phenomenon".
Het onderzoek naar spookverschijnselen
In 1997 was het enkele medewerkers
opgevallen dat het aantal waarnemingen van spookverschijnselen in het
buitenland sterk verschilde met die in België. Zo werden er in 1996
en 1997 in Londen alleen al 300 waarnemingen per jaar gerapporteerd
aan de Association for the Scientific Study of Anomalous Phenomena.
Tot op heden werden er in België slechts een handvol geteld. Welke factoren
liggen aan de grond van deze discrepantie? Sommigen stelden dat de Belgen
rationeler zijn dan de Britten, maar dit lijkt wel heel sterk
op een goedkope generalisatie. Om op deze vraag een antwoord te zoeken,
stelde het centrum in 1998 een onderzoek in naar spookverschijnselen
in België. Tevens gaf dit onderzoek een mooie gelegenheid om de fenomenen
eens ten velde te onderzoeken. Er werd via de kranten en de radio een
oproep gedaan aan getuigen van spookverschijnselen om zich te melden
bij ons. De response hierop was echter zeer laag. Dit deed het vermoeden
ontstaan dat er bij getuigen van spookverschijnselen een drempelvrees
en een angst voor ridiculisering bestaat. Deze hypothese werd bevestigd
in de interviews die werden gedaan met de getuigen die het centrum wel
contacteerden. Dit zou, gecombineerd met culturele factoren, het verschil
met het buitenland kunnen verklaren. Het onderzoek van de fenomenen
leverde in 90 % van de gevallen een natuurlijke oorzaak op, zoals slechte
bedrading van het huis, fouten in de centrale verwarming en onnauwkeurige
waarnemingen. De overige 10 % wijst nog steeds op nog onbekende oorzaken
en sommige gevallen wijzen op wel zeer onwaarschijnlijke dingen. Wat
te denken van een getuige die thuis een spook zag, dat na verificatie
de vorige eigenaar bleek te zijn die de getuige nog nooit gezien had!
 
Centrum voor Parapsychologische
Studies en Onderzoek
Copyright © 2001 Centrum voor Parapsychologische
Studies en Onderzoek
http://users.skynet.be/cpso
|